ECLI:NL:RBDHA:2026:22470

ECLI:NL:RBDHA:2026:22470

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-06-2026
Datum publicatie 11-08-2026
Zaaknummer NL25.11308
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

asiel. beroep gegrond voor zover gericht tegen terugkeerbesluit en vernietigt bestreden besluit. griekse statushouder. procesbelang - MOB melding. asielrelaas: afvalligheid van de islam en bekering tot het christendom. rechtsgevolgen die zien op de afwijzing van de asielaanvraag blijven in stand. draagt verweerder op uitkomst van zijn beoordeling te delen met de griekse autoriteiten en te beoordelen wat de reactie van de Griekse autoriteiten hierop betekent vooor een eventueel te nemen terugkeerbesluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Inleiding

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.11308

(gemachtigde: mr. P. Scholtes),

en

(gemachtigde: mr. D. Gigengack).

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.

Procesverloop

2. Eiser heeft eerder een asielaanvraag ingediend in Griekenland en daar is hij erkend als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Vervolgens is eiser doorgereisd naar Nederland en hij is hier in 2021 aangekomen.

Eiser heeft op 19 november 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 8 augustus 2023 ongegrond verklaard. Eiser is in beroep gegaan tegen dit besluit en hij heeft op 7 december 2023 bericht ontvangen dat het besluit van 8 augustus 2023 werd ingetrokken. Eiser is op 16 juli 2024 aanvullend gehoord. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 10 februari 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure nogmaals afgewezen als ongegrond

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft partijen bij brief van 1 december 2025 in de gelegenheid gesteld te reageren op de uitspraak van deze rechtbank van 6 november 2025. Verweerder heeft hier bij brief van 16 december 2025 op gereageerd. Eiser heeft hier bij brief van 24 december 2025 op gereageerd.

Verweerder heeft bij brief van 29 januari 2026 de rechtbank op de hoogte gesteld van het feit dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Gemachtigde van eiser heeft hier, dezelfde dag, op gereageerd dat zij nog in contact staat met eiser.

De rechtbank heeft het beroep op 3 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Na afloop van de behandeling ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek bij brief van 9 april 2026 heropend, en de gemachtigde van eiser in de gelegenheid gesteld om naar aanleiding van het feit dat eiser niet aanwezig was ter zitting, aan te geven of zij sinds de zitting nog daadwerkelijk contact heeft gehad met eiser. Ook heeft de rechtbank verweerder verzocht te reageren op de vraag of er inmiddels aanwijzingen zijn dat eiser zich weer heeft gemeld bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). De partijen hebben hier een reactie op gegeven.

Op 8 mei 2026 heeft de rechtbank, met instemming van de partijen, het onderzoek gesloten zonder dat een nadere zitting plaatsvindt.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

Het asielrelaas

3. Eiser heeft de Somalische nationaliteit en uit zijn paspoort volgt dat hij is geboren op [geboortedatum] 2001. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij zich in 2018 heeft afgekeerd van de islam en is bekeerd tot het christendom. Eiser heeft verklaard dat hij op 18 maart 2020 zijn telefoon thuis was vergeten waar informatie op stond over het christendom. Een van zijn broers heeft deze telefoon vervolgens gevonden en heeft dit gezien. Hierdoor heeft eiser problemen gekregen met zijn vader en zijn oom. Zijn neefjes hebben hem geholpen te vluchten en om naar [plaats 1] te vertrekken. Vervolgens heeft zijn nicht hem geholpen met een verblijf in [plaats 1] en heeft zij hem vervolgens ook geholpen met zijn vertrek uit Somalië. Eiser vreest bij terugkeer voor alle mensen in Somalië omdat iedereen hem als ongelovig zal beschouwen.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:

Verweerder vindt eisers eerste asielmotief deels geloofwaardig. Verweerder gelooft aan de hand van het overgelegde paspoort wel dat eiser is geboren in [geboorteplaats] in Zuid-Somalië maar hij vindt het ongeloofwaardig dat eiser daar negentien jaar heeft gewoond en dat hij daar tot twee maanden voor zijn vertrek heeft verbleven. Verweerder heeft dit gebaseerd op de taalanalyse en op eisers verklaringen. Het tweede asielmotief vindt verweerder niet geloofwaardig. Eiser heeft geen objectieve documenten overgelegd ter onderbouwing van dit asielmotief. Verweerder heeft getoetst of eiser dit asielmotief anderszins aannemelijk heeft gemaakt. Eiser heeft volgens verweerder ten aanzien van dit asielmotief niet samenhangend en aannemelijk verklaard. Het geloofwaardig geachte asielmotief is volgens verweerder onvoldoende om aan te nemen dat hij een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat hij bij terugkeer naar Somalië een reëel risico loopt op ernstige schade. Eiser komt vanwege het voorgaande niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als ongegrond. Eiser heeft internationale bescherming ontvangen in Griekenland maar verweerder ziet daarin geen aanleiding om van het nemen van een terugkeerbesluit af te zien.

Wat vindt eiser in beroep?

5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert het volgende aan. Ten eerste beroept eiser zich primair op wat hij in de zienswijze heeft aangevoerd. In aanvulling hierop vindt eiser dat ten onrechte wordt getwijfeld aan zijn herkomst. Eiser heeft zijn Somalische paspoort overgelegd waaruit tevens blijkt dat hij in Somalië is geboren. Ten onrechte wordt vastgehouden aan de taalanalyse en wordt er onvoldoende ingegaan op wat eiser heeft aangevoerd in de zienswijze over de vragen met betrekking tot zijn herkomst. De twijfel aan zijn herkomst is daarom ondeugdelijk gemotiveerd. Nu zijn herkomst niet geloofwaardig is bevonden is onduidelijk naar welke plaats hij moet terugkeren en is het besluit op dit punt tevens tegenstrijdig nu wel gesteld wordt dat hij moet terugkeren naar Somalië. Verweerder had dienen te onderzoeken of eiser veilig naar [plaats 2] kon terugkeren. Vervolgens is aan eiser ten onrechte een terugkeerbesluit opgelegd nu eiser een verblijfsvergunning asiel in Griekenland heeft. Eiser meent dat het onjuist is dat verweerder stelt dat hij schriftelijke toestemming nodig heeft om bij de Griekse autoriteiten informatie op te vragen over de inhoud van eisers asielprocedure.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Procesbelang

6. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser nog belang heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Op 29 januari 2026 heeft verweerder immers bericht dat eiser op 27 januari 2026 volgens een melding van het COA met onbekende bestemming is vertrokken (MOB-melding) en dat hij zich tot op heden niet heeft gemeld.

Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat, als een vreemdeling zoals eiser met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van moet worden uitgegaan dat hij geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. Dit is anders als eiser na de MOB-melding nog contact heeft onderhouden met zijn gemachtigde.

Op 29 januari 2026 heeft eisers gemachtigde kenbaar gemaakt dat zij na het bericht van verweerder nog contact heeft gehad met eiser. Echter is eiser niet verschenen ter zitting. De rechtbank heeft om deze reden het onderzoek op 9 april 2026 heropend. Verweerder heeft hierop schriftelijk aangegeven dat eiser zich op 29 maart 2026 weer had gemeld voor opvang in Ter Apel maar dat de opvang op 6 april 2026 weer is beëindigd omdat eiser niet aanwezig was op de locatie. De gemachtigde van eiser heeft evenwel screenshots van whatsappgesprekken overgelegd, waaruit blijkt dat zij nog in contact staat met eiser.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat er sprake is van procesbelang.

Opvragen Griekse asieldossier

7. In het geval van eiser heeft verweerder de asielaanvraag niet niet-ontvankelijk verklaard omdat hij een vluchtelingenstatus heeft in Griekenland, maar deze zelf inhoudelijk beoordeeld. Verweerder betoogt onder verwijzing naar de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 28 juli 2021 dat hij de vluchtelingenstatus van eiser uit Griekenland niet hoeft te erkennen. Verweerder dient wel gelet op het arrest QY in het bestreden besluit rekening te houden met de beslissing uit Griekenland. In de onderhavige procedure heeft verweerder bij brief van 19 december 2024 eiser gevraagd om toestemming te verlenen voor het opvragen van het Griekse asieldossier. Eiser heeft hierop gereageerd dat hij dit toestemmingsformulier niet zal ondertekenen.

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat hij voor het nader onderzoek afhankelijk is van het verkrijgen van de toestemmingsverklaring van eiser op grond van artikel 34 van de Dublinverordening. Dat eiser aanvoert dat deze schriftelijke toestemming niet noodzakelijk is nu hij internationale bescherming heeft in Griekenland wordt niet gevolgd door de rechtbank. Het komt voor eigen rekening en risico van eiser dat de informatie over zijn Griekse asielaanvraag niet kan worden opgevraagd en dus niet kan worden betrokken bij het bestreden besluit.

Herhaald en ingelast

9. In de enkele verwijzing van eiser naar wat hij eerder in de procedure heeft aangevoerd en overgelegd, ziet de rechtbank geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eerder in de procedure is aangevoerd, kan de rechtbank niet afleiden waarom eiser van mening is dat de motivering in het bestreden besluit onjuist is. De rechtbank gaat hierna daarom enkel in op de in beroep aangevoerde en gemotiveerde gronden.

Geloofwaardigheidsbeoordeling

10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de herkomst van eiser ongeloofwaardig mocht vinden. De identiteit en nationaliteit van eiser zijn geloofwaardig bevonden aan de hand van het Somalische paspoort dat eiser heeft overgelegd. Echter heeft eiser met dit overgelegde paspoort niet zijn herkomst bewezen aangezien daaruit niet volgt dat eiser negentien jaar in [plaats 2] heeft gewoond. Verder mocht verweerder aan eiser tegenwerpen dat hij niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard over zijn herkomst. Bovendien mocht verweerder hierbij betrekken dat de door eiser gestelde herkomst niet blijkt uit de afgenomen taalanalyse, zoals de rechtbank hierna verder zal motiveren.

Eiser heeft op 18 oktober 2022 deelgenomen aan een taalanalyse. Uit het rapport van deze taalanalyse is gebleken dat eiser niet eenduidig te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen Zuid-Somalië. Dit is beoordeeld aan de hand van eisers uitspraak, woordkeuze en zijn grammatica. De taalanalist is tot de uitkomst gekomen dat het Somalisch dat eiser spreekt overwegend overeenkomt met het Somalisch zoals het gangbaar is in het Somalische gedeelte van Ethiopië. Op grond van vaste jurisprudentie mag verweerder van een deskundigadvies zoals het rapport van TOELT uitgaan, nadat hij is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin navolgbaar is en de conclusies daarop aansluiten. Verweerder heeft dit in het bestreden besluit gedaan en zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat het rapport van de taalanalyse hieraan voldoet. Verweerder mocht daarom uitgaan van het advies van de deskundige.

Het enkele feit dat de Taalstudio is gestopt met het uitvoeren van contra-expertises, waardoor het voor vreemdelingen moeilijker is geworden om een contra-expertise te laten opmaken, maakt het voorgaande niet anders. Eiser heeft verder ook geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht waardoor getwijfeld kan worden aan de uitkomst van de taalanalyse. De stelling van eiser dat zijn moeder uit het Somalische deel van Ethiopië komt en dat eiser door het contact met zijn moeder en haar familie haar spraak heeft overgenomen, is in dat verband onvoldoende en verandert het oordeel van de rechtbank niet. Hierbij is van belang dat eiser heeft verklaard dat hij negentien jaar in Zuid-Somalië heeft gewoond, daar op de lagere school heeft gezeten en heeft gewerkt op de akkers. Onder die omstandigheden is niet zonder meer aannemelijk dat hij een ander dialect spreekt enkel omdat zijn moeder oorspronkelijk uit een andere omgeving komt.

Verweerder heeft de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers herkomst niet enkel gebaseerd op de uitkomst van het rapport van de taalanalyse. Hierbij heeft verweerder ook betrokken dat de kennis van eiser over zijn gestelde herkomstgebied onvoldoende is, hetgeen de conclusie van de taalanalyse ondersteunt. Eiser heeft tijdens het gehoor slechts in het algemeen antwoord kunnen geven op vragen die werden gesteld over zijn gebied van herkomst. Verweerder mocht van eiser verwachten dat hij meer specifieke en correcte informatie kon geven over deze omgeving nu eiser heeft verklaard daar negentien jaar te hebben gewoond. Zo kan eiser bijvoorbeeld wel enkele plaatsen in de omgeving van [plaats 2] opnoemen zoals een partijgebouw, de [schoolnaam] en heeft hij verklaard dat er een rivier loopt, maar eiser kan bijvoorbeeld niet direct duidelijk antwoord geven op de vraag over zijn fietsroute naar zijn werk op de akkers. Eiser geeft eerst ontwijkend antwoord op de vraag en nadat de hoormedewerker het nogmaals vraagt, benoemt eiser enkel een paar algemene gebouwen waar hij langs kwam, die hij ook al eerder in het aanvullend gehoor had benoemd. Ook mocht verweerder betrekken dat eiser alleen een algemene verklaring kan geven op de vraag hoe de moskee eruit zag. Eiser kan enkel benoemen dat de moskee een minaret had en geel was toen hij daar woonde. De stelling van eiser dat onvoldoende is ingegaan op wat hij in de zienswijze heeft opgemerkt over de vraagstelling tijdens het aanvullend gehoor verandert het oordeel van de rechtbank niet. Verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat de correcte antwoorden op de herkomstvragen onvoldoende zijn om aan de conclusie van de taalanalyse te twijfelen.

11. De rechtbank stelt vast dat eiser geen beroepsgronden heeft aangevoerd tegen de beoordeling van het tweede asielmotief. Dat de afvalligheid van de islam en bekering tot het christendom niet geloofwaardig is bevonden, is dus niet in geschil.

12. Het voorgaande maakt dat eiser niet als vluchteling kan worden aangemerkt en dat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. Verweerder heeft daarom de asielaanvraag op goede gronden afgewezen.

Het terugkeerbesluit

13. De rechtbank is van oordeel dat verweerder (nog) geen terugkeerbesluit had mogen opleggen aan eiser. De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft in een uitspraak van 6 november 2025 geoordeeld dat verweerder geen terugkeerbesluit kan nemen in zaken van Griekse statushouders voordat hij de uitkomst van zijn beoordeling heeft gedeeld met de Griekse autoriteiten en daarmee heeft onderzocht of de Griekse autoriteiten de aan eiser toegekende vluchtelingenstatus mogelijk zullen intrekken. Nu verweerder hier in deze zaak (nog) niet aan heeft voldaan zal de rechtbank het bestreden besluit vernietigen voor zover het een terugkeerbesluit betreft en verweerder opdragen de uitkomst van zijn beoordeling conform het arrest QY alsnog te delen met de Griekse autoriteiten. Het is vervolgens aan verweerder om te beoordelen wat de reactie van de Griekse autoriteiten op zijn beslissing betekent voor een eventueel nieuw te nemen terugkeerbesluit.

14. Verweerder heeft in zijn verweerschrift, onder meer onder verwijzing naar een door hem in een vergelijkbare zaak ingediend hogerberoepschrift, toegelicht waarom hij het niet eens is met het oordeel van de meervoudige kamer in de hiervoor genoemde uitspraak. De rechtbank begrijpt hieruit dat verweerder in een lastige situatie verkeert, omdat er veel Griekse statushouders zijn en de Griekse autoriteiten (mogelijk) niet of niet tijdig reageren op zijn berichten, maar ziet hierin geen aanleiding om tot een andere conclusie te komen dan de meervoudige kamer.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is gegrond, voor zover dit ziet op het terugkeerbesluit.

16. Omdat het beroep deels gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. J.L. Maats, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand