RECHTBANK Den Haag
Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/708639 / HA RK 26-457
Beschikking van 31 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker] IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN EXECUTEUR IN DE NALATENSCHAP VAN MEVROUW [erflaatster] , te [woonplaats] ,
verzoeker, hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaten: mrs. J.J. Wittekamp en D. van Toor,
en
STICHTING [belanghebbende], te [vestigingsplaats 1] ,
belanghebbende, hierna te noemen: de Stichting.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met acht producties, ingekomen op 6 juli 2026.
Op 22 juli 2026 is het verzoek besproken tijdens een behandeling via Teams. Hierbij waren mrs. Wittekamp en Van Toor aanwezig.
2. Het verzoek
Het verzoek strekt tot het bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, benoemen van [verzoeker] tot bestuurder van de Stichting op grond van artikel 2:299 Burgerlijk Wetboek (BW). Subsidiair strekt het verzoek ertoe [verzoeker] , de heer [naam 1] en de heer [naam 2] te benoemen tot bestuurders van de Stichting, aangezien in de statuten is bepaald dat het bestuur van de Stichting uit ten minste drie leden bestaat. Meer subsidiair strekt het verzoek tot het benoemen van door de rechtbank te bepalen bestuurders.
De Stichting houdt zich bezig met het uitvoeren van een pensioenregeling. Conform artikel 3 van de statuten van de Stichting is haar doel onder meer:
“(…) a. het uitvoeren van pensioenregelingen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel hebben het treffen van:
een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom (ouderdomspensioen) voor werknemers en gewezen werknemers zijnde de echtgenoten en hun directe familieleden (de “werknemers”) van [vennootschap] BV, gevestigd te [vestigingsplaats 2] , hierna in deze statuten te noemen: de “vennootschap”), en/of met haar (voormalig) gelieerde vennootschappen;
een inkomensvoorziening na overlijden van voornoemde werknemers en gewezen werknemers ten behoeve van hun echtgenoten en gewezen echtgenoten, dan wel van degenen met wie zij duurzaam een gezamenlijke huishouding voeren of hebben gevoerd en met wie geen bloed- of aanverwantschap in de eerste graad bestaat (nabestaandenpensioen);
(…)”
[vennootschap] B.V. betrof de persoonlijke holding van de heer [naam 3] , de vader van verzoeker. [naam 3] was dan ook de enige uitkeringsgerechtigde van de Stichting voor wat betreft het ouderdomspensioen. Na het overlijden van [naam 3] heeft de Stichting een nabestaandenpensioen uitgekeerd aan mevrouw [erflaatster]. [erflaatster] is op [datum] 2023 overleden. De Stichting verricht sinds die datum geen uitkeringen meer, omdat er geen uitkeringsgerechtigden meer zijn.
[verzoeker] legt aan het verzoek het volgende ten grondslag. De Stichting heeft sinds 10 maart 2026 geen bestuurders meer, aangezien de enige overgebleven bestuurder, de heer [naam 4] , zich per die datum heeft laten uitschrijven. [verzoeker] is de executeur in de nalatenschap van [erflaatster] en tevens haar enige erfgenaam. Hij wenst over te gaan tot vereffening van de Stichting. Aangezien dat door het ontbreken van het voltallige bestuur niet mogelijk is, heeft [verzoeker] onderhavig verzoekschrift ingediend.
3. De beoordeling
[verzoeker] heeft bij het verzoekschrift onder andere de vereisten stukken uit het landelijk procesreglement overgelegd, namelijk:
een actueel uittreksel uit het handelsregister van de Stichting;
een kopie van de huidige statuten van de Stichting;
bereidverklaringen van de heer [naam 1] en de heer [naam 2] .
Op grond van artikel 2:299 BW kan de rechtbank op verzoek van iedere belanghebbende of het Openbaar Ministerie in de vervulling van de ledige plaats in het bestuur van een stichting voorzien, als het door de statuten voorgeschreven bestuur geheel of gedeeltelijk ontbreekt en daarin niet overeenkomstig de statuten wordt voorzien.
Naar het oordeel van de rechtbank kan [verzoeker] als executeur in de nalatenschap van [erflaatster] en haar enig erfgenaam als belanghebbende bij het verzoek worden aangemerkt. Hiertoe overweegt de rechtbank dat [erflaatster] tot [datum] 2023 de enige en tevens laatste uitkeringsgerechtigde van de Stichting was.
Gelet op het feit dat bestuursleden in het geval van de Stichting worden benoemd door het bestuur en het bestuur van de Stichting geheel ontbreekt, kan de rechtbank overgaan tot benoeming van één bestuurder, dan wel meerdere bestuurders. Op 22 juli 2026 is samen met de advocaten van [verzoeker] vastgesteld dat een niet voltallig bestuur van de Stichting conform artikel 5.1 van de statuten haar bevoegdheid behoudt. Hoewel de statuten van de Stichting spreken over ten minste drie bestuurders, ziet de rechtbank in dit geval aanleiding enkel het hoogst noodzakelijke te doen, namelijk het benoemen van één bestuurder. Hiertoe overweegt de rechtbank dat die bestuurder op grond van de statuten de mogelijkheid heeft andere bestuurders te benoemen. Aangezien er geen bezwaren zijn gebleken tegen de benoeming van [verzoeker] als bestuurder van de Stichting, zal de rechtbank het primaire verzoek toewijzen. De rechtbank laat het aan [verzoeker] als nieuwe bestuurder van de Stichting om te bepalen of hij een tweede en derde bestuurder benoemt, of dat nalaat. De rechtbank zou begrijpen als hij daartoe niet overgaat, nu [verzoeker] enkel over wil gaan tot ontbinding en vereffening van de Stichting, een voor de hand liggende route.
4. De beslissing
De rechtbank
benoemt [verzoeker] tot bestuurder van de stichting Stichting [belanghebbende] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026.
type: 3384