ECLI:NL:RBDHA:2026:22102

ECLI:NL:RBDHA:2026:22102

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-08-2026
Datum publicatie 07-08-2026
Zaaknummer NL26.23503
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Asiel; Syrië; persoonlijke problemen door conflict met andere stam niet geloofwaardig; vrees vanwege incidenten broers en afvalligheid niet aannemelijk; relatief lager niveau van willekeurig geweld in Aleppo voldoende gemotiveerd; motiveringsgebreken bij 3 EVRM-beoordeling; 3 EVRM-beoordeling in verweerschrift; beroep gegrond en rechtsgevolgen in stand gelaten.

Uitspraak

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. J.W.F. Menick),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Sarmastzada).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft op 25 april 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 17 april 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 21 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Zarad als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

Het asielrelaas

2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1999 en heeft de Syrische nationaliteit. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is afkomstig uit [plaats], dat ligt in de provincie [provincie] in Syrië. Eiser verbleef van 2014 tot 2024 in Libanon. Eiser heeft Syrië in 2014 verlaten uit vrees voor de dienstplicht, de aanwezigheid van de oppositie in zijn woonplaats en de problemen tussen zijn familie/stam en de stam Al Mijadima. De oudste broer van eiser, [naam 1], is in 2006 vermoord door een klasgenoot genaamd [naam 2]. Eisers andere oudere broer, [naam 3], heeft in het zelfde jaar wraak genomen en heeft [naam 2] vermoord. [naam 3] is hiervoor vervolgd en heeft één jaar en zeven maanden vastgezeten. Eiser vreest bij terugkeer voor de stam Al Mijadima en voor de huidige autoriteiten. De mensen van de Al Mijadima stam hebben op dit moment hoge posities in het nieuwe regime in Syrië. Eiser denkt dat zij hem overal in Syrië zoeken en dat de zoon van [naam 2] wraak wil nemen nu hij inmiddels volwassen is geworden. Eiser stelt recentelijk twee keer bedreigd te zijn door de zoon van [naam 2]. Ook is eiser vier jaar geleden aangevallen door mensen waarvan hij stelt dat zij bij de zoon van [naam 2] horen. Eiser stelt dat hij bij terugkeer vreest te worden vermoord.

Het bestreden besluit

3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante asielmotieven:

Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De problemen vanwege een conflict met de Al Mijadima stam vindt verweerder niet geloofwaardig, omdat eiser dit asielmotief niet heeft onderbouwd met objectieve documenten en eiser geen goede verklaring daarvoor heeft. Daarbij vormen de verklaringen volgens verweerder geen samenhangend en aannemelijk geheel.

Op basis van het geloofwaardig bevonden asielmotief heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij gegronde vrees voor vervolging heeft als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of een reëel risico op ernstige schade loopt als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Aan eiser is een terugkeerbesluit, gericht op vertrek naar Syrië, met een vertrektermijn van vier weken uitgereikt.

Wat vindt eiser in beroep?

4. Eiser voert in beroep aan dat hij persoonlijk problemen zal ondervinden door eerwraak bij terugkeer naar Syrië. Zijn vrees is geloofwaardig, want zijn verklaringen hieromtrent zijn niet wisselend of tegenstrijdig en het aantal geweldsincidenten uit eerwraak is flink gestegen, zoals blijkt uit een overgelegd nieuwsartikel.

Daarnaast loopt eiser een reëel risico op ernstige schade doordat de situatie in Syrië begin 2026 nog steeds onvoorspelbaar, instabiel en humanitair schrijnend is. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom er sprake zou zijn van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in Syrië in het kader van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Ook de situatie in [provincie] is begin 2026 zeer instabiel, onveilig en wordt gekenmerkt door een machtsvacuüm en geweld na het recente vertrek van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) en de binnenkomst van troepen van de Syrische overgangsregering. Daarbij is de humanitaire situatie in Syrië te wijten aan een lopend gewapend conflict. Verweerder heeft ten onrechte de humanitaire situatie niet betrokken, waardoor er sprake is van een motiveringsgebrek. Met betrekking tot de veiligheidssituatie en humanitaire situatie in Syrië verwijst eiser naar verschillende bronnen en rapporten.

Omdat verweerders motivering tekortschiet, wordt er niet toegekomen aan de beoordeling van de individuele omstandigheden waardoor eiser een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld.

Daarnaast vreest eiser bij terugkeer problemen te ondervinden ten aanzien van de manier van belijden van het islamitische geloof, eiser verwijst ook ten aanzien hiervan naar verschillende bronnen.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser kon afwijzen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.

Volle toetsing

6. De rechtbank stelt voorop dat het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Ebilum heeft geoordeeld dat asielrechters een volledig en ex nunc onderzoek moeten verrichten naar alle feitelijke en juridische elementen in een zaak. Daarom toetst de rechtbank alle onderdelen van het besluit volledig en zonder terughoudendheid, waarbij zij afziet van termen als ‘niet ten onrechte’.

Zienswijze herhaald en ingelast

7. De rechtbank overweegt allereerst dat zij, door het in algemene zin verwijzen naar wat eiser in de zienswijze naar voren heeft gebracht, niet kan afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Verweerder is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op de zienswijze. Een algemeen verzoek aan de rechtbank om hetgeen in de zienswijze is aangevoerd onverkort in het beroep te betrekken is onvoldoende. Het is aan eiser om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van verweerder op de zienswijze volgens hem niet juist of niet toereikend is. De rechtbank zal zich dan ook beperken tot de bespreking van de gronden die in beroep zijn aangevoerd.

Geloofwaardigheid van de problemen vanwege het conflict met de Al Mijadima stam

8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eisers persoonlijke problemen vanwege het conflict met de Al Mijadima stam terecht ongeloofwaardig bevonden.

Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat de documenten die eiser heeft overgelegd zijn asielmotief niet onderbouwen. Eiser heeft daar geen beroepsgronden tegen gericht. Ook heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiser de videobeelden waarop te zien zou zijn dat de zoon van [naam 2] met twee of drie andere personen navraag naar eiser heeft gedaan bij een winkel, niet heeft overgelegd en daar ook geen poging toe heeft gedaan. Van eiser mag verwacht worden dat hij zich inspant om zijn asielaanvraag te onderbouwen. Ook hier heeft eiser geen beroepsgronden tegen gericht.

Verweerder heeft er ook terecht op gewezen dat de verklaringen van eiser wisselend en tegenstrijdig zijn. Verweerder heeft, onder meer, mogen tegenwerpen dat eiser enerzijds verklaart dat de zoon van [naam 2] iemand heeft gestuurd om navraag over eiser te doen, maar anderzijds verklaart dat de zoon van [naam 2] zelf naar de winkel is gekomen. Deze verklaringen komen niet overeen. Van eiser mag worden verwacht dat hij consequent verklaart, ook als er meerdere vragen daarover worden gesteld. Ook heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiser summier verklaart over de zoon van [naam 2], aangezien eiser zijn naam en leeftijd niet weet. Dat eiser zich niet heeft ingespannen om deze informatie te achterhalen mag verweerder in eisers nadeel meewegen. Daarnaast stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat eiser niet heeft onderbouwd dat de mensen die vier jaar geleden betrokken waren bij het steekincident, waarbij eiser gewond raakte, iets te maken hebben met de stam van de zoon van [naam 2].

Zwaarwegendheidsbeoordeling wel geloofwaardig geachte delen asielrelaas

9. De rechtbank stelt vast dat verweerder wel geloofwaardig acht dat de oudste broer van eiser, [naam 1], in 2006 is vermoord door een klasgenoot genaamd [naam 2]. Verweerder gelooft ook dat eisers andere oudere broer, [naam 3], in het zelfde jaar wraak heeft genomen, [naam 2] heeft vermoord, hiervoor is vervolgd en één jaar en zeven maanden heeft vastgezeten in de gevangenis. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de aan deze gebeurtenissen ontleende vrees bij terugkeer terecht onvoldoende zwaarwegend gevonden. Daarbij heeft verweerder terecht van belang geacht dat de gebeurtenissen van 20 jaar geleden dateren en dat eiser, na de incidenten met [naam 2] en zijn broers in 2006, nog acht jaar zonder problemen in Syrië heeft gewoond en daarna in Libanon. De verwijzing naar de gevolgen en bredere context van eerwraak – waaronder het in beroep overgelegde nieuwsartikel – heeft verweerder niet hoeven volgen, omdat dit de verklaringen van eiser niet minder onduidelijk of summier maakt.

