ECLI:NL:RBDHA:2026:22506

ECLI:NL:RBDHA:2026:22506

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-08-2026
Datum publicatie 12-08-2026
Zaaknummer C/09/710309
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

[betrokkene] ,

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/710309 / FA RK 26-7959

Datum beschikking: 5 augustus 2026

Beschikking naar aanleiding van het op 3 augustus 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,

advocaat: mr. S. Cetinkaya-Ahmad te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 31 juli 2026 genomen crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een afschrift van de politiemutaties.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- de arts, [naam 2] ;

- de psychiater, [naam 3] ,

Daarnaast waren aanwezig:

- de verpleegkundigen, [naam 4] en [naam 5] ;

- de begeleiders, [naam 6] en [naam 7] ;

- de coassistent, [naam 8] .

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is afwijzing van het verzoek bepleit. Daartoe is aangevoerd dat betrokkene betwist dat bij hem sprake is van een psychische stoornis. Een behandeling en de opname in de accommodatie zijn daarom niet noodzakelijk. Betrokkene erkent dat hij af en toe speed gebruikt, maar hij ziet niet in waarom hij is opgenomen in de accommodatie. Betrokkene wil dan ook terugkeren naar huis.

Door de arts is naar voren gebracht dat betrokkene in de accommodatie is opgenomen omdat bij hem sprake was van een psychotisch toestandsbeeld. Hierdoor kampte betrokkene met achterdocht en psychotische belevingen. In de accommodatie is onder dwang gestart met een medicamenteuze behandeling. Betrokkene vertoonde echter in toenemende mate onrustig en boos gedrag. Betrokkene heeft bijvoorbeeld (indirect) doodsbedreigingen geuit richting een verpleegkundige. Ook is er een wapen in de kamer van betrokkene gevonden. Om de veiligheid te kunnen waarborgen, is betrokkene uiteindelijk ingesloten en hier verblijft hij tot op heden.

Ten aanzien van de verplichte vormen van zorg heeft de arts opgemerkt dat de verzochte zorgvormen ‘toedienen van vocht’, ‘toedienen van voeding’, ‘andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’ en ‘beperken van het recht op het ontvangen van bezoek’ niet noodzakelijk zijn. Ook heeft de arts aangegeven dat het niet noodzakelijk is om betrokkene te beperken in ‘het gebruik van communicatiemiddelen’.

De psychiater heeft aangevuld dat na het starten van een medicamenteuze behandeling het psychotische toestandsbeeld van betrokkene is verbeterd. Op dit moment is betrokkene nog wel achterdochtig. Het vermoeden is dat dit niet wordt veroorzaakt door een psychose, maar door hechtings- en persoonlijkheidsproblematiek bij betrokkene. Het is daarom vooralsnog onduidelijk of na ontslag uit de accommodatie een strafrechtelijk kader of forensische zorg het meest passend is. Het doel is om de insluiting van betrokkene zo snel mogelijk te beëindigen. Daartoe wordt momenteel een plan opgesteld. Volgens de psychiater is een terugkeer van betrokkene naar huis op dit moment niet mogelijk, nu de verwachting is dat betrokkene dan wederom speed gaat gebruiken en hij hierdoor opnieuw psychotisch ontregelt.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

In de afgelopen periode is betrokkene door zijn gedrag veelvuldig in beeld gekomen bij de politie. Bij de stukken waren 50 mutaties gevoegd en de politie is meerdere keren bij hem langs geweest om wapens in beslag te nemen. Met een mes heeft betrokkene zijn vader bedreigd, waarbij betrokkene aangaf dat hij zijn vader in stukken zou snijden. Ook heeft betrokkene zorgelijk gedrag vertoond in het bijzijn van zijn zoontje. Betrokkene heeft tevens bedreigingen geuit, zoals dat hij een explosief bij een huis zou afsteken. Daarnaast heeft betrokkene bij het familiebedrijf van zijn vader meerdere spullen vernield en weggenomen. Het gedrag van betrokkene wordt zowel in de thuissituatie als tijdens de opname in de accommodatie als erg dreigend ervaren.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotische ontregeling. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

Door en namens betrokkene is ter zitting betwist dat bij hem sprake is van een psychische stoornis. Gelet op de toelichting van de arts en psychiater ter zitting, is de rechtbank echter van oordeel dat voldoende duidelijk is geworden dat het ernstige vermoeden bestaat dat bij betrokkene sprake is van een psychische stoornis. De rechtbank gaat daarbij mede uit van de diagnose die is vastgesteld door de onafhankelijke psychiater, die betrokkene in het kader van het verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel heeft onderzocht en die haar bevindingen in de medische verklaring heeft vastgelegd. Ambulant is al eerder een antipsychotica voorgeschreven, waarvan onduidelijk is of betrokkene dit goed heeft ingenomen. Ook dit onderschrijft het ernstige vermoeden dat sprake is van een – al langer bestaande – psychische stoornis.

De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;

- opnemen in een accommodatie.

Van de overige in de crisismaatregel genoemde en door de rechtbank niet toegewezen vormen van zorg is door de toelichting van de arts ter zitting gebleken dat de toepassing niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene is van mening dat een opname in een accommodatie en een behandeling niet noodzakelijk zijn. De arts en psychiater hebben ter zitting echter de noodzaak voor een opname en een (medicamenteuze) behandeling onderschreven.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 augustus 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.C. van den Dries

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand