ECLI:NL:RBDHA:2026:22654

ECLI:NL:RBDHA:2026:22654

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-08-2026
Datum publicatie 13-08-2026
Zaaknummer NL26.41998
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Grensdetentie artikel 6, derde lid, van de Vw 2000, lichter middel, detentie(on)geschiktheid, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiser] , v-nummer: [x] , eiser

de ambtenaar belast met de grensbewaking, de ambtenaar

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.41998

(gemachtigde: mr. T.E. van Houwelingen-Boer),

en

(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).

Procesverloop

Bij besluit van 24 juli 2026 (het bestreden besluit) is aan eiser met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

De minister van Asiel en Migratie (minister) heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De minister heeft op 28 juli 2026 de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven.

De rechtbank heeft het beroep op 31 juli 2026 op zitting behandeld. De gemachtigde van eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De ambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank bij de beoordeling van het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 94, zesde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond.

2. Op grond artikel 5.5, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw 2000 opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.

3. Omdat de maatregel is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw 2000 kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

Had de ambtenaar moeten volstaan met een lichter middel?

4. Eiser voert aan dat in het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd waarom, gelet op het grensbewakingsbelang, de ambtenaar verplicht was om eiser in detentie te plaatsen. Ook is in het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd dat detentie in eisers geval noodzakelijk was en waarom de detentielocatie op Schiphol daarvoor een geschikte plek was. Detentie is immers het laatste redmiddel, en beoordeeld had moeten worden of er geen lichter middel voorhanden was. Eiser verwijst daarbij naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam van 17 juli 2026.

In de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 17 juli 2026 heeft de rechtbank in het kader van de vraag of met een lichter middel had kunnen worden volstaan, geoordeeld dat de maatregel van grensdetentie onrechtmatig is opgelegd. Daartoe is, voor zover hier relevant, het volgende overwogen. Volgens de rechtbank zit die onrechtmatigheid verweven in de manier waarop de minister de toetsing van aan de buitengrens ingediende asielverzoeken vorm geeft. Allereerst trekt de minister volgens de rechtbank een grotere verantwoordelijkheid naar zich toe wat betreft het bewaken van de buitengrens dan het Unierecht voorschrijft ten aanzien van mensen die aan de buitengrens een asielwens kenbaar maken. In de werkinstructie staat dat uitgangspunt is dat iedere vreemdeling vanaf de buitengrens die niet voldoet aan de voorwaarden van toelating, in de grensprocedure wordt opgenomen, uitzonderingen daargelaten. De noodzaak tot het toepassen van de grensprocedure, en in het verlengde daarvan de grensdetentie, ziet de minister in het grensbewakingsbelang. Maar de Procedureverordening verplicht alleen om de grensprocedure toe te passen in de gevallen genoemd in artikel 45, eerste lid, van die verordening. Als de minister onverplicht overgaat tot toepassing van de grensprocedure dan creëert de minister feitelijk zelf de situatie waarin hij zegt dat het noodzakelijk is om ook over te gaan tot grensdetentie. Zo’n zelf gecreëerde noodzaak is volgens de rechtbank dan ook op zichzelf onvoldoende om als rechtvaardiging voor detentie te worden gezien. Detentie is namelijk een ultimum remedium. Ten tweede legt de minister volgens de rechtbank een niet door het Unierecht voorgeschreven automatische koppeling tussen het grensbewakingsbelang aan de ene kant en het opleggen van grensdetentie aan de andere kant. Juist omdat de minister niet verplicht is om het asielverzoek in de grensprocedure te behandelen, is het enkele grensbewakingsbelang onvoldoende om de noodzaak van de maatregel van grensdetentie te motiveren. Er moeten ook andere belangen zijn die daartoe nopen en die zwaarwegend genoeg zijn, zoals bijvoorbeeld het risico op onttrekking Ten derde, daarmee verbonden, sluit de minister door de wijze van bevraging categorisch de mogelijkheid van het opleggen van een lichter middel uit, aldus zittingsplaats Amsterdam.

De rechtbank volgt dit oordeel niet. Ten eerste stelt de rechtbank vast dat in de werkinstructie inderdaad staat vermeld dat uitgangspunt is dat iedere vreemdeling die vanaf de buitengrens een asielaanvraag doet en die niet voldoet aan de voorwaarden van toelating, in de grensprocedure wordt opgenomen, uitzonderingen daargelaten. Verder staat ook vermeld dat in Nederland de asielgrensprocedure altijd is gekoppeld aan een vrijheidsontnemende maatregel. Daarbij is in een noot toegelicht dat het grensbewakingsbelang in beginsel enkel kan worden veiliggesteld met het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel en dat minder dwingende maatregelen tot gevolg hebben dat feitelijk toegang tot Nederland wordt verkregen. In de werkinstructie staat echter ook opgenomen welke aanvragen zijn uitgezonderd van de asielgrensprocedure. Eén van die uitzonderingen is dat grensdetentie voor een vreemdeling wegens bijzondere individuele omstandigheden onevenredig bezwarend is. Daarbij wordt verwezen naar artikel 5.1a, derde lid, van het Vb 2000 (inmiddels artikel 5.5, tweede lid, van het Vb 2000), waarin dit ook zo staat. De werkwijze van de minister is dus, voor zover hier van belang, dat de vreemdeling die aan de buitengrens een asielaanvraag doet maar niet voldoet aan de voorwaarden voor toelating, in de grensprocedure wordt opgenomen en dat daarbij in beginsel de maatregel van grensdetentie wordt opgelegd, tenzij sprake is van bijzondere individuele omstandigheden waardoor grensdetentie onevenredig bezwarend is (verdere uitzonderingen daargelaten).

Naar het oordeel van de rechtbank is de werkwijze niet in strijd met het (ver)nieuw(d)e Unierecht. De minister heeft er terecht op gewezen dat op grond van artikel 43, eerste lid, aanhef en onder a, van de Procedureverordening, voor zover hier van belang, de bevoegdheid bestaat om een asielverzoek te behandelen in een grensprocedure als dat verzoek is ingediend door een onderdaan van een derde land die niet voldoet aan de voorwaarden voor toegang tot het grondgebied van een lidstaat als vastgesteld in artikel 6 van de Schengengrenscode. Verder heeft de minister terecht gewezen op artikel 10, vierde lid, aanhef en onder d, van de hernieuwde Opvangrichtlijn, waarin staat dat een verzoeker in bewaring mag worden gehouden om in het kader van een grensprocedure als bedoeld in artikel 43 van de Procedureverordening een beslissing te nemen over het recht van de verzoeker om het grondgebied te betreden. Daarmee is het grensbewakingsbelang ook in het (ver)nieuw(d)e Unierecht tot uitdrukking gebracht. Verder geldt dat de werkwijze niet in strijd is met het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de herziene Opvangrichtlijn.

Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat de (destijds geldende) Procedurerichtlijn zich er niet tegen verzet om in beginsel alle aan de buitengrens geuite asielverzoeken in de grensprocedure te behandelen. Het is ook vaste rechtspraak dat veel gewicht toekomt aan het grensbewakingsbelang omdat toepassing van een lichter middel dan grensdetentie in de regel tot toegangsverlening zal leiden. Daarmee is de noodzaak van de maatregel van grensdetentie in beginsel gegeven. Nu de werkwijze vervolgens inhoudt dat steeds wordt bezien of sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die er toe nopen dat een lichter middel wordt opgelegd, kan niet worden gezegd dat het opleggen van een lichter middel categorisch wordt uitgesloten. De rechtbank ziet in de omstandigheid dat de Procedureverordening in een aantal gevallen de grensprocedure verplicht stelt, geen aanleiding om aan te nemen dat deze vaste rechtspraak thans niet meer geldt. Overigens is eiser afkomstig uit de Verenigde Staten. Dit betekent dat overeenkomstig het bepaalde in artikel 45, aanhef en onder lid 1, gelezen in samenhang met artikel 42, aanhef, en lid 1 onder j, van de Procedureverordening, in dit geval de grensprocedure verplicht is gesteld.

Is eiser detentieongeschikt?

5. Eiser heeft verder aangevoerd dat in zijn geval niet voldoende is onderzocht of een lichter middel kon worden toegepast vanwege detentieongeschiktheid, althans dat de maatregel op dit punt onvoldoende is gemotiveerd. Eiser wijst er in dit verband op dat hij heeft verklaard in het verleden vijf keer een suïcidepoging heeft gedaan.

Ook dit betoog slaagt niet. De ambtenaar heeft terecht overwogen dat in het detentiecentrum dezelfde medische zorg aanwezig is als in de vrije maatschappij. Eiser heeft ook in het geheel niet onderbouwd dat in zijn geval een suïciderisico bestaat. Het blijft bij zijn enkele verklaring op dit punt, terwijl hij desgevraagd ook aangeeft dat hij geen probleem heeft met de maatregel van grensdetentie, zolang hij maar de beschikking heeft overeen televisie en mag roken. De beroepsgrond slaagt niet.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

6. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de ambtenaar en eiser verstrekte gegevens verder geen grond om te komen tot het oordeel dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel op enig moment onrechtmatig is geweest.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.M. van Kouwen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.A. van Hoof

Griffier

  • mr. J.M. van Kouwen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand