Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 11 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.M. Zeeman te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift, met bijlagen.
Op 9 juli 2026 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is de moeder verschenen, bijgestaan door haar advocaat. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Verzoek
De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht om aan haar toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, om met [minderjarige] naar Polen te reizen in de periode van 18 juli 2026 tot en met 30 juli 2026, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader is niet in de procedure verschenen en heeft geen verweer gevoerd tegen de verzoeken van de moeder.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats], [geboorteland];
- [minderjarige] verblijft bij de moeder.
- De ouders en [minderjarige] hebben de Poolse nationaliteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 24 april 2025 is aan de moeder vervangende toestemming verleend om een paspoort voor [minderjarige] aan te vragen.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 25 juli 2025 is aan de moeder vervangende toestemming verleend om [minderjarige] in te schrijven op een basisschool en om met [minderjarige] naar Polen te reizen.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vervangende toestemming.
Gezag
Voor de beoordeling van het verzoek van de moeder is van belang of de vader naar het Poolse recht, nu [minderjarige] daar is geboren, (mede) met het ouderlijk gezag over [minderjarige] is belast. Naar Pools recht berust het ouderlijk gezag vanaf het moment van de geboorte bij beide ouders, ongeacht of zij met elkaar gehuwd zijn of samenwonen. De gezamenlijke gezagsuitoefening duurt voort tot de meerderjarigheid. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de ouders naar Pools recht belast zijn met het gezamenlijk gezag.
De volgende vraag die moet worden beantwoord, is of deze gezagsverhouding tussen de vader en [minderjarige] in Nederland wordt erkend. Hiertoe overweegt de rechtbank dat uit het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996, Trb. 1997, 299 (HKBV 1996) van toepassing is, omdat het verzoekschrift van de moeder is ingediend na 1 mei 2011, op welke datum het HKBV 1996 in werking is getreden.
Uit artikel 16, derde lid, HKBV 1996 volgt dat het op grond van het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van een kind bestaande ouderlijke verantwoordelijkheid blijft bestaan na verplaatsing van die gewone verblijfplaats naar een andere staat. Gelet hierop komt de rechtbank tot de conclusie dat de vader zijn ouderlijk gezag over [minderjarige] heeft behouden nadat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] is verplaatst naar Nederland.
Vervangende toestemming vakantie
Op grond van artikel 1:253a eerste lid BW kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen
over de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De
rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk
voorkomt.
De moeder wil graag met [minderjarige] op vakantie naar Polen van 18 juli 2026 tot en met 30 juli 2026. Zij zullen daar ook familie en vrienden gaan bezoeken. Het lukt de moeder niet om de vader om toestemming te vragen. Hij is al ongeveer twee jaar volledig uit beeld en zij krijgt geen contact met hem. De moeder heeft daarom inmiddels ook een verzoek tot eenhoofdig gezag ingediend bij de rechtbank, dat nog moet worden behandeld.
De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat hij met de moeder mee op vakantie kan. Het is een mooie gelegenheid om zijn familie en vrienden weer te zien en een fijne tijd te hebben. Omdat de vader geen verweer heeft gevoerd in deze procedure, zal de rechtbank het verzoek van de moeder als niet weersproken en in het belang van [minderjarige] toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:
verleent toestemming aan de moeder – welke de toestemming van de vader vervangt – om met [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats], [geboorteland] van 18 juli 2026 tot en met 30 juli 2026 naar Polen te reizen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.