RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/707738 / JE RK 26-1106
Datum uitspraak: 13 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter tot ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
'sGravenhage,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. W.G. Nieman te Leiden,
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- [naam 1] namens de Raad;
[naam 2] en [naam 3] namens de gecertificeerde instelling;
[naam 4], de partner van de vader, als toehoorder.
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven. [minderjarige] heeft een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld.
2. De feiten
De vader is bij beschikking van 29 december 2022 van de rechtbank Midden-Nederland eenhoofdig belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont bij zijn vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 april 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 15 juli 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 15 juli 2026.
3. Het verzoek en de gronden
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd. [minderjarige] heeft in het verleden te maken gehad met verlieservaringen en de strijd tussen de ouders. Hij is getuige geweest van huiselijk geweld tussen de moeder en haar toenmalige partner en er zijn signalen dat ook hij slachtoffer is geweest van huiselijk geweld. [minderjarige] loopt vast in de thuissituatie bij de vader. Hij laat ernstige gedragsproblemen zien waardoor de opvoedsituatie onder druk komt te staan. [minderjarige] doet een bovengemiddeld beroep op zijn opvoeders voor structuur, voorspelbaarheid en grenzen, terwijl hij hier ook hard tegenaan schopt. Door de dynamiek tussen [minderjarige] en zijn opvoeders ontstaan er regelmatig escalaties en onveilig gedrag bij [minderjarige], die de onderlinge relaties op scherp zetten. Nu [minderjarige] ouder wordt en in de puberteit komt, wordt zijn gedrag steeds heftiger waardoor zijn ontwikkeling negatief beïnvloed wordt. De bovengemiddelde opvoedbehoefte van [minderjarige] doet een groot beroep op de opvoedcapaciteiten, het geduld, de flexibiliteit en de volharding van de vader. Hoewel de vader zich bereid toont, vindt de Raad het gelet op de complexe problematiek en de grote zorgen over [minderjarige] noodzakelijk dat er een jeugdbeschermer betrokken wordt bij het gezin.
4. De standpunten van de belanghebbenden
Door en namens de vader is verzocht om het verzoek tot ondertoezichtstelling voor drie maanden toe te wijzen en voor het overige af te wijzen. De vader geeft aan dat hij bereid is om alle hulp in het belang van [minderjarige] te aanvaarden. De vader erkent de zorgen over [minderjarige] en hij wil graag dat er diagnostiek wordt uitgevoerd. De vader vraagt evenwel om een kortere toewijzing van de maatregel, zodat de noodzakelijke hulpverlening kan worden opgestart en de vader kan laten zien dat hij zelfstandig in staat in om de opvoeding van [minderjarige] weer op zich te nemen. De vader kan de hulpverlening daarna in het vrijwillig kader voortzetten. Op dit moment verloopt de samenwerking met de gecertificeerde instelling goed, maar de vader ziet nog weinig verbetering in de situatie.
De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen en het verzoek van de Raad. Ter zitting heeft de jeugdbeschermer toegelicht dat de uitvoering van de (voorlopige) ondertoezichtstelling bemoeilijkt wordt door het feit dat de vader staat ingeschreven in Den Haag, maar feitelijk met [minderjarige] verblijft in Rotterdam. Hierdoor duren aanmeldprocedures soms langer dan wenselijk is.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
Er zijn grote zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige]. [minderjarige] kent een ernstig belast verleden. Hij zat klem in de conflicten tussen de ouders en hij is getuige en slachtoffer geweest van huiselijk geweld. Rond 2021 heeft [minderjarige] een tijdlang geen omgang gehad met zijn vader. Begin 2022 is [minderjarige] na een incident bij de moeder naar zijn vader gegaan. Vanaf eind 2022 heeft hij geen contact meer zijn moeder. Hij heeft op jonge leeftijd ervaren dat zijn ouders niet beschikbaar waren. Dat heeft hem wantrouwig gemaakt.[minderjarige] laat zeer zorgelijk gedrag zien, zoals brand stichten en weglopen, en hij is ook in aanraking gekomen met de politie. Uit het raadsonderzoek blijkt verder dat [minderjarige] grenzen opzoekt en overschrijdt, en wanneer hij met zijn gedrag of uitspraken wordt geconfronteerd hij ook niet altijd de waarheid spreekt. Uit de onderbouwing van het verzoek en de toelichtingen ter zitting wordt verder afgeleid dat het gedrag van [minderjarige] mogelijk ook voortkomt uit kind-eigen problematiek. Het is belangrijk dat hier gedegen onderzoek naar wordt gedaan en een diagnose wordt gesteld. Met die kennis kan (verdere) passende hulpverlening voor [minderjarige] worden ingezet. [minderjarige] heeft inmiddels de leeftijd waarop hij in de puberteit komt, wat kan leiden tot meer escalaties en mogelijk ook verzwaring van zijn problematiek tot gevolg heeft. Dit alles heeft gezorgd voor schade bij [minderjarige]. De kinderrechter onderschrijft de conclusie van de Raad dat zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. Daar komt bij dat [minderjarige] binnenkort zal starten op een nieuwe school in een nieuwe omgeving, en dus te maken zal krijgen met -opnieuw- een voor hem belangrijke verandering.
De vader onderkent dat sprake is van forse problematiek en is bereid hulp en ondersteuning te aanvaarden. De ontwikkelingsbedreiging is evenwel zo ernstig en de problematiek zo complex, dat de vader die niet zelfstandig kan wegnemen. Daarnaast kan de vader niet overzien langs welke wegen de juiste hulpverlening voor [minderjarige], de juiste deskundigen voor diagnostiek en de juiste ondersteuning voor hemzelf kunnen worden ingezet. In vrijwillig kader is hulp onvoldoende van de grond gekomen. Het is dan ook noodzakelijk dat er een jeugdbeschermer betrokken wordt bij het gezin. De kinderrechter zal [minderjarige] daarom onder toezicht stellen. Gelet op de aard en ernst van de ontwikkelingsbedreiging en de tijd die naar verwachting gemoeid zal zijn om die weg te nemen is de verzochte duur van een jaar daarvoor passend en geboden.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 13 juli 2026 tot 13 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026 door mr. M.H. Rochat, kinderrechter, in aanwezigheid van T.A.A. Hilhorst als griffier. De schriftelijke uitwerking daarvan is vastgesteld op 24 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.