Voorziening in de voogdij in verband met overlijden gezagsdrager
(artikel 1:253g BW)
Beschikking op het op 16 januari 2026 ingekomen verzoekschrift van:
de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden,
hierna: de Raad.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna: de gecertificeerde instelling,
[gezinshuismoeder] ,
hierna te noemen: de gezinshuismoeder,
en
[gezinshuisvader] ,
hierna te noemen: de gezinshuisvader,
hierna tezamen ook te noemen: de gezinshuisouders,
wonende in [woonplaats] .
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, waaronder de bereidverklaring tot aanvaarding van de voogdij van de gecertificeerde instelling.
Op 16 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
De minderjarige [minderjarige] is in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt ertoe een voogd te benoemen voor de hierna te noemen minderjarige. De Raad stelt voor om de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering tot voogd te benoemen.
Feiten
Beoordeling
Op grond van artikel 1:253g van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter, als van de ouders diegene overlijdt die het gezag over hun minderjarige kind alleen uitoefende, bepalen dat de overlevende ouder of een derde met het gezag respectievelijk de voogdij over dit kind wordt belast. Het verzoek om een overlevende ouder met het gezag te belasten, wordt alleen afgewezen als gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van de kinderen zouden worden verwaarloosd.
De Raad verzoekt de gecertificeerde instelling te belasten met de voogdij over [minderjarige] en heeft hiertoe het volgende aangevoerd. De moeder van [minderjarige] , die alleen het gezag over haar uitoefende, is overleden. [minderjarige] heeft geen contact met haar biologische vader en hij heeft haar niet erkend. Op dit moment ziet de Raad teveel belemmeringen om de voogdij over [minderjarige] binnen het netwerk te beleggen. [minderjarige] kent een belaste voorgeschiedenis en heeft veel ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt. [minderjarige] staat al sinds januari 2024 onder toezicht van de gecertificeerde instelling en woont sinds augustus 2023 in het huidige gezinshuis. Door het plotselinge overlijden van moeder is een belangrijk hechtingsfiguur weggevallen uit het leven van [minderjarige] en de Raad ziet dat [minderjarige] hierdoor in korte tijd grote verandering heeft meegemaakt. De Raad acht het in het belang van [minderjarige] dat de huidige voogd bij haar betrokken blijft. De Raad vindt het van belang dat de voogd het wonen van [minderjarige] in het gezinshuis en haar ontwikkeling blijft monitoren nu behandeling bij Youz zal gaan starten. In de toekomst kan de voogd met het gezinshuis bezien of het overdragen van de voogdij voor [minderjarige] wenselijk is.
De gecertificeerde instelling heeft zich zowel schriftelijk als op de zitting bereid verklaard om de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden.
De rechtbank is, gelet op het bovenstaande, van oordeel dat het belang van [minderjarige] zich niet verzet tegen inwilliging van het verzoek om de gecertificeerde instelling met het voogdij te belasten en is daarom van oordeel dat de gecertificeerde instelling belast moet worden met het voogdij over [minderjarige] .
Beslissing
De rechtbank:
benoemt tot voogd over de minderjarige [minderjarige] geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] :
- William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 14 juli 2026.