RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.46171
(gemachtigde: mr. G.H.P. Buren),
en
(gemachtigde: mr. D. Gigengack).
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag.
Procesverloop
2. Op 13 december 2021 heeft eiseres een asielaanvraag ingediend in Griekenland. Daar is zij op 23 februari 2022 erkend als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Vervolgens is eiseres doorgereisd naar Nederland.
Eiseres heeft op 16 mei 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Op 22 november 2024 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag.
Verweerder heeft met het bestreden besluit van 27 januari 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Omdat eiseres zich niet kan verenigen met het genomen besluit, is het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit van rechtswege ook gericht tegen dit besluit.
De rechtbank heeft partijen bij brief van 1 december 2025 in de gelegenheid gesteld te reageren op de uitspraak van deze rechtbank van 6 november 2025. Verweerder heeft hier bij brief van 16 december 2025 op gereageerd. Eiseres heeft hier vervolgens bij brief van 22 december 2025 op gereageerd.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 3 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, M. Gure (als tolk) en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
3. Eiseres heeft de Somalische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2004. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij in oktober 2021 Somalië heeft verlaten nadat zij door haar halfbroers en haar oma is gedwongen om zich uit te huwelijken aan een oudere man. Eiseres heeft zich daartegen verzet en is toen mishandeld door haar halfbroers. Ook is eiseres in december 2017 onder dwang van hen besneden. Dit is echter niet goed gegaan en eiseres had hierna medische hulp nodig. Zij vreest bij terugkeer voor problemen die zij zal ervaren met haar halfbroers en oma wegens het weigeren van het huwelijk en zij vreest voor herbesnijdenis.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
Verweerder vindt het eerste en tweede asielmotief geloofwaardig. Verweerder vindt het derde asielmotief niet geloofwaardig. Eiseres heeft geen objectieve documenten overgelegd ter onderbouwing van dit asielmotief. Verweerder heeft getoetst of eiseres dit asielmotief anderszins aannemelijk heeft gemaakt. Eiseres heeft volgens verweerder ten aanzien van dit asielmotief niet samenhangend en aannemelijk verklaard. De geloofwaardig geachte asielmotieven zijn volgens verweerder onvoldoende om aan te nemen dat eiseres een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat zij bij terugkeer naar Somalië een reëel risico loopt op ernstige schade. Eiseres heeft haar vrees voor herbesnijdenis onvoldoende aannemelijk gemaakte en ook vindt verweerder dat zij niet als alleenstaande vrouw kan worden aangemerkt. Eiseres komt vanwege het voorgaande niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als ongegrond. Eiseres heeft internationale bescherming ontvangen in Griekenland maar verweerder ziet daarin geen aanleiding om van een terugkeerbesluit af te zien.
Wat vindt eiseres in beroep?
5. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert het volgende aan. Ten eerste begrijpt eiseres niet waarom zij aanvullend is gehoord. Daarbij vindt zij dat er bij het gehoor geen rekening is gehouden met de culturele verschillen, het niveau van taalbeheersing en het gebrek aan deugdelijk onderwijs. Ook vindt eiseres dat haar ten onrechte op meerdere punten in haar relaas wordt verweten dat zij niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard. Tevens heeft eiseres haar vrees bij terugkeer al uiteengezet in haar zienswijze en dient dat als herhaald en ingelast te worden beschouwd nu verweerder daar niet op in is gegaan in het bestreden besluit. Eiseres betoogt dat er een risico bestaat voor eiseres dat zij herbesneden wordt bij terugkeer. Verweerder baseert zijn tegengestelde conclusie volgens eiseres enkel op aannames en speculaties. Nu uit openbare bronnen volgt dat dit weldegelijk een gevaar is waartegen eiseres niet beschermd kan worden door de autoriteiten of haar familie. Ook vindt eiseres dat onvoldoende wordt uitgelegd waarom zij niet behoort tot het risicoprofiel alleenstaande vrouw nu uit haar verklaringen blijkt dat eiseres bij terugkeer geen grootfamilie heeft die voor haar opvang en bescherming zou kunnen zorgen. Verder is het Griekse asieldossier niet zo spoedig als mogelijk opgevraagd door verweerder. Daarbij kan de inhoud van dit dossier niet aan eiseres worden tegengeworpen, nu zij destijds minderjarig was en het verhaal heeft verteld wat haar zus haar opdrong. Dat zij haar herbesnijdenis toen niet kenbaar heeft gemaakt, doet niet af aan haar gestelde vrees. Bovendien kan verweerder geen terugkeerbesluit opleggen voordat de Griekse autoriteiten zich hebben uitgelaten over de afwijzing van de aanvraag in Nederland.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Beroep niet tijdig beslissen
6. Omdat het beroep oorspronkelijk gericht was tegen het niet tijdig nemen van een besluit, zal de rechtbank hier eerst een oordeel over geven.
Omdat verweerder inmiddels heeft beslist, is het belang van eiseres bij een beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag komen te vervallen. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen.
Nu tussen partijen niet in geschil is dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en pas na deze overschrijding een besluit op eiseres haar asielaanvraag is genomen, ziet de rechtbank wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiseres voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Opvragen Griekse asieldossier
7. In het geval van eiseres heeft verweerder haar aanvraag niet niet-ontvankelijk verklaard omdat zij een vluchtelingenstatus heeft in Griekenland, maar zelf inhoudelijk beoordeeld. Verweerder betoogt onder verwijzing naar de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 28 juli 2021 dat zij de vluchtelingenstatus van eiseres uit Griekenland niet hoeft te erkennen. Verweerder dient wel gelet op het arrest QY in het bestreden besluit rekening te houden met de beslissing uit Griekenland. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan het bovenstaande heeft voldaan.
8. Echter is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek nu verweerder het Griekse asieldossier niet voor het nemen van het bestreden besluit heeft gedeeld met eiseres. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat dit per abuis is gebeurd en dat verweerder in principe altijd de stukken met eiseres deelt. Verweerder is van mening dat dit gebrek kan worden gepasseerd omdat eiseres hierdoor niet in haar belangen is geschaad nu deze stukken alsnog zijn overgelegd en eiseres hier dus alsnog op kon reageren. De rechtbank overweegt dat hier wel sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek dat tot vernietiging van het bestreden besluit leidt, nu dit dossier eerder had kunnen en moeten worden overgelegd en ziet op een essentieel onderdeel van het bestreden besluit. Doordat eiseres hier pas in beroep kennis van heeft kunnen nemen, is zij dan ook in haar belangen geschaad. De rechtbank zal daarom het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. De rechtbank zal evenwel bezien of de rechtsgevolgen ten aanzien van de afwijzing van de asielaanvraag is stand kunnen blijven. Eiseres heeft in beroep namelijk de gelegenheid gehad om op het Griekse asieldossier te reageren. Hierbij zal de rechtbank ook de overige beroepsgronden en relevante geschilpunten betrekken.
Het gehoor
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder een aanvullend gehoor mogen houden. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat de reden voor het aanvullend gehoor was dat verweerder na het nader gehoor nog te weinig informatie had om een zorgvuldige beslissing te nemen over de asielaanvraag. De rechtbank overweegt dat het verweerder in beginsel vrij staat om een aanvullend gehoor te houden indien hij dit omwille van de zorgvuldigheid noodzakelijk acht. Ook overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat gedurende het gehoor onvoldoende rekening is gehouden met het referentiekader van eiseres. Uit het verslag van het nader gehoor blijkt dat de hoormedewerker bij aanvang van het gehoor duidelijk heeft uitgelegd hoe het gehoor werkt en heeft eiseres medegedeeld dat zij op elk moment in het gesprek kan vragen om een pauze. De rechtbank overweegt dat uit het verslag van het gehoor niet blijkt dat de hoormedewerker onvoldoende rekening heeft gehouden met de eventuele culturele verschillen, het niveau van taalbeheersing en het gebrek aan deugdelijk onderwijs. Eiseres heeft verder ook niet nader gemotiveerd waaruit dit zou blijken en daarbij heeft eiseres niet onderbouwd waarom zij minder in staat zou zijn om naar behoren te verklaren. Verweerder heeft zich ook terecht op het standpunt gesteld dat dit evenmin blijkt uit het MediFirst rapport. Deze beroepsgrond slaagt dus niet.
Geloofwaardigheidsbeoordeling
10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het gedwongen huwelijk van eiseres en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig mocht vinden. Verweerder mocht aan eiseres tegenwerpen dat zij hierover niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard. Zo mocht verweerder betrekken dat de verklaringen van eiseres over het moment waarop zij voor het eerst hoorde over de uithuwelijking wisselend zijn. Nu eiseres in het nader gehoor heeft verklaard dat zij zelf een gesprek had met haar oma over dat het tijd voor haar was om te gaan trouwen terwijl zij in het aanvullend gehoor heeft verklaard dat zij een gesprek opving tussen haar oma en haar schoonzus waaruit bleek dat eiseres uitgehuwelijkt zou worden. Eiseres voert aan dat het feit of zij zelf dit gesprek met haar oma had of het gesprek opving geen wezenlijk verschil is. Echter overweegt de rechtbank dat verweerder mocht verwachten dat eiseres hier consistent over kon verklaren nu dit de aanleiding is voor eiseres om het land te verlaten. Ook mocht verweerder betrekken dat eiseres wisselend heeft verklaard over hoe zij het huis van haar oma heeft verlaten nu niet duidelijk blijkt of zij vrijwillig het huis van haar oma heeft verlaten of dat zij is ontsnapt omdat zij eigenlijk niet weg mocht van haar oma.
Verder mocht verweerder betrekken dat de verklaringen over gebeurtenissen in verband met de (her)besnijdenis en de uithuwelijking niet met elkaar stroken. Hierbij is van belang dat eiseres heeft verklaard dat haar oma eiseres opnieuw zou willen laten besnijden omdat zij denkt dat de besnijdenis niet goed zou zijn gegaan en een nieuwe besnijdenis nodig is voor de uithuwelijking. In dat verband mocht verweerder het ongerijmd vinden dat de oma van eiseres niet van de herstelingreep van eiseres afweet. Eiseres heeft namelijk verklaard dat zij door haar oma is geduwd waardoor de hechting weer open ging en dat zij vervolgens met haar schoonzus naar de apotheek ging voor de herstelingreep. Verweerder mocht het onlogisch vinden dat haar oma niks afweet van de herstelingreep die zij heeft gekregen na dit incident, nu zij zoveel belang hecht aan de besnijdenis en ook omdat haar oma en schoonzus in hetzelfde huis wonen.
11. Bovendien mocht verweerder in zijn beoordeling betrekken dat het Griekse asieldossier geen aanleiding biedt voor een ander oordeel over de gedwongen uithuwelijking van eiseres en de daaruit voortvloeiende problemen. Hierbij mocht verweerder betekenis hechten aan het feit dat deze Griekse verklaringen inhoudelijk afwijken van de verklaringen van eiseres die zij in Nederland heeft gegeven. Eiseres heeft in Griekenland niet verklaard dat zij vreest voor herbesnijdenis. Ook staat er in de verklaringen in het Griekse asieldossier niks vermeld over haar oma, terwijl haar oma in het Nederlandse dossier wel een grote rol speelt in de gebeurtenissen die haar reden van vertrek vormen.
Zwaarwegendheid
12. Of eiseres een vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag of dat zij een reëel en voorzienbaar risico loopt bij terugkeer naar Somalië dat in strijd is met artikel 3 van het EVRM dan wel artikel 4 van het Handvest wordt beoordeeld aan de hand van wat geloofwaardig is bevonden door verweerder. Verweerder acht het eerste en het tweede asielmotief geloofwaardig. Het enkele feit dat eiseres uit Somalië komt is op zichzelf niet genoeg om een vluchteling te zijn of een reëel risico op ernstige schade aan te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade omdat zij een alleenstaande vrouw is dan wel wegens de vrees voor herbesnijdenis. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
Herbesnijdenis
13. De rechtbank is van oordeel dat eiseres onvoldoende haar vrees voor herbesnijdenis aannemelijk heeft gemaakt bij terugkeer naar Somalië. Eiseres is in 2017 besneden en heeft verklaard dat zij een incident heeft meegemaakt waardoor haar besnijdenis opnieuw gehecht moest worden bij de apotheek. Eiseres verwacht dat haar oma wil dat ze zich opnieuw laat besnijden vanwege de problemen die zij heeft gehad bij haar eerste besnijdenis en eiseres heeft verklaard dat zij denkt dat haar oma niet op de hoogte is van de herstelingreep. Echter mocht verweerder stellen dat de eerste besnijdenis en de herstelingreep hebben plaatsgevonden in 2017, eiseres heeft hierna nog vier jaar in Somalië gewoond en niet is gebleken uit de verklaringen van eiseres dat zij in die periode risico liep op herbesnijdenis. Daar komt bovendien bij dat haar vrees voor herbesnijdenis in belangrijke mate rust op haar relaas over de problemen die zij heeft ervaren in verband met de voorgenomen uithuwelijking door een deel van haar familie. Nu hiervoor is geoordeeld dat verweerder dit deel van het relaas op goede gronden ongeloofwaardig heeft geacht, valt een groot deel van de onderbouwing van de vrees voor herbesnijdenis weg. Het enkele feit dat eiseres besneden is en dat uit algemene bronnen blijkt dat herbesnijdenis voorkomt in Somalië, is onvoldoende om te kunnen spreken van een reëel risico op ernstige schade. Eiseres heeft geen concrete omstandigheden aangevoerd die dit anders maken.
Alleenstaande vrouw
14. Ook is de rechtbank van oordeel dat eiseres bij terugkeer naar Somalië niet valt binnen het risicoprofiel alleenstaande vrouw. Uit de vreemdelingencirculaire volgt dat verweerder een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleent als een vrouw uit Somalië als alleenstaand kan worden beschouwd. Bij deze beoordeling wordt als eerste bekeken of eiseres in Somalië een echtgenoot of duurzame relatie heeft met wie zij kan gaan samenleven. In het geval van eiseres is dat niet zo. Vervolgens kijkt verweerder of er grootfamilie is waar eiseres, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming op terug kan vallen. Eiseres woonde voor haar vertrek bij haar moeder, echter heeft zij verklaard dat haar moeder is vertrokken en zij niet weet waarheen. Verweerder stelt dat eiseres dus niet terug kan keren naar haar moeder. Eiseres heeft echter verklaard dat zij goed contact had met de familie van haar moeder en dat deze kant van de familie dichtbij eiseres woonde. Verweerder heeft daarom terecht het standpunt ingenomen dat eiseres terug kan vallen voor opvang en bescherming bij de familie van haar moeder. Het standpunt van eiseres dat zij haar niet kunnen beschermen omdat zij tot de Tumaal-stam behoren doet hier niet aan af omdat het niet is onderbouwd. Daarbij komt dat ook in dit kader van belang is dat verweerder de uithuwelijking en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig mocht vinden waardoor verweerder mocht aannemen dat eiseres voor opvang en bescherming ook terug kan vallen op haar oom en tante van vaderszijde.
15. Uit het voorgaande volgt dat bij een volledige beoordeling van de beroepsgronden van eiseres, waaronder de reactie op het niet eerder overgelegde Griekse asieldossier, de afwijzing van de asielaanvraag geen stand kan houden. Dit betekent dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, voor zover die zien op het weigeren van de asielvergunning, in stand kunnen blijven.
Het terugkeerbesluit
16. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat verweerder (nog) geen terugkeerbesluit had mogen opleggen aan eiser. De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft in een uitspraak van 6 november 2025 geoordeeld dat verweerder geen terugkeerbesluit kan nemen in zaken van Griekse statushouders voordat hij de uitkomst van zijn beoordeling heeft gedeeld met de Griekse autoriteiten en daarmee heeft onderzocht of de Griekse autoriteiten de aan eiser toegekende vluchtelingenstatus mogelijk zullen intrekken. Nu verweerder hier in deze zaak (nog) niet aan heeft voldaan zal de rechtbank het bestreden besluit vernietigen voor zover het een terugkeerbesluit betreft en verweerder opdragen de uitkomst van zijn beoordeling conform het arrest QY alsnog te delen met de Griekse autoriteiten. Het is vervolgens aan verweerder om te beoordelen wat de reactie van de Griekse autoriteiten op zijn beslissing betekent voor een eventueel nieuw te nemen terugkeerbesluit.
17. Verweerder heeft in zijn verweerschrift, onder meer onder verwijzing naar een door hem in een vergelijkbare zaak ingediend hogerberoepschrift, toegelicht waarom hij het niet eens is met het oordeel van de meervoudige kamer in de hiervoor genoemde uitspraak. De rechtbank begrijpt hieruit dat verweerder in een lastige situatie verkeert, omdat er veel Griekse statushouders zijn en de Griekse autoriteiten (mogelijk) niet of niet tijdig reageren op zijn berichten, maar ziet hierin geen aanleiding om tot een andere conclusie te komen dan de meervoudige kamer.
Conclusie en gevolgen
18. Het beroep is niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen.
19. Het beroep is gegrond voor zover gericht tegen het inhoudelijke besluit. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, omdat sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek. De rechtbank laat de rechtsgevolgen in stand voor zover dat ziet op de beslissing op de asielaanvraag. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit voor zover die zien op het terugkeerbesluit worden niet in stand gelaten.
20. Omdat het beroep deels gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.335,-.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. J.L. Maats, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.