ECLI:NL:RBDHA:2026:22633

ECLI:NL:RBDHA:2026:22633

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 31-07-2026
Datum publicatie 13-08-2026
Zaaknummer NL25.48443
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Ethiopië; Oromia; onvoldoende gemotiveerd dat vrees voor rekrutering niet aannemelijk is gemaakt; beroep gegrond; besluit vernietigd

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.48443

(gemachtigde: mr. W.J. Rohlof)

en

(gemachtigde: mr. C. Stoute).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser, waarbij ook is bepaald dat hem geen verblijfsvergunning op reguliere gronden wordt verleend. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer (gedwongen) zal worden gerekruteerd. Aan een verdere beoordeling van de beroepsgronden komt de rechtbank niet toe. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en wat hiervan het gevolg is.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 3 oktober 2025 afgewezen als ongegrond en ook bepaald dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

3. Op deze zaak is het recht van toepassing zoals dat gold voor 12 juni 2026.

Asielrelaas

4. Eiser heeft de Ethiopische nationaliteit, is geboren op [geboortedag] 2007, komt uit de regio Oromia in Ethiopië en behoort tot de bevolkingsgroep van de Oromo. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiser heeft Ethiopië (in 2021) verlaten vanwege de vrees om – net zoals zijn broer – gedwongen te worden gerekruteerd voor het federale leger. Bij terugkeer vreest eiser voor maatregelen van de zijde van de (lokale) overheid. Verder vreest eiser beschuldigd te worden van het zijn van spion voor de rebellen (OLA/OLF-Shene) vanwege zijn illegale vertrek en lange afwezigheid uit zijn gebied van herkomst en vreest hij het slachtoffer te worden van willekeurig geweld.

Bestreden besluitvorming

5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister het asielmotief identiteit, nationaliteit en herkomst. De verklaringen van eiser hierover acht de minister geloofwaardig, maar volgens de minister volgt hieruit niet dat eiser een gegronde vrees heeft voor vervolging en evenmin dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade. Daarom komt eiser niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, dan wel b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Ook bestaat er geen aanleiding om eiser (met terugwerkende kracht) in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 (buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv)).

Integrale geloofwaardigheidsbeoordeling

6. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte geen integrale geloofwaardigheidsbeoordeling heeft gemaakt waarbij de minister kenbaar rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. Dat maakt de totstandkoming van het bestreden besluit onzorgvuldig. Eiser moet bovendien in grote lijnen als geloofwaardig worden beschouwd.

Deze beroepsgrond treft geen doel. De minister heeft het door eiser naar voren gebrachte asielmotief immers geloofwaardig geacht. Eiser licht niet toe wat hij desondanks met deze beroepsgrond beoogt.

Vrees voor vervolging om (toegedicht) politieke redenen

7. De rechtbank stelt vast dat eiser niet het standpunt van de minister betwist dat hij niet heeft geconcretiseerd en onderbouwd dat, en waarom, hij vanwege zijn illegale vertrek uit Ethiopië en zijn afwezigheid uit zijn gebied van herkomst zou worden gezien als een spion/aanhanger van de rebellen (OLA/OLF-Shene) en daardoor bij terugkeer problemen zal ondervinden.

Vrees voor gedwongen rekrutering voor/door het federale leger

8. De minister stelt zich in het bestreden besluit – deels anders dan in het voornemen – op het standpunt dat hoewel (gedwongen) rekrutering plaatsvindt in Ethiopië, eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in dit verband een reëel risico loopt op ernstige schade. Op basis van eisers verklaringen is het volgens de minister onvoldoende aannemelijk dat eiser persoonlijk het risico loopt dat hij tegen zijn wil wordt gerekruteerd door het Ethiopische leger. Daartoe overweegt de minister dat eisers vrees op dit punt is gebaseerd op aannames, vermoedens en veronderstellingen en eiser in het verleden nooit is benaderd door de Ethiopische autoriteiten om zich aan te sluiten bij het leger. Zonder nadere onderbouwing volgt dit ook niet uit de factoren die eiser in dit verband benoemt. Concrete aanknopingspunten waaruit blijkt dat eiser bij terugkeer naar Ethiopië (een verhoogd risico loopt dat hij) zal worden gerekruteerd door de autoriteiten, zijn er dan ook niet, aldus de minister.

Eiser betoogt dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer zal worden gerekruteerd. Eiser voert daartoe aan dat het bestreden besluit op dit punt innerlijk tegenstrijdig is omdat de minister ook erkent dat op grote schaal gedwongen rekrutering plaatsvindt in eisers regio van herkomst, met name onder jongeren van zijn leeftijd. Eiser wijst op openbare bronnen die worden genoemd in de brief van VluchtelingenWerk Nederland van 25 augustus 2025 die hij bij de zienswijze heeft overgelegd. Eiser voert aan dat de minister met zijn motivering miskent dat het niet gebruikelijk is dat jongeren via een persoonlijk bevel worden benaderd door de autoriteiten om zich aan te sluiten bij het leger. Dit wordt volgens eiser ondersteund door informatie uit openbare bron en zijn eigen verklaringen. Ook overweegt de minister volgens eiser ten onrechte dat zijn vrees voor rekrutering is gebaseerd op aannames en veronderstellingen. Eiser wijst erop dat hij met openbare bronnen heeft onderbouwd dat rekrutering op grote schaal plaatsvindt, met name onder jongeren, en op de manier zoals hij daarover heeft verklaard. Ook wijst eiser op factoren die het risico op rekrutering verhogen, namelijk dat zijn vader, broer en vrienden zijn gerekruteerd, dat eiser rekruteringen heeft waargenomen bij hem in het dorp en dat een bekende van zijn vader, die bij de milities zit, en eisers broer hem hebben verteld dat hij dit risico loopt. Hierover merkt eiser op dat de minister deze verklaringen aannemelijk acht. Van slechts aannames of veronderstellingen is dan ook geen sprake. En ook in het geval sprake is van aannames of veronderstellingen, moet de minister volgens eiser de aannemelijkheid daarvan toetsen. Bewijsstukken ter staving van dit asielmotief kunnen volgens eiser niet van hem worden verwacht omdat persoonlijke rekruteringsbevelen in zijn omgeving niet werden uitgereikt, eisers broer is overleden en van zijn stiefvader geen verklaring kan worden verwacht. Daarbij komt volgens eiser nog dat zijn verklaringen niet in strijd zijn met informatie uit algemene bron en hij in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd.

Deze beroepsgrond slaagt. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt stelt dat, ondanks dat hij aanneemt dat (gedwongen) rekrutering voor het federale leger dan wel milities die vechten aan de zijde van dit leger tegen rebellerende groepen in de regio’s Amhara en Oromia wel degelijk plaatsvindt, eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk een risico loopt in dit verband. De rechtbank volgt de minister er niet in dat eisers vrees enkel is gebaseerd op aannames, vermoedens en veronderstellingen. De minister erkent immers dat (gedwongen) rekrutering plaatsvindt en dit wordt ondersteund door informatie uit algemene bron waarop eiser bij de zienswijze heeft gewezen. De overweging van de minister dat eiser in het verleden nooit persoonlijk is benaderd om zich bij het federale leger aan te sluiten, vindt de rechtbank in dit verband onvoldoende. Eiser heeft immers verklaard dat van bevelen die persoonlijk worden uitgedeeld of anderszins persoonsgerichte rekrutering geen sprake is, maar dat sprake is van bevelen afkomstig van de provincie om in bepaalde wijken (willekeurig) bepaalde aantallen jongeren op te pakken. Over de wijze waarop volgens eiser (gedwongen) wordt gerekruteerd, heeft de minister zich niet expliciet uitgelaten. Eiser heeft ook verklaard dat zijn broer tegen zijn wil in is gerekruteerd en dat een aantal jongeren uit de buurt in dat verband thuis en op straat is opgepakt. Niet is gebleken dat de minister niet van die verklaringen van eiser uitgaat. Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende motiveert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk een risico loopt om bij terugkeer gedwongen te worden gerekruteerd voor het federale leger of milities die aan de zijde van het federale leger vechten. De besluitvorming kent op dit punt dan ook een gebrek.

9. De rechtbank ziet geen aanleiding om in deze zaak te finaliseren omdat het geconstateerde gebrek zich daar naar haar oordeel niet voor leent. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om zich in deze uitspraak uit te laten over de beroepsgronden die zijn gericht tegen het standpunt van de minister dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Ethiopië een reëel risico loopt op ernstige schade als gevolg van willekeurig geweld in de regio Oromia en tegen het standpunt dat eiser niet (met terugwerkende kracht) in aanmerking komt voor de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 (buitenschuldbeleid voor amv). Mede gelet op het tijdsverloop en mogelijk relevante ontwikkelingen op deze besluitonderdelen, acht de rechtbank het aangewezen dat de minister ook op deze onderdelen een uitputtende en geactualiseerde beoordeling verricht.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is gegrond. De minister heeft het bestreden besluit in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht onvoldoende deugdelijk gemotiveerd. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak en met inachtneming van wat hierin is overwogen opnieuw op de asielaanvraag van eiser beslist.

Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding bedraagt € 1.868 omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van

mr. G.T.J. Kouwenberg, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand