RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/700375 / JE RK 26-318
Datum uitspraak: 7 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter
I. Afwijzing machtiging gesloten jeugdhulp
II. Machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
advocaat: mr. I.G.M. van Gorkum uit Den Haag.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
[grootvader (mz)] ,
hierna te noemen: de grootvader (moederszijde),
en
[grootmoeder (mz)] ,
hierna te noemen: de grootmoeder (moederszijde),
hierna gezamenlijk ook te noemen: de grootouders,
gezamenlijk wonend te [woonplaats].
1. Het verdere verloop van de procedure
Bij beschikking van 31 maart 2026 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] verlengd tot 8 april 2027 en een machtiging verleend om [minderjarige 1] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 8 april 2026 tot 8 juli 2026.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de beschikking van 31 maart 2026 en de daarin genoemde stukken;
de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling met bijlagen van 2 juni 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 26 juni 2026.
Op 7 juli 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige 1] met haar advocaat;
de moeder via telefonische verbinding;
de grootvader;
[naam 1] namens de gecertificeerde instelling,
[naam 2], de pedagogisch medewerker vanuit [zorginstelling], door de kinderrechter aangemerkt als informant.
De grootmoeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de grootmoeder wel juist
is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover – in aanwezigheid van haar advocaat en de pedagogisch medewerker – een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 31 maart 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling handhaaft het aangehouden verzoek dat strekt tot het verlenen van een machtiging om [minderjarige 1] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden. Ter zitting is het verzoek gewijzigd in die zin dat primair wordt verzocht om een machtiging te verlenen om [minderjarige 1] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden, en subsidiair wordt verzocht om een machtiging te verlenen om [minderjarige 1] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De gecertificeerde instelling verzoekt om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht.
Volgens de gecertificeerde instelling is een klinische opname, zoals bij [zorginstelling], niet de best passende vervolgplek voor [minderjarige 1]. Een thuisplaatsing bij de moeder is momenteel ook geen mogelijkheid. Hoewel de verlofmomenten beter gaan, zijn er nog geregeld situaties waarbij de spanning hoog oploopt en het netwerk onvoldoende vaardigheden heeft om deze spanning weg te nemen. Vanuit [zorginstelling] is ingezet op Multidimensionele Familie Therapie.
De plaatsing bij [zorginstelling] heeft ongewenste neveneffecten gehad als roken, vapen, alcohol- en drugsgebruik en seksuele interacties. In april 2026 is zij vervroegd met verlof gestuurd, nadat zij de nacht met een 17-jarige groepsgenoot heeft doorgebracht en ketamine heeft gebruikt.
Daarnaast is [minderjarige 1] ook onveilig geweest als gevolg van incidenten met groepsgenoten.
Een doorplaatsing naar een open setting gericht op wonen en dagbesteding lijkt het meest passend. [minderjarige 1] heeft momenteel twee keer per dag 45 minuten onderwijs, maar dit lijkt belastend en niet helemaal passend te zijn.
Bij [zorginstelling] krijgt [minderjarige 1] momenteel geen (effectieve) behandeling. Daardoor kan een geschikte vervolgplek niet binnen een aanvaardbare termijn gevonden worden.
Richting andere jeugdhulpaanbieders werkzaam in een open setting kan namelijk niet onderbouwd worden dat er al sprake is van een positieve gedragsverandering, te weten een afname van agressieproblematiek, toe te schrijven aan een behandeling, niet slechts aan het gesloten zitten. Andere jeugdhulpaanbieders beredeneren dat de afname het gevolg kan zijn door de vrijheidsbeperkende maatregelen op [zorginstelling] en achten een open setting onvoldoende toereikend.
De gecertificeerde instelling is nog steeds in afwachting van een stevig onderbouwde documentatie en analyse vanuit [zorginstelling] om [minderjarige 1] met kans op succes te kunnen aanmelden voor een vervolgplek in een open setting. Die is nog steeds niet door [zorginstelling] gegeven, waardoor doorplaatsing vertraagd wordt.
[minderjarige 1] is bij de Experttafel aangemeld met het verzoek om mee te denken over passende vervolgplekken.
Mocht het primaire verzoek niet worden toegewezen, dan verzoekt de gecertificeerde instelling om een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, zodat [minderjarige 1] (hopelijk) met een open machtiging op [zorginstelling] kan blijven. Dit kan haar kans op een passende vervolgplek namelijk verhogen. Gesloten plaatsing bemoeilijkt dat, een open plaatsing zal sneller succes opleveren voor plaatsing op een passende vervolgplek.
4. De standpunten
Door en namens [minderjarige 1] is verweer gevoerd tegen het primaire verzoek. [minderjarige 1] wil het liefst naar huis en denkt dat zij hier klaar voor is. Zij heeft het gevoel dat zij niet vooruitkomt, doordat er nog steeds geen vervolgplek is gevonden. Mocht [minderjarige 1] niet naar huis kunnen dan wil zij met een open machtiging bij [zorginstelling] verblijven. Zij wil graag overdag naar buiten kunnen gaan en is bereid om zich aan alle afspraken te houden. Zij wil laten zien dat zij dit kan. [minderjarige 1] heeft met betrekking tot een vervolgplek aangegeven dat zij graag in [regio] wil blijven, zodat zij in de omgeving van vrienden en familie is. [minderjarige 1] heeft verder opgemerkt dat zij al geruime tijd geen onderwijs of dagbesteding heeft en dat dit steeds niet geregeld wordt.
De advocaat heeft naar voren gebracht dat de gesloten plaatsing op [zorginstelling] geen geschikte plaats is voor [minderjarige 1] en dat ook niet eerder was. Voorts dat het kwalijk is dat er geen verslaglegging en analyse vanuit [zorginstelling] is gegeven, terwijl de jeugdbeschermer een dergelijk stuk nodig heeft bij haar zoektocht naar een passende vervolgplek. Zij bepleit de open plaatsing, nu gesloten plaatsing vertragend werkt voor doorplaatsing naar elders en [minderjarige 1] de kans wil krijgen om te laten zien dat zij zich aan afspraken kan houden.
De moeder ziet duidelijk een positieve groei bij [minderjarige 1] als zij op verlof is. Het is helaas nu niet mogelijk voor [minderjarige 1] om bij de moeder thuis te blijven. De moeder is recent bevallen met een keizersnede. [minderjarige 1] is blij met de komst van [minderjarige 2] in het gezin en is al thuis geweest. [zorginstelling] is geen goede en geen veilige plek voor [minderjarige 1]. Zij doet nu in sneltreinvaart dingen die niet bij haar en haar leeftijd passen. De moeder gunt [minderjarige 1] een veilige plek waar zij zich beter kan ontwikkelen en omringd is door mensen met een positieve invloed. De moeder zou het [minderjarige 1] gunnen om een succeservaring op te doen als zij met een open machtiging bij [zorginstelling] kan verblijven. Het is daarbij wel belangrijk dat [minderjarige 1] zich aan de afspraken houdt. Dat kan zij met een open plaatsing laten zien.
De grootvader staat achter het plan om [minderjarige 1] met een open machtiging op [zorginstelling] te laten verblijven.
5. De beoordeling
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
Alle betrokkenen, inclusief de gedragswetenschapper, die opnieuw met grote tegenzin instemt, zijn het erover eens dat [zorginstelling] niet een passende plek is voor [minderjarige 1]. De plaatsing tot nu toe heeft ernstige ongewenste effecten gehad als alcohol- en drugsgebruik en contacten met (oudere) jongens zonder adequaat toezicht van groepsbegeleiders ‘s nachts. Onderwijs is niet toereikend en behandeling evenmin.
Tegelijkertijd is er - ondanks de inspanningen van de jeugdbeschermer - nog steeds geen passende vervolgplek voor haar gevonden en kan [minderjarige 1] momenteel niet bij de moeder wonen.
Ter zitting is gebleken dat het ontbreken van een stevig onderbouwde documentatie en analyse vanuit [zorginstelling] een vervolgplaatsing op een open groep in de weg staat. Niet alleen de jeugdbeschermer, als de advocaat, maar ook de gedragswetenschapper hebben dit naar voren gebracht.
[minderjarige 1] is nu door de jeugdbeschermer aangemeld bij de Experttafel. Ook dat advies zal op zich laten wachten.
Het langdurige verblijf bij [zorginstelling] in een gesloten groep is uitzichtloos voor [minderjarige 1] en zij heeft gevraagd met een open machtiging op [zorginstelling] te mogen verblijven, zodat zij kan bewijzen dat zij met meer vrijheden om kan gaan.
Gelet op de groei die [minderjarige 1] heeft laten zien zien en de volgens moeder positief verlopen verloven, acht de kinderrechter het van belang dat [minderjarige 1] deze kans krijgt. Zij kan daarin zelf invloed uit oefenen op haar toekomst én vergroot bovendien de kans op een passende open vervolgplek wanneer [minderjarige 1] bewijst dat zij de grotere verantwoordelijkheid aan kan om zich aan afspraken en regels te houden.
Gelet op het bovenstaande, wijst de kinderrechter het verzoek tot gesloten machtiging af.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 7 juli 2026 tot 7 oktober 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 door mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 20 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.