ECLI:NL:RBDHA:2026:22235

ECLI:NL:RBDHA:2026:22235

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-07-2026
Datum publicatie 09-08-2026
Zaaknummer C/09/700083 / FA RK 26-1805
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beschikking van de meervoudige kamer. Beeindiging gezag van de vader; afwijzing verzoek tot beeindiging van gezag van de moeder. 8 EVRM; 3 en 20 IVRK.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/700083 / FA RK 26-1805

Datum uitspraak: 9 juli 2026

Beschikking van de meervoudige kamer over beëindiging van ouderlijk gezag

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, 'sGravenhage,

hierna te noemen: de Raad,

over de minderjarige

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats 1],

hierna te noemen: [minderjarige].

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. A.G. de Jong uit Den Haag,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats],

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Amsterdam,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

De rechtbank merkt als informant aan:

[de (half)broer] ,

zijnde de (half)broer van [minderjarige],hierna te noemen bij zijn roepnaam: [de (half)broer].

1. Het verloop van de procedure

Op 20 februari 2026 heeft de rechtbank het verzoekschrift met bijlagen ontvangen, waaronder het rapport van de Raad van 19 februari 2026.

Op 5 juni 2026 heeft de rechtbank aan de Raad gevraagd om, indien mogelijk, het meest recente gezinsplan te overleggen. Dit heeft de rechtbank op 9 juni 2026 ontvangen van de gecertificeerde instelling.

Aan de moeder is een advocaat toegevoegd in het kader van de pilot kosteloze rechtsbijstand. De vader heeft aangegeven geen bijstand van een advocaat te wensen.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

[naam 1] namens de Raad;

de moeder met haar advocaat;

[naam 2] namens de gecertificeerde instelling;

[de (half)broer] via een videoverbinding.

De vader is niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat hij juist is opgeroepen.

De rechtbank heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft een dag voor de zitting, op 10 juni 2026, een gesprek gevoerd met de kinderrechter, tevens de voorzitter van de meervoudige kamer. Tijdens de zitting heeft de voorzitter, met goedvinden van [minderjarige], samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.

De vader en de moeder zijn samen belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

[minderjarige] woont bij [zorginstelling].

Bij beschikking van 29 december 2025, verbeterd bij beschikking van 16 januari 2026, heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder laatstelijk verlengd tot 5 januari 2027.

De gecertificeerde instelling heeft zich bij brief van 31 juli 2025 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt het ouderlijk gezag van de vader en de moeder te beëindigen en de gecertificeerde instelling te benoemen tot voogd over [minderjarige]. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. [minderjarige] heeft een belast verleden en er is sprake van persoonlijke problematiek, waardoor hij gedragsproblemen laat zien. Hij heeft in hoge mate behoefte aan begeleiding, structuur en duidelijkheid. [minderjarige] vindt het lastig om de juiste keuzes te maken omdat hij situaties niet goed overziet. Hij brengt zichzelf daardoor in gevaar door middel van drugsgebruik, omgang met verkeerde vrienden en delinquent gedrag. Daarnaast zijn er zorgen over zijn schoolgang. De ouders van [minderjarige] zijn niet in staat om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn te dragen. Sinds de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [minderjarige] in 2021 is het niet gelukt om de zorgen bij ouders thuis weg te nemen en is er geen reëel perspectief op terugplaatsing bij de vader of de moeder. De ouders geven weinig invulling aan hun rol als ouder met gezag. Het contact is beperkt en noodzakelijke zaken zoals het geven van toestemming voor psychodiagnostisch onderzoek of het regelen van een ID-kaart, OV-kaart of bankrekening worden niet of niet tijdig geregeld voor [minderjarige]. Professionele betrokkenheid is nodig bij de besluiten die voor [minderjarige] gemaakt moeten worden. Het beleggen van de voogdij over [minderjarige] bij broer [de (half)broer] vindt de Raad niet passend vanwege de juridische en financiële gevolgen voor [de (half)broer].

4. De standpunten van de gecertificeerde instelling en de ouders

Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. Daartoe heeft de moeder aangevoerd dat een gezagsbeëindigende maatregel zeer ingrijpend is en dat uit jurisprudentie volgt dat het gegeven dat het perspectief niet bij de niet-verzorgende ouder ligt, niet zonder meer betekent dat het gezag van die ouder beëindigd moet worden. De moeder stelt zich op het standpunt dat daar in het onderhavige geval sprake van is. De moeder accepteert dat [minderjarige] bij [zorginstelling] zal opgroeien. [minderjarige] komt om het weekend bij zijn moeder logeren en dat gaat goed. De moeder is betrokken en zij heeft een goede samenwerking met [de (half)broer]. [minderjarige] heeft goed contact met zijn coach. Het netwerk is aldus voldoende steunend en de moeder meent dat het in het belang van [minderjarige] is dat zij als ouder met gezag bij hem betrokken blijft. De reden dat er weinig zaken geregeld worden voor [minderjarige], is gelegen in het feit dat de jeugdbeschermer al maanden ziek is. Artikel 8 EVRM brengt volgens de moeder met zich mee dat een minder ingrijpende maatregel moet worden verkozen boven de gezagsbeëindiging. Gelet hierop verzoekt de moeder om het verzoek van de Raad af te wijzen.

Uit het rapport van de Raad volgt dat de vader achter het verzoek staat mits de voogdij wordt uitgevoerd door een andere jeugdbeschermer, omdat de band tussen hem en de huidige jeugdbeschermer niet goed is. De jeugdbeschermer heeft volgens de vader geen pogingen ondernomen om het contact tussen hem en [minderjarige] te verbeteren. De vader heeft geen contact meer met [minderjarige].

De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen en het verzoek van de Raad. Vorig jaar waren er veel zorgen rondom [minderjarige], maar sinds [de (half)broer] als vertegenwoordiger van moeder betrokken is geraakt heeft [de (half)broer] veel taken van de moeder overgenomen. De gecertificeerde instelling maakt zich op dit moment zorgen dat [minderjarige] mogelijk niet meer welkom is op school vanwege agressief gedrag. [minderjarige] staat nu op de wachtlijst van [schoolnaam]. In april 2026 heeft een diagnostisch onderzoek plaatsgevonden naar het IQ en de persoonlijkheid van [minderjarige]. De gecertificeerde instelling heeft de uitslag daarvan nog niet ontvangen. Wellicht wordt naar aanleiding van dit onderzoek ingezet op een leer-werktraject voor [minderjarige]. Hoewel [minderjarige] positieve stappen zet en de betrokkenheid van [de (half)broer] steunend is, is een gezagsbeëindigende maatregel en het benoemen van een voogd volgens de gecertificeerde instelling in het belang van [minderjarige], omdat duidelijkheid belangrijk is voor hem. Ook moeten belangrijke keuzes gemaakt worden voor [minderjarige], zoals waar hij gaat wonen wanneer hij meerderjarig wordt. Het is tot op heden niet gelukt om tot een goede samenwerking met beide ouders te komen. Met de vader is helemaal geen contact meer mogelijk. De moeder is wisselend in wat zij goed vindt voor [minderjarige] en het lukt haar al langere tijd niet om tijdig betrokken te zijn bij beslissingen over [minderjarige]. Het is lastig gebleken om toestemming van ouders te krijgen voor zaken die geregeld moet worden voor [minderjarige].

[de (half)broer] heeft naar voren gebracht dat hij veel voor [minderjarige] regelt en hem ook financieel ondersteunt. Hij heeft inmiddels ook een ID-kaart geregeld voor [minderjarige].

[de (half)broer] maakt zich wel zorgen om het drugsgebruik en de schoolgang van [minderjarige]. [minderjarige] verveelt zich daardoor veel op de woongroep, waardoor hij zich kan gaan misdragen.

[de (half)broer] heeft verder naar voren gebracht dat hij het gevoel heeft niet verder te komen met de gecertificeerde instelling, omdat onduidelijk is wie de uitgevallen jeugdbeschermer vervangt. Daardoor kunnen geen stappen gezet worden in het belang van [minderjarige]. Het contact met de moeder is goed, aldus [de (half)broer]. Hij kijkt samen met haar naar de behoeftes ven [minderjarige] om hem zoveel mogelijk stabiliteit en duidelijkheid te kunnen geven. [de (half)broer] vindt het zelf niet passend om met de voogdij belast te worden. Dit neemt niet weg dat hij graag nauw betrokken wil blijven bij [minderjarige].

5. De beoordeling

De rechtbank kan het gezag van een ouder beëindigen indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of de ouder het gezag misbruikt.

Gelet op het bepaalde in artikel 3 en 20 IVRK overweegt de rechtbank dat bij het nemen van een beslissing tot beëindiging van het gezag de belangen van het kind voorop staan. Het kind dat niet verblijft in het eigen gezin heeft recht op zekerheid, continuïteit en ongestoorde hechting in de alternatieve leefsituatie en duidelijkheid over zijn opvoedingsperspectief.

De rechtbank overweegt dat een gezagsbeëindiging een verstrekkende maatregel is en een uiterst redmiddel dient te zijn. Deze maatregel heeft, net als een ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing, een inmenging tot gevolg in het gezinsleven van een ouder en een kind. Om die reden vereist artikel 8 EVRM niet alleen dat de maatregel bij de wet is voorzien, maar ook dat indien het doel met een lichtere maatregel kan worden bereikt, deze verkozen dient te worden boven de zwaardere maatregel. Daarnaast dient de inmenging in het gezinsleven die het gevolg is van de maatregel, in een redelijke verhouding te staan tot het doel dat met de maatregel wordt nagestreefd (subsidiariteit en proportionaliteit).

In 2025 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de lijn in de jurisprudentie bevestigd dat bij een uithuisplaatsing de band van een kind met de ouders behouden moet blijven, tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die maken dat deze band moet worden doorbroken.

In dit geval overweegt de rechtbank als volgt. [minderjarige] is opgegroeid in een situatie bij beide ouders, waarin sprake was van huiselijk geweld, middelengebruik en financiële problemen. Daardoor is bij [minderjarige] sprake van trauma-gerelateerde problematiek, waarvoor begeleiding en behandeling noodzakelijk is. Ook heeft [minderjarige] een bovengemiddelde behoefte aan structuur en duidelijkheid. Het is de afgelopen jaren niet gelukt een thuisplaatsing bij de vader of de moeder te realiseren. Sinds oktober 2025 gaat [minderjarige] niet meer naar school, waardoor zijn ontwikkeling stagneert en hij geen structurele dagbesteding meer heeft. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de ontwikkeling van [minderjarige] nog steeds ernstig wordt bedreigd. De ouders zijn niet in staat binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn de volledige verantwoordelijkheid voor zijn verzorging en opvoeding te dragen. In zoverre wordt dus voldaan aan het wettelijke criterium.

De rechtbank ziet vervolgens een verschil tussen de vader en de moeder.

Ten aanzien van de vader blijkt uit de stukken en de verklaringen tijdens de mondelinge behandeling dat handhaving van het gezag van de vader niet in het belang van [minderjarige] is.

Gebleken is dat de vader om hem moverende redenen sinds drie jaar niet meer betrokken is in het leven van [minderjarige]. De vader woont met zijn nieuwe partner in [provincie] en er is al drie jaar vrijwel geen contact meer tussen hem en [minderjarige]. De ondertoezichtstelling van [minderjarige] heeft hierin geen verandering kunnen brengen. Vanwege wantrouwen jegens de jeugdbeschermer lukt het de vader niet om met de gecertificeerde instelling samen te werken. Hij is onbereikbaar voor de jeugdbeschermer. Er is vanuit de woongroep van [minderjarige] ook geen contact (meer) met de vader. De vader geeft daarom al lange tijd geen uitvoering aan zijn gezag. Gebleken is bovendien dat de problematiek van vader onder meer gelegen is in beperkte belastbaarheid vanwege de gevolgen van een tentamen suïcide. Daardoor ligt de vader veelal op bed en slaapt hij veel. Doordat de vader verder niet betrokken is in het leven van [minderjarige], weet hij niet wat er speelt en welke beslissingen in het belang van [minderjarige] genomen moeten worden.

Met de Raad is de rechtbank van oordeel dat niet valt te verwachten dat hierin binnen korte termijn verandering komt, aangezien de vader er bij voortduring blijk van geeft geen rol meer te vervullen in het leven van [minderjarige]. De rechtbank verwacht daarom niet dat de vader [minderjarige] op korte termijn kan bieden wat [minderjarige] van hem nodig heeft. Hierbij neemt de rechtbank in overweging dat de vader geen verweer heeft gevoerd tegen het verzoek van de Raad, heeft aangegeven geen juridische bijstand te wensen en ook niet is verschenen bij de mondelinge behandeling. Daarnaast neemt de rechtbank in haar afweging mee dat [minderjarige] tijdens het kindgesprek heeft aangegeven dat hij het niet erg vindt als het gezag van zijn vader wordt beëindigd, omdat hij nauwelijks contact met hem heeft.

Onder deze omstandigheden staat de gezagsbeëindiging naar het oordeel van de rechtbank in redelijke verhouding en is er geen minder ingrijpende maatregel mogelijk om te zorgen dat [minderjarige] zo onbelast mogelijk opgroeit en beslissingen in zijn belang kunnen worden genomen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank dan ook het gezag van de vader beëindigen.

Wat betreft de situatie van de moeder oordeelt de rechtbank anders.

De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat in het geval van de moeder niet is voldaan aan de vereisten die artikel 8 EVRM stelt aan een gezagsbeëindiging. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

De wettelijke bepaling voor beëindig van ouderlijk gezag betreft een kan-bepaling. Tegen de achtergrond van voornoemde Europese wetgeving en jurisprudentie betekent dit een zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen en een keuze voor de minst zware maatregel. Ook in de Nederlandse jurisprudentie is de wijze waarop de gezaghebbende ouder, invulling geeft aan het gezag een factor van belang bij de beoordeling van een verzoek dit te beëindigen. Dat geldt ook in het geval dat er niet meer teruggewerkt wordt naar plaatsing van de minderjarige bij de ouder.

Vast is komen te staan dat [minderjarige] al geruime tijd een stabiele plek heeft bij [zorginstelling], waar de moeder mee instemt en waar hij ook tot zijn meerderjarigheid kan verblijven. Hij stelt zich steeds meer open naar de begeleiding en er is sprake van een vertrouwensband met de begeleiders op de groep. [minderjarige] gaat regelmatig bij zijn moeder op bezoek en deze contactmomenten verlopen goed. Ook heeft [minderjarige] een goede band met zijn coach en heeft hij veel steun aan [de (half)broer]. Sinds [de (half)broer] in 2025 als vertegenwoordiger voor de moeder is betrokken, zet de moeder zich ook beter in voor [minderjarige]. Zij heeft goed en veelvuldig contact met [de (half)broer] en inmiddels is er ook een bewindvoerder betrokken bij de moeder, waardoor haar financiële situatie beter geborgd is. Met hulp van [de (half)broer] en de bewindvoerder is er aldus voor de moeder meer steun om haar gezag te kunnen uitoefenen.

Ook neemt de rechtbank in haar overweging mee dat tijdens de zitting is gebleken dat de uitvoering van de ondertoezichtstelling op dit moment belemmerd wordt door de afwezigheid van de betrokken jeugdbeschermer en nog niet duidelijk is wie haar vervangt. De rechtbank ziet hierin nog mogelijkheden voor de gecertificeerde instelling om samen met de moeder te werken aan de belemmeringen die zij ervaart.

Onder deze omstandigheden is er op dit moment voor de rechtbank dan ook geen aanleiding om aan te nemen dat de moeder haar gezag niet op deze wijze, op afstand, kan en zal blijven uitoefenen. Evenmin is gebleken dat de gezondheid en de ontwikkeling van [minderjarige] op dit moment worden geschaad als de moeder haar gezag behoudt. Van het tegendeel lijkt zelfs sprake te zijn, nu [minderjarige] heeft aangegeven minder gemotiveerd te zijn wanneer de moeder op (meer) afstand komt te staan en het voor hem daarom belangrijk is dat de moeder het gezag behoudt.

Tenslotte is de rechtbank niet gebleken dat een gezagsbeëindiging van de moeder nodig is omdat dit [minderjarige] meer duidelijkheid geeft, nu alle belanghebbenden het erover eens zijn dat het perspectief van [minderjarige] niet ter discussie staat. [minderjarige] heeft hierover ook geen twijfels. Naar het oordeel van de rechtbank is een gezagsbeëindiging dan ook niet noodzakelijk om de gewenste duidelijkheid over het toekomstperspectief van [minderjarige] te bewerkstelligen.

De rechtbank acht een beëindiging van het gezag van de moeder onder deze omstandigheden niet in het belang van [minderjarige]. De ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] kan worden weggenomen met een lichtere maatregel dan gezagsbeëindiging. Op grond van het dossier en wat ter zitting naar voren is gebracht is de rechtbank van oordeel dat de maatregelen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing op dit moment voldoende waarborgen bieden, in lijn met artikel 8 EVRM. De rechtbank zal daarom het verzoek van de Raad tot het beëindigen van het gezag van de moeder afwijzen.

Het voorgaande leidt ertoe dat de moeder voortaan alleen het gezag over [minderjarige] heeft. Dat betekent dat zij – maar wel in overleg met de gecertificeerde instelling – de gezagsbeslissingen over [minderjarige] neemt en de rechtbank geen voogd hoeft te benoemen.

Daarbij is wel van belang, en de rechtbank heeft daar ook vertrouwen in, dat de moeder haar medewerking blijft verlenen aan de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing, alsmede aan de te nemen gezagsbeslissingen. Aangezien [minderjarige] op [datum] 2028 meerderjarig wordt, is het van groot belang dat er de komende tijd aan hem de hulp kan worden geboden die noodzakelijk is om de stap naar volwassenheid op een goede manier te zetten.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing blijft gelden als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De rechtbank:

beëindigt het ouderlijk gezag van de vader

[de vader] , geboren op [geboortedatum 2] 1974 in [geboorteplaats 2],

over de minderjarige

[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats 1];

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven op 9 juli 2026 door mr. R. van Zeijst-Repelaer van Driel, mr. K.A.M. van der Zon en mr. H.J.M. Bellekom, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. S.T. Viezee als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.T. Viezee als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand