RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/706329 / JE RK 26-960
Datum uitspraak: 10 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats 1] ([geboorteland]),
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige 2],
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige 3].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat mr. T. Ertekin uit Den Haag.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 juni 2026, mee in de beoordeling.
Na de mondelinge behandeling hebben zowel de gecertificeerde instelling als de advocaat nog stukken ingediend. De kinderrechter is van oordeel dat de goede procesorde zich verzet tegen het in behandeling nemen van deze stukken. De kinderrechter zal deze stukken dan ook niet meenemen in haar beoordeling. De inhoud van deze stukken hebben de kinderrechter ook geen aanleiding gegeven om het onderzoek te heropenen.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
Een collega-kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de collega-kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
Het huwelijk van de moeder met de vader van de kinderen is door echtscheiding ontbonden.
De moeder is bij beschikking van 13 mei 2026 belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3].
[minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.
Bij beschikking van 13 mei 2026 is de vader het recht op omgang met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ontzegd. Het recht op omgang met [minderjarige 3] is door de rechtbank hangende de ondertoezichtstelling ontzegd. De rechtbank achtte het daarbij van belang dat de gecertificeerde instelling, indien en zodra zij dit in het belang van [minderjarige 3] acht, de mogelijkheid heeft om de opschorting te doorbreken om omgangsmomenten tussen de vader en [minderjarige 3] op te starten.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 juli 2025 [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 14 juli 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft dit verzoek als volgt onderbouwd. Het huwelijk van de ouders werd gekenmerkt door conflicten en dreiging als gevolg van agressie en woede vanuit de vader. Het gezin leefde daardoor jarenlang in onvoorspelbaarheid en spanning. Dit heeft de ontwikkeling van de kinderen op meerdere gebieden beïnvloed. De complexe problematiek is nog onvoldoende gestabiliseerd en er is onvoldoende zicht op de effectiviteit en uitkomst van de recent ingezette hulpverleningstrajecten. Zo zijn er nog steeds zorgen over het schoolverzuim van [minderjarige 1]. Recent zijn weliswaar afspraken gemaakt met de leerplichtambtenaar, maar het is wel de vraag of [minderjarige 1] zijn huidige opleiding kan afmaken. Indien dit niet lukt, zal gekeken worden naar een eventuele verkorte mbo-opleiding.
[minderjarige 2] is bij Youz aangemeld vanwege gedragsproblemen en mogelijke traumaklachten. Daarnaast is er bij hem sprake geweest van verbale en fysieke agressie op school en risicovol gedrag door het meenemen van een mes. De intake bij Youz staat in september gepland en het traject kan 6 tot 9 maanden duren.
Sensazorg is sinds kort betrokken in het kader van begeleide omgang tussen de vader en [minderjarige 3]. Als de begeleide omgang goed gaat, wil Sensazorg deze opschalen omdat [minderjarige 3] heeft aangegeven haar vader vaker te willen zien. De gecertificeerde instelling hoopt dat zij, samen met de ouders, stappen kan zetten om een volledige omgangsregeling met vader op te stellen.
Een verlenging van de ondertoezichtstelling is volgens de gecertificeerde instelling noodzakelijk om zicht te houden op de ontwikkeling van de kinderen, de ingezette hulpverlening te monitoren en, waar nodig, aanvullende ondersteuning in te zetten.
Hulp in een vrijwillig kader is volgens de gecertificeerde instelling geen mogelijkheid omdat dat eerder is gestagneerd.
Tijdens de zitting heeft de jeugdbeschermer aanvullend naar voren gebracht dat zij vindt dat het haar taak is om te onderzoeken of de kinderen open staan voor het contactherstel met hun vader. Daarover heeft recent een lastig gesprek plaatsgevonden met de kinderen, waarbij de emoties hoog opliepen. Inmiddels is volgens de jeugdbeschermer het contact weer hersteld.
4. De standpunten
De moeder voert verweer tegen het verzoek van de gecertificeerde instelling. De moeder geeft aan het vertrouwen in de huidige jeugdbeschermer verloren te hebben. Er heeft onlangs een vervelend gesprek plaatsgevonden met de jeugdbeschermer, waarbij de jeugdbeschermer probeerde druk uit te oefenen op [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om hun vader te zien. Voor de moeder voelt het alsof ze nog meer in de problemen is geraakt door de jeugdbeschermer, omdat de jeugdbeschermer het volgens de moeder voor het zeggen wil hebben. Ook loopt de communicatie niet goed omdat de jeugdbeschermer weigert een tolk te regelen. Na gesprekken met de jeugdbeschermer kan de moeder zich niet meer goed focussen. Haar cursus Nederlands lijdt hier onder. Indien de ondertoezichtstelling toch verlengd wordt, zou moeder het liefst een andere jeugdbeschermer willen.
De advocaat heeft -samengevat - het volgende naar voren gebracht. Momenteel is er geen sprake meer van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De voornaamste zorgen hebben betrekking op het schoolverzuim van [minderjarige 1], de gedragsproblematiek van [minderjarige 2] en de omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige 3]. Het schoolverzuim van [minderjarige 1] speelt al heel erg lang en er liggen ook geen concrete plannen vanuit de gecertificeerde instelling om dit te verbeteren. [minderjarige 2] is inmiddels aangemeld bij Youz en de intake staat gepland. Ook is er voor hem een coach geregeld. Voor [minderjarige 3] is Sensazorg betrokken bij het begeleid contact met de vader. Bij haar speelt er geen andere problematiek. Vanwege de afwezigheid van een ernstige ontwikkelingsbedreiging en het gebrek aan vertrouwen in de jeugdbeschermer vindt de advocaat dat een ondertoezichtstelling niet noodzakelijk is in het belang van de kinderen. De moeder heeft aan alles meegewerkt en heeft zelf ook al veel geregeld.
Primair verzoekt de moeder dan ook om het verzoek van de gecertificeerde instelling af te wijzen en subsidiair om slechts te verlengen voor zes maanden, zodat kan worden bezien of het schoolverzuim van [minderjarige 1] de komende maanden afneemt.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd als gevolg van het huiselijk geweld dat heeft plaatsgevonden tijdens het huwelijk van de ouders. De kinderen hebben veel last van de langdurige spanningen tussen de ouders. Dit uit zich in gedragsproblemen bij de kinderen. Zo voelt [minderjarige 1] zich zowel verantwoordelijk (voor zijn moeder, broertje en zusje) als afgewezen en is er bij hem sprake van schoolverzuim. [minderjarige 2] vertoont veel prikkelbaar gedrag en boosheid. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wijzen het contact met de vader af. En hoewel [minderjarige 3] juist verbinding zoekt met haar vader, is zij wel onderdeel van de complexe gezinsdynamiek waarbij andere gezinsleden in het verleden direct of indirect zijn blootgesteld aan het huiselijk geweld. Tot slot is de verhouding tussen de ouders ernstig verstoord en lukt het hen niet om in het belang van de kinderen met elkaar te communiceren.
Alhoewel er wel zorgen zijn, stelt de kinderrechter ook vast dat de moeder aangegeven heeft open te staan voor hulpverlening. De afgelopen maanden zijn er ook positieve stappen gezet. Zo is Sensazorg inmiddels betrokken bij de omgang tussen [minderjarige 3] en de vader en staat een intakegesprek gepland voor [minderjarige 2] bij Youz. Met [minderjarige 1] zijn afspraken gemaakt om zijn schoolverzuim terug te dringen. Tegelijk moet worden vastgesteld dat deze positieve ontwikkelingen, tegen de achtergrond van de langdurige geschiedenis van spanningen binnen het gezin, nog pril zijn. Niettemin heeft de kinderrechter het vertrouwen dat het de moeder gaat lukken om de ingeslagen weg voort te zetten. Voor zover er zorgen zijn, vormen die naar het oordeel van de kinderrechter geen grond voor een verdere voortzetting van de ondertoezichtstelling, nu de hulpverlening daarvoor ook in een vrijwillig kader kan worden geboden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de moeder ook bevestigd dat zij bereid is om de nodige hulpverlening binnen het vrijwillige kader voort te zetten.
De kinderrechter vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de resterende duur van twaalf maanden dan ook te lang. Wel is de kinderrechter van oordeel dat de moeder de ondersteuning van de gecertificeerde instelling nog even kan gebruiken om de positieve lijn voort te zetten. De kinderrechter verwacht dat daarvoor een periode van drie maanden voldoende is. Zo is het belangrijk dat de moeder, al dan niet samen met de gecertificeerde instelling, komt tot een complete omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige 3] zodat daarover geen onduidelijkheid meer bestaat. Het is daarom van belang dat de ondertoezichtstelling doorloopt totdat die afspraken tussen de ouders zijn vastgelegd.
De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de moeder hulpverlening blijft aanvaarden en dat het ook haar lukt om stappen te blijven zetten in het belang van de kinderen. Ook is van belang dat de moeder, ondanks het verlies van vertrouwen in de jeugdbeschermer, de komende periode in contact blijft met de gecertificeerde instelling, zodat uiteindelijk een overdracht naar het vrijwillig kader na afloop van de komende termijn mogelijk is.
De kinderrechter zal om voorgaande redenen de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengen voor de duur van drie maanden en het verzoek voor het overige afwijzen.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 14 oktober 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. H.J.M. Bellekom, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.L.G. van Otterlo als griffier, en op schrift gesteld op 24 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.