RECHTBANK DEN HAAG
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
[betrokkene],
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/708484 / FA RK 26-6813
Datum beschikking: 9 juli 2026
Beschikking naar aanleiding van het op 6 juli 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. I.G.M. van Gorkum te Den Haag.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 3 juli 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de psychiater, [naam 2];
- de verpleegkundige, [naam 3].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene geeft aan niet te begrijpen waarom hij is opgenomen. Betrokkene wordt momenteel onterecht gesepareerd en hetgeen in de medische verklaring en ter zitting over hem wordt beweerd, klopt niet. Er is bij hem geen sprake van een paranoïde psychose. Betrokkene wil geen medicatie innemen en wil weg uit de kliniek.
De advocaat verzoekt daarom namens betrokkene om afwijzing van het verzoek. Subsidiair verzoekt de advocaat dat wanneer de crisismaatregel wel wordt voortgezet, de vormen van verplichte zorg in de vorm van de onderzoekvormen en het recht op het ontvangen van bezoek worden afgewezen, aangezien deze niet noodzakelijk zijn.
De psychiater heeft verklaard dat de zitting het eerste moment is dat er een inhoudelijk gesprek gevoerd kan worden met betrokkene. Hiervoor is het niet gelukt om een gesprek aan te gaan met betrokkene over de opname en behandeling. Er is geen samenwerking met hem mogelijk, hij wordt snel boos en uit dreigementen.
Wel is contact geweest met een derde, die zich zorgen maakte omdat het niet goed ging met betrokkene en die zich zorgen maakte over de veiligheid. Op basis van de medische verklaring en het huidige beeld bestaat er een vermoeden dat sprake is van een paranoïde psychotische stoornis. Betrokkene ontvangt nu kalmerende medicatie onder dwang en verblijft in de extra beveiligde kamer. Betrokkene heeft de medicatie eerder al eens uitgespuugd.
Nu zo weinig nog bekend is over de situatie van betrokkene en omdat onbekend is wat de decompensatie heeft veroorzaakt, worden de vormen van verplichte zorg in de vorm van de onderzoeksvormen wel noodzakelijk geacht.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstige psychische schade;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene vertoont symptomen van een psychose met achterdocht. Hij heeft last van paranoïde wanen waarbij hij denkt dat zijn kat vermoord is, dat zijn auto beschoten is en dat zijn zus zijn moeder gaat vermoorden. Hij heeft eerder aangegeven bij het NFI te werken en daarom onderzoek te doen naar de kentekens van auto's op straat. Betrokkene is opgenomen nadat hij in verwarde toestand is aangetroffen op een parkeerplaats.
Betrokkene heeft zich agressief opgesteld op de SEH en moest uiteindelijk gefixeerd en gesedeerd worden. Betrokkene is hiernaast vorige week meerdere keren getaserd en gepepperd door de politie nadat hij agressief gedrag toonde. Betrokkene vormt in de huidige situatie een gevaar voor zichzelf en anderen en loopt het gevaar agressie over zich af te roepen. Onbehandeld zal de psychotische decompensatie leiden tot psychische schade bij hem.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een paranoïde psychotische stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op de toelichting ter zitting worden de vormen van verplichte zorg met betrekking tot de onderzoeksvormen noodzakelijk en voorzienbaar geacht.
Gelet op de toelichting van de psychiater ter zitting ziet de rechtbank geen aanleiding om andere vormen van verplichte zorg toe te wijzen. Niet gebleken is dat deze vormen van verplichte zorg de komende periode noodzakelijk en voorzienbaar zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene heeft geen ziektebesef- of inzicht, weigert de medicatie en geeft aan niet in de accommodatie te willen blijven.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 juli 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.