ECLI:NL:RBDHA:2026:22104

ECLI:NL:RBDHA:2026:22104

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-08-2026
Datum publicatie 07-08-2026
Zaaknummer NL26.16501
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Asiel; Syrië; geen onderzoek naar aangifte; vrees voor vervolging vanwege problemen met milities niet aannemelijk; relatief lager niveau van willekeurig geweld voldoende gemotiveerd; motiveringsgebreken bij 3 EVRM-beoordeling; 3 EVRM-beoordeling in verweerschrift; beroep gegrond en rechtsgevolgen in stand gelaten.

Uitspraak

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. A. de Haan),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Sarmastzada).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft op 1 februari 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 17 maart 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 21 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, H. Rida als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

Het asielrelaas

2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1999 en heeft de Syrische nationaliteit. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft Syrië in 2015 verlaten vanwege de oorlog daar en omdat hij meermaals is benaderd om zich aan te sluiten bij één van de onderdelen van het Vrije Syrische Leger. Deze onderdelen behoren nu, volgens eiser, tot het huidige regime. Daarbij heeft eisers vader bij terugkeer naar Syrië in 2025 problemen gehad met de autoriteiten in Syrië. Om voorgenoemde redenen vreest eiser te worden bedreigd bij terugkeer.

Het bestreden besluit

3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante asielmotieven:

Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De problemen met milities acht verweerder ongeloofwaardig, omdat eiser geen objectieve documenten heeft overgelegd om dit asielmotief te onderbouwen en omdat eisers verklaringen hierover niet samenhangend en aannemelijk zijn.

Verweerder vindt dat eiser bij terugkeer naar Syrië op basis van het geloofwaardig gevonden asielmotief geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Verweerder heeft ook een terugkeerbesluit vastgesteld met een vertrektermijn van vier weken.

Wat vindt eiser in beroep?

4. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn asielaanvraag en voert – kort samengevat – het volgende aan. Verweerder had de aangifte van eisers vader moeten onderzoeken, omdat dit kan bijdragen aan de geloofwaardigheid van eisers problemen.

Dat eiser daarbij in het aanmeldgehoor niet over de contacten met milities heeft verklaard, betekent niet dat eiser informatie doelbewust heeft achtergehouden. Verweerder miskent dat het mogelijk is dat andere problemen dan de directe aanleiding van vertrek na verloop van tijd meer op de voorgrond komen, zoals de problemen met milities. Ook is het niet zo dat eiser geen gevolgen of problemen ondervond doordat eiser is benaderd door personen die tegen het regime streden in de periode 2012-2015. Eiser verklaart namelijk dat er is gedreigd om hem of zijn familie te vermoorden.

Verweerder gaat ten onrechte niet in op de redenen die eiser naar voren heeft gebracht voor het niet vermelden van de Griekse aanvraag en het is niet duidelijk in welke belangen verweerder door het niet vermelden ervan is geschaad.

Daarnaast is verweerders standpunt dat er sprake zou zijn van de laagste gradatie van willekeurig geweld ondeugdelijk gemotiveerd. Eiser verwijst daarbij naar de jurisprudentie en naar het Algemeen Ambtsbericht van Syrië van 2026. Eiser onderbouwt ook waarom er sprake is van een ernstige humanitaire situatie in Syrië, door middel van verwijzingen naar rapporten en algemene ambtsberichten.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.

Volle toetsing

6. De rechtbank stelt voorop dat het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Ebilum heeft geoordeeld dat asielrechters een volledig en ex nunc onderzoek moeten verrichten naar alle feitelijke en juridische elementen in een zaak. Daarom toetst de rechtbank alle onderdelen van het besluit volledig en zonder terughoudendheid, waarbij zij afziet van termen als ‘niet ten onrechte’.

Aangifte door eisers vader

7. Eiser heeft een aangifte van zijn vader overgelegd, waarmee eiser wil aantonen dat zijn vader door milities is bedreigd toen hij terugkeerde naar Syrië in 2025. Dit is volgens eiser gedaan door dezelfde mensen die zijn familie eerder hebben lastiggevallen en die hebben gedreigd dat zijn familie zal worden weggestuurd van de plaats waar zij woonde. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat verweerder de aangifte had moeten onderzoeken, omdat zelfs als uit de aangifte zou blijken dat de vader van eiser is lastiggevallen daaruit niet zonder meer volgt dat eiser hetzelfde zal overkomen. Verweerder stelt zich dus terecht op het standpunt dat de aangifte geen inzicht geeft in eisers persoonlijke omstandigheden en waarom dit bijdraagt aan het risico dat eiser bij terugkeer stelt te ondervinden.

Geen gegronde vrees voor vervolging vanwege problemen met milities

8. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser zijn persoonlijke vrees vanwege de gestelde problemen met milities niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft ten eerste kunnen concluderen dat eiser summier en wisselend heeft verklaard over zijn problemen met de milities. Enerzijds stelt eiser in de periode 2012 tot 2015 namelijk alleen benaderd te zijn door mensen van strijdende partijen om hem ervan te overtuigen deel te nemen aan de strijd met het regime en anderzijds verklaart eiser ook door hen bedreigd te zijn. Verweerder heeft er daarbij op kunnen wijzen dat eiser niet nader heeft toegelicht waarom hij bedreigd zou zijn met de dood. Verweerder heeft ook mogen betrekken dat eiser heeft verklaard in die periode geen vervolging of problemen te hebben ondervonden door de personen die hem benaderden. Daarnaast heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiser in grote lijnen niet geloofwaardig is, omdat eiser heeft gelogen over zijn asielaanvraag in Griekenland.

Reëel risico op ernstige schade vanwege situatie van willekeurig geweld

9. Artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatieverordening, gaat allereerst over de situatie waarin de mate van willekeurig geweld in het kader van een gewapend conflict zo hoog is dat een ieder alleen al door zijn aanwezigheid in dat land of gebied een reëel risico loopt op ernstige schade. In deze meest uitzonderlijke situatie wordt niet toegekomen aan het betrekken van individuele omstandigheden.

Artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatieverordening kan ook betrekking hebben op een ‘minder uitzonderlijke situatie’. Dan moet niet alleen gekeken worden naar de veiligheidssituatie in het land van herkomst, maar ook naar de individuele situatie en de persoonlijke omstandigheden van een asielzoeker. Hoe meer een asielzoeker aannemelijk kan maken dat zijn individuele omstandigheden voor een verhoogd risico zorgen, hoe minder willekeurig geweld is vereist om in aanmerking te komen voor subsidiaire bescherming.

Bij de beoordeling of er sprake is van een uitzonderlijke situatie die onder de reikwijdte van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatieverordening valt, moeten alle relevante omstandigheden globaal in aanmerking worden genomen en specifiek de intensiteit van de gewapende confrontaties, het organisatieniveau van de betrokken strijdkrachten en de duur van het conflict, alsook andere elementen zoals de geografische omvang van het gebied waar het willekeurig geweld plaatsvindt, de daadwerkelijke bestemming van een asielzoeker bij terugkeer en het antwoord op de vraag of de strijdende partijen ook opzettelijk geweld gebruiken tegen burgers. De Afdeling heeft geoordeeld dat humanitaire omstandigheden ook als relevante omstandigheid in deze globale beoordeling moeten worden betrokken. Daarbij is van belang dat alleen humanitaire omstandigheden die momenteel worden veroorzaakt en/of in stand worden gehouden door het handelen en/of nalaten van de partijen die actief betrokken zijn in het gewapende conflict betrokken moeten worden bij de 15c-beoordeling.

10. Verweerder heeft in het bestreden besluit ten aanzien van de situatie van willekeurig geweld alleen verwezen naar het eigen beleid, waarin is vastgelegd dat voor Syrië een relatief lager niveau van willekeurig geweld geldt. In aanvulling daarop heeft verweerder in het briefverweer en ter zitting nader onderbouwd waarom er in Aleppo sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Verweerder heeft er in het briefverweer terecht op gewezen dat uit het Algemeen ambtsbericht van Syrië van januari 2026 blijkt dat het aantal geweldsincidenten in Aleppo gedurende de verslagperiode relatief stabiel was en in vergelijking met de vorige verslagperiode afnam. Het aantal burgerdoden is eind 2025 afgenomen in vergelijking met het begin van dat jaar. Ook keren er in Syrië op grote schaal ontheemde mensen terug, ook naar Aleppo. Verweerder heeft daarbij in het verweerschrift kunnen betrekken dat uit de aard van de incidenten blijkt dat een aanzienlijk deel van het geweld een gericht karakter had en was gericht op militaire objecten en strijdende partijen. Burgers vormen niet het primaire doelwit. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder hiermee in het bestreden besluit, het verweerschrift en ter zitting voldoende deugdelijk gemotiveerd dat er in Syrië, en in Aleppo in het bijzonder, sprake is een relatief lager niveau van willekeurig geweld.

Wat betreft de humanitaire omstandigheden heeft verweerder er in het bestreden besluit terecht op gewezen dat een slechte humanitaire situatie niet zonder meer valt onder de bescherming van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatieverordening. Verweerder benadrukt dat, ondanks dat er een precaire humanitaire situatie is, dit niet onder de reikwijdte van willekeurig geweld valt omdat het geen gevolg is van een lopend gewapend conflict. Uit hetgeen eiser heeft aangevoerd volgt ook niet dat de gestelde slechte humanitaire omstandigheden in Aleppo worden veroorzaakt of in stand worden gehouden door partijen die momenteel actief betrokken zijn in het gewapende conflict.

De rechtbank is daarom van oordeel dat uit de stukken onvoldoende blijkt dat er een verband is tussen het geweld van de huidige strijdende partijen en de slechte humanitaire omstandigheden in Aleppo.

11. Nu er sprake is van een lager niveau van willekeurig geweld, dient eiser aan de hand van zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden aannemelijk te maken dat hij een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat eiser geen relevante persoonlijke kenmerken heeft aangevoerd die maken dat hij een hoger risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. De rechtbank overweegt, wellicht ten overvloede, dat onder rechtsoverweging 8 al is overwogen dat verweerder terecht concludeert dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft vanwege problemen met milities. Daarbij houdt deze omstandigheid verband met een vrees voor gericht geweld in plaats van een verhoogd risico op willekeurig geweld.

Het terugkeerbesluit

12. De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft op 23 februari 2026 geoordeeld dat verweerder in het kader van het terugkeerbesluit (ambtshalve) moet beoordelen of de vreemdeling bij terugkeer naar Syrië een reëel risico loopt om in een situatie terecht te komen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Hoewel artikel 3 van het EVRM en artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatieverordening in essentie overeenkomen, heeft het Hof van Justitie van de EU eerder al geoordeeld deze artikelen verschillen qua inhoud en dat de uitlegging van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn autonoom moet plaatsvinden.

De humanitaire omstandigheden in Syrië kunnen een rol spelen in de vraag of eiser bij terugkeer een reëel risico loopt om in een situatie terecht te komen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Daarbij is van belang dat het EHRM in het arrest Sufi en Elmi twee situaties onderscheidt.

In de eerste situatie is de humanitaire crisis voornamelijk het gevolg van de directe en indirecte handelingen van partijen (overheid of niet-overheidsactoren) bij het conflict. Voor deze eerste situatie geldt een lichtere toets. Er moet namelijk worden gekeken naar eisers ‘ability to cater for his most basic needs, such as food, hygiene and shelter, his vulnerability to ill-treatment and the prospect of his situation improving within a reasonable time-frame.’. De vraag is dus of eiser in staat is om in zijn meest basale levensbehoeften te voorzien.

In de tweede situatie, waarin de humanitaire omstandigheden niet direct of indirect veroorzaakt worden door het direct of indirect handelen of nalaten van een overheid of niet-overheidsactor die partij is bij een conflict, maar bijvoorbeeld door armoede of natuurrampen, geldt een zwaardere toets. In dat geval moet eiser aannemelijk maken dat er bij terugkeer sprake is van ‘very exceptional circumstances where the humanitarian grounds against removal are compelling’. De humanitaire omstandigheden kunnen in deze tweede situatie dus alleen een schending van artikel 3 van het EVRM opleveren in zeer uitzonderlijke gevallen, waarbij de gronden tegen verwijdering ‘dwingend’ zijn.

13. De rechtbank stelt vast dat eiser in het bestreden besluit geen volledige, zelfstandige beoordeling heeft gemaakt van de vraag of eiser bij terugkeer naar de provincie Aleppo een reëel risico loopt om in een situatie terecht te komen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM vanwege de humanitaire omstandigheden. Dit is een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek en alleen al daarom is het beroep gegrond.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de slechte humanitaire omstandigheden in Syrië niet of nauwelijks te wijten zijn aan een thans lopend gewapend conflict waardoor er volgens verweerder sprake is van de tweede situatie en eiser aan de ‘zwaardere toets’ moet voldoen. De rechtbank volgt verweerder hierin niet. Verweerder heeft onvoldoende uitgelegd waarom in dit geval moet worden aangesloten bij de ‘zwaardere’ toets. Het is van belang dat bij de situatie van de ‘lichtere toets’ niet alleen de slechte humanitaire omstandigheden die momenteel worden veroorzaakt en/of in stand worden gehouden door het handelen en/of nalaten van partijen die actief betrokken zijn in het gewapende conflict een rol spelen, zoals in de 15c-beoordeling het geval is, maar ook de slechte humanitaire omstandigheden die het gevolg zijn van het jarenlange conflict in Syrië sinds het uitbreken van de oorlog in 2011.

Gelet op het vorenstaande is er in het verweerschrift, voor zover dat ziet op het terugkeerbesluit, sprake van een motiveringsgebrek met betrekking tot artikel 3 van het EVRM. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit dan ook in zoverre. De rechtbank ziet echter aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand dienen te worden gelaten en overweegt daartoe als volgt.

Ongeacht of wordt uitgegaan van de ‘lichtere’ of ‘zwaardere’ toets – heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Aleppo een reëel risico loopt om in een situatie terecht te komen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een dwingende grond of een situatie waarin hij niet in zijn basale levensbehoeften kan voorzien. In het nader gehoor is gevraagd wat er zou gebeuren als eiser moet terugkeren naar Syrië. Eiser heeft in het nader gehoor alleen de algehele veiligheidssituatie en de problemen met milities aangevoerd. Hoewel sprake is van een slechte en complexe humanitaire situatie, heeft eiser met hetgeen hij heeft aangevoerd de lat van het arrest Sufi en Elmi niet gehaald. Terwijl het in de eerste plaats aan eiser is om het risico op refoulement aannemelijk te maken. Verweerder heeft zich in zijn verweerschrift terecht op het standpunt gesteld dat eiser een gezonde jongvolwassen man is die tot 2015 in Aleppo heeft gewoond. Daarbij heeft verweerder er op kunnen wijzen dat eisers vader en twee broers van eisers vader zijn teruggekeerd naar Syrië, in ieder geval één van de broers van eisers vader nog in Syrië aanwezig is, en eisers vader bij een vriend van hem heeft kunnen verblijven, waardoor eiser familie ofwel enigszins een netwerk heeft in Syrië. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank in beroep dan ook voldoende beoordeeld in welke situatie eiser bij terugkeer terecht zal komen en terecht geconcludeerd deze situatie niet in strijd is met artikel 3 van het EVRM.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking, omdat het aanvankelijk van een ondeugdelijke motivering was voorzien. Omdat de afwijzing van de asielaanvraag met de schriftelijke aanvullende motivering van het verweerschrift en de mondelinge aanvullende motivering ter zitting alsnog deugdelijk is gemotiveerd, laat de rechtbank, gelet op rechtsoverweging 13.3 van deze uitspraak, de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Dat betekent dat de afwijzing van eisers asielaanvraag en het terugkeerbesluit in stand blijven.

15. Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 2.335,- (1 punt voor het beroepschrift, 0,5 punt voor repliek/dupliek, 1 punt voor de zitting, waarde per punt € 934,-, wegingsfactor 1) vanwege de door een derde verleende beroepsmatige rechtsbijstand. Omdat eiser op toevoeging is bijgestaan, dient verweerder dit bedrag aan de gemachtigde van eiser te betalen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit, voor zover dat ziet op het terugkeerbesluit;

- laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 2.335,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand