ECLI:NL:RBDHA:2026:22263

ECLI:NL:RBDHA:2026:22263

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-07-2026
Datum publicatie 09-08-2026
Zaaknummer C/09/701808 / FA RK 26-2788
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen. Toewijzing toevertrouwing kind en uitsluitend gebruik echtelijke woning aan vrouw. Afwijzing verzoek man voor voorlopige zorgregeling, gelet op ondertoezichtstelling en eerdere uithuisplaatsing.

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 20 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H.H.R. Bruggeman in Leiderdorp.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. B. Beekman in Noordwijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

De minderjarige [de minderjarige ] is in de gelegenheid gesteld om haar mening te geven over de verzoeken, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt.

Op 25 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat, de man met zijn advocaat en de tolk P. Berry.

Feiten

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt dat:

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Op de zitting heeft de vrouw haar verzoek om [de jong-meerderjarige] aan haar toe te vertrouwen ingetrokken, aangezien [de jong-meerderjarige] inmiddels meerderjarig is.

De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Daarnaast verzoekt de man zelfstandig te bepalen dat [de minderjarige ] voorlopig bij hem zal zijn iedere zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur (na het eten), waarbij de man [de minderjarige ] haalt en brengt en de uitwisseling zal plaatsvinden bij [openbare plek] , nabij de [straatnaam] , voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw heeft op de zitting mondeling verweer gevoerd tegen het zelfstandige verzoek van de man.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

In deze voorlopige voorzieningenprocedure heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht en wordt Nederlands recht toegepast.

Toevertrouwing [de minderjarige ] en uitsluitend gebruik echtelijke woning

De vrouw stelt dat de man eind 2025 na een incident naar Nigeria is vertrokken. Tijdens de zitting op 12 maart 2026 over de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing, heeft de kinderrechter, zo stelt de vrouw, haar verzocht om een verzoek voor voorlopige voorzieningen in te dienen waarbij beide kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd en de vrouw het voorlopig uitsluitend gebruik van de woning verkrijgt. Inmiddels woont [de minderjarige ] weer bij de vrouw.

De rechtbank zal [de minderjarige ] aan de vrouw toevertrouwen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw toewijzen, omdat zij dat in het belang van [de minderjarige ] acht en omdat de man zich daar niet inhoudelijk tegen heeft verweerd.

Voorlopige zorgregeling

Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Na een incident in december 2025 in de huiselijke sfeer is de man naar familie in Nigeria gegaan. [de minderjarige ] en [de jong-meerderjarige] zijn toen onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. Inmiddels wonen beide dochters weer bij de vrouw. De man is recent teruggekeerd naar Nederland en verblijft in een daklozenopvang. Hij heeft op de zitting aangegeven dat hij contact heeft opgenomen met de gecertificeerde instelling en de samenwerking met hen heeft geprobeerd aan te gaan.

De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank begrijpt de wens van de man om weer contact met [de minderjarige ] te hebben. Hoewel de vrouw op de zitting heeft aangegeven dat zij ook inziet dat er weer omgang zou moeten zijn tussen [de minderjarige ] en haar vader en volgens de vrouw [de minderjarige ] ook graag weer contact wil met haar vader, kan de rechtbank er niet omheen dat er recent grote zorgen waren over de ontwikkeling en veiligheid van [de minderjarige ] als gevolg van de vele escalaties en spanningen tussen de ouders. Dit heeft er mede toe geleid dat [de minderjarige ] onder toezicht is gesteld en zelfs enige tijd uit huis geplaatst is geweest. In de beschikking van 18 maart 2026 van de kinderrechter in deze rechtbank is het volgende overwogen: “Het is van groot belang dat bij een eventuele terugkeer van de vader wordt toegezien op het voorkomen van herhaling van eerdere escalaties. Zonder adequate sturing en toezicht kan de terugkeer van de vader opnieuw leiden tot een onveilige situatie voor [de minderjarige ] .

Gelet op de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling en gelet op het feit dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging voor [de minderjarige ] met name gelegen is in de kennelijk heftige escalaties tussen de ouders, acht de rechtbank het het meest in het belang van [de minderjarige ] dat bij het hervatten van het contact met haar vader zorgvuldigheid wordt betracht en dat dit contact gemonitord wordt. Bovendien leidt de rechtbank uit de hiervoor genoemde beschikking af dat de afwezigheid van de vader een belangrijke aanleiding vormde om [de minderjarige ] weer bij haar moeder te laten wonen. Zonder zorgvuldige begeleiding van het contact met haar vader, ligt het risico op de loer dat de omstandigheden die aan de uithuisplaatsing ten grondslag lagen zich opnieuw zullen voordoen, met alle negatieve gevolgen voor [de minderjarige ] van dien. De regie ten aanzien van het contact tussen [de minderjarige ] en de man ligt bij de jeugdbescherming. Zonder dat het contact tussen [de minderjarige ] en haar vader met behulp van de jeugdbescherming is hersteld ziet de rechtbank, in het kader van deze voorlopige voorzieningenprocedure, geen aanleiding om daar nu op in te grijpen. Dat betekent dus dat het op dit moment het meest in het belang van [de minderjarige ] is als de man pas op de plaats maakt. Beide ouders zullen in samenwerking met de jeugdbeschermer de hervatting van het contact tussen [de minderjarige ] en haar vader moeten bespreken en uiteindelijk vormgeven. Gelet op het vorengaande zal de rechtbank het verzoek van de man tot vaststelling van een voorlopige zorgregeling met [de minderjarige ] afwijzen.

Proceskosten

Aangezien het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

*

bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige ] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats 1] , aan de vrouw wordt toevertrouwd;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.P. de Klerk

Griffier

  • mr. P.M.A. van Oosten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand