ECLI:NL:RBDHA:2026:22733

ECLI:NL:RBDHA:2026:22733

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-07-2026
Datum publicatie 14-08-2026
Zaaknummer C/09/706078 / KG ZA 26-566
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vonnis in kort geding: afwijzen wijziging hoofdverblijf. Uitbreiding zorgregeling onder regie van de hulpverlening.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/706078 / KG ZA 26-566

Vonnis in kort geding van 14 juli 2026

in de zaak van

[de vader] te [woonplaats 1] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. M.P. Friperson te ’s-Gravenhage.

tegen:

[de moeder] te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. C. van der Zalm te ’s-Gravenhage.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vader’ en ‘de moeder’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie met producties;

- de door de vader op 29 juni 2026 overgelegde producties.

De zoon van partijen, [minderjarige] , heeft in een gesprek met de voorzieningenrechter zijn mening gegeven.

Op de zitting van 30 juni 2026 zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2. De feiten in conventie en in reconventie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] .

De vader heeft [minderjarige] erkend. Blijkens een aantekening in het gezagsregister van 18 november 2015 oefenen partijen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige] . [minderjarige] heeft het hoofdverblijf bij de moeder.

De moeder heeft uit een eerdere relatie nog een zoon genaamd [naam 2] .

Bij beschikking van 7 december 2022 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – bepaald dat er een zorgregeling geldt tussen de vader en [minderjarige] waarbij [minderjarige] in de ene week van donderdag 15:00 uur tot zondag 19:00 uur, en in de andere week van donderdag 15:00 uur tot vrijdag 21:30 uur bij de vader zal zijn. Daarnaast is een verdeling van de zomervakantie en feestdagen vastgesteld, zijn partijen doorverwezen naar Ouderschapsbemiddeling en is een door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie vastgesteld op € 150,- per maand.

Nadat [minderjarige] februari jl. tegen een leerkracht te kennen had gegeven door de moeder te zijn geslagen met een honkbalknuppel heeft de school een Veilig Thuis-melding gedaan. Sindsdien verblijft [minderjarige] bij de vader. Met hulp van de casushouder van Veilig Thuis is het contact met de moeder inmiddels weer opgestart. [minderjarige] ziet haar momenteel twee keer per week, op dinsdag en vrijdag.

De vader is op 26 juni 2026 een bodemprocedure begonnen bij deze rechtbank, bekend onder zaak- en rekestnummer C/09/708081 FA RK 26-6589. Daarin verzoekt hij onder meer om wijziging van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] .

3. Het geschil

in conventie

De vader vordert – zakelijk weergegeven – na vermindering van eis:

I. te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] voorlopig wordt gewijzigd in die zin dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] voorlopig bij de vader zal zijn;

II. hem vervangende toestemming te verlenen aan om [minderjarige] in te schrijven op zijn woonadres;

III. onder de voorwaarde dat bij de vader voorlopig de hoofdverblijfplaats wordt bepaald, de in de beschikking van 28 februari 2022 van deze rechtbank vastgestelde zorgregeling te schorsen;

IV. als voorlopige zorgregeling vast te stellen dat [minderjarige] bij de moeder zal zijn op dinsdag en vrijdag uit school tot 19:30 uur, en de moeder te veroordelen tot nakoming van deze zorgregeling;

V. te bepalen dat met ingang van 1 mei 2026 de vader voorlopig niet gehouden zal zijn om de bij beschikking van 28 februari 2022 vastgestelde kinderalimentatie aan de moeder te voldoen, althans de betalingsverplichting van de vader met ingang van 1 mei 2026 te schorsen of op te schorten in afwachting van de bodemprocedure;

VI. de moeder te veroordelen om het paspoort van [minderjarige] binnen een week na betekening van onderhavig vonnis aan de vader af te geven;

VII. de moeder te veroordelen in de proceskosten.

Daartoe voert de vader – samengevat – het volgende aan. De vader maakt zich al langere tijd zorgen over het welzijn en de veiligheid van [minderjarige] bij de moeder. Begin februari 2026 heeft [minderjarige] op school aangegeven dat hij door de moeder met een honkbalknuppel is geslagen en bij de keel is gegrepen. De moeder betwist die voorvallen. De school heeft hiervan op 13 februari 2026 een melding gedaan bij Veilig Thuis, die met alle betrokkenen in gesprek is gegaan en aan partijen een casushouder heeft toegewezen. De vader heeft op advies van school [minderjarige] niet meer meegegeven aan de moeder en sindsdien verblijft [minderjarige] bij de vader. Inmiddels heeft Veilig Thuis de zaak overgedragen aan de hulpverlening van het Veilig Verder Team. Daarnaast heeft Veilig Thuis hulpverlening van De Waag geadviseerd voor de moeder, aanmelding bij Kracht voor [minderjarige] en aanmelding bij het Kenniscentrum Kind en Scheiding (KKS) voor partijen. De vader vindt het nodig dat er, in afwachting van de bodemprocedure en gelet op wat er allemaal is voorgevallen, nu beslissingen in het belang van [minderjarige] worden genomen, waardoor de feitelijke en juridische situatie in overeenstemming met elkaar komen.

De moeder voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

in reconventie

De moeder vordert – zakelijk weergegeven – een voorlopige zorgregeling vast te stellen waarbij [minderjarige] in ieder geval drie dagen per week bij haar zal verblijven, te weten op dinsdag, donderdag en vrijdag, waarbij verdere opbouw en uitbreiding van het contact zal plaatsvinden onder regie van de hulpverlening.

Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. De huidige (feitelijke) zorgregeling is volgens de moeder te beperkt, zeker nu [minderjarige] bij haar en bij Veilig Thuis heeft aangegeven dat de contactmomenten goed verlopen en dat hij het leuk vindt bij de moeder. De stellingen van de vader – zoals dat contact met haar zorgt voor onrust bij [minderjarige] – zijn volgens de moeder onvoldoende onderbouwd. Daarnaast ontkent zij dat ze [minderjarige] heeft geslagen met een honkbalknuppel. De moeder vindt het van belang dat de huidige zorgregeling uitgebreid kan worden.

De vader voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie, zullen deze gezamenlijk worden behandeld.

Wijziging hoofdverblijfplaats en inschrijving BRP

De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen spoedeisend belang is bij de vordering de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] te wijzigen. Een wijziging van hoofdverblijf (met wijziging van inschrijvingsadres) is verstrekkend en een vordering daartoe leent zich niet voor beoordeling in een kort geding, maar dient in de bodemprocedure – die reeds aanhangig is gemaakt door de vader – te worden beoordeeld. Het enkele feit dat [minderjarige] momenteel feitelijk meer bij de vader dan bij de moeder verblijft maakt het oordeel niet anders, te meer daar de moeder daar momenteel geen probleem van maakt en niet valt te voorspellen wat de uitkomst van de bodemprocedure zal zijn. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van de vader tot wijziging van de voorlopige hoofdverblijfplaats en inschrijving op zijn adres daarom afwijzen.

Schorsing zorgregeling

De voorzieningenrechter overweegt dat aan de zorgregeling zoals vastgelegd in de beschikking van 7 december 2022 al maanden geen uitvoering wordt gegeven, dat de moeder momenteel ook geen aanspraak maakt op nakoming van die regeling en dat pas in de bodemprocedure zal worden beoordeeld hoe het uiteindelijk verder moet met die zorgregeling. Dat is voldoende reden de zorgregeling zoals vastgelegd in de beschikking te schorsen in afwachting van nadere beslissingen in de bodemprocedure, zoals de vader heeft gevorderd. Dat klemt te meer nu feitelijk op dit moment een voorlopige zorgregeling met de moeder loopt waarvan zij in dit kort geding uitbreiding vraagt.

Uitbreiding voorlopige zorgregeling

Veilig Thuis heeft op 9 juni 2026 per e-mail aangegeven dat stap voor stap en op tempo van [minderjarige] moet worden bekeken of uitbreiding van het contact met de moeder mogelijk is, omdat de hulpverlening nog niet is gestart. Volgens Veilig Thuis is de hulpverlening nodig om verdere stappen op verantwoorde wijze te kunnen nemen. Uit een e-mail van 23 juni 2026 van Veilig Thuis volgt verder, dat [minderjarige] aangeeft dat hij het leuk vindt bij de moeder en dat de contactmomenten goed verlopen. Hij wil ook graag een uitbreiding van de zorgregeling maar wist op dat moment nog niet goed welke dag dan. In het kindgesprek met de voorzieningenrechter heeft [minderjarige] aangegeven dat hij niet op maandag en woensdag naar zijn moeder wil omdat hij dan voetbaltraining heeft. Op de zitting is gebleken dat beide partijen op 30 juli 2026 een intake hebben bij Veilig Verder, die de opbouw en uitbreiding van de zorgregeling verder zal gaan oppakken. De moeder staat daarnaast op de wachtlijst bij De Waag voor agressieregulatie-therapie.

Gelet op de adviezen van Veilig Thuis acht de voorzieningenrechter het van belang dat onder regie en begeleiding van de hulpverlening van Veilig Verder de voorlopige zorgregeling met de moeder nader wordt uitgebreid. Voordat de hulpverlening van start kan gaan (vanaf eind juli 2026) acht de voorzieningenrechter het belangrijk – mede nu [minderjarige] heeft aangegeven meer bij zijn moeder te willen zijn en de contacten volgens Veilig Thuis goed verlopen – om de huidige zorgregeling direct uit te breiden met een extra middag op de donderdag, waarmee partijen zullen starten op 2 juli 2026. Het verweer van de vader dat hij liever niet wil dat [minderjarige] op donderdag naar de moeder gaat en hij de voorkeur heeft voor de maandag wordt gepasseerd, nu [minderjarige] zelf immers te kennen heeft gegeven liever niet op voetbaldagen te willen gaan en de vader geen goede reden heeft gegeven waarom de donderdag niet geschikt zou zijn.

Kinderalimentatie

[minderjarige] verblijft sinds februari 2026 volledig bij de vader en pas sinds een aantal weken is er contact met de moeder op dinsdag- en vrijdagmiddag. Desondanks heeft de vader tot 1 mei 2026 de kinderalimentatie aan de moeder doorbetaald. De moeder geeft aan niet akkoord te gaan met het stopzetten van de kinderalimentatie omdat zij nog altijd kosten maakt voor [minderjarige] . De voorzieningenrechter is van oordeel dat het redelijk is dat de vader – nu [minderjarige] feitelijk de meeste tijd bij hem verblijft – met ingang van 1 mei 2026 geen kinderalimentatie hoeft te voldoen aan de moeder totdat er in de bodemprocedure een andere beslissing is genomen of partijen meer of anders overeen komen. Omdat [minderjarige] vanaf september a.s. naar de middelbare school gaat en daarmee hoogstwaarschijnlijk aanzienlijke kosten gepaard gaan, zal de voorzieningenrechter ter voorkoming van geschillen daarover bepalen dat voorlopig alle concrete verblijfsoverstijgende kosten voor [minderjarige] (zoals school- of sportkosten) door partijen bij helfte moeten worden gedragen. Partijen dienen bij het betalen van een rekening voor [minderjarige] de factuur te overleggen aan de ander, zodat een en ander controleerbaar is en kan worden verrekend/betaald.

Afgifte paspoort

Tijdens de zitting hebben partijen afgesproken dat de moeder een identiteitskaart zal gaan aanvragen voor [minderjarige] , zodat beide partijen ieder op korte termijn zullen kunnen beschikken over een identiteitsbewijs van [minderjarige] . Partijen zullen worden verplicht die toezegging na te komen. Totdat de moeder over de identiteitskaart kan beschikken zal het paspoort van [minderjarige] in beginsel meegaan met [minderjarige] . Zodra het identiteitsbewijs beschikbaar is dient de moeder het paspoort van [minderjarige] af te geven aan de vader. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om een dwangsom te verbinden aan deze verplichting tot afgifte, nu partijen tijdens de zitting het er over eens zijn geworden dat de moeder de identiteitskaart zal gaan beheren en de vader het paspoort.

Proceskosten

In de omstandigheid dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij (zowel in conventie als in reconventie) de eigen proceskosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie en in reconventie:

schorst de zorgregeling zoals opgenomen in de beschikking van 7 december 2022 en bepaalt als voorlopige zorgregeling dat [minderjarige] op dinsdag, donderdag en vrijdag uit school tot 19:30 uur bij de moeder is, en dat onder regie van Veilig Verder zal worden bekeken of de zorgregeling goed verloopt en of, en zo ja hoe, die verder kan worden uitgebreid;

bepaalt dat de vader met ingang van 1 mei 2026 voorlopig geen kinderalimentatie meer hoeft te voldoen aan de moeder;

bepaalt dat partijen voorlopig de verblijfsoverstijgende kosten ten aanzien van [minderjarige] zoals school- en sportkosten, ieder voor de helft moeten dragen;

bepaalt dat het paspoort in beginsel met [minderjarige] meegaat zolang er nog geen identiteitskaart beschikbaar is, de moeder het paspoort van [minderjarige] moet afgeven aan de vader zodra zij over de identiteitskaart beschikt en bepaalt dat partijen beiden verplicht zijn mee te werken aan het aanvragen van een identiteitskaart voor [minderjarige] ;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra - van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.

AIK

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand