Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 18 juli 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.J. Bouwmeester in Noordwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
per 6 april 2023 Registratie Niet Ingezetenen (RNI), [land 1].
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Binnen de daarvoor gestelde termijn is door de man geen verweerschrift ingediend.
Feiten
Verzoek
De vrouw verzoekt:
Beoordeling
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van de vrouw zich in Nederland bevond en deze daar sinds ten minste een jaar onmiddellijk voorafgaand aan die indiening verblijfplaats had, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. De rechtbank zal op grond van artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek Nederlands (BW) recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
De erkenning van het in het buitenland voltrokken huwelijk
Bij een huwelijk dat in het buitenland is voltrokken, moet de rechtbank ambtshalve de vraag beantwoorden of het huwelijk op grond van artikel 10:31 BW erkend wordt in Nederland. Een buitenlands huwelijk dat naar Nederlands recht niet wordt erkend, kan door de Nederlandse rechter niet worden ontbonden.
Het uitgangspunt is dat een buiten Nederland gesloten huwelijk wordt erkend wanneer het volgens het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden (artikel 10:31 lid 1 BW). Het vierde lid van artikel 10:31 BW bevat een vermoeden van rechtsgeldigheid, inhoudende dat een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn als een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.
De rechtbank stelt voorop dat in de Nederlandse Basisregistratie Personen is geregistreerd dat partijen getrouwd zijn met elkaar. De vrouw heeft ook een kopie van de huwelijksakte overgelegd met hierbij een Nederlandse vertaling.
De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat een origineel afschrift van de huwelijksakte door de vrouw redelijkerwijs niet kan worden overgelegd.
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de kopie van de huwelijksakte en de Nederlandse vertaling dat het huwelijk volgens de wetgeving van partijen is gesloten en dit in Nederland voor erkenning in aanmerking komt.
Omdat het huwelijk in Nederland wordt erkend, kan de rechtbank overgaan tot de inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Het verzoek tot echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.
Het verzoek van de vrouw om de echtscheiding uitvoerbaar bij voorraad te verklaren zal de rechtbank afwijzen, omdat deze beslissing uit de aard van de zaak niet uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard.
Huurrecht
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De woning is in Nederland gelegen. Gelet op artikel 4, lid 3, aanhef en sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek ter zake van het huurrecht van deze woning. De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot het huurrecht van de woning als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Afwikkeling van het huwelijksvermogensregime
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensregime van partijen.
Gelet op de huwelijksdatum – [datum] 1982 – dient de vraag welk recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime beslist te worden door toepassing van de in het Chelouche/Van Leer-arrest (HR 10 december 1976, NJ 1977, 275) geformuleerde conflictregels. Volgens de aanknopingsladder van dit arrest wordt het toepasselijke huwelijksvermogensrecht bij ontbreken van een gezamenlijke rechtskeuze van de aanstaande echtgenoten bepaald door hun gemeenschappelijke nationaliteit ten tijde van de huwelijkssluiting. De rechtbank gaat ervan uit dat de vrouw en de man ten tijde van de huwelijkssluiting allebei de Iraakse nationaliteit hadden, zodat het huwelijksvermogensregime wordt beheerst door Iraaks recht.
Iraaks recht
Het Iraakse recht kent als wettelijk huwelijksgoederenstelsel de algehele scheiding van goederen. Niet is gesteld of gebleken dat partijen een daarvan afwijkend huwelijksgoederenregime zijn overeengekomen. Tussen partijen heeft daarom geen huwelijksgemeenschap bestaan.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw om te bepalen dat het huwelijksvermogensregime wordt beheerst door het Iraakse recht, inhoudende scheiding van vermogens, als niet weersproken en op de wet gegrond, toewijzen.
Bankrekeningen en inboedel
De rechtbank zal de verzoeken ten aanzien van de gezamenlijke bankrekeningen en de inboedel als niet weersproken toewijzen.
Schuld
Met betrekking tot het verzoek van de vrouw over de schuld aan de Dienst Toeslagen overweegt de rechtbank dat geen sprake is van verdeling van een schuld, maar een vaststelling dat de schuld in de onderlinge relatie van partijen door de vrouw wordt gedragen.
De rechtbank zal het meer of anders verzochte afwijzen.
Proceskosten
Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt uit de echtscheiding tussen de man en de vrouw, gehuwd op [datum] 1982 in [plaats 1], [land 2];
*
bepaalt dat de vrouw huurster zal zijn van de woning aan het adres [adres] in [plaats 2];
*
bepaalt dat het huwelijksvermogensregime wordt beheerst door het Iraakse recht, inhoudende scheiding van vermogens;
*
deelt de gezamenlijke bankrekeningen toe aan de vrouw, met veroordeling van de
man tot medewerking aan wijziging van tenaamstelling en/of opheffing daarvan;
*
stelt vast dat de schuld aan de Dienst Toeslagen van € 1.740,- in de onderlinge verhouding tussen partijen door de vrouw wordt gedragen;
*
bepaalt dat iedere partij de door haar/hem behouden inboedel behoudt;
*
verklaart deze beschikking, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
*
wijst af het meer of anders verzochte.