RECHTBANK DEN HAAG
Opvolgende rechterlijke machtiging
[cliënt],
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/709474 / FA RK 26-7450
Datum beschikking: 5 augustus 2026
Beschikking naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een opvolgende machtiging voor de duur van twee jaar als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1949 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. D.G.M. van den Hoogen te Leiden.
ProcesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 juli 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 1 juni 2026;
- de aanvraag voor een opvolgende machtiging aan het CIZ van 14 juli 2026;
- de op 3 juli 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- het niet-gedateerd zorgplan;
- een levenstestament van 7 augustus 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
- de verzorgende IG, [naam 2];
- de gevolmachtigde en tevens stiefzoon van cliënt, [gemachtigde].
Daarnaast waren aanwezig:- de zus van cliënt, [naam 3];
- de broer van cliënt, [naam 4].
Standpunten ter zitting
Door en namens cliënt is afwijzing van het verzoek bepleit. Daartoe is aangevoerd dat cliënt naar huis wil. Cliënt meent dat hij in de thuissituatie in staat is om zich zelfstandig te redden.
Het verblijf in de accommodatie ervaart cliënt als een gevangenis en hij benadrukt dat hij vrijheden wenst.
Ten aanzien van de duur van de rechterlijke machtiging heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Door de verzorgende IG is naar voren gebracht dat het verblijf in de accommodatie noodzakelijk is omdat cliënt 24-uurs zorg en begeleiding nodig heeft. Hij ia vaak onrustig en boos. Een rechterlijke machtiging is nodig omdat cliënt zich tegen het verblijf verzet.
De stiefzoon van cliënt heeft beaamd dat cliënt nog verzet toont tegen het verblijf in de accommodatie, maar volgens hem is dit verzet in de afgelopen periode wel verminderd.
Beoordeling
Op 20 maart 2026 is door de rechtbank een opvolgende rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie verleend tot en met 20 september 2026.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige materiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Cliënt heeft sturing en begeleiding nodig bij alle dagelijkse levensverrichtingen door zijn dementie en de gevolgen van een CVA. Het lukt cliënt niet meer om zelfstandig voor zichzelf te zorgen. In de thuissituatie lukte het cliënt bijvoorbeeld niet om zichzelf van maaltijden te voorzien. Ook vergat cliënt dat de kookplaat heet werd en liet hij gas en kokend water onbeheerd achter. Daarnaast verwaarloosde cliënt zichzelf en was cliënt niet verkeersveilig, doordat hij dwaalde op straat en door rood licht bij stoplichten liep. In de accommodatie wordt gezien dat cliënt veel behoefte heeft aan structuur en veiligheid. Hij is echter bang voor controleverlies, waardoor hij geen rust kan vinden. Hierdoor kan hij verbaal en agressief gedrag vertonen, door bijvoorbeeld te schreeuwen en met spullen te gooien. Ook kan cliënt grensoverschrijdend gedrag vertonen.
De voortzetting van het verblijf in een accommodatie is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. In de accommodatie kan – in tegenstelling tot in de thuissituatie – de 24-uurs zorg en begeleiding geboden worden die cliënt nodig heeft.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Cliënt uit een ontslagwens en hij is van mening dat hij zich in de thuissituatie zelfstandig kan redden. De verzorgende IG heeft ter zitting de noodzaak van het verblijf in de accommodatie onderschreven.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een opvolgende rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twee jaar.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie ten aanzien van:
[cliënt],
geboren op [geboortedatum] 1949 te [geboorteplaats],
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 augustus 2028.