ECLI:NL:RBDHA:2026:22384

ECLI:NL:RBDHA:2026:22384

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-08-2026
Datum publicatie 10-08-2026
Zaaknummer 09/277450-25; 09/102748-25 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte wegens bedreiging door te schieten op een voordeur van een woning en vuurwapenbezit. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van het voorarrest.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers: 09/277450-25; 09/102748-25 (tul)

Datum uitspraak: 3 augustus 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats],

BRP-adres: [adres 1] te [woonplaats],

op dit moment gedetineerd in Penitentiaire Inrichting [plaats].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 21 januari 2026, 17 april 2026 (beide pro-forma), 13 juli 2026 (inhoudelijke behandeling) en 3 augustus 2026 (sluiting onderzoek).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R.B. Schiphuis, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. J.H.S. Vogel, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 13 juli 2026 (cursief weergegeven) - ten laste gelegd dat:

1.hij op of omstreeks 9 augustus 2025 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade een ander, te weten [slachtoffer 1], van het leven te beroven (meermaals) gericht met een vuurwapen op de voordeur van de woning aan de [adres 2] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:

[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of één of meer mededaders, op of omstreeks 9augustus 2025 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen,althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf [slachtoffer 1][slachtoffer 1] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven teberoven (meermaals) gericht met een vuurwapen op de voordeur van de woningaan de [adres 2] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van datvoorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij het plegen van welk misdrijf verdachtetoen daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of middelen heeft verschaft door deschutter van en naar de plaats delict te vervoeren en/of de vluchtauto te besturen;

2.hij in of omstreeks de periode van 9 augustus 2025 tot en met 10 augustus 2025 te's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door:

- ( meermaals) met een vuurwapen, op de openbare weg, in de nabijheid van de woning van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in het rond te schieten en/of schoten af te vuren en/of- (meermaals) met een vuurwapen gericht op de voordeur van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te schieten;

en/of

[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door met een vuurwapen gericht op de voordeur van de woning aan de [adres 2] te schieten;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of één of meer mededaders, in of omstreeks de periode van 7 augustus 2025 tot en met 10 augustus 2025 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door:- (meermaals) met een vuurwapen, op de openbare weg, in de nabijheid van de woning van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in het rond te schieten en/of schoten af te vuren en/of- (meermaals) met een vuurwapen gericht op de voordeur van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te schieten

en/of

[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door met een vuurwapen gericht op de voordeur van de woning aan de [adres 2] te schieten;

bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of middelen heeft verschaft door de schutter van en naar de plaats delict te vervoeren en/of de vluchtauto te besturen;

3.hij in of omstreeks de periode van 7 augustus 2025 tot en met 10 augustus 2025 te Rotterdam en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie

te weten: - een (semi automatisch) pistool van merk Glock, model en type onbekend (p. 198, 621, 496 en 1086-1088) en/of - een pistool van een onbekend gebleven merk, type Parabellum, kaliber 9mm (p. 1272)

zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad.

3. De bewijsbeslissing

Inleiding

Op 7 augustus 2025 omstreeks 3.00 uur komen bij de politie meldingen binnen dat er knallen of schoten zijn gehoord op het [straatnaam 1] in Den Haag. Later die dag worden er zes kogelhulzen gevonden ter hoogte van [adres 3].

Twee dagen later, op 9 augustus 2025 omstreeks 3.00 uur, komt bij de politie de melding binnen dat er is geschoten op de [adres 2] te Den Haag, een woning op de derde verdieping van een appartementencomplex. In de voordeur van het appartement bevinden zich zes kogelinslagen. In het trappenhuis worden zes kogelhulzen aangetroffen. In het appartement bevinden zich op het moment van de beschieting van de voordeur twee personen. Eén van deze twee personen, [slachtoffer 1], ligt op dat moment op bed in de slaapkamer tegenover de voordeur. In de slaapkamer worden vijf kogels aangetroffen.

De volgende dag, op 10 augustus 2025 omstreeks 3.00 uur, wordt er wederom geschoten op het [straatnaam 1]. In de voordeur van [adres 4] bevinden zich zeven kogelinslagen. Acht meter van de woning worden zeven kogelhulzen aangetroffen. In de woning is niemand aanwezig op het moment van de beschieting van de voordeur.

Naar aanleiding van het strafrechtelijk onderzoek is [verdachte] als verdachte aangemerkt ten aanzien van de schietincidenten op 9 en 10 augustus 2025. [verdachte] zou op die data de schutter zijn geweest. Uit hetzelfde strafrechtelijk onderzoek komt ook de daarmee samenhangende verdenking dat de verdachte een vuurwapen voorhanden heeft gehad.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair (impliciet subsidiair; medeplegen poging doodslag op 9 augustus 2025), 2 primair (medeplegen bedreiging) en 3 (vuurwapenbezit) tenlastegelegde. De officier van justitie acht de onder 1 primair (impliciet primair) ten laste gelegde voorbedachte raad niet bewezen. Ten aanzien van de onder 3 genoemde vuurwapens heeft de officier van justitie gesteld dat de verdenking ziet op slechts één vuurwapen (nu op 9 en 10 augustus 2025 hetzelfde vuurwapen is gebruikt) en de in de tenlastelegging opgenomen beschrijvingen beide zien op dat vuurwapen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde.

Ten aanzien van feit 2, ten aanzien van het schietincident op 9 augustus 2025, heeft de verdediging voorwaardelijk verzocht, indien de rechtbank zou komen tot een bewezenverklaring, om nader technisch onderzoek te laten verrichten naar de vuurkracht van de kogels.

Voor zover van belang, zal hierna nader uiteen worden gezet wat de raadsman ter verdediging heeft aangevoerd en zal de rechtbank hierop ingaan.

Het oordeel van de rechtbank

De feiten en omstandigheden

Bij de beoordeling van de betrokkenheid van de verdachte bij de schietincidenten worden eerst de relevante feiten en omstandigheden in chronologische volgorde weergegeven. De rechtbank gaat daarna in op de verweren die niet door de bewijsmiddelen worden weerlegd en op de overige bewijsvragen.

De rechtbank heeft in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Schietincident op 10 augustus 2025 ([adres 4])

Op 10 augustus 2025 omstreeks 3.00 uur wordt door een man zeven maal op de voordeur geschoten met een vuurwapen, zo blijkt uit de beelden van de camera’s die zich bij de woning bevinden. De politie bekijkt de beelden en ziet dat de schutter Asics-schoenen draagt met grijze opdrukken aan de zijkant, een grijze opdruk op de voorkant en een witte opdruk aan de bovenkant. Op het trainingsjasje dat de schutter draagt ziet de politie op de linkerborst een wit logo en een reflecterende streep op de linkermouw. Op de camerabeelden van de woning, die ter terechtzitting zijn getoond, is te zien dat de schutter een voorwerp in zijn hand vasthoudt dat sterk lijkt op een telefoon. Dit voorwerp wordt door de schutter, terwijl hij schiet, in een filmende positie vastgehouden. Als de verdachte wordt aangehouden draagt hij vergelijkbare Asics-schoenen als de schutter op de beelden. In een auto, in gebruik bij de verdachte, treft de politie een donkerblauw trainingsjasje aan, dat qua uiterlijke kenmerken overeenkomt met het jasje op de beelden.

Bij de aanhouding van de verdachte wordt een telefoon (iPhone 15) bij hem aangetroffen. Op de telefoon staat een filmpje van het schietincident vanuit het perspectief van de schutter. Ook is op deze beelden te zien dat de schutter een donkerblauw trainingsjasje draagt en Asics-schoenen.

Het filmbestand op de telefoon bevat meta-data zoals de datum, tijd, locatie (coördinaten) en camera-type, die passen bij een originele opname, gemaakt op 10 augustus om 02:54:37 op de locatie van de plaats delict, met de iPhone 15 die bij de verdachte is aangetroffen. Hieruit kan worden afgeleid dat het filmpje ook met de telefoon van de verdachte is gemaakt. Op de eerder vermelde camerabeelden van de woning is bovendien te zien dat de schutter degene is die met zijn telefoon een opname lijkt te maken. Op de telefoon wordt bovendien een schermafbeelding aangetroffen, gemaakt om 01.47 uur die nacht, met de tekst ‘[naam] [adres 4] denhaag’. Dat is het exacte adres waar de beschieting heeft plaatsgevonden, met de naam van de zus van de bewoonster.

De rechtbank is van oordeel dat uit het bovenstaande blijkt dat de verdachte degene is geweest die op 10 augustus 2025 omstreeks 3.00 uur met een vuurwapen heeft geschoten op de voordeur van [adres 4].

De rechtbank is van oordeel dat het met een vuurwapen meermalen op de voordeur van de woning aan het [adres 4] schieten een bedreiging tegen het leven gericht oplevert. Uit de verklaring van de bewoners komt naar voren dat zij, toen zij hiervan op de hoogte werden gesteld, enorm zijn geschrokken en dat zij zich bedreigd voel(d)en.

Vuurwapenbezit

Op het [straatnaam 1] zijn op acht meter afstand van de woning zeven hulzen aangetroffen. In de voordeur zaten meerdere inslagen. In de woning zijn vier projectielen aangetroffen. Uit forensisch onderzoek is gebleken dat de hulzen (en projectielen) afkomstig zijn uit een (semi-)automatisch werkend pistool van het kaliber 9mm type Parabellum. Nu vaststaat dat de verdachte de schutter was op 10 augustus 2025 heeft de verdachte op die datum het genoemde vuurwapen voorhanden gehad.

Vrijspraak feiten 1 en 2 (primair en subsidiair, 2e cumulatief/alternatief)

Het schietincident op 9 augustus 2025

De rechtbank is met betrekking tot de onder 1 en 2 (primair en subsidiair, 2e cumulatief/alternatief) ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten niet wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank overweegt hiertoe dat uit het onderzoek weliswaar aanwijzingen naar voren komen dat de verdachte betrokken was bij het schietincident op 9 augustus 2025 op de [straatnaam 2], maar dat deze onvoldoende zijn om te komen tot een bewezenverklaring. Zo is er op een telefoon van de verdachte een filmpje aangetroffen vanuit het perspectief van de schutter dat op 28 augustus 2025 door de verdachte is doorgestuurd, maar kan niet worden vastgesteld dat dit filmpje door de verdachte of met zijn telefoon is gemaakt. Het signalement van de schutter, waar het gaat om de kleding, is op dit filmpje minder duidelijk. Hoogstens kan daaruit worden afgeleid dat de verdachte in het bezit is van gelijksoortige schoenen. Zonder aanvullend bewijs, is dat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderscheidend. Ook de historische verkeersgegevens van de telefoon van de verdachte bevatten onvoldoende informatie om tot een bewezenverklaring te komen. Deze gegevens sluiten weliswaar niet geheel uit dat de verdachte op de plaats delict kan zijn geweest, maar bevatten ook geen (positief) bewijs dat hij daar was. Daarbij valt ook op dat aan deze verkeersgegevens te koppelen locatie(s) waar de verdachte zich zou hebben bevonden niet overeenkomen met de locatiegegevens van de huurauto van Greenwheels die door medeverdachte Noor gebruikt werd om de schutter te vervoeren. Dat er met de telefoon van de verdachte de ochtend na het schietincident is gezocht naar nieuws over een schietpartij in de [straatnaam 2] in Den Haag levert evenmin het bewijs dat het de verdachte was die heeft geschoten. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van de genoemde feiten die zien op het genoemde schietincident.

Gelet hierop komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het voorwaardelijke verzoek van de raadsman om nader technisch onderzoek te laten verrichten naar de vuurkracht van de kogels zoals hiervoor onder 3.3 omschreven.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot de onder 2 (primair, 1ste eerste cumulatief/alternatief) en 3 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

2.

hij op 10 augustus 2025 te 's-Gravenhage, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door meermaals met een vuurwapen gericht op de voordeur van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te schieten;

3.

hij op 10 augustus 2025 te 's-Gravenhage, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:- een pistool van een onbekend gebleven merk, type Parabellum, kaliber 9mm,zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar en elf maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft subsidiair verzocht, indien het komt tot strafoplegging, aan de verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Op 10 augustus 2025 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging door met een semi-automatisch vuurwapen zeven keer op de voordeur van een woning te schieten. Dat er op dat moment niemand in de woning aanwezig was, is een gelukkige omstandigheid. Niettemin is het schietincident voor de bewoners zeer beangstigend geweest. Ook de nasleep van het schietincident heeft nare gevolgen voor hen gehad. Zij werden tijdens en na hun vakantie geconfronteerd met het schietincident op hun woning en de schade die daar het gevolg van was. Zij mochten vervolgens op last van de burgemeester enige tijd niet in hun woning verblijven en durfden daarna niet terug te keren naar hun woning, zo volgt uit hun verklaringen. Voor een van de bewoners was deze periode extra zwaar omdat in deze periode ook haar baby werd geboren. Bedreigingen als deze zijn voor de directe slachtoffers zeer beangstigend, maar leiden uiteraard ook bij de omwonenden tot gevoelens van onveiligheid, zeker in het onderhavige geval.

De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de maatschappij, omdat het bezit van vuurwapens maar al te vaak leidt tot het gebruik ervan, met alle mogelijke gevolgen van dien.

De rechtbank rekent de verdachte dit alles ernstig aan.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 29 april 2026. In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat hij al eerder, in 2025, is veroordeeld voor overtreding van de Wet wapens en munitie. Bovendien liep hij, toen hij de thans bewezenverklaarde strafbare feiten pleegde, nog in de proeftijd van deze eerdere veroordeling en werd hij begeleid door de reclassering. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 12 januari 2026, waaruit volgt dat sprake is van problematiek op meerdere gebieden, te weten: sociaal netwerk, psychosociaal functioneren en houding. Bij een eerder reclasseringstoezicht toonde de verdachte zich wisselend gemotiveerd; het leidde niet tot behandeling en probleeminzicht. De reclassering benoemt ook beschermende factoren, zoals de motivatie van de verdachte om zijn leven anders in te richten. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte hem een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan verbonden een aantal bijzondere voorwaarden die zien op de aanpak van de hiervoor genoemde problematiek.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting alsmede bij uitspraken in vergelijkbare strafzaken. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een gevangenisstraf van na te melden duur. Voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank op dit moment, mede gelet op het reclasseringscontact tot nu toe en het plegen van een strafbaar feit gedurende de proeftijd, geen aanleiding. De rechtbank overweegt dat het werken aan de door de reclassering genoemde problematiek op een later moment kan plaatsvinden, in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 15.203,84, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 203,84 aan materiële schade en € 15.000,-- aan immateriële schade.

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben zich als benadeelde partijen gevoegd in het strafproces en vorderen een schadevergoeding van € 22.192,55, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 16.192,55 aan materiële schade en € 6.000,-- aan immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

[slachtoffer 1]

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot (hoofdelijke) toewijzing van de vordering, te vermeerderen met de wettelijke rente. De officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke (hoofdelijke) toewijzing van de vordering, dat wil zeggen met uitzondering van de schade die aan de woning is ontstaan ten gevolge van de explosie op 8 augustus 2025 (de gestelde stuc- en schilderwerkzaamheden (€ 3.705,-), te vermeerderen met de wettelijke rente. De officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

[slachtoffer 1]

De raadsman heeft (primair) vrijspraak bepleit hetgeen ertoe zou moeten leiden dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering.

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]

De raadsman heeft zich aangesloten bij hetgeen de officier van justitie heeft geconcludeerd met betrekking tot de vordering ten aanzien van de materiële schade. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer 1]

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu de verdachte wordt vrijgesproken van het aan deze vordering ten grondslag liggende feit.

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]

De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post eigen bijdrage bezwaarprocedure woningsluiting, is namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist en namens de benadeelde partijen voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan dan ook worden vastgesteld dat de benadeelde partijen rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 2 subsidiair (1ste cumulatief) bewezenverklaarde feit, ter grootte van het gevorderde bedrag.

Ten aanzien van de post die betrekking heeft op huurkosten voor een vervangende woning kan op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting, naar het oordeel van de rechtbank, de schade die de benadeelde partijen hebben geleden door het bewezenverklaarde feit worden begroot op € 1.000,- (gelijk aan twee maanden huur). Dit bedrag is gebaseerd op de duur van de woningsluiting en de tijd die nodig was om terug te keren naar de woning.

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de benadeelde partijen rechtstreeks schade hebben geleden door het bewezenverklaarde feit. De rechtbank stelt de schade vast overeenkomstig de offerte die bij het verzoek om schadevergoeding is gevoegd. In totaal betreft het een bedrag van € 13.516,55. In deze offerte zijn ook kosten opgenomen die samenhangen met de explosie op 8 augustus 2025, terwijl de bewezenverklaring daar geen betrekking op heeft. Het gaat om € 3.705,- aan schilder- en stucadoorkosten en algehele kosten die zijn uitgedrukt als een percentage van het geheel, zoals kosten voor projectbegeleiding en BTW. Deze algemene kosten bedragen € 1.482,-. Ter terechtzitting is namens de benadeelde partij toegelicht dat ook de kosten die het gevolg zijn van de explosie voor rekening moeten komen van de verdachte, omdat hij kan worden aangemerkt als deelnemer aan groepsgeweld in de zin van artikel 6:166, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor hoofdelijke aansprakelijkheid is de deelname aan het groepsgeweld voldoende en dat maakt dat ook de schade ten gevolge van de explosie hier volgens de benadeelde partijen onder moet vallen. Dat er sprake is van een groepsverband en een duidelijke samenhang tussen de bewezenverklaarde feiten en de explosie van 8 augustus 2025 is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. De rechtbank zal om die reden de kosten die betrekking hebben op herstel van schade die is ontstaan door de explosie in mindering brengen op het gevorderde bedrag. Dit leidt tot de slotsom dat de materiële schade ten aanzien van de herstelwerkzaamheden wordt vastgesteld op € 8.329,55.

