ECLI:NL:RBDHA:2026:22081

ECLI:NL:RBDHA:2026:22081

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-05-2026
Datum publicatie 07-08-2026
Zaaknummer 12191005 EJ VERZ 26-81306
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Gouda

Samenvatting

Vernietiging ontslag op staande voet. Ontbinding arbeidsovereenkoms wegens duurzaam verstoorde arbeidsverhouding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Gouda

Zaaknummer: 12191005 EJ VERZ 26-81306

Beschikking van de kantonrechter d.d. 28 mei 2026 in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij, tevens verwerende partij,

hierna te noemen: [verzoeker] ,

gemachtigde: mr. H.L. Thiescheffer,

tegen

de besloten vennootschap [verweerder] B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,

verwerende partij, tevens verzoekende partij,

hierna te noemen: [verweerder] ,

gemachtigde: G. Haulussy.

1. Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de navolgende stukken, uit welke stukken tevens het verloop van de procedure blijkt:

- het verzoekschrift, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 17 april 2026;

- het verweerschrift, tevens houdende zelfstandige tegenverzoeken;

- het e-mailbericht met bijlage d.d. 30 april 2026 van mr. Thiescheffer;

- het e-mailbericht d.d. 7 mei 2026 van mr. Thiescheffer;

- het e-mailbericht d.d. 8 mei 2026 van de heer Haulussy;

- de aantekeningen die de griffier heeft gemaakt tijdens de mondelinge behandeling van deze zaak op 8 mei 2026.

2. De beoordeling

[verzoeker] verzoekt, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

1. het op 24 maart 2026 gegeven ontslag op staande voet te vernietigen;

2. [verweerder] te veroordelen om aan hem te voldoen ter zake van salaris een bedrag ad € 2.441,86 bruto, te vermeerderen met de nog opeisbaar te worden maandsalarissen vanaf 1 april 2026 tot het rechtsgeldig beëindiging van de arbeidsovereenkomst;

3. [verweerder] te verplichten vanaf 1 april 2026 maandelijks te voldoen een bedrag ad € 79,74 ter zake van uitbetaling TSF vakantiedagen en een bedrag ad € 98,52 ter zake van TSF, totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd;

4. [verweerder] te veroordelen tot het voldoen van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het sub 2 verzochte;

5. [verweerder] te veroordelen tot het voldoen van de wettelijke rente over het sub 2 verzochte vanaf 16 april 2026 tot de dag der algehele voldoening;

6. [verweerder] te veroordelen tot afgifte van een deugdelijke bruto/netto specificatie over de sub 2 en 4 genoemde bedragen, zulks onder verbeurte van een dwangsom ad € 50,= per dag met een maximum van € 2.500,=;

met veroordeling van [verweerder] in de kosten van de procedure.

[verzoeker] legt het volgende aan zijn verzoeken ten grondslag. Hij is op 5 februari 2026 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij [verweerder] als stratenmaker, machinist en voorman tegen een salaris ad € 2.441,86 bruto per maand. Op deze overeenkomst is de CAO Groen, Grond en Infra van toepassing. Op 24 maart 2026 had hij verlof gevraagd omdat hij een probleem had met zijn auto. Dit verlof is hem verleend. Vervolgens heeft [verweerder] [verzoeker] bij e-mail beschuldigd van het wegnemen van gereedschappen, waaronder een kettingzaag, een klopboortol en de sleutels van een werkbus. Op het moment dat [verzoeker] , op 24 maart 2026, samen met een buurman bezig was met het ophalen van een kast, heeft [verweerder] ( [verweerder] ) zich onaangekondigd gemeld bij de woning van [verzoeker] . [verzoeker] heeft hem toen laten blijken dat hij daarvan niet was gediend, waarna [verweerder] hem op staande voet heeft ontslagen. Per WhatsApp schreef [verzoeker] aan [verweerder] : “Ik regel t zelf wel met [naam 1] . Die kettingzaak is in hun keet. Je moet niet zo bij mn huis komen. Volgende keer kom ik bij jou. Dit was de laatste keer. [verweerder] heeft daarop geantwoord: “Dit was de laatste x in je hele leven dat je me spreekt en naait. Bij deze op staande voet inslag voor niet eerlijk zijn. En onder mijn contract van 40 uur bij andere werken. [verweerder] stelt zich op het standpunt dat [verzoeker] haar in eigendom toebehorende gereedschappen via Marktplaats te koop heeft aangeboden. Dit standpunt is onjuist. De gereedschappen die hij via Marktplaats te koop heeft aangeboden waren bij hem in eigendom. De kettingzaag die [verzoeker] onder zich had heeft hij ingeleverd bij de eigenaar van de zaag, hoofdaannemer [bedrijf] . [verzoeker] heeft wel de navolgende bedrijfseigendommen van [verweerder] onder zich: een tankpas, autosleutel en werkkleding. Die spullen mogen wat hem betreft terug. [verzoeker] heeft die spullen onder zich gehouden omdat [verweerder] het mondeling overeengekomen, contante deel van zijn loon niet aan hem heeft uitbetaald. Voor zover [verweerder] [verzoeker] op staande voet heeft ontslagen op grond van de stelling dat hij haar in eigendom toebehorend gereedschap zou hebben verduisterd, is het ontslag niet onverwijld gegeven, zodat het ontslag op die grond geen stand kan houden. Aangezien [verzoeker] geen gereedschappen van [verweerder] heeft verduisterd, dient het ontslag ook om die reden vernietigd te worden. Voor zover het ontslag is gebaseerd op de stelling dat [verzoeker] niet eerlijk zou zijn geweest en elders heeft gewerkt, betwist [verzoeker] deze stelling. Hij had op 24 maart 2024 verlof. Hij had op die dag een afspraak met een advocaat vanwege de omgang met zijn dochter. Hij heeft op dezelfde dag zijn buurman geholpen met een kast en is doende geweest met zijn auto, welke stuk was en gerepareerd moest worden, hetgeen langer heeft geduurd dan [verzoeker] aanvankelijk had verwacht.

[verweerder] verzoekt om de afwijzing van de verzoeken van [verzoeker] . Zij verzoekt op haar beurt, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht te verklaren dat [verzoeker] door zijn handelwijze haar een dringende reden heeft gegeven om hem op staande voet te ontslaan;

2. [verzoeker] te veroordelen tot betaling aan haar van de gefixeerde schadevergoeding;

3. [verzoeker] te veroordelen tot afgifte en teruggaaf van alle nog bij hem berustende bedrijfseigendommen, waaronder in ieder geval de kettingzaag met toebehoren, de klopboortol met toebehoren, de werkbus sleutel, de tankpas, de werkkleding en overige bedrijfseigendommen en bescheiden op verbeurte van een dwangsom van € 100,= voor iedere dag dat [verzoeker] niet voldoet aan dit gebod 7 dagen na betekening van deze beschikking;

4. voor zover [verzoeker] de zaken niet in zijn bezit heeft, [verzoeker] te veroordelen tot betaling van een vervangende schadevergoeding ad € 3.302,62, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop deze beschikking wordt gegeven;

5. [verzoeker] te veroordelen tot betaling van een bedrag ad € 570,=, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop deze beschikking wordt gegeven;

6. [verzoeker] te veroordelen tot betaling van een bedrag ad € 468,66,=, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop deze beschikking wordt gegeven;

7. voor het geval het ontslag op staande voet geen standhoudt, de arbeidsovereenkomst tussen partijen op de kortst mogelijk termijn te ontbinden wegens ernstig verwijtbaar handelen, althans wegens een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding;

met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten vanaf de dag waarop deze beschikking wordt gegeven.

[verweerder] legt het volgende aan haar verzoeken ten grondslag. [verzoeker] is op 5 februari 2026 voor de duur van 12 maanden bij haar in dienst getreden. Hij heeft voor 24 maart 2026 verlof gevraagd voor een afspraak vanwege zijn dochter. Hij heeft gezegd dat hij na afloop van die afspraak, rond 10.15 uur, althans te circa 12.30 uur weer zou komen werken. [verzoeker] is op die datum niet komen werken. De afspraak vanwege zijn dochter was niet gemaakt voor 24 maart, maar voor 26 maart 2026. [verzoeker] heeft derhalve gelogen in zijn verlofaanvraag. Op 24 maart 2026 is de heer [verweerder] naar het huis van [verzoeker] gereden om de kettingzaag op te halen die [verzoeker] onder zich had. Hij heeft [verzoeker] niet thuis getroffen. Het bleek dat hij elders aan het werk was. Op grond van de arbeidsovereenkomst tussen partijen is dat niet toegestaan. Vast staat verder dat [verzoeker] verschillende aan [verweerder] en [bedrijf] toebehorende gereedschappen ondanks aanmaning niet heeft teruggegeven. Aangezien [verzoeker] een verlofdag had opgenomen onder het voorwendsel dat hij vanwege zijn dochter een afspraak had, hij op zijn verlofdag voor een derde heeft gewerkt, hij [verweerder] en [bedrijf] toebehorende gereedschappen heeft verduisterd en heeft doorverkocht op Marktplaats én hij op 24 maart 2026, ondanks zijn toezegging, niet is komen werken, heeft [verweerder] hem op 24 maart 2026 terecht op staande voet ontslagen. Aldus kan [verweerder] aanspraak maken op de gefixeerde schadevergoeding. Aangezien [verzoeker] de kettingzaag niet heeft ingeleverd, heeft [verweerder] een zaag moeten huren. In verband daarmee maakt [verweerder] aanspraak op een schadevergoeding ad € 570,=. Gebleken is dat [verweerder] [verzoeker] te veel salaris heeft betaald. Dit betreft een bedrag ad € 486,66 netto. [verzoeker] moet dit bedrag aan [verweerder] betalen. Voor zover het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig zou zijn gegeven, is de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de hiervoor vermelde gronden.

De kantonrechter overweegt het volgende.

Op grond van hetgeen partijen hebben aangevoerd en de in het geding gebrachte producties staat het volgende vast. [verzoeker] is op 5 februari 2026 voor de duur van 12 maanden bij [verweerder] in dienst getreden als stratenmaker, machinist en voorman tegen salaris ad € 2.441,86 bruto per maand. Op deze overeenkomst is de CAO Groen, Grond en Infra van toepassing. [verzoeker] heeft op enig moment voor 24 maart 2026 (8 uren) verlof aangevraagd met de omschrijving “Kennismaking traject [naam 2] . [naam 2] is kennelijk de dochter van [verzoeker] . Op 23 maart 2026 heeft [verzoeker] in verband hiermee aan (de partner van de heer) [verweerder] geschreven: “Jaa ik moet er om 10:15 zijn, en ik durf niet te zeggen tot hoelaat t duurt. Maar ik ga wel in werkkleding, dan kan ik direct uit t gesprek gaanq naar werk. De heer heeft [verweerder] heeft [verzoeker] op 24 maart 2024 thuis bezocht om, zoals [verweerder] stelt, bij hem een kettingzaag op te halen. Per WhatsApp heeft [verzoeker] in verband hiermee aan [verweerder] geschreven: “Ik regel t zelf wel met [naam 1] . Die kettingzaak is in hun keet. Je moet niet zo bij mn huis komen. Volgende keer kom ik bij jou. Dit was de laatste keer. [verweerder] heeft daarop geantwoord: “Dit was de laatste x in je hele leven dat je me spreekt en naait. Bij deze op staande voet inslag voor niet eerlijk zijn. En onder mijn contract van 40 uur bij andere werken. Feit is tenslotte ook dat [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling van deze zaak desgevraagd heeft verklaard niet meer bij [verweerder] te willen werken, omdat de verstandhouding is verziekt.

[verweerder] heeft [verzoeker] blijkens het zojuist geciteerde WhatsApp bericht op staande voet ontslagen wegens “niet eerlijk zijn. En onder mijn contract van 40 uur bij andere werken. Met niet eerlijk zijn bedoelt [verweerder] kennelijk dat [verzoeker] voor 24 maart 2026 verlof heeft gevraagd met de omschrijving “Kennismaking traject [naam 2] , terwijl hij op die datum geen afspraak met zijn dochter had en haar op die datum niet heeft gezien. Hierover wordt in de eerste plaats overwogen dat een werknemer, uitzonderingen daargelaten, niet verplicht is om zijn werkgever opgave te doen van de activiteiten die hij tijdens zijn verlof wil ondernemen. In de twee plaats wordt hierover overwogen dat [verzoeker] in zijn verlof aanvraag niet heeft vermeld dat hij [naam 2] op 24 maart 2026 zou zien. Ter zitting heeft hij toegelicht dat hij op 24 maart 2026 een afspraak had met zijn advocaat, omdat er (als de kantonrechter het goed heeft begrepen) in overleg met Veilig Thuis een omgangsregeling was te treffen met zijn dochter. Wat daar verder van zij, de hier aan de orde zijnde, door [verweerder] gestelde feiten rechtvaardiging niet het ontslag op staande voet. Dat ontslag is ook niet te baseren op de stelling van [verweerder] , dat [verzoeker] op 24 maart 2026 in strijd met de arbeidsovereenkomst tussen partijen voor een ander heeft gewerkt. [verzoeker] heeft die stelling gemotiveerd betwist met de stelling dat hij op die datum zijn buurman heeft geholpen met het ophalen van een kast (burenhulp). Nu [verweerder] in haar ontslagbericht niets anders aan het ontslag ten grondslag heeft gelegd, is te oordelen dat het ontslag is te vernietigen. De verzoeken van [verzoeker] zijn daarom toe te wijzen zoals hierna wordt vermeld.

[verweerder] verzoekt, voor het geval het ontslag op staande voet geen stand houdt, de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen wegens ernstig verwijtbaar handelen, althans vanwege een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen. Daarover wordt het volgende overwogen. Het staat voldoende vast dat de arbeidsverhouding tussen partijen duurzaam is verstoord. Het is niet gebleken dat dit in overwegende mate aan [verweerder] dan wel [verzoeker] is te wijten. Rekening houdende met het bepaalde in artikel 7:671b lid 9 sub a BW wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 1 juli 2026. In verband met de beëindiging van deze overeenkomst, heeft [verzoeker] jegens [verweerder] aanspraak op de wettelijke transitievergoeding.

[verweerder] stelt dat [verzoeker] onder zich heeft haar in eigendom toebehorende bedrijfseigendommen, waaronder een kettingzaag met toebehoren, een klopboortol met toebehoren, de sleutel van een werkbus, een tankpas en werkkleding. [verzoeker] erkent dat hij nog onder zich heeft een tankpas, een autosleutel en werkkleding. [verzoeker] betwist dat hij de andere door [verweerder] genoemde zaken nog onder zich heeft. Dat [verzoeker] ook die andere zaken nog onder zich heeft, is niet voldoende gebleken. [verzoeker] zal daarom worden veroordeeld om alleen de tankpas, de autosleutel en de werkkleding bij [verweerder] in te leveren. De dwangsommen worden gematigd zoals hierna wordt vermeld. In het verlengde hiervan wordt het verzoek, strekkende tot de veroordeling van [verzoeker] om [verweerder] te betalen een bedrag ad € 570,= in verband met de huur van een kettingzaag, afgewezen.

[verweerder] voert aan dat zij [verzoeker] een bedrag ad € 468,66 netto te veel salaris heeft betaald. Dit verzoek heeft [verzoeker] niet voldoende betwist, zodat dit wordt toegewezen.

In de procedure die [verzoeker] tegen [verweerder] aanhangig heeft gemaakt, is [verweerder] de partij die voor het grootste deel in het ongelijk wordt gesteld. [verweerder] wordt daarom veroordeeld in de kosten van die procedure. De proceskosten van [verzoeker] worden begroot op € 1.102,00 (€ 93,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. Gelet op de uitkomst van de procedure die [verweerder] aanhangig heeft gemaakt tegen [verzoeker] , worden de kosten van die procedure gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3. Beslissing

De kantonrechter:

op de verzoeken van [verzoeker] :

vernietig het op 24 maart 2026 gegeven ontslag;

veroordeelt [verweerder] om aan [verzoeker] te betalen, met ingang van 1 april 2026 tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn geëindigd, een bedrag ad € 2.441,86 bruto per maand;

veroordeelt [verweerder] te voldoen een bedrag ad € 79,74 ter zake van uitbetaling TSF vakantiedagen en een bedrag ad € 98,52 ter zake van TSF, zulks vanaf 1 april 2026 tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn geëindigd;

veroordeelt [verweerder] om aan [verzoeker] te betalen de tot 10% gematigde wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over onder 3.2. genoemde bedrag;

veroordeelt [verweerder] om aan [verzoeker] te betalen de wettelijke rente over het onder 3.2 genoemde bedrag vanaf 17 april 2026 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [verweerder] om binnen 14 dagen na de betekening van deze beschikking aan [verzoeker] af te geven een deugdelijke bruto/netto specificatie over de sub 2 tot en met 4 genoemde bedragen, zulks op verbeurte van een dwangsom van 50,= per dag met een maximum van € 350,=;

veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 1.102,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;

op de verzoeken van [verweerder] :

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juli 2026;

veroordeelt [verweerder] om aan [verzoeker] te betalen de wettelijke transitievergoeding;

veroordeelt [verzoeker] de tankpas, de autosleutel en de werkkleding bij [verweerder] in te leveren, zulks binnen 14 dagen na de betekening van deze beschikking, op straffe van een dwangsom ad € 50,= per dag dat hij daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 350,=;

veroordeelt [verzoeker] om aan [verweerder] te betalen voornoemd bedrag ad € 468,66 netto;

compenseert de proceskosten;

op de verzoeken van [verzoeker] en op de verzoeken van [verweerder] :

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. M. Nijenhuis en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand