RECHTBANK DEN HAAG
Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/707435 / FA RK 26-6169
Datum beschikking: 10 juli 2026
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. J.B. Peters te Zoetermeer.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 19 juni 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 17 juni 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 22 mei 2026;
- een door betrokkene opgesteld plan van aanpak van 20 mei 2026;
- een zorgplan van 2 juni 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 18 juni 2026;
- een brief van de officier van justitie van 15 mei 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de casemanager, [naam 2];
- de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige, [naam 3].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Door betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat hij de zorgmachtiging niet nodig vindt. Hij wil op vrijwillige basis samenwerken met de psychiater om de medicatie onder controle te krijgen en af te bouwen. Sinds het ontslag gaat het beter en alhoewel de behandelaren zeggen dat het komt door de medicatie, is betrokkene het daar niet mee eens. Hij wil graag zijn eigen plan van aanpak volgen. Uiteindelijk wil hij stoppen met de medicatie, maar wel in overleg met de psychiater.
De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. Ten eerste betwist betrokkene de stoornis. Hij erkent dat er in het verleden een diagnose is geweest, maar vindt het niet dusdanig ernstig dat een zorgmachtiging nodig is. Ook is het ernstig nadeel niet dusdanig dat het een zorgmachtiging rechtvaardigt. In het afgelopen jaar is het goed gegaan en betrokkene heeft een plan van aanpak opgesteld. Betrokkene wil de medicatie afbouwen, omdat hij last heeft van bijwerkingen. Ook geeft betrokkene aan dat hij weer hulp van de GGZ wil als hij weer schokken ondervindt. Er ligt een duidelijk plan van aanpak. De psychiater en de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige hebben aangegeven dat betrokkene in beginsel wilsbekwaam is, aldus de advocaat. In de medische verklaring wordt (acuut) levensgevaar aangevinkt, maar dit wordt niet nader onderbouwd.
De casemanager heeft ter zitting naar voren gebracht dat in de afgelopen jaren het een herhaling van zetten is geweest. De medicatie wordt afgebouwd, waarna betrokkene de medicatie wil stoppen en decompenseert. Het ziektebesef en -inzicht ontbreken, waardoor een samenwerking zonder zorgmachtiging lastig is. Momenteel krijgt betrokkene om de vier weken een depot. Het plan is om de medicatie af te bouwen naar een onderhoudsdosering. Uit ervaring blijkt dat betrokkene zich hiertegen verzet en volledig af wil bouwen.
De sociaal-psychiatrisch verpleegkundige heeft ter zitting naar voren gebracht dat de medicatie wordt verlaagd als daar ruimte voor is. Daarbij is het wenselijk dat het ziektebesef en -inzicht wordt uitgebreid. Hiervoor zouden gesprekken met een psycholoog kunnen worden ingepland, maar de verwachting is dat betrokkene zich hier niet voor zal openstellen. Momenteel is betrokkene wilsbekwaam als gevolg van de medicatie, maar het ziektebesef ontbreekt. Hij ziet niet in dat het beter gaat door medicatie. Op het moment dat er geen verplichte zorg is, wil hij alleen in gesprek met een psychiater en wordt hij onaangenamer richtingen zijn behandelaren.
Beoordeling
Op 25 juli 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 25 juli 2026.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstige psychische schade;
-ernstige verwaarlozing;
-maatschappelijke teloorgang;
- ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene is bekend met een psychotische stoornis, gekenmerkt door persisterende paranoïde wanen en ernstig tekortschietend ziektebesef en -inzicht. Als gevolg hiervan loopt betrokkene het risico op maatschappelijker teloorgang en ernstige verwaarlozing. Door de psychotische overtuigingen wordt betrokkene beperkt in zijn functioneren en is hij onvoldoende in staat om in te zien dat de behandeling noodzakelijk is. In het verleden heeft betrokkene tijdens psychotische ontregelingen meerdere dagen in zijn auto verbleven en was er sprake van verminderde zelfzorg. Ook is er tijdens een psychotische ontregeling sprake van afname van het maatschappelijk functioneren. Betrokkene kan als gevolg van een decompensatie zijn woning verliezen of agressie oproepen bij anderen.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is bekend met het staken van zijn medicatie en zorgmijdend gedrag. Door het ontbreken van ziektebesef en -inzicht ziet betrokkene de noodzaak van de medicatie niet in. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De rechtbank passeert het verzoek van de advocaat ten aanzien van het wilsbekwaam verzet en licht dit als volgt toe. Ondanks dat in de medische verklaring is aangekruist dat betrokkene wilsbekwaam is, is het ziektebesef en -inzicht namelijk doorslaggevend om de behandeling op vrijwillige basis te laten verlopen. De onafhankelijk psychiater heeft hierover in de toelichting opgeschreven dat betrokkene niet wilsbekwaam als gevolg van het ontbreken van ziektebesef en -inzicht. De rechtbank volgt de psychiater in dit oordeel. Wanneer betrokkene wordt behandeld met medicatie kan hij een normaal leven leiden. Zonder de inzet van medicatie zal betrokkene, zoals uit het verleden is gebleken, opnieuw decompenseren.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend. De rechtbank ziet aanleiding om de zorgmachtiging te verlenen voor een kortere duur dan is verzocht. Betrokkene heeft de wens om de medicatie af te bouwen. De rechtbank wil betrokkene de kans geven om de medicatie met de behandelaren af te bouwen. Ook acht de rechtbank het belangrijk dat betrokkene in gesprek gaat over de oorzaak van de schokken die betrokkene ervaart. Derhalve zal de rechtbank het verzoek toewijzen voor de duur van zes maanden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 januari 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.