Vaststelling van staatloosheid
Beschikking op het op 5 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker] ,
verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.E. de Poorte in Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, hierna: de Staat,
zetelende in ’s-Gravenhage,
vertegenwoordigd door: mr. Y. Verheugd.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- de brief van 12 maart 2026 van de Staat;
- het e-mailbericht van 15 april 2026 van de zijde van verzoeker.
Omdat het advies van de Staat overeenstemt met dat wat door verzoeker is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.
Feiten
De volgende feiten blijken uit het dossier:
- Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , Syrië.
- Verzoeker heeft tot mei 2012 in Syrië gewoond. Van mei 2012 tot augustus 2022 heeft verzoeker in Qatar gewoond.
- Verzoeker is op 22 augustus 2022 Nederland ingereisd en heeft op 26 augustus 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel.
- Bij beschikking van 20 februari 2024 is aan verzoeker een verblijfsvergunning asiel verleend met ingang van 26 augustus 2022 tot 26 augustus 2027.
- Verzoeker is in het bezit van de volgende documenten welke zijn gecontroleerd door Bureau Documenten van de IND en echt zijn bevonden:
- een individueel uittreksel uit de burgerlijke stand voor Palestijnen, afgegeven in Syrië;
- een familieboekje van GAPAR, afgegeven in Syrië;
- een Syrisch reisdocument voor Palestijnen/vluchtelingen, afgegeven in Syrië.
- Verzoeker is in het bezit van het volgende document, dat is gecontroleerd door Bureau Documenten van de IND en is beoordeeld met “advies niet mogelijk”:
- een UNRWA family registration certificate, afgegeven in Syrië.
Verzoek en het advies van de Staat
Verzoeker verzoekt vast te stellen dat hij staatloos is, met veroordeling van de Staat in de proceskosten.
De Staat adviseert het verzoek tot vaststelling van de staatloosheid van verzoeker toe te wijzen.
Beoordeling
Vaststelling staatloosheid
Juridisch kader
Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid, hierna: Wvs).
Op grond van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op grond van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien haar niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
Ontvankelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.
Relevante landen
Gelet op de overgelegde stukken, zal de rechtbank de Palestijnse Gebieden, Syrië en Qatar bij de beoordeling van het verzoek tot vaststelling van de staatloosheid van verzoeker betrekken. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat verzoeker een andere nationaliteit kan hebben verkregen.
Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?
Gelet op de door verzoeker overgelegde documenten –welke documenten echt zijn bevonden door Bureau Documenten van de IND – in onderlinge samenhang bezien is het aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is. Voor zover verzoeker de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende.
Uit het ‘Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden’ (april 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de ‘Werkinstructie SUA’ van 11 december 2020 van de IND (nummer en titel: WI 2020/19 Palestijnen, hierna te noemen: de Werkinstructie) volgt dat Nederland de staat Palestina en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen afkomstig uit de Palestijnse gebieden daarom als staatloos, tenzij zij nog een andere nationaliteit hebben.
Wordt verzoeker als onderdaan van Syrië beschouwd?
Verzoeker stelt als Palestijn in Syrië geboren te zijn.
Op grond van de nationaliteitswetgeving van Syrië (decreet 276 uit 1969; bevestiging hiervan is te vinden in het Algemeen Ambtsbericht Syrië van mei 2022 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken) kan de Syrische nationaliteit onder andere worden verkregen door afstamming van een Syrische vader. Een moeder kan naar Syrisch nationaliteitsrecht haar nationaliteit alleen doorgeven in het geval het kind is geboren in Syrië en de vader het kind niet heeft erkend. Van deze situaties is in dit geval niet gebleken, zodat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Syrische nationaliteit via zijn vader of moeder kan hebben verkregen.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verzoeker de Syrische nationaliteit heeft verkregen.
Wordt verzoeker als onderdaan van Qatar beschouwd?
Verzoeker heeft van mei 2012 tot augustus 2022 in Qatar gewoond.
Uit de Qatarese nationaliteitswetgeving volgt dat het mogelijk is om de Qatarese nationaliteit te verkrijgen. Hiervoor geldt als voorwaarde een legaal verblijf gedurende 25 jaar. Hier voldoet verzoeker niet aan.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verzoeker de Qatarese nationaliteit heeft.
Conclusie
De rechtbank stelt, gelet op het voornoemde, de staatloosheid van verzoeker vast.
De rechtbank stuurt, na het onherroepelijk worden van deze beschikking, een afschrift van de beschikking naar de woongemeente van verzoeker.
Proceskosten
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een veroordeling van de Staat in de proceskosten van verzoeker en zal het verzoek daartoe afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
*
stelt vast dat verzoeker staatloos is;
*wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 8 juli 2026.