ECLI:NL:RBDHA:2026:22667

ECLI:NL:RBDHA:2026:22667

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-08-2026
Datum publicatie 13-08-2026
Zaaknummer NL25.60110
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

China, geloofwaardigheid, geloofsgroei, Ebilum, beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , v-nummer: [v-nummer] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.60110

(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),

en

(gemachtigde: mr. R.S. Helmus).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De minister heeft namelijk onvoldoende gemotiveerd dat de door eiseres gestelde geloofsgroei ongeloofwaardig is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 15 januari 2025 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 5 december 2025 afgewezen als ongegrond. Ook heeft de minister eiseres een inreisverbod voor de duur van twee jaren opgelegd.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres legt aan haar opvolgende asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij is van Chinese nationaliteit en is geboren op [geboortedag] 1984. Eiseres is sinds 2015 in Nederland. Eiseres stelt christen te zijn en daardoor gevaar te lopen in China. Zij heeft daarvoor eerder in 2015 een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is afgewezen. Eiseres beroept zich in de huidige procedure op geloofsgroei. Verder heeft eiseres zesmaal deelgenomen aan demonstraties en protesten tegen de Chinese autoriteiten. Daarbij was volgens eiseres ook een vertegenwoordiger van de Chinese overheid aanwezig die aan de demonstranten vragen stelde over wie zij waren en waartegen zij demonstreerden. Eiseres vreest daarom dat zij als christen gevaar loopt bij terugkeer naar China, omdat haar christendom, die in China verboden is, bij de Chinese autoriteiten bekend zou zijn.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig zijn en dat ook geloofwaardig is dat eiseres heeft deelgenomen aan meerdere (religieuze) protestacties. De minister gelooft echter niet dat sprake is van geloofsgroei. Volgens de minister heeft eiseres dit asielmotief niet volledig onderbouwd met objectieve documenten en heeft zij daarover ook niet samenhangend en aannemelijk verklaard. De minister stelt zich verder op het standpunt dat niet aannemelijk is dat eiseres vanwege haar Chinese nationaliteit of haar deelname aan protestacties bij terugkeer naar China een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op ernstige schade. De minister heeft de asielaanvraag daarom afgewezen.

Geloofsgroei

Toetsingskader

5. Niet in geschil is dat eiseres haar verklaringen over geloofsgroei niet heeft onderbouwd met (objectieve) documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. Daarom heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog, gelet op de door eiseres afgelegde verklaringen, geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000. Tijdens de zitting heeft de minister desgevraagd toegelicht dat in het voornemen abusievelijk is opgenomen dat (ook) niet wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder d, Vw 2000.

6. Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de bekering heeft de minister gebruik gemaakt van de Werkinstructie 2022/3 ‘Bekeerlingen en afvalligen’. Ten tijde van het bestreden besluit was deze werkinstructie echter vervangen door de Werkinstructie 2025/9 ‘Religieuze overtuiging’. De rechtbank stelt vast, hetgeen tussen partijen ook niet in geschil is, dat de methodiek van het beoordelen van de geloofwaardigheid in beide werkinstructies overeenkomt en gebeurt aan de hand van dezelfde elementen. Uit de werkinstructies volgt dat de minister zich bij de beoordeling richt op drie elementen, te weten (1) het proces en de motieven voor de bekering, (2) de kennis van het nieuwe geloof; en (3) de geloofsactiviteiten.

Het standpunt van de minister

7. De minister werpt eiseres allereerst tegen dat zij in haar eerdere procedure ongeloofwaardig heeft verklaard over haar gestelde bekering. Volgens de minister weegt nog steeds in haar nadeel dat zij in haar eerste procedure vaag en summier heeft verklaard. Eiseres grijpt nog steeds terug op de verklaringen en voorbeelden die al tijdens de eerste procedure zijn beoordeeld. De minister werpt eiseres verder tegen dat zij weliswaar heeft verklaard dat God haar heeft begeleid in het gemis van haar kind en dat God eiseres heeft geleerd een nederig mens te zijn maar dat daarmee door eiseres geen inzicht wordt gegeven in de verdere verdieping van haar geloof. Verder zijn vreugde, innerlijke rust en nederigheid volgens de minister niet voorbehouden aan christenen en heeft eiseres onvoldoende overtuigend verklaard over het verband tussen deze aspecten en het christendom. Ook het lezen van en interpreteren van Bijbelteksten is volgens de minister geen reden om verdieping in het geloof van eiseres aan te nemen omdat het volgens de minister eenieder vrijstaat dit soort teksten te lezen en daar een betekenis aan te geven.

De minister stelt zich wat betreft de geloofsactiviteiten verder op het standpunt dat eiseres vaag en oppervlakkig heeft verklaard over wat haar aansprak aan de [kerknaam] kerk. Volgens de minister heeft eiseres met haar verklaring dat de [kerknaam] kerk dicht bij haar woonplek staat en dat de kerk aansluit bij haar geloofsopvattingen onvoldoende duidelijk gemaakt waarom nu juist de [kerknaam] kerk ten opzichte van andere kerken zo dicht bij haar geloof staat. Uit de overgelegde brief van de [kerknaam] kerk blijkt volgens de minister slechts dat deze overeenkomt met haar verklaringen en ten opzichte van die verklaringen niets nieuws naar voren brengt. In die brief staat niets over haar persoonlijke motieven of het proces dat zij heeft doorgemaakt, aldus de minister.

Standpunt eiseres

8. Eiseres betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat haar geloofsgroei ongeloofwaardig is. Eiseres wijst erop dat de persoonlijke groei van haar geloof zich uit in het lezen van de Bijbel, meditatie en dat zij zeer frequent bidt. Daarbij is zij actief bezig met het bestuderen van haar geloof en gaat daarbij zelfreflectie niet uit de weg, doordat zij haar eigen handelen toetst aan haar geloof. Verder geeft eiseres ook praktisch invulling aan haar geloof door hulp te bieden aan anderen, het nastreven van rechtvaardigheid en het tonen van barmhartigheid. Verder neemt eiseres deel aan kerkdiensten en maakt zij deel uit van een spirituele gemeenschap. Door haar geloof weet eiseres naar eigen zeggen om te gaan met moeilijke momenten in haar leven.

Het oordeel van de rechtbank

9. De beroepsgrond slaagt. De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verklaringen van eiseres over haar geloofsgroei geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister heeft daarom onvoldoende gemotiveerd dat de geloofsgroei niet geloofwaardig is.

De rechtbank stelt vast dat de motivering van de minister ten aanzien van dit asielmotief uit drie onderdelen/argumenten bestaat. De rechtbank oordeelt dat de minister te rigide heeft gesteld dat eiseres zich beroept op verklaringen die zij heeft gedaan in haar eerdere procedure en dat dat in haar nadeel kan worden meegewogen (onderdeel 1). De rechtbank oordeelt verder dat de minister ten onrechte stelt dat eiseres oppervlakkig en vaag heeft verklaard over haar geloofsverdieping. Eiseres heeft namelijk wel degelijk inzicht gegeven in haar geloofsverdieping door uitgebreid te verklaren over de betekenis en doorwerking van het christelijk geloof, het bidden en het lezen van de Bijbel in haar persoonlijke leven (onderdeel 2). Ook oordeelt de rechtbank dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser vaag en oppervlakkig heeft gemotiveerd over wat haar in de [kerknaam] kerk aansprak. Eiseres heeft namelijk inzichtelijk verklaard over waarom zij zich bij [kerknaam] kerk heeft aangesloten en waarom die kerk haar aanspreekt en bij haar past (onderdeel 3). De rechtbank werkt dit oordeel hieronder per onderdeel verder uit.

Onderdeel 1: de doorwerking van de eerdere asielprocedure

10. Eiseres heeft in haar eerdere asielprocedure ook gesteld dat zij is bekeerd tot het christendom. Met de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, van 16 april 2015 staat in rechte vast dat de minister die bekering ongeloofwaardig heeft kunnen achten omdat eiseres vaag en summier heeft verklaard over haar motieven en het proces van bekering. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt dat bij een opvolgende asielaanvraag waarin een vreemdeling zich beroept op geloofsgroei een verzwaarde bewijslast geldt, omdat het asielrelaas waarop de vreemdeling voortborduurt al ongeloofwaardig is bevonden. Als een vreemdeling zijn geloofsgroei aannemelijk wil maken aan de hand van verklaringen over zijn motieven voor en proces van bekering, kan de minister echter niet eisen dat die motieven en dat proces volledig nieuw zijn ten opzichte van de voorgaande procedure. De vreemdeling kan voortborduren op elementen die hij in de eerdere procedure al heeft aangevoerd, mits hij aan de hand daarvan aannemelijk kan maken dat hij tot intensivering van zijn geloof is gekomen. Dat betekent dat een vreemdeling eerdere gegevens kan aanvullen met nieuwe verklaringen over dezelfde onderwerpen. In dat geval kan onder omstandigheden sprake zijn van een nieuw samenstel van gegevens.

De minister heeft eiseres in de bestreden besluitvorming tegengeworpen dat het feit dat eiseres zich beroept op eerdere verklaringen op zichzelf in haar nadeel weegt. De minister doelt onder meer op het gegeven dat eiseres in de eerdere procedure ook heeft verklaard dat zij bidt en de Bijbel leest, dat zij eerder ook heeft verklaard over de relatie met haar echtgenoot en het principe van ‘je naaste liefhebben als jezelf’ en het Bijbelverhaal over Noach ook eerder al is genoemd. De minister heeft met die motivering echter geen blijk gegeven van een afweging of sprake is van een nieuw samenstel van gegevens en heeft niet gemotiveerd waarom dat volgens hem niet het geval zou zijn. In dat kader is relevant dat eiseres in haar toelichting bij de zienswijze heeft toegelicht dat ze het voorbeeld van haar echtgenoot en het principe van ‘je naaste liefhebben als jezelf’ heeft aangehaald om uit te leggen waarom de [kerknaam] kerk – waar volgens eiseres dit principe gepredikt wordt – bij haar past. Hiermee maakt eiseres, naar het oordeel van de rechtbank, haar verhaal persoonlijk en past een eerder gegeven voorbeeld toe op haar huidige leven. Eiseres grijpt dus niet enkel terug op eerder afgelegde verklaringen.

De rechtbank oordeelt verder dat de minister de uitleg van eiseres – gegeven tijdens het gehoor en in de persoonlijke toelichting bij de zienswijze – over het (weer) noemen van het verhaal van Noach te makkelijk terzijde heeft geschoven. Eiseres heeft uitgebreid toegelicht waarom dit Bijbelverhaal haar ten opzichte van de vorige procedure tot nieuwe inzichten heeft gebracht. Hoewel de minister in het bestreden besluit erkent dat een Bijbelverhaal op verschillende momenten tot verschillende inzichten kan leiden, beschouwt de minister de toelichting van eiseres als een herhaling van kennis. Daarmee heeft de minister echter onvoldoende beoordeeld of de nieuwe inzichten die eiseres ontleent aan dit Bijbelverhaal en de concrete toepassing daarvan in haar persoonlijk leven maakt dat sprake is van een intensivering van haar geloof.

Tot slot oordeelt de rechtbank dat het gegeven dat eiseres ook al in de vorige procedure heeft verklaard dat zij bidt en de Bijbel leest, niet maakt dat daardoor geen sprake kan zijn van een intensivering van haar geloof. Daarbij is allereerst van belang dat – nu de opvolgende aanvraag inhoudelijk is beoordeeld – volgens werkinstructie 2025/9 de kennis van het geloof en de geloofsactiviteiten bij de geloofwaardigheidsbeoordeling moeten worden betrokken. Verder is van belang dat het bidden en het lezen van de Bijbel behoren tot (de kern) van de christelijke geloofsleer. Het zou naar het oordeel van de rechtbank juist veel ongeloofwaardiger zijn als eiseres stelt christen te zijn zónder dat ze bidt of uit de Bijbel leest. De minister miskent in de besluitvorming dat eiseres niet alleen stelt dat ze de Bijbel leest en bidt, maar óók concreet toelicht hoe dit invloed heeft op haar dagelijks leven en hoe deze geloofsactiviteiten haar helpen om om te gaan met gebeurtenissen in haar leven (zie verder onder 11.1.). De stelling in het bestreden besluit dat het vermogen om Bijbelteksten te citeren en te interpreteren niet aannemelijk maakt dat eiseres hierdoor een verdieping van haar geloof heeft meegemaakt, is dan ook te kort door de bocht en doet geen recht aan haar verklaringen. Ook is relevant dat de bekering in de eerdere asielprocedure met name ongeloofwaardig is bevonden omdat niet was gebleken dat eiseres vanaf haar eerste kennismaking met het christendom tot aan haar doop, twee weken later, een bewustwordingsproces had doorgemaakt. Dat argument speelt als zodanig geen rol meer in onderhavige procedure.

Onderdeel 2: vage en oppervlakkige verklaringen over de geloofsverdieping

11. Tijdens de zitting heeft de minister toegelicht dat volgens hem er in het geheel geen sprake is van geloofsgroei. De minister acht niet geloofwaardig dat sprake is van geloofsverdieping omdat eiseres hierover vaag en oppervlakkig heeft verklaard. De rechtbank oordeelt dat de minister dit standpunt onvoldoende heeft gemotiveerd.

De rechtbank stelt vast dat eiseres uitgebreid heeft verklaard hoe God en het lezen van de Bijbel haar hebben geholpen in het proces inzake het gemis van haar in China woonachtige zoon en welke inzichten dit haar heeft gegeven over haar verhouding tot God. Ook heeft eiseres uitgebreid verklaard hoe haar geloof in God haar heeft geholpen met betrekking tot de relatie met haar echtgenoot. Eiseres geeft verder meerdere voorbeelden van de doorwerking van het christelijk geloof in haar persoonlijk leven. Het lezen van de Bijbel leidt bij eiseres onder meer tot zelfreflectie. Zo geeft eiseres voorbeelden van concrete Bijbelteksten die invloed op haar leven hebben gehad en welke lessen ze daar voor zichzelf uit trekt (bijvoorbeeld bij het vergeven van anderen, nederigheid, het opgeven van haar trots, hoe ze haar echtgenoot niet ontrouw wil zijn). Ook legt eiseres uit waarom ze verlangt naar vergeving en hoe dit voorkomt uit haar christelijk geloof. Kortom, eiseres maakt naar het oordeel van de rechtbank met haar verklaringen tijdens het gehoor inzichtelijk hoe haar christelijk geloof haar helpt als ze in haar dagelijks leven wordt geconfronteerd met moeilijkheden en hoe haar vertrouwen in God zich vertaalt naar haar dagelijks leven. Eiseres licht dat ook toe met het Bijbelverhaal van Job. Eiseres heeft tijdens het gehoor persoonlijk en authentiek verteld over hoe haar christelijk geloof de afgelopen jaren is verdiept en onderdeel is van haar leven en hoe die groei voortkomt uit haar religieuze overtuiging. Uit de verklaringen blijkt niet dat sprake is van onvoldoende diepgang. De enkele stelling van de minister dat het relaas van eiseres diepgang mist is dan ook onvoldoende. Daar komt bij dat de minister tijdens de zitting desgevraagd niet concreet heeft kunnen maken welke diepgang nog meer van eiseres mocht worden verwacht.

Dat eiseres de nodige kennis heeft over de Bijbel is niet in geschil. De enkele stelling van de minister in het bestreden besluit dat iedereen de Bijbel kan lezen en kennis van het geloof kan vergaren, is, in het licht van de overige verklaringen van eiseres, onvoldoende. Eiseres somt namelijk niet alleen haar Bijbelse kennis op, maar licht ook toe welke inzichten haar dat gaf en wat het haar persoonlijk deed en hoe dat haar innerlijke overtuiging heeft gevormd. Kennis van het geloof is bovendien een van de elementen die de minister volgens werkinstructie 2025/9 bij de beoordeling van de geloofwaardigheid moet betrekken.

Gelet op het voorgaande volgt de rechtbank dan ook niet de verwijzing van de minister tijdens de zitting naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen van 7 februari 2025. In die uitspraak was sprake van een andere situatie omdat de vreemdeling in die zaak er niet in was geslaagd om voldoende uit te leggen hoe het geloof hem heeft geholpen om om te gaan met de moeilijke periodes in zijn leven en hoe dat tot een geloofsgroei heeft geleid. In die zaak had de vreemdeling, ander dan in onderhavige zaak, niet inzichtelijk gemaakt dat zijn persoonlijke groei voortkomt uit zijn religieuze overtuiging.

Onderdeel 3: vage en oppervlakkige verklaringen over de [kerknaam] kerk

12. De rechtbank volgt de minister verder niet in zijn standpunt dat de

verklaringen over wat haar aansprak in de [kerknaam] kerk vaag en oppervlakkig zijn en om die reden bijdragen aan de ongeloofwaardigheid van haar geloofsgroei. Eiseres heeft verklaard dat ze zich in december 2023 bij deze kerk heeft aangesloten omdat deze kerk dichtbij haar woonplek ligt. Zij heeft diverse kerken in haar omgeving bezocht en had het gevoel dat deze kerk dichtbij haar geloof staat. De rechtbank ziet niet in waarom eiseres niet voor een kerk zou kunnen kiezen dichtbij haar eigen woonplek en dat haar verklaring daarover vaag en oppervlakkig is. Dat eiseres in antwoord op de vraag wat haar in de [kerknaam] kerk aansprak aspecten noemt – zoals het lezen van de Bijbel, het geloof in Jezus, vergeving – die ook in andere kerken geleerd worden, maakt dat niet anders. Juist omdat in meerdere kerken dezelfde religieuze aspecten worden verkondigd – wat niet vreemd is omdat die de kern zijn van het christelijk geloof – is het te begrijpen dat eiseres dan kiest voor een kerk dicht bij haar woonplek. Daarbij komt dat eiseres in het gehoor wel degelijk heeft verklaard over de verschillen tussen de [kerknaam] kerk en andere kerken. Eiseres heeft bijvoorbeeld verklaard dat de katholieke kerk Maria vereert, maar dat daar niet vaak de Bijbel wordt gelezen en ook Jezus Christus wordt daar volgens eiseres niet echt gerespecteerd. Verder wijst eiseres erop dat in de [kerknaam] kerk wel de woorden van Jezus worden verspreid en dat de nadruk ligt op vergeving. Zoals de rechtbank onder 11.1 al heeft overwogen heeft eiseres vanuit haar persoonlijke leven toegelicht waarom het aspect van vergeving belangrijk voor haar is, zodat navolgbaar is dat eiseres verklaard dat ze (ook) heeft gekozen voor de [kerknaam] kerk omdat deze aansluit bij haar geloof en ideeën. Tijdens de zitting heeft de minister desgevraagd onvoldoende kunnen toelichten op welke wijze eiseres nog diepgaander of overtuigender had kunnen verklaren over waarom de [kerknaam] kerk haar aansprak. De minister heeft daarover tijdens de zitting aangegeven dat eiseres meer had kunnen verklaren over de specifieke keuze voor de [kerknaam] kerk gelet op bijvoorbeeld de aard van de diensten, gerichtheid op specifieke groepen zoals jongeren of zieken, specifieke inrichting van kerk of de wijze van prediking. Volgens de minister heeft eiseres onvoldoende duidelijk gemaakt waarin de [kerknaam] kerk zich onderscheidt van andere kerken. De rechtbank volgt deze nadere uitleg van de minister niet, nu eiseres duidelijk heeft verklaard over hoe zij bij deze kerk is terechtgekomen, over welke onderwerpen wordt gepredikt en wat haar daarin aantrok. Niet valt in te zien wat eiseres daarover nog meer had kunnen verklaren dan wat zij al heeft gedaan. Bovendien heeft de minister ook niet kunnen toelichten waarin de [kerknaam] kerk zich dan specifiek onderscheidt van andere kerken. De rechtbank merkt op dat een kerk ook gewoon een plek van samenkomst, van gebed, Woordverkondiging en sociale ontmoeting kan zijn (zoals er meer kerken zijn), zonder allerlei bijzondere ‘extra’s’. Verder is van belang dat niet in geschil is dat eiseres actief deelneemt aan de diensten in de kerk en het kerkelijk leven, wat eiseres ook heeft onderbouwd met een brief van de pastor van de [kerknaam] kerk.

13. Het voorgaande betekent dat de motvering van het bestreden besluit met betrekking tot de ongeloofwaardig bevonden geloofsgroei meerdere gebreken kent. Het besluit moet om die reden worden vernietigd.

14. Omdat het besluit wordt vernietigd, komt de rechtbank niet toe aan de bespreking van de beroepsgrond dat terugkeer naar China, vanwege de geloofwaardig bevonden deelname aan protestacties in Nederland, leidt tot vervolging dan wel een reëel risico op ernstige schade.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt. Het bestreden besluit wordt vernietigd. Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt dat de rechtbank bevoegd is om een bindende uitspraak te doen over de geloofwaardigheid van de asielmotieven en, indien deze geloofwaardig zijn, of deze zwaarwegend genoeg zijn om voor een verblijfvergunning asiel in aanmerking te komen. De rechtbank maakt van die bevoegdheid in deze zaak geen gebruik omdat partijen nog geen standpunt hebben ingenomen over de vraag of een geloofwaardig bevonden geloofsgroei leidt tot een aannemelijke vrees dat eiseres bij terugkeer naar China zal worden vervolgd of te vrezen heeft voor een reëel risico op ernstige schade. De minister moet daarom een nieuw besluit nemen en daarbij rekening houden met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken.

16. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.

De minister moet deze vergoeding betalen. De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende bijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,- bij een wegingsfactor 1). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 5 december 2025;

- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Lubbers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand