ECLI:NL:RBDHA:2026:22298

ECLI:NL:RBDHA:2026:22298

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-07-2026
Datum publicatie 10-08-2026
Zaaknummer C/09/676779 / FA RK 24-8720
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beeindiging gezamenlijk gezag, stiefouderadoptie, wijziging geslachtsnaam en inschrijving geboorteakten.

Uitspraak

Gezag en adoptie

Beschikking

I) op het op 2 december 2024 ingekomen verzoekschrift (zaaknummer C/09/676779) van:

[de stiefvader],

hierna te noemen: de stiefvader;

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar,

waarbij als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de vader],

de vader van [minderjarige 2],

wonende in [land],

en

de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

hierna: de ambtenaar,

II) en het op 22 mei 2025 ingekomen verzoekschrift (zaaknummer C/09/685625) van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar,

waarbij als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader van [minderjarige 2],

wonende in [land].

Procedure

De rechtbank heeft in de procedure met zaaknummer C/09/676779 kennisgenomen van de volgende stukken:

- het verzoekschrift van de stiefvader, ingekomen op 2 december 2024;

- de brief van 18 december 2024, met bijlagen, van de zijde van de stiefvader;

- de brief van 3 januari 2025, met bijlagen, van de zijde van de stiefvader;

- de brief van 19 mei 2025 van de zijde van de Raad voor de Kinderbescherming;

- de brief van 8 augustus 2025 van de zijde van de stiefvader;

- de brief van 19 februari 2026 van de zijde van de ambtenaar;

- het bericht van 3 maart 2026 van de zijde van de stiefvader.

De rechtbank heeft in de procedure met zaaknummer C/09/685625 kennisgenomen van de volgende stukken:

- het verzoekschrift van de moeder, ingekomen op 22 mei 2025;

- het bericht van 25 juni 2025, met bijlagen, van de zijde van de moeder;

- de brief van 24 juli 2025 van de zijde van de moeder.

De minderjarige [minderjarige 2] heeft op 20 januari 2026 tijdens een kindgesprek met de rechter haar mening kenbaar gemaakt. De minderjarige [minderjarige 1] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar mening te geven.

Op 12 juni 2026 zijn beide zaken op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de stiefvader en de moeder met hun advocaat, alsmede mevrouw [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. De vader van [minderjarige 2] en de ambtenaar zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

- Uit de moeder zijn de volgende nu nog minderjarige kinderen geboren:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1], [land];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 2], [land].

- De moeder is van [datum 1] 2012 tot [datum 2] 2021 gehuwd geweest met de vader van [minderjarige 2].

- De moeder is op [datum 3] 2021 gehuwd met de stiefvader.

- De stiefvader, de moeder, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in augustus 2024 in Nederland gevestigd.

- De moeder, de vader van [minderjarige 2], [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de Filipijnse nationaliteit.

- De stiefvader heeft de Nederlandse nationaliteit.

Verzoeken

In de procedure met zaaknummer C/09/676779

De stiefvader verzoekt de adoptie door hem van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit te spreken.

In de procedure met zaaknummer C/09/685625

De moeder verzoekt haar te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 2], een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

De rechtbank zal – ondanks dat dit verzoek later is binnengekomen – eerst het verzoek ten aanzien van het gezag over [minderjarige 2] beoordelen, aangezien het om de adoptie uit te kunnen spreken vereist is dat er geen sprake meer is van gezamenlijk gezag van de ouders.

Gezag

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige 2] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot de wijziging van het gezag.

Inhoudelijke beoordeling

Voordat de rechtbank het verzoek van de moeder beoordeelt, zal zij vaststellen op welke wijze op dit moment in het gezag over [minderjarige 2] is voorzien.

Ingevolge artikel 16, eerste lid, van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 wordt de vraag of de vader dan wel de moeder dan wel partijen gezamenlijk van rechtswege ouderlijke verantwoordelijkheid heeft/hebben verkregen over het kind beheerst door het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Aangezien [minderjarige 2] in [land] is geboren, is in casu Filipijns recht van toepassing. Op grond van het Filipijnse recht komt de afstamming van de vader tot stand door verwekking of geboorte binnen een huwelijk (artikel 163 Family Code). Nu [minderjarige 2] tijdens het huwelijk van de moeder met [de vader] is geboren, is [de vader] de juridische vader van [minderjarige 2]. De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun kind uit (artikel 211 Family Code). De moeder en de vader van [minderjarige 2] zijn dus gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige 2].

De moeder verzoekt op de voet van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 2].

Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, BW kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding in stand is gebleven worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan derhalve worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Naar het oordeel van de rechtbank is het in belang van [minderjarige 2] noodzakelijk dat de moeder alleen wordt belast met het gezag over haar. Daartoe neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. De moeder en de vader van [minderjarige 2] zijn kort na de geboorte van [minderjarige 2] uit elkaar gegaan. Volgens de moeder heeft de vader van [minderjarige 2] alleen de eerste anderhalf jaar na de geboorte van [minderjarige 2] een (beperkt) aandeel gehad in haar verzorging en opvoeding. Sinds 2013 zou de vader zich compleet afzijdig houden. De moeder beschikt niet over (recente) contactgegevens van de vader van [minderjarige 2] en kan hem dus niet bereiken. [minderjarige 2] woont sinds enkele jaren in gezinsverband met de moeder en de stiefvader, eerst in [land] en inmiddels in Nederland. Feitelijk neemt de moeder samen met de stiefvader alle beslissingen over [minderjarige 2]. De stiefvader wil [minderjarige 2] adopteren en daarvoor is het noodzakelijk dat het gezag van de vader van [minderjarige 2] wordt beëindigd.

Gelet op het hiervoor overwogene zal het verzoek van de moeder worden toegewezen.

Adoptie

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de stiefvader in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Op grond van artikel 10:105, eerste lid, BW is op een in Nederland uit te spreken adoptie, behoudens het tweede lid, het Nederlandse recht van toepassing. Op grond van artikel 10:105, tweede lid, BW is op de toestemming dan wel de raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind toepasselijk het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit. In casu is dat Filipijns recht.

Inhoudelijke beoordeling

Uit artikel 1:227 BW volgt – voor zover hier van belang – het volgende. Adoptie geschiedt door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. Het verzoek door de adoptant die echtgenoot, geregistreerde partner of levensgezel van de ouder is, kan slechts worden gedaan, indien hij tenminste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd. Het verzoek kan alleen worden toegewezen indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW wordt voldaan.

Blijkens artikel 1:228 BW zijn de voorwaarden voor adoptie:

Volgens Filipijns recht (artikel 188 Family Code) is – voor zover hier van belang – de toestemming nodig van de biologische ouders en van het te adopteren kind als dat tien jaar of ouder is.

De rechtbank zal eerst beoordelen of is voldaan aan het toestemmingsvereiste naar Filipijns recht.

Zowel de moeder als de beide kinderen stemmen in met het verzoek tot adoptie.

Van de biologische vader van [minderjarige 1] zijn geen contactgegevens bekend. De relatie tussen de moeder en de biologische vader van [minderjarige 1] is al vóór de geboorte van [minderjarige 1] verbroken. Sinds 2008 heeft de moeder geen enkel contact meer met hem gehad. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank voorbijgaan aan de benodigde toestemming van de biologische vader van [minderjarige 1].

De biologische en tevens juridische vader van [minderjarige 2] is door de rechtbank aangeschreven op zijn laatst bij de moeder bekende adres, maar de rechtbank heeft niets van hem vernomen. Bij het verzoekschrift is wel een instemmingsverklaring gedateerd 17 mei 2024 van de vader van [minderjarige 2] overgelegd. Deze verklaring is door de vader van [minderjarige 2] getekend in het kader van een adoptieprocedure die de stiefvader en de moeder eerder in de Filipijnen zijn gestart (deze procedure is nooit afgerond vanwege de verhuizing van de stiefvader en de moeder naar Nederland). Gelet op de inhoud van voormelde verklaring, alsmede op het feit dat de vader van [minderjarige 2] al jaren geen enkele rol meer speelt in het leven van [minderjarige 2], is de rechtbank van oordeel dat ook aan de benodigde toestemming van de vader van [minderjarige 2] kan worden voorbijgegaan.

Hierna zal worden beoordeeld of is voldaan aan de wettelijke vereisten voor stiefouderadoptie naar Nederlands recht.

Naar het oordeel van de rechtbank is aan de vereisten uit artikel 1:227 BW voldaan. De stiefvader heeft sinds augustus 2020, en daarmee ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het adoptieverzoek, met de moeder samengeleefd. De rechtbank acht het verzoek tot adoptie in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en zij is van oordeel dat ook is gebleken dat beide kinderen niets meer van hun vader in de hoedanigheid van ouder te verwachten hebben. [minderjarige 1] heeft nooit contact gehad met haar vader en haar vader heeft op geen enkele wijze een rol gespeeld in haar verzorging en opvoeding. Voor [minderjarige 2] geldt dat haar vader alleen de eerste anderhalf jaar van haar leven in beeld was. Hierna is het contact verbroken. [minderjarige 2] heeft geen herinneringen aan haar vader en zij kent hem feitelijk niet. In 2018 heeft de moeder de stiefvader leren kennen en sinds 2019 neemt de stiefvader deel aan het gezin en de opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. In de loop van de jaren is er een goede en hechte band ontstaan tussen de stiefvader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Beide kinderen beschouwen stiefvader als hun vader.

Verder is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de in artikel 1:228 BW genoemde voorwaarden voor adoptie, zij het dat met betrekking tot [minderjarige 2] geldt dat de adoptie pas kan worden uitgesproken als de beslissing waarbij de moeder alleen wordt belast met het gezag onherroepelijk is geworden.

De rechtbank zal in deze beschikking de adoptie van [minderjarige 1] uitspreken. De beslissing ten aanzien van de adoptie van [minderjarige 2] zal pro forma worden aangehouden tot 1 november 2026, in afwachting van het bericht van (de advocaat van) de stiefvader en de moeder dat de beslissing ten aanzien van het gezag in kracht van gewijsde is gegaan.

Geslachtsnaam

Op grond van artikel 5 van de Rijkswet op het Nederlanderschap verkrijgt een kind dat in Nederland wordt geadopteerd de Nederlandse nationaliteit indien het op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig is en ten minste een van de adoptiefouders op die dag Nederlander is. Gelet daarop zullen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] door de adoptie de Nederlandse nationaliteit verkrijgen. Dat heeft tot gevolg dat op grond van artikel 10:20 BW het Nederlands namenrecht van toepassing is.

In artikel 1:5, derde lid, BW is onder meer bepaald dat indien een kind door adoptie in familierechtelijke betrekking tot de echtgenoot van een ouder komt te staan het zijn geslachtsnaam houdt, tenzij de ouder en diens echtgenoot gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam zal hebben van die ouder dan wel de geslachtsnaam van de echtgenoot of van hen beiden in een vrij te bepalen volgorde of van één van hen in combinatie met de oorspronkelijke geslachtsnaam van het kind in een vrij te bepalen volgorde. De rechterlijke uitspraak inzake de adoptie vermeldt de verklaring van de adoptanten omtrent de geslachtsnaamkeuze.

Volgens artikel 1:5, zevende lid, BW verklaart een kind dat op het tijdstip van het ontstaan van de familierechtelijke betrekking met beide ouders zestien jaar of ouder is, in geval van adoptie zelf ten overstaan van de rechter of het de geslachtsnaam van de ene of de andere ouder zal hebben of van beide ouders in een vrij te bepalen volgorde of een geslachtsnaam die is gekozen overeenkomstig het derde lid. Van deze verklaring dient melding te worden gemaakt in de rechterlijke uitspraak inzake adoptie.

Bij het verzoekschrift is een verklaring van [minderjarige 1] overgelegd waaruit blijkt dat zij de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal dragen. Daarnaast is een verklaring van de moeder en de stiefvader overgelegd waaruit blijkt dat ook [minderjarige 2] de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal dragen.

Aantekening gezagsregister

De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub m van het Besluit gezagsregisters tevens bepalen dat de griffier, wanneer de uitspraak betreffende de adoptie in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.

Inschrijving geboorteakten

Om de adoptie te effectueren moet een latere vermelding van de adoptie op de geboorteakten van de kinderen worden geplaatst.

Ten aanzien van beide kinderen is een gelegaliseerde Filipijnse geboorteakte overgelegd, opgemaakt overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie.

De ambtenaar heeft in zijn brief van 19 februari 2026 aangegeven dat de Filipijnse geboorteakten in aanmerking komen voor inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage.

De rechtbank zal op grond van artikel 1:25, vijfde lid, BW ambtshalve een last geven tot inschrijving van deze geboorteakten (voor wat betreft [minderjarige 2] zal zij dit doen in de beschikking waarin de adoptie van [minderjarige 2] wordt uitgesproken).

Beslissing

De rechtbank:

In de procedure met zaaknummer C/09/685625

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op [geboortedatum 3] 1992 te [geboorteplaats 3], [land], het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 2], [land];

verklaart voormelde beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

In de procedure met zaaknummer C/09/676779

*

spreekt uit de adoptie van:

[minderjarige 1],

geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1], [land];

door [de stiefvader], geboren op [geboortedatum 4] 1969 te [geboorteplaats 4],

juridisch ouder naast: [de moeder], geboren op [geboortedatum 3] 1992 te [geboorteplaats 3], [land];

onder vermelding dat de geslachtsnaam van [minderjarige 1] zal komen te luiden: [geslachtsnaam];

bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking;

*

gelast de inschrijving van de akte van geboorte van [minderjarige 1] opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand te [geboorteplaats 1], [land] (waarvan een afschrift aan deze beschikking is gehecht) in het register van geboorten van de gemeente 's-Gravenhage;

*

bepaalt dat de behandeling van het verzoek tot adoptie door de stiefvader van [minderjarige 2] wordt aangehouden tot 1 november 2026 pro forma;

stelt de stiefvader en de moeder in de gelegenheid om de rechtbank te informeren dat en wanneer de gezagsbeslissing ten aanzien van [minderjarige 2] in kracht van gewijsde is gegaan;

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de adoptie van [minderjarige 2] aan.

[afbeeldingen verwijderd i.v.m. privacygevoelige informatie]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand