RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/707573 / JE RK 26-1093
Datum uitspraak: 30 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. M.S. Polat uit Rijswijk.
De kinderrechter merkt als informant aan:
Raad voor de Kinderbescherming te Den Haag,
hierna te noemen: de Raad.
1. Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 juli 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 17 augustus 2026 en voor dezelfde duur de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De kinderrechter heeft het verzoek voor het overige deel aangehouden.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 9 juli 2026 en de hierin benoemde stukken.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juli 2026. De zaak met zaaknummer C/09/704269 / FA RK 26-4285 is gelijktijdig behandeld. De beslissing in deze laatstgenoemde zaak is separaat op schrift gesteld. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de vader;
- [naam 1], namens de Raad;
- [naam 2], namens de gecertificeerde instelling.
De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2. De feiten
De kinderrechter verwijst voor een weergave van de feiten naar de beschikking van 9 juli 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot aan haar meerderjarigheid, zijnde tot [geboortedatum] 2027. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.
Er is nog steeds sprake van een ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige]. [minderjarige] woont sinds [geboortedatum] 2026 in een trainingshuis van [zorginstantie]. Het gaat hier naar omstandigheden goed met haar. Ze houdt zich aan de regels, regelt haar financiën en blijft goed in contact met de hulpverleners. De moeder heeft de ziekte van Huntington en verblijft sinds 2014 in een expertisecentrum. De mogelijkheid bestaat dat de moeder nog voordat [minderjarige] meerderjarig wordt, komt te overlijden. Door de gezondheidssituatie van de moeder kan [minderjarige] niet bij haar wonen en kan de moeder niet de zorg voor haar dragen of haar helpen in het maken van belangrijke levenskeuzes. Wel hebben [minderjarige] en de moeder fijn contact. [minderjarige] en de vader hebben al geruime tijd geen contact meer met elkaar en hebben ook beiden niet de wens dit contact te herstellen. De vader heeft aangegeven niet langer het gezag over [minderjarige] te willen dragen. De Raad heeft de rechtbank verzocht het gezag van de vader te beëindigen. De gecertificeerde instelling is van mening dat, nu [minderjarige] niet meer bij haar ouders kan wonen en de betrokkenheid van de jeugdbeschermer noodzakelijk blijft om [minderjarige] te helpen met belangrijke beslissingen voor haar toekomst en haar te ondersteunen in de aanloop naar haar meerderjarigheid, de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing dienen te worden verlengd tot aan de meerderjarigheid.
4. De standpunten
De vader heeft blijkens het bericht van de advocaat van de vader van 1 juli 2026 ingestemd met het verzoek.
De Raad heeft zich achter het verzoek van de gecertificeerde instelling geschaard.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] heeft in haar leven veel meegemaakt. Zij is opgegroeid in een onveilige en onvoorspelbare omgeving, waarbij er sprake was van structurele spanningen en conflicten. Zij heeft al op veel verschillende plaatsen verbleven. De kinderrechter vindt het positief om te horen dat het goed gaat met [minderjarige] op de woongroep van [zorginstantie] waar zij nu verblijft. De vader en [minderjarige] hebben momenteel geen contact met elkaar en zij hebben daar beiden op dit moment ook geen behoefte aan. Duidelijk is ook dat de vader geen contact wenst met de gecertificeerde instelling. De rechtbank heeft het gezag van de vader tijdens de gelijktijdige behandeling van dit verzoek in zaak C/09/704269 / FA RK 26-4285 beëindigd. De moeder heeft de ziekte van Huntington en verblijft in een zorginstelling. Uit de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht begrijpt de kinderrechter dat de mogelijkheid bestaat dat de moeder nog voordat [minderjarige] meerderjarig wordt, zou kunnen te komen overlijden, wat een zeer verdrietige situatie is. De ouders zijn elk door hun eigen situatie onvoldoende in staat om de verantwoordelijkheid over de zorg en opvoeding van [minderjarige] te dragen en gezamenlijk in het belang van [minderjarige] de noodzakelijke beslissingen te nemen. Het is daarom belangrijk dat de jeugdbeschermer bij [minderjarige] betrokken blijft. De jeugdbeschermer moet toezicht houden op de ontwikkeling van [minderjarige] en moet samen met haar een plan gaan maken zodat [minderjarige] zo goed mogelijk kan worden voorbereid op haar meerderjarigheid. Hiernaast dient de jeugdbeschermer betrokken te blijven om te onderzoeken wie het gezag over [minderjarige] zal moeten dragen, mocht de moeder komen te overlijden voordat [minderjarige] meerderjarig wordt. Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing nog nodig is. Het is in het belang van [minderjarige] dat zij in het trainingshuis van [zorginstantie] kan blijven, in ieder geval tot aan haar meerderjarigheid.
Gelet op het voorgaande verlengt de kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] tot aan haar meerderjarigheid, zijnde tot [datum] 2027.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot [datum] 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot [datum] 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026 door mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 11 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.