RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Dienst Toeslagen, verweerder
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/2594 HUUR
(gemachtigde: mr. N. Gierdharie),
en
(gemachtigden: mr. A.A. Wubs en mr. A.R. Sheikchote).
Procesverloop
1. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 19 februari 2025, inhoudende dat eiseres te veel huurtoeslag heeft ontvangen en het teveel ontvangen bedrag moet terugbetalen.
Met het bestreden besluit van 25 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij dat besluit gebleven.
Eiseres heeft op 8 april 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft op 1 september 2025 een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 4 augustus 2026 op zitting behandeld. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Beoordeling door de rechtbank
2. Bij uitspraak van 28 februari 2024 heeft de Huurcommissie met ingang van 1 maart 2023 de huurprijs tijdelijk verlaagd van € 647,81 naar € 259,12 vanwege vermindering van het woongenot wegens ernstige onderhoudsgebreken. Eiseres heeft de teveel betaalde huur teruggekregen. Hiervan heeft zij nieuwe meubels gekocht. Ook heeft eiseres recht op een schadevergoeding van 700 euro. Dit bedrag is niet uitgekeerd maar verrekend met openstaande schulden.
3. Verweerder heeft de definitief berekende huurtoeslag over 2023 bepaald op
€ 1.163,-. Dit is een lager bedrag dan het voorschot. Hierdoor heeft eiseres € 2.843,- te veel huurtoeslag ontvangen. Dit bedrag wil verweerder terug van eiseres, met € 72,- rente. Het gaat om een totaalbedrag van € 2.915,-. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij bestreden besluit van 25 februari 2025 is verweerder bij de terugvordering gebleven.
Wat vindt eiseres?
4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Ter zitting heeft eiseres aangevoerd dat het besluit onevenredig is vanwege haar persoonlijke omstandigheden. Zij heeft schulden.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank oordeelt dat verweerder in de persoonlijke omstandigheden van eiseres geen aanleiding hoefde te zien om het teruggevorderde bedrag te matigen. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt, kort gezegd, dat financiële draagkracht in beginsel geen aanleiding is om een terugvordering te matigen of op nihil te stellen, tenzij de terugvordering - ondanks de mogelijkheid van een persoonlijke betalingsregeling - onevenredige gevolgen heeft voor de draagkracht van eiseres en die mogelijkheid daarom geen toereikende oplossing is. Dat heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt. Zij heeft haar persoonlijke omstandigheden niet nader onderbouwd. Overigens is ter zitting gebleken dat eiseres al ruim € 1000,- van de toeslagschuld heeft terugbetaald.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit in stand blijft en dat eiseres de te veel ontvangen huurtoeslag moet terugbetalen. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Paridon, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.