RECHTBANK DEN HAAG
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/707581 / FA RK 26-6272
Datum beschikking: 13 juli 2026
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1934 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. M.G. Eckhardt te Den Haag.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 22 juni 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 19 juni 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een niet ingevulde zorgkaart;
- een zorgplan van 18 juni 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 19 juni 2026;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 27 mei 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de arts, [naam 2];
- de achterneef van betrokkene.
De rechtbank heeft betrokkene tijdens de mondelinge behandeling niet kunnen spreken omdat haar gehoorapparaat defect was. Omdat dit niet op korte termijn kon worden verholpen, constateert de rechtbank dat het feitelijk onmogelijk is om het verzoek met betrokkene te bespreken. Eerder heeft de advocaat van betrokkene uitgebreid met haar gesproken en heeft zij haar standpunt aan hem kenbaar kunnen maken. Dit werd bevestigd door de achterneef van betrokkene. Daarom heeft de rechtbank besloten om de inhoudelijke behandeling van het verzoek voort te zetten, in aanwezigheid van betrokkene, met toestemming van haar advocaat en haar achterneef.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
De advocaat pleit namens betrokkene voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene erkent dat haar situatie sinds het herseninfarct is verslechterd maar geeft aan terug te willen naar huis.
De arts heeft naar voren gebracht dat betrokkene de noodzakelijke zorg en medicatie weigert. Op dit moment wordt er gezocht naar een passende vervolgplek voor betrokkene. Naar verwachting zal zij binnen twee maanden worden overgeplaatst.
De achterneef heeft aangegeven dat betrokkene niet in staat is om terug te keren naar haar woning. Betrokkene kan niet meer lopen en is afhankelijk van 24-uurszorg. Helaas is het niet mogelijk om dat vanuit de thuissituatie te organiseren.
Beoordeling
Op 1 juni 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 22 juni 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een sterk vermoeden van een uitgebreide neurocognitieve stoornis, met psychotische overschrijdingen en aanwijzingen voor een depressieve stemming.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
-ernstige verwaarlozing;
-maatschappelijke teloorgang.
Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebreken dat betrokkene in mei 2026 is opgenomen in het ziekenhuis wegens een herseninfarct. Hierdoor is zij volledig afhankelijk geworden van zorg en kan zij niet zelfstandig opstaan of lopen. Tijdens de huidige opname maakt betrokkene een afwerende indruk en toont zij geen ziektebesef. Betrokkene overziet de situatie niet en ontkent hulp nodig te hebben. Wegens verlaagde stemming, angst en verminderde cognitie heeft betrokkene gedurende de gehele dag begeleiding nodig. Indien betrokkene geen begeleiding krijgt, is er een direct risico op ernstige lichamelijk en psychische schade. Daarnaast is er dan ook direct een verhoogd risico op verwaarlozing en teloorgang.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene verzet zich tegen de noodzakelijk geachte zorg. Zij geeft aan terug te willen keren naar haar woning. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De rechtbank zal, in afwijking van het verzoek, de zorgmachtiging verlenen voor de duur van twee maanden. Uit hetgeen ter zitting is besproken leidt de rechtbank af dat de zorgmachging zal dienen als een overbruggingsmachtiging. Op korte termijn zal betrokkene worden overgeplaatst naar een Wzd-accommodatie. In de tussenliggende periode is het van belang dat de zorg kan worden gecontinueerd. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1934 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 september 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.