Beschikking op het op 13 april 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. de Bluts te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.E. van der Meijs te Zoetermeer.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 1 mei 2026 van de advocaat van de vader, met bijlagen;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek. Zij hebben daarvan geen gebruik gemaakt.
Op 11 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1], hierna: [minderjarige 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats 1], hierna: [minderjarige 2];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 2], hierna: [minderjarige 3];
- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2025 te [geboorteplaats 1], hierna: [minderjarige 4].
- De kinderen verblijven momenteel bij de moeder.
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over de kinderen belast.
Verzoek en verweer
In de bodemprocedure (C/09/703217)
De vader heeft verzocht:
- hem mede te belasten met het ouderlijk gezag over de kinderen;
- een zorgregeling (c.q. een omgangsregeling) vast te stellen tussen de vader en de
kinderen, waarbij de kinderen de even weken bij hem zijn van donderdagmiddag 17.30 uur tot en met zondagavond 18.30 uur en de oneven weken van dinsdagavond 17.30 uur tot donderdagochtend, en waarbij de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en hen terugbrengt naar de moeder of naar school en die kosten voor zijn rekening neemt;
alsmede een regeling voor de vakanties en de feestdagen waarbij de kinderen in ieder geval gedurende de zomervakantie drie aaneengesloten weken bij de vader zijn en drie aaneengesloten weken bij de moeder, en de kinderen:
- met Kerst altijd een Kerstdag bij de vader verblijven en een Kerstdag bij de moeder;
- met Pasen altijd een Paasdag bij de vader verblijven en een Paasdag bij de moeder;
- om het jaar op Oudejaarsdag vanaf 17.00 uur bij de vader verblijven tot Nieuwjaarsdag om 17.00 uur, waarbij de kinderen op 31 december 2026 voor het eerst bij de vader verblijven vanaf 17.00 uur tot 1 januari 2027 17.00 uur;
- een informatie- en consultatieregeling vast te stellen, opdat de moeder de vader
maandelijks per e-mail informeert over de belangrijkste ontwikkelingen van de kinderen en hem raadpleegt als zich gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de kinderen voordoen;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd. Bovendien heeft de moeder zelfstandig verzocht te bepalen dat de vader een bijdrage zal betalen in de kosten van de verzorging en opvoeding van de kinderen van € 25,- per maand per kind, met ingang van 1 juni 2025, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
In de voorlopige voorzieningenprocedure (C/09/703233)
De vader heeft verzocht een zorgregeling en een informatieregeling vast te stellen.
Beoordeling
De verzoeken in de bodemprocedure (C/09/703217)
Omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Juridisch kader
Op grond van artikel 1:377a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft het kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met het kind. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vaststelt dan wel, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang ontzegt.
Standpunt vader
Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft de vader, verkort weergegeven, het volgende aangevoerd. De vader wil een band opbouwen met de kinderen. De moeder belemmert echter het contact tussen hem en de kinderen. De moeder handelt daarmee in strijd met het belang van de kinderen. Voor zover de moeder dit zou stellen vindt hij het belangrijk te benoemen dat hij geen alcohol drinkt tijdens de omgang met de kinderen en dat hij ook niet meer rookt. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de kinderen bij hem onveilig zijn. Er zijn daarom geen contra-indicaties voor vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en de kinderen.
Standpunt moeder
De moeder heeft aangegeven dat de vader haar agressief heeft bejegend, geïntimideerd en seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond. Ook was sprake van structurele emotionele en financiële controle, vernedering en manipulatie. Volgens de moeder is zij meerdere malen slachtoffer geweest van huiselijk geweld. Bovendien heeft de moeder aangevoerd dat sprake was van verslavings- en geestelijke problematiek bij de vader. De moeder heeft aangegeven dat de vader in mei 2025 tijdens een videogesprek een vuurwapen toonde, waarna de politie betrokken is geraakt en meerdere meldingen zijn gedaan bij Veilig Thuis. Na dit incident was de moeder met de kinderen genoodzaakt om een periode in [instantie] en een andere (geheime) opvang te verblijven. De vader heeft de kinderen sinds oktober 2025 niet meer fysiek gezien. De moeder heeft aangegeven dat zij zich niet verzet tegen contact tussen de vader en de kinderen, maar wel tegen de regeling die de vader voorstaat. De moeder is van mening dat het contact, dat verstoord is geraakt, zorgvuldig moet worden hersteld onder begeleiding van professionele hulpverlening. Hierbij moet de veiligheid van de kinderen worden gewaarborgd. Onbegeleide omgang is momenteel voor de kinderen nog een brug te ver. De moeder staat achter uitbreiding van de omgang, zodra de professionele hulpverlening dit verantwoord acht voor de kinderen.
Overwegingen rechtbank
Gebleken is dat er veel is gebeurd in het leven van de kinderen en de ouders. De kinderen zijn getuige geweest van ruzies tussen de ouders en de kinderen hebben in verband met escalaties hun vertrouwde leefomgeving verlaten en op wisselende plekken verbleven. In het eindverslag ASH van Cardea staat hierover het volgende vermeld:
“Het gezin heeft in de afgelopen periode veel ingrijpende en onveilige gebeurtenissen meegemaakt. Moeder heeft jarenlang in een situatie geleefd waarin zij zich niet veilig voelde en waardoor zij een groot deel van de zorg alleen heeft moeten dragen. Door deze ervaringen en alles wat er nu tegelijk op haar afkomt, is moeder op dit moment zwaar overbelast. Zij ervaart veel mentale en praktische druk en geeft zelf aan dat zij het overzicht vaak kwijt is, ondanks haar grote inzet en motivatie. Hierdoor lukt het haar niet altijd om dingen op te pakken zoals zij dat graag zou willen. Daarnaast speelt haar ADHD een rol. Moeder krijgt op dit moment geen medicatie, wat maakt dat plannen, overzicht houden en rust vinden extra moeilijk zijn. Juist omdat moeder zó graag wil, is het van belang dat er in de vervolghulp aandacht komt voor het verwerkende van ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden en voor de juiste ondersteuning en behandeling, waaronder het opnieuw onderzoeken van passende medicatie.”
“Er zijn tijdens dit traject geen zorgen gezien over de veiligheid van de kinderen bij moeder en oma. (…) Voor de toekomst is het belangrijk dat, wanneer moeder straks een eigen woning krijgt en weer zelfstandig met haar kinderen gaat wonen, er een goed ondersteuningsplan klaarstaat.”
“Voor moeder wordt het Team Voor Toekomst aangevraagd, zodat één vaste hulpverlener meerdere leefgebieden kan ondersteunen. Dit sluit goed aan bij de huidige situatie, waarin er tegelijkertijd veel geregeld moet worden rondom opvoeding, financiën, huisvesting en persoonlijke belastbaarheid (en hulp bij aanvraag medicatie). Daarnaast is het wenselijk dat er een begeleiding vanuit het 18+ team betrokken wordt. Deze ondersteuning is nodig om samen met moeder en oma de financiële situatie goed in kaart te brengen en te stabiliseren.”
“Verder is er op dit moment geen omgang met vader. Gezien de eerdere signalen van onveiligheid is het van belang dat hierover zorgvuldige, kindgerichte gesprekken worden gevoerd en dat dit traject professioneel wordt begeleid. Er is passende hulp nodig om te onderzoeken wat mogelijk en wenselijk is rondom contactherstel, waarbij de veiligheid en het welzijn van de kinderen leidend zijn.”
Inmiddels is de situatie tussen de ouders enigszins gestabiliseerd. De moeder verblijft op dit moment met de kinderen bij de oma moederszijde. De vader was enige tijd dakloos. Op de zitting heeft de vader aangegeven dat hij in een daklozenopvang heeft gewoond, maar dat hij nu in een maatschappelijke opvang verblijft en naar verwachting over enkele maanden kan beschikken over een sociale huurwoning. Cardea is momenteel betrokken en begeleidt één keer per week een videobelcontact tussen de vader en de kinderen. De ouders staan bij Cardea op de wachtlijst voor een traject omgangsbegeleiding en zij zullen naar verwachting eind 2026/januari 2027 aan de beurt zijn.
Al met al staat vast dat er sprake is geweest van een instabiele en belastende opvoedomgeving van de kinderen. De gebeurtenissen hebben een grote impact gehad op de kinderen. De rechtbank is van oordeel dat het gelet op deze gebeurtenissen belangrijk is dat het contactherstel tussen de vader en de kinderen, welk contact verstoord geraakt is, professioneel wordt begeleid en dat daarbij voor wat betreft de mogelijkheden tot uitbreiding van de omgang goed wordt gekeken naar het draagvlak van de kinderen. De rechtbank ziet daarom op dit moment geen ruimte om een onbegeleide omgangsregeling tussen de vader en de kinderen vast te stellen, zoals de vader heeft verzocht. De rechtbank begrijpt de wens van de vader om het (fysieke) contact met de kinderen zo spoedig mogelijk te herstellen en op te bouwen. De rechtbank overweegt echter dat het ook in het belang van de vader is dat het traject van contactherstel zorgvuldig verloopt en daarbij rekening wordt gehouden met de belangen van de kinderen. Voor begeleide omgang geldt dat partijen op de wachtlijst staan en voorlopig bij de belmomenten worden begeleid door Cardea. De rechtbank zal de beslissing over de omgangsregeling gelet op het voorgaande aanhouden, in afwachting van de voortgang van de hulpverlening.
Verder merkt de rechtbank nog het volgende op. Volgens de moeder hebben de kinderen aangegeven dat zij de vader missen. Daarom verwacht de rechtbank dat de moeder – eventueel in overleg met de betrokken hulpverlening – de komende periode blijft bezien of er hulpverlening is die de omgang tussen de vader en de kinderen eerder zou kunnen begeleiden. Op de moeder rust als hoofdverzorger van de kinderen namelijk de inspanningsverplichting om de mogelijkheden van begeleide omgang te onderzoeken. In dit kader geeft de rechtbank de moeder in overweging dat omgangsbegeleiding door BOR Humanitas mogelijk een optie is. Als er hulpverlening is die eerder dan Cardea in staat en bereid is om de omgang te begeleiden, dan gaat de rechtbank ervan uit dat deze hulpverlening dan al zal worden ingezet en dat niet de pro formadatum zal worden afgewacht. Gedacht zou kunnen worden aan het starten van één uur begeleid contact in een speeltuin of een andere neutrale omgeving.
De moeder heeft verder op de zitting aangegeven dat zij uitbreiding van de videobelmomenten naar twee keer per week ondersteunt. Ook heeft de moeder toegezegd dat zij dit zal afstemmen met Tien voor Toekomst en/of het wijkteam. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de moeder in overleg met de betrokken hulpverlening ervoor zorgt dat de begeleide videobelmomenten worden uitgebreid naar twee keer per week.
Ouderschapsbemiddeling
Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling om hun onderlinge communicatie te verbeteren. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio.
De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is.
Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. De griffier van de rechtbank stuurt binnen één week na ontvangst van deze rapportage een afschrift van de beschikking en van de voor de beoordeling relevante processtukken aan de Raad. Aan de hand hiervan zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de stukken de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen. De Raad wordt in dat geval verzocht om de volgende vragen te beantwoorden:
- Zijn er zorgen over de veiligheid van de kinderen bij de vader en/of de moeder?- Is vaststelling van een omgangs- c.q. zorgregeling met de vader in het belang van de kinderen? Zo ja, hoe dient de omgangs- c.q. zorgregeling met de vader er qua aard, duur en frequentie uit te zien?
- Is (nadere) hulpverlening voor de vader, de moeder en/of de kinderen noodzakelijk? Zo ja, welke hulpverlening wordt geadviseerd?
- Zijn er volgens de Raad nog andere zaken van belang bij de beoordeling van de zaak?
Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.
Gezag
Juridisch kader
Op grond van artikel 1:253c, eerste lid, BW kan de tot het gezag bevoegde ouder, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders gezamenlijk met het ouderlijk gezag te belasten. Het verzoek om de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten wordt slechts afgewezen indien: a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b) afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Standpunt vader
De vader heeft verzocht om mede met het gezag over de kinderen te worden belast. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat hij in staat is om in het belang van de kinderen mee te beslissen over aangelegenheden met betrekking tot de kinderen. De vader is op de hoogte van wat zich afspeelt in het leven van de kinderen. De vader wil graag meer betrokken worden bij de kinderen.
Standpunt moeder
De moeder heeft zich verzet tegen het verzoek. De moeder heeft aangegeven dat zij geen vertrouwen meer heeft in de vader vanwege wat zich in het verleden heeft afgespeeld. De moeder heeft gesteld dat de vader het gezamenlijk gezag zal misbruiken om op die manier controle op de moeder te kunnen blijven uitoefenen. Verder heeft de moeder naar voren gebracht dat de kinderen behoefte hebben aan rust en stabiliteit. Bij gezamenlijk gezag zal de moeder meer moeten communiceren met de vader, wat leidt tot stress en spanningen. De kinderen zullen dit merken, wat niet in hun belang is.
Overwegingen rechtbank
De rechtbank overweegt als volgt. Op dit moment kan de rechtbank niet beoordelen wat de gevolgen zijn van toewijzing, dan wel afwijzing van het verzoek van de vader ten aanzien van het gezag en wat ervoor nodig is om een stabiele en duurzame situatie voor de kinderen te bewerkstelligen. Zoals hiervoor overwogen, hebben de ouders ingestemd met een verwijzing naar een ouderschapsbemiddelingstraject en zal er ook een traject omgangsbegeleiding worden ingezet. In dat verband hebben beide ouders op de zitting ingestemd met aanhouding van een beslissing op het verzoek ten aanzien van het gezag, althans hebben zij zich daar niet tegen verzet. Gelet hierop zal de rechtbank iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag in afwachting van de hulpverleningstrajecten aanhouden tot na te melden pro formadatum.
Voor het geval de Raad zal toekomen aan het verrichten van een onderzoek, verzoekt de rechtbank de Raad aanvullend ook de vraag te beantwoorden:
- Ziet de Raad mogelijkheden voor en/of belemmeringen bij de gezamenlijke
uitvoering van het gezag door de ouders? Wat is er nodig om eventuele belemmeringen op te heffen?
Informatie- en consultatieregeling
Juridisch kader
Op grond van artikel 1:377b, eerste lid, BW is de ouder die met het gezag is belast verplicht om de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind. Op verzoek van een ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen.
Overwegingen rechtbank
De vader heeft verzocht een informatie- en consultatieregeling vast te stellen waarbij de moeder hem maandelijks informeert over de kinderen en hem raadpleegt over belangrijke aangelegenheden ten aanzien van de kinderen. De moeder heeft zich verzet tegen de verzochte frequentie. Zij wil het contact met de vader beperken. Als de rechtbank een informatieregeling zal bepalen, dan staat de moeder een regeling voor waarbij zij de vader eenmaal per drie maanden zal informeren.
Op de zitting heeft de moeder ingestemd met het verzoek van de vader. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet. Daarbij overweegt de rechtbank dat de informatieregeling een eenzijdige zending van informatie van de moeder aan de vader betreft en dat de vader hier niet op dient te reageren. Verder is op de zitting besproken dat de moeder de informatie per e-mail aan de vader zal sturen en zij een hulpverlener van Tien voor Toekomst en/of het wijkteam in de CC van deze e-mail zal meenemen.
De rechtbank zal de informatie- en consultatieregeling vaststellen als na te melden. Het meer of anders verzochte te dien aanzien zal de rechtbank afwijzen. Gelet op de overeenstemming tussen de ouders zal de rechtbank een beslissing over de informatie- en consultatieregeling niet nader aanhouden in afwachting van de hulpverleningstrajecten.
Kinderalimentatie
Het zelfstandig verzoek van de moeder ten aanzien van de kinderalimentatie is van deze procedure afgesplitst en geregistreerd onder het zaak- en rekestnummer C/09/706900 / FA RK 26-5848. De rechtbank zal in die procedure beslissen over het verdere verloop.
Het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen (C/09/703233)
Op de zitting heeft de vader het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen ingetrokken. De rechtbank zal daarom vaststellen dat er niets meer te beslissen valt.
BeslissingDe rechtbank:
in de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/703217 / FA RK 26-3649
bepaalt dat de moeder met ingang van heden de vader eenmaal per maand schriftelijk informatie zal verschaffen over de ontwikkeling en het welzijn van de kinderen;
bepaalt dat de moeder de vader zal raadplegen – zo nodig door tussenkomst van derden – over te nemen belangrijke beslissingen die betrekking hebben op de kinderen;
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader], (de vader)
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de moeder], (de moeder)
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar: Jeugdteams Leidse Regio, Haarlemmerstraatweg 31 – 8519 –, 2343 LA Oegstgeest, en de Raad voor de Kinderbescherming;
bepaalt dat de ouders de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren over het verloop van voornoemd traject;
bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders;
bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van deze beschikking, de rapportage en de relevante processtukken die na deze beschikking zijn ingekomen aan de Raad voor de Kinderbescherming toestuurt;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming bij een niet positief verlopen traject na ontvangst van de brief van de rechtbank met de hiervoor genoemde stukken te bezien of een raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan tot 15 januari 2027 pro forma;
in de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/703233 / FA RK 26-3661
stelt vast dat er niets meer te beslissen valt.