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partijen rechtstreeks immateriële schade hebben geleden door het onder 2 subsidiair, 1ste cumulatief, bewezenverklaarde feit. Gelet op wat namens de benadeelde partijen ter toelichting op hun vordering is aangevoerd, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 5.000,-. De rechtbank verwijst hiertoe naar de Rotterdamse schaal, in het bijzonder categorie 19.3 ‘Bedreigende situaties door opzettelijke ontploffing (art. 157 Sr)’, ‘ernstig’, waarbij een bandbreedte is bepaald van € 1.000,- tot € 5.000,-. Naar het oordeel van de rechtbank sluit deze categorie bij gebrek aan een aparte categorie voor bedreiging in de vorm van schieten (op een woning bij afwezigheid van de bewoners) met een vuurwapen, het beste aan bij de onderhavige situatie.

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op een hoger bedrag aan materiële en immateriële schade, de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Dit deel van de vordering is, gelet op het voorgaande, namens de benadeelde partijen onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partijen de gelegenheid geven voor een nadere onderbouwing van dit deel van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.

De benadeelde partijen kunnen dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering toewijzen tot een bedrag van € 14.505,55, bestaande uit € 9.505,55 aan materiële schade en € 5.000,-- aan immateriële schade.

Wettelijke rente

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 10 augustus 2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.

Proceskosten

Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte (hoofdelijk) worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.

Schadevergoedingsmaatregel

De verdachte zal voor het onder 2 subsidiair, 1ste cumulatief bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partijen aansprakelijk voor schade die door dit feit aan hen is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 14.505,55, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 10 augustus 2025, ten behoeve van

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3].

8. De inbeslaggenomen voorwerpen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst) genoemde voorwerp, te weten: roze Apple iPhone, zal worden verbeurdverklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal het op de beslaglijst genoemde voorwerp, de roze Apple iPhone, verbeurdverklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien dit voorwerp aan de verdachte toebehoort en met behulp van dit voorwerp het onder 2 bewezenverklaarde feit is begaan.

Bij de vaststelling van deze bijkomende straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

9. De vordering tot tenuitvoerlegging

De vordering van de officier van justitie

In het dossier bevindt zich een schriftelijke vordering van 19 december 2025. De officier van justitie heeft gevorderd dat de bij parketnummer 09/102748-25 door de politierechter in de rechtbank te Den Haag op 16 april 2025 voorwaardelijke opgelegde straf, te weten: een gevangenisstraf voor duur van vijf maanden, ten uitvoer wordt gelegd wegens niet naleven van de algemene voorwaarden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht termen aanwezig voor toewijzing van de vordering van de officier van justitie van 19 december 2025 tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf, waartoe verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank te Den Haag d.d. 16 april 2025, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat hij zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 33, 33 a, 36f, 57, 60 en 285 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

10. De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2, 2e cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 2, 1ste cumulatief/alternatief en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 2, 1ste cumulatief/alternatief):

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

ten aanzien van feit 3:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] gedeeltelijk, hoofdelijk toe tot een bedrag van € 14.505,55 en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 10 augustus 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3];

bepaalt dat de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk zijn in de vordering tot schadevergoeding en dat de benadeelde partijen dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten van de benadeelde partijen, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 14.505,55 vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 10 augustus 2025 tot de dag waarop dit bedrag is betaald; ten behoeve van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3];

bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 97 dagen, waarbij het toepassen van gijzeling de verdachte niet ontslaat van zijn betalingsverplichting aan de Staat;

bepaalt dat als (een van) de mededader(s) de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partijen heeft betaald en/of de betalingsverplichting aan de Staat deels of geheel heeft voldaan, de verdachte niet meer verplicht is om dat deel te betalen of te voldoen;

bepaalt dat als de verdachte de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partijen heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel te betalen aan de Staat en dat als de verdachte het toegewezen bedrag deels of geheel aan de Staat heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel aan de benadeelde partijen te betalen.

verklaart verbeurd het op de beslaglijst genoemde voorwerp, te weten:

1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1500-2025269599-G3403639, Roze, merk: Apple);

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van de politierechter in de rechtbank te Den Haag op 16 april 2025, gewezen onder parketnummer 09/102748-25, te weten: een gevangenisstraf voor duur van vijf maanden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Rootring, voorzitter,

mr. F.M. Guljé, rechter,

mr. S. Pereth, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. Molenaar, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 augustus 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M. Rootring
  • mr. S. Pereth

Griffier

  • mr. J.M. Molenaar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand