ECLI:NL:RBDHA:2026:22496

ECLI:NL:RBDHA:2026:22496

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-07-2026
Datum publicatie 12-08-2026
Zaaknummer SGR 24/8567
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Afwijzing aanvraag eenmalig bedrag. Als erfgenamen zouden eisers belang kunnen hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroep (procesbelang), ware het niet dat hun moeder al was overleden vóór de inwerkingtreding van het Tijdelijk besluit en dus ook zelf niet in aanmerking zou komen voor het eenmalig bedrag. Eisers hebben geen belang bij afwijzing of toekenning eenmalig bedrag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2026 in de zaak tussen

de erven [erflaatster], uit [plaats], eisers

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb), verweerder

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 24/8567

(gemachtigde: [gemachtigde 1])

en

(gemachtigde: [gemachtigde 2]).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag om een eenmalig bedrag op grond van het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst (Tijdelijk besluit). Deze regeling houdt in dat Nederlandse ouderen van Surinaamse herkomst een eenmalig bedrag van € 5.000 kunnen krijgen als zij aan de betreffende voorwaarden voldoen. Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van hun aanvraag. Aan de hand van wat eisers in beroep hebben aangevoerd, beoordeelt de rechtbank de besluitvorming van de Svb.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eisers geen procesbelang hebben. Zij zijn daarom niet-ontvankelijk in hun beroep. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben een aanvraag ingediend om een eenmalig bedrag op grond van het Tijdelijk besluit.

In het besluit van 30 augustus 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eisers om een eenmalig bedrag afgewezen.

Met het besluit van 10 oktober 2024 op het bezwaar van eisers, vervangen door het besluit van 16 april 2025 in verband met een onjuiste ondertekening van het besluit van 10 oktober 2024 (het bestreden besluit), is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Standpunt van eisers

3. Eisers betogen dat zij recht hebben op het eenmalig bedrag op grond van het Tijdelijk besluit. Eisers voeren aan dat reeds op 6 oktober 2023 de regeling is ondertekend en op 3 november 2023 is gepubliceerd in het Staatsblad. [erflaatster], hun moeder, is pas daarna, namelijk op 10 maart 2024, overleden.

Standpunt van verweerder

4. In het verweerschrift stelt de Svb zich op het standpunt dat eisers geen recht hebben op het eenmalig bedrag op grond van het Tijdelijk besluit, omdat [erflaatster] op 10 maart 2024 is overleden. Het Tijdelijk besluit is op 1 juni 2024 in werking getreden en op die datum moest de aanvrager in leven zijn. In het Tijdelijk besluit is geen regeling opgenomen voor nabestaanden om postuum een aanvraag in te dienen. Alleen als iemand voldeed aan de voorwaarden, maar tussen 1 en 30 juni 2024 is overleden, hebben nabestaanden recht op het eenmalig bedrag. Deze situatie is op eisers niet van toepassing.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

De rechtbank stelt vast dat eisers als erfgenamen beroep hebben ingesteld. Als erfgenamen zouden ze belang kunnen hebben bij inhoudelijke beoordeling van hun beroep (procesbelang), ware het niet dat [erflaatster] al op 10 maart 2024 overleden, vóór de inwerkingtreding van het Tijdelijk besluit op 1 juni 2024, en dus ook zelf niet in aanmerking zou komen voor het eenmalig bedrag. Eisers hebben dan ook geen belang bij de afwijzing of toekenning van het eenmalig bedrag en hun procesbelang was op het moment van de aanvraag al vervallen. De rechtbank verwijst naar haar uitspraak van 21 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14125.

Omdat eisers geen procesbelang hebben, zijn zij niet-ontvankelijk in hun beroep. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk zal behandelen en de gronden niet verder zal bespreken. Eisers krijgen ook het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van mr.H.B. Brandwijk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitlegt waarom zij het niet eens is met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T.A. Oudenaarden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand