RECHTBANK DEN HAAG
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
[betrokkene] ,
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/708453 / FA RK 26-6798
Datum beschikking: 09 juli 2026
Beschikking naar aanleiding van het op 06 juli 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. M.B.H. Breitschaft te Den Haag.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 3 juli 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de arts, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft verklaard al twee weken voor haar opname gestopt te zijn met middelengebruik. Het is misgegaan omdat betrokkene met de verkeerde mensen omging. Betrokkene is erg druk door haar ADHD en erkent dat anderen hier last van kunnen hebben, waarop ze haar ook mogen aanspreken. Betrokkene doet haar best en zou graag weer naar huis willen. Zij zal wekelijks naar de huisarts gaan. Betrokkene wil geen betrokkenheid van het wijkteam meer.
De advocaat heeft daarom namens betrokkene verzocht om afwijzing van het verzoek.
De arts heeft verklaard dat betrokkene toen zij werd opgenomen goed kon uitleggen wat er gebeurd was. Het gedrag zoals wordt beschreven in de medische verklaring wordt op de afdeling niet teruggezien. Betrokkene is vriendelijk in contact, kan aangeven dat zijzelf soms te druk is en kan zichzelf hierin ook corrigeren. Er is jarenlang een ambulant wijkteam bij betrokkene betrokken geweest. Betrokkene is toendertijd zonder de hulp van medicatie gestabiliseerd, waarna deze ambulante zorg is afgesloten. Er is geen reden om betrokkene hier opnieuw voor aan te melden, en betrokkene wil dit zelf ook niet. In overleg met de psychiater pleit de arts daarom voor afwijzing van het verzoek.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat bij betrokkene op dit moment geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De arts heeft ter zitting verklaard dat de psychotische symptomen en agressie zijn verbleekt. Bovendien ontvangt betrokkene op dit moment geen behandeling of medicatie en is er ook geen plan voor het inzetten van nazorg. Het voort laten duren van de opname en voortzetting van de crisismaatregel zijn niet doelmatig. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat, hoewel er nog steeds zorgen zijn over een mogelijke nieuwe terugval, deze zorgen de crisismaatregel niet langer rechtvaardigen.
Gelet op het voorgaande zal het verzoek tot een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.