Vrees vanwege afvalligheid

10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder verder op goede gronden geconcludeerd dat eiser ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Syrië gegronde vrees heeft vanwege het niet praktiseren van de islam dan wel zijn wijze van geloof belijden. In dit kader heeft verweerder ter zitting terecht gewezen op het Algemeen Ambtsbericht voor Syrië van januari 2026, waarin staat dat de geraadpleegde bronnen niet bekend waren met concrete voorbeelden van atheïsten en afvalligen van de islam die in de verslagperiode problemen ondervonden.

Reëel risico op ernstige schade vanwege situatie van willekeurig geweld

11. Artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatieverordening, gaat allereerst over de situatie waarin de mate van willekeurig geweld in het kader van een gewapend conflict zo hoog is dat een ieder alleen al door zijn aanwezigheid in dat land of gebied een reëel risico loopt op ernstige schade. In deze meest uitzonderlijke situatie wordt niet toegekomen aan het betrekken van individuele omstandigheden.

Artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatieverordening kan ook betrekking hebben op een ‘minder uitzonderlijke situatie’. Dan moet niet alleen gekeken worden naar de veiligheidssituatie in het land van herkomst, maar ook naar de individuele situatie en de persoonlijke omstandigheden van een asielzoeker. Hoe meer een asielzoeker aannemelijk kan maken dat zijn individuele omstandigheden voor een verhoogd risico zorgen, hoe minder willekeurig geweld is vereist om in aanmerking te komen voor subsidiaire bescherming.

Bij de beoordeling of er sprake is van een uitzonderlijke situatie die onder de reikwijdte van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatieverordening valt, moeten alle relevante omstandigheden globaal in aanmerking worden genomen en specifiek de intensiteit van de gewapende confrontaties, het organisatieniveau van de betrokken strijdkrachten en de duur van het conflict, alsook andere elementen zoals de geografische omvang van het gebied waar het willekeurig geweld plaatsvindt, de daadwerkelijke bestemming van een asielzoeker bij terugkeer en het antwoord op de vraag of de strijdende partijen ook opzettelijk geweld gebruiken tegen burgers. De Afdeling heeft geoordeeld dat humanitaire omstandigheden ook als relevante omstandigheid in deze globale beoordeling moeten worden betrokken. Daarbij is van belang dat alleen humanitaire omstandigheden die momenteel worden veroorzaakt en/of in stand worden gehouden door het handelen en/of nalaten van de partijen die actief betrokken zijn in het gewapende conflict betrokken moeten worden bij de 15c-beoordeling.

12. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechter in het voornemen en het bestreden besluit voldoende onderbouwd waarom er in [provincie], het gebied van terugkeer van eiser, sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Verweerder heeft uit het Algemeen Ambtsbericht van Syrië van januari 2026 kunnen concluderen dat over het algemeen het aantal burgerslachtoffers in [provincie], gelet op het aantal inwoners sinds de machtsovername laag is gebleven. De provincie [provincie] telt volgens het IOM ongeveer 5.629.033 inwoners in december 2025 en in heel 2025 zijn er in de provincie [provincie] 265 burgerdoden gedocumenteerd. Verweerder heeft erop kunnen wijzen dat zelfs als alle burgerslachtoffers het gevolg zouden zijn van willekeurig geweld in plaats van gericht geweld, het aantal dan alsnog te beperkt is om te concluderen dat er sprake is van een hoger risico op willekeurig geweld. Verweerder heeft daarbij in het verweerschrift kunnen betrekken dat uit de aard van de incidenten blijkt dat een aanzienlijk deel van het geweld een gericht karakter had en was gericht op militaire objecten en strijdende partijen. Burgers vormen niet het primaire doelwit. Verweerder heeft er daarnaast in het verweerschrift terecht op gewezen dat uit het Algemeen Ambtsbericht van 2026 volgt dat het aantal geweldsincidenten en burgerdoden in [provincie] in vergelijking met de vorige verslagperiode is afgenomen. Ook keren er in Syrië op grote schaal ontheemde mensen terug, ook naar [provincie]. Verweerder heeft zich ook terecht op het standpunt gesteld dat uit de door eiser aangehaalde resolutie van het Europees parlement van 12 februari 2026 niet blijkt dat de veiligheidssituatie in Syrië sinds januari 2026 dermate verslechterd is dat terugkeer niet mogelijk is.

Wat betreft de humanitaire omstandigheden heeft verweerder er terecht op gewezen dat de humanitaire situatie in Syrië niet, dan wel slechts in zeer beperkte mate, te wijten is aan huidig handelen door actoren die partij zijn bij een lopend gewapend conflict. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de partijen die momenteel actief betrokken zijn in het gewapende conflict de slechte humanitaire omstandigheden in [provincie] veroorzaken en/of in stand houden. De stelling van eiser dat de situatie in [provincie] instabiel is en wordt gekenmerkt door een machtsvacuüm en geweld na het vertrek van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) en de binnenkomst van troepen van de Syrische overgangsregering, onderbouwd dat standpunt onvoldoende. Verweerder heeft namelijk kunnen tegenwerpen dat er in januari 2026 hevige gevechten hebben plaatsgevonden tussen de SDF en de overgangsregering, maar dat volgens het IOM op 25 januari naar schatting 81% van de mensen die voor het geweld in de stad [provincie] zijn gevlucht weer waren teruggekeerd en alle wegen weer open waren en het elektriciteitsnetwerk ook weer werkend was.

13. Nu er sprake is van een lager niveau van willekeurig geweld, dient eiser aan de hand van zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden aannemelijk te maken dat hij een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat eiser geen relevante persoonlijke kenmerken heeft aangevoerd die maken dat hij een hoger risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Eiser heeft aangevoerd dat hij een verhoogd risico loopt omdat hij zijn geloof niet praktiseert, soms bidt hij en soms niet. Ook voert eiser aan dat hij alcohol drinkt en hasj gebruikt. Daarbij stelt eiser te vrezen voor een verdergaande islamisering van Syrië. Verweerder concludeert terecht dat deze omstandigheden geen verband houden met een verhoogd risico op willekeurig geweld maar juist op eventueel gericht geweld.

Het terugkeerbesluit

14. De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft op 23 februari 2026 geoordeeld dat verweerder in het kader van het terugkeerbesluit (ambtshalve) moet beoordelen of de vreemdeling bij terugkeer naar Syrië een reëel risico loopt om in een situatie terecht te komen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Hoewel artikel 3 van het EVRM en artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatieverordening in essentie overeenkomen, heeft het Hof van Justitie van de EU eerder al geoordeeld deze artikelen verschillen qua inhoud en dat de uitlegging van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn autonoom moet plaatsvinden.

De humanitaire omstandigheden in Syrië kunnen een rol spelen in de vraag of eiser bij terugkeer een reëel risico loopt om in een situatie terecht te komen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Daarbij is van belang dat het EHRM in het arrest Sufi en Elmi twee situaties onderscheidt.

In de eerste situatie is de humanitaire crisis voornamelijk het gevolg van de directe en indirecte handelingen van partijen (overheid of niet-overheidsactoren) bij het conflict. Voor deze eerste situatie geldt een lichtere toets. Er moet namelijk worden gekeken naar eisers ‘ability to cater for his most basic needs, such as food, hygiene and shelter, his vulnerability to ill-treatment and the prospect of his situation improving within a reasonable time-frame.’. De vraag is dus of eiser in staat is om in zijn meest basale levensbehoeften te voorzien.

In de tweede situatie, waarin de humanitaire omstandigheden niet direct of indirect veroorzaakt worden door het direct of indirect handelen of nalaten van een overheid of niet-overheidsactor die partij is bij een conflict, maar bijvoorbeeld door armoede of natuurrampen, geldt een zwaardere toets. In dat geval moet eiser aannemelijk maken dat er bij terugkeer sprake is van ‘very exceptional circumstances where the humanitarian grounds against removal are compelling’. De humanitaire omstandigheden kunnen in deze tweede situatie dus alleen een schending van artikel 3 van het EVRM opleveren in zeer uitzonderlijke gevallen, waarbij de gronden tegen verwijdering ‘dwingend’ zijn.

15. De rechtbank stelt vast dat eiser in het bestreden besluit geen volledige, zelfstandige beoordeling heeft gemaakt van de vraag of eiser bij terugkeer naar de provincie [provincie] een reëel risico loopt om in een situatie terecht te komen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM vanwege de humanitaire omstandigheden. Dit is een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek en alleen al daarom is het beroep gegrond.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de slechte humanitaire omstandigheden in Syrië niet of nauwelijks te wijten zijn aan een thans lopend gewapend conflict waardoor er volgens verweerder sprake is van de tweede situatie en eiser aan de ‘zwaardere toets’ moet voldoen. De rechtbank volgt verweerder hierin niet. Verweerder heeft onvoldoende uitgelegd waarom in dit geval moet worden aangesloten bij de ‘zwaardere’ toets. Het is van belang dat bij de situatie van de ‘lichtere toets’ niet alleen de slechte humanitaire omstandigheden die momenteel worden veroorzaakt en/of in stand worden gehouden door het handelen en/of nalaten van partijen die actief betrokken zijn in het gewapende conflict een rol spelen, zoals in de 15c-beoordeling het geval is, maar ook de slechte humanitaire omstandigheden die het gevolg zijn van het jarenlange conflict in Syrië sinds het uitbreken van de oorlog in 2011.

Gelet op het vorenstaande is er in het verweerschrift, voor zover dat ziet op het terugkeerbesluit, sprake van een motiveringsgebrek met betrekking tot artikel 3 van het EVRM. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit dan ook in zoverre. De rechtbank ziet echter aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand dienen te worden gelaten en overweegt daartoe als volgt.

Ongeacht of wordt uitgegaan van de ‘lichtere’ of ‘zwaardere’ toets – heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar [provincie] een reëel risico loopt om in een situatie terecht te komen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een dwingende grond of een situatie waarin hij niet in zijn basale levensbehoeften kan voorzien. In het nader gehoor is gevraagd wat er zou gebeuren als eiser moet terugkeren naar Syrië. Eiser heeft in het nader gehoor alleen de algehele veiligheidssituatie en de kwestie met de Al Mijadima aangevoerd. Hoewel sprake is van een slechte en complexe humanitaire situatie, heeft eiser met hetgeen hij heeft aangevoerd de lat van het arrest Sufi en Elmi niet gehaald. Terwijl het in de eerste plaats aan eiser is om het risico op refoulement aannemelijk te maken. Verweerder heeft zich in zijn verweerschrift terecht op het standpunt gesteld dat eiser een gezonde jongvolwassen man is, tot 2014 in [provincie] heeft gewoond, tot een grote stam behoort, heeft verklaard dat hij in Libanon jarenlang in het sanitair heeft gewerkt, en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer niet in staat zal zijn om opnieuw een bestaan op te bouwen. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank in beroep dan ook voldoende beoordeeld in welke situatie eiser bij terugkeer terecht zal komen en terecht geconcludeerd deze situatie niet in strijd is met artikel 3 van het EVRM.

Conclusie en gevolgen

16. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking, omdat het aanvankelijk van een ondeugdelijke motivering was voorzien. Omdat de afwijzing van de asielaanvraag met de schriftelijke aanvullende motivering van het verweerschrift en de mondelinge aanvullende motivering ter zitting alsnog deugdelijk is gemotiveerd, laat de rechtbank, gelet op rechtsoverweging 15.3 van deze uitspraak, de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Dat betekent dat de afwijzing van eisers asielaanvraag en het terugkeerbesluit in stand blijven.

17. Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 1.868,- (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor de zitting, waarde per punt € 934,-, wegingsfactor 1) vanwege de door een derde verleende beroepsmatige rechtsbijstand. Omdat eiser op toevoeging is bijgestaan, dient verweerder dit bedrag aan de gemachtigde van eiser te betalen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit, voor zover dat ziet op het terugkeerbesluit;

- laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van €1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand