RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/699280 / JE RK 26-221
Datum uitspraak: 9 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Rijsdam uit Leiden,
[de stiefvader] ,
hierna te noemen: de stiefvader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1. Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter heeft bij beschikking van 9 april 2026 de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 13 juli en de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden tot de zitting van mr. M.M. Meijers op 9 juli 2026 om 9.45 uur.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 9 april 2026 en de daarin genoemde stukken;
- de schriftelijke update van gecertificeerde instelling van 12 juni 2026.
Op 9 juli 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige];
de moeder met haar advocaat;
de stiefvader;
- [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter heeft [minderjarige] uitgenodigd voor een kindgesprek. [minderjarige] is niet op het kindgesprek verschenen. [minderjarige] is wel verschenen op de zitting van 9 juli 2026. De kinderrechter heeft besloten – na instemming van de moeder, de stiefvader en de gecertificeerde instelling – dat [minderjarige] de hele zitting aanwezig mag zijn. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter met [minderjarige] gesproken.
2. De feiten
Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 9 april 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling handhaaft haar verzoeken en verzoekt om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de resterende duur, te weten tot 30 maart 2027. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft zich sinds de zitting van 9 april 2026 intensief ingezet voor het verkrijgen van een zorgvuldig en actueel beeld van de situatie van [minderjarige], het herstellen van de regie op de hulpverlening en het verbeteren van de samenwerking met de betrokkenen. De eerste stappen zijn gezet in het herstellen van de werkrelatie met de ouders. Daarnaast zijn er vaste begeleiders aan [minderjarige] gekoppeld vanuit [zorginstantie] om de continuïteit te waarborgen en de communicatie met [minderjarige] en de moeder te verbeteren. De moeder heeft nu tweewekelijks contact met [zorginstantie]. Het eerste gesprek tussen [minderjarige] en de nieuwe begeleiders heeft hij als onprettig ervaren. De afspraak is dat [minderjarige] in vervolggesprekken meer ruimte krijgt om zijn eigen wensen en behoefte kenbaar te maken. Het blijft belangrijk om te monitoren of deze communicatie ook structureel en betrouwbaar wordt voortgezet vanuit [zorginstantie], gezien de eerdere ervaringen in het verleden. Daarnaast is [minderjarige] overgeschreven naar een tandarts en wordt actief gecontroleerd of hij de afspraken nakomt. Verder is het positief dat [minderjarige] op eigen initiatief een opleiding heeft geregeld bij [schoolnaam], dat ziet op een combinatie van school en werk. Verder is recent diagnostisch onderzoek afgenomen vanuit [zorginstantie]. Met de resultaten hiervan kan een passende aanvraag worden gedaan voor ondersteuning vanuit de WMO gericht op zijn naderende meerderjarigheid. Op dit moment wordt gekeken naar mogelijkheden voor begeleid wonen en worden aanmeldingen gedaan voor passende vervolgvoorzieningen. Hierbij wordt zowel binnen als buiten de regio gekeken, omdat de moeder en de stiefvader te kennen hebben gegeven mogelijk naar de regio Drenthe te willen verhuizen.
De gecertificeerde instelling is van mening dat er beweging is gekomen in de situatie en de noodzakelijke verbeteringen in de hulpverlening zijn opgestart, maar zij ziet ook dat deze ontwikkelingen nog pril zijn. Het is belangrijk dat de kwaliteit en de inhoud van de begeleiding nog verder versterkt wordt, de doelen uit het zorgplan concreet worden gemaakt en dat [minderjarige] zich daadwerkelijk gehoord en serieus genomen voelt. De gecertificeerde instelling wil zich hier de komende periode voor blijven inzetten en wil toewerken naar een passend en duurzaam toekomstperspectief voor [minderjarige].
4. De standpunten
Door en namens de moeder is ter zitting – kort weergegeven – het volgende naar voren gebracht. De moeder ziet een kleine positieve ontwikkeling, maar maakt zich ook nog steeds zorgen. Het is fijn dat het contact met de jeugdbeschermer iets beter verloopt en de maandag na de zitting staat een klachtgesprek gepland bij de gecertificeerde instelling. Het vertrouwen in de gecertificeerde instelling blijft voor de moeder wel lastig. Daarnaast zal er ook een klachtengesprek plaatsvinden bij [zorginstantie]. De afspraken met [zorginstantie] worden nog niet goed nageleefd. Het is vooral belangrijk dat er nog meer persoonlijke aandacht is voor [minderjarige] en hij nog meer betrokken wordt.
De stiefvader deelt de zorgen die door de moeder naar voren zijn gebracht. Volgens hem komt de (kleine) beweging en positieve ontwikkeling die – na jaren - heeft plaatsgevonden bij de hulpverlening en de gecertificeerde instelling doordat de maatregelen de vorige zitting voor korte duur zijn verleend. De stiefvader verzoekt daarom om de maatregelen opnieuw voor een korte periode te verlengen. De stiefvader is bang dat als de maatregelen weer voor lange duur worden verleend, bepaalde zaken weer worden losgelaten en opnieuw misgaan.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter zal daarom de maatregelen voor de verzochte resterende duur verlengen. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Volgens de kinderrechter is er nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging en blijft het noodzakelijk dat de jeugdbeschermer nog langer betrokken blijft. Zoals ook al is opgenomen in de beschikking van 9 april 2026 heeft [minderjarige] een zeer belast verleden. [minderjarige] is daardoor al voor langere tijd uit huis geplaatst en heeft door zijn eigen uitdagingen en problematiek een grote behoefte aan professionele begeleiding en ondersteuning. Door de problematiek van [minderjarige] en alles wat in het verleden is gebeurd is het niet meer mogelijk voor [minderjarige] om bij de moeder en de stiefvader te gaan wonen. Gezien deze specifieke behoefte voor intensieve hulpverlening van [minderjarige] vond de kinderrechter het de vorige zitting zeer zorgelijk om te horen dat de noodzakelijke hulpverlening was gestagneerd – door het gebrek aan een vaste jeugdbeschermer – en dat onvoldoende zicht was op het verblijf van [minderjarige] bij [zorginstantie]. Daarnaast was er ook nog geen duidelijk zicht op een vervolgtraject en perspectief van [minderjarige]. De kinderrechter is daarom blij om te lezen en te horen dat de afgelopen periode de eerste positieve stappen zijn gezet.
Het is positief dat de werkrelatie tussen de moeder en de gecertificeerde instelling (voorzichtig) lijkt te zijn verbeterd en dat de eerste aanmeldingen voor de vervolgplekken voor [minderjarige] zijn gedaan. Daarnaast is het goed om te horen dat [minderjarige] zichzelf heeft aangemeld voor een opleiding en hij ook gemotiveerd is om dit te gaan doen. De kinderrechter wil [minderjarige] hiervoor dan ook complimenteren en spreekt de hoop uit dat hij in de toekomst ook – wat zijn wens is – als vrachtwagenchauffeur aan de slag kan gaan. Verder is het positief dat er twee vaste begeleiders zijn toegewezen aan [minderjarige] vanuit [zorginstantie]. Aan de andere kant heeft de kinderrechter ook vernomen dat er sinds de aanstelling van de nieuwe begeleiders, slechts één gesprek met [minderjarige] heeft plaatsgevonden. [minderjarige] heeft aangegeven dat hij dit gesprek als onprettig heeft ervaren, maar een herstelgesprek heeft nog niet plaatsgevonden. [minderjarige] voelt zich daardoor nog steeds niet voldoende gehoord. De kinderrechter vindt het ontzettend belangrijk dat het herstelgesprek tussen [minderjarige] en zijn begeleiders snel plaatsvindt bij [zorginstantie]. De kinderrechter doet een uitdrukkelijk beroep aan [zorginstantie] om zich aan de gemaakte afspraken met [minderjarige] en de gecertificeerde instelling te houden. Het is van groot belang – mede gelet op de leeftijd van [minderjarige] en zijn naderende meerderjarigheid – dat [minderjarige] actief wordt meegenomen in de plannen over hem en dat met regelmaat gesprekken met hem plaatsvinden.
Hoewel de eerste stappen dus zijn gezet, ziet de kinderrechter ook dat er de komende periode nog veel moet gebeuren. De kinderrechter ziet op dit moment dan ook geen meerwaarde in een korte verlenging van de maatregelen. De kinderrechter heeft voldoende vertrouwen dat de gecertificeerde instelling zich de komende periode actief zal blijven inzetten om de ingezette positieve ontwikkeling verder voort te zetten. Daarbij is het belangrijk dat de jeugdbeschermer blijft monitoren hoe het met [minderjarige] bij [zorginstantie] gaat en de gecertificeerde instelling bij hen blijft aangeven wat [minderjarige] nodig heeft om zich zo positief mogelijk te ontwikkelen. Daarnaast is het van belang dat de gecertificeerde instelling ook toezicht kan houden op de noodzakelijke hulpverlening voor [minderjarige]. Ten slotte is het van belang dat de komende periode wordt toegewerkt naar een vervolg woonplek voor als [minderjarige] meerderjarig wordt, waarbij ook aandacht is voor andere zaken die geregeld moeten worden als hij achttien jaar wordt. Om het voorgaande vorm te geven is het noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing – voor de plaatsing bij [zorginstantie] – worden verlengd. Nu er geen zicht op is dat [minderjarige] weer bij de moeder en de stiefvader gaat wonen, is de duur van deze machtiging volgens de kinderrechter ook passend en geboden.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 30 maart 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 30 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.L.G. van Otterlo als griffier, en op schrift gesteld op 20 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.