Internationale verhuizing
Beschikking op het op 12 februari 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres in het buitenland,
advocaat: mr. L. Lagerwerf te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.C.B. Boshouwers te Amsterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft in een gesprek met de rechter haar mening gegeven. De minderjarige [de minderjarige 2] heeft een brief aan de rechter geschreven.
Op 16 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt de rechtbank, na wijziging – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – :
aan de vader vervangende toestemming te verlenen, in plaats van de toestemming van de moeder, tot verhuizing van de minderjarige kinderen naar Canberra, Australië per 20 juli 2026;
de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader in Canberra, Australië te bepalen;
aan de vader vervangende toestemming te verlenen tot het inschrijven van de kinderen op primair [school 2] , subsidiair [school 1] en meer subsidiair [school 3] in Canberra, Australië;
voorwaardelijk (indien aan de vader toch geen vervangende toestemming wordt verleend voor de verhuizing van de kinderen naar Canberra, Australië): een zorgregeling tussen de vader en de kinderen te bepalen, inhoudende dat:
- ten minste tweemaal per week contact via videobellen plaatsvindt met ieder kind, van steeds ongeveer 30 minuten. Tijdens het videobellen is de moeder niet in dezelfde kamer als de kinderen;
- de kinderen iedere (Nederlandse) zomervakantie bij de vader in Australië verblijven;
- de kinderen iedere (Nederlandse) kerstvakantie bij de vader in Australië verblijven. Tijdens de Nederlandse kerstvakantie is het in Australië zomer(vakantie), waarbij de kinderen onder de begeleiding van de moeder reizen. De reiskosten voor de kinderen worden in onderling overleg op redelijke wijze tussen partijen verdeeld, waarbij het uitgangspunt een 50%-50% verdeling is. De reiskosten van de moeder betaalt zij zelf.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Ook verzoekt de moeder zelfstandig – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – :
de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder te bepalen;
een verdeling van zorg- en opvoedingstaken inclusief vakanties vast te stellen zoals door de moeder opgenomen in sub 51, dan wel een andere in goede justitie te bepalen zorg- vakantieregeling.
De vader voert verweer tegen het zelfstandige verzoek van de moeder, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Feiten
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] , Australië,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] , Australië.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van de EU-verordening Brussel II-ter (Nr. 2019/1111) bevoegd om inhoudelijk kennis te nemen van de verzoeken met betrekking tot de kinderen.
Op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 is Nederlands recht van toepassing.
Wettelijk kader
Artikel 1:253a lid 1 BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. Nu op de zitting is gebleken dat een vergelijk tussen de ouders op de voet van artikel 1:253a lid 5 BW niet mogelijk is, moet de rechtbank een beslissing te nemen die haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.
Vervangende toestemming voor verhuizing naar Australië en hoofdverblijfplaats
Omdat de ouders gezamenlijk zijn belast met het gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] heeft de vader toestemming van de moeder nodig zodat de kinderen mogen verhuizen. De moeder verleent geen toestemming zodat het aankomt op een beslissing van de rechtbank. De rechtbank zal, gelet op artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW), een zodanige beslissing nemen als haar in het belang van de minderjarigen wenselijk voorkomt. De Hoge Raad heeft criteria bepaald aan de hand waarvan een dergelijk verzoek door de rechter moet worden beoordeeld (Hoge Raad 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5901). Uit deze uitspraak volgt dat de rechter bij de beslissing over vervangende toestemming voor verhuizing alle omstandigheden van het geval in acht moet nemen en alle belangen moet afwegen. Hoewel het belang van het kind een overweging van de eerste orde moet zijn, neemt dat niet weg dat afhankelijk van de omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen wegen.
Bij de beoordeling van het verzoek moeten blijkens de jurisprudentie de volgende omstandigheden en belangen worden meegewogen:
De rechtbank benadrukt dat bovenstaande opsomming niet is bedoeld als bepaling van criteria waaraan ieder afzonderlijk moet worden voldaan, maar dat voor de beoordeling een belangenafweging moet worden gemaakt met inachtneming van genoemde omstandigheden. Een dergelijke beoordeling kan ertoe leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan de belangen van de kinderen, hoezeer dat belang een overweging van de eerste orde moet zijn bij de te verrichten afweging.
Standpunt van de vader
De vader legt aan zijn verzoek het volgende ten grondslag. Partijen zijn naar Nederland gekomen voor het werk van de moeder. In de jaren daarvoor verbleven zij vanwege het werk van de vader als diplomaat afwisselend in Australië en China. De kinderen zijn daarom gewend om te verhuizen. De vader stelt dat partijen de intentie hadden om tijdelijk in Nederland te verblijven en dat zij hadden afgesproken om uiterlijk begin 2026 te vertrekken. Hij had om die reden onbetaald verlof opgenomen bij zijn werkgever tot november 2025. In Nederland volgde hij een studie en zorgde hij voor de kinderen. In februari 2025 zijn partijen uit elkaar gegaan. De verhuizing naar Canberra is volgens de vader noodzakelijk, omdat hij in Nederland, ondanks vele sollicitaties, geen baan heeft kunnen vinden. Hij is daarom in september 2025 vertrokken naar Canberra. Het inkomen van de moeder is te laag om in het levensonderhoud van het gezin te kunnen voorzien; partijen hebben daarom de afgelopen jaren flink ingeteerd op hun vermogen. De vader heeft in Canberra een baan met een goed inkomen. Hoewel hij nog steeds werkzaam is voor het ministerie van Buitenlandse Zaken, hoeft hij niet meer te verplaatsen van werklocatie. Ook de moeder kan vanuit daar werken, zoals zij eerder heeft gedaan toen partijen in China woonden. De vader heeft de verhuizing goed doordacht en voorbereid. Zo heeft hij een woning die groot genoeg is voor hem en de kinderen. Ook zijn de kinderen toegelaten tot een publieke school en staan zijn al jaren op de wachtlijst voor twee privéscholen, waar zij het International Baccalaureate-curriculum dat zij nu in Nederland volgen, kunnen voortzetten. Het heeft de voorkeur van de vader dat ook de moeder terug naar Australië verhuist, zodat partijen de zorg voor de kinderen kunnen delen. De vader realiseert zich dat de kinderen het in Nederland naar hun zin hebben, maar vindt het van belang dat zij naar Canberra verhuizen, zodat zij weer contact met hun vader en overige familieleden kunnen hebben. Zij spreken bovendien de Nederlandse taal niet en gaan naar een internationale school. De vader benadrukt dat het gaat om Australische kinderen.
Standpunt van de moeder
De moeder wil graag met de kinderen in Nederland blijven. Zij ontkent dat partijen een afspraak hebben gemaakt om terug te keren naar Australië. De inschrijving van de kinderen voor scholen in Canberra was alleen voor het geval dat het niet mogelijk zou zijn langer in Nederland te blijven. De moeder heeft wel over de verhuizing naar Australië getwijfeld, maar vindt voor de kinderen, na de vele verhuizingen die zij hebben meegemaakt en de impact die dat op hen heeft gehad, nu stabiliteit van belang. Zij zijn gewend in Nederland en willen hier graag blijven. De kinderen gaan hier naar school en hebben vriendjes. De moeder heeft inmiddels een contract voor onbepaalde tijd bij haar werkgever in Nederland en ook zij heeft hier een netwerk. Vanwege haar Nederlandse voorouders, komt de moeder (en vervolgens ook de kinderen) mogelijk in aanmerking voor het Nederlanderschap; zij heeft een aanvraag daartoe ingediend. De verhuizing is volgens de moeder niet noodzakelijk. Partijen hebben een groot vermogen, waarmee zij eventuele toekomstige tekorten kunnen opvangen. Verder heeft de vader er niet alles aan gedaan om in Nederland werk te vinden. Na het afronden van zijn master in Leiden, heeft hij hier niet meer gesolliciteerd, ondanks dat de moeder hem vaak vacatures heeft toegezonden. Bovendien is het vanwege zijn carrière als diplomaat onzeker of de vader voor een langere periode in Canberra kan werken; als hij wordt overgeplaatst zal hij opnieuw vragen of de kinderen met hem mee kunnen verhuizen. In Canberra heeft de moeder een beperkt netwerk. Haar familieleden en haar zoon wonen in Brisbane en Melbourne, zo’n 1300km respectievelijk 800km daarvandaan. De moeder heeft een grote wens om hier in Nederland te blijven, maar benadrukt dat als de rechtbank anders beslist voor de kinderen, zij mee zal verhuizen naar Australië.
Oordeel van de rechtbank De rechtbank zal het verzoek van de vader toewijzen en overweegt daartoe als volgt.
Beide ouders hebben in beginsel het recht om in vrijheid hun leven opnieuw in te richten en samen met de kinderen een leven op te bouwen. Dit recht wordt echter begrensd door de belangen van de kinderen en het belang van beide ouders om contact te hebben met de kinderen op vergelijkbare wijze als toen het volledige gezin nog in Nederland woonde. Dit brengt met zich dat de rechtbank moet beoordelen of het in het belang van de kinderen is om te verhuizen naar Canberra en dat de rechtbank vervolgens een afweging moet maken tussen de belangen van de ouders en de kinderen.
De rechtbank stelt daarbij voorop dat de ouders en de kinderen sinds hun komst naar Nederland in februari 2023 een leven als expats hebben geleid en nog steeds leiden, net zoals zij de jaren daarvoor hebben gedaan op verschillende plekken in China en Australië. De kinderen spreken de Nederlandse taal (bijna) niet en gaan naar een internationale school. Hoewel de rechtbank aanneemt dat de kinderen ook hier hun weg hebben gevonden, is de rechtbank van oordeel dat zij beperkt zijn geworteld in Nederland, namelijk in een internationale omgeving.
Uit de verklaringen op zitting en de stukken die zijn ingebracht, kan de rechtbank niet vaststellen dat de ouders eerder de afspraak hebben gemaakt om zich definitief in Nederland te vestigen. De ouders hebben de inschrijving van de kinderen op de scholen in Canberra altijd in stand gelaten en het contact met die scholen onderhouden. Zo schrijft de moeder op 25 september 2025 aan de toelatingsafdeling van de [school 2] : “I was calling to chat about [de minderjarige 1] and [de minderjarige 2] 's enrollment. Unfortunately, we are still not in a position to confirm our relocation date to Australia in 2026. At this stage, it looks like it could be mid-year.” De rechtbank concludeert hieruit en uit wat partijen hebben verklaard, dat zij, op z’n minst, de optie openhielden om terug te verhuizen naar Canberra. Dat de vader voor een specifieke periode met onbetaald verlof was, wijst er ook op dat de duur van het verblijf in Nederland onzeker was.
De vader heeft de noodzaak om te verhuizen voldoende onderbouwd. Hij heeft namelijk tientallen sollicitaties naar functies hier in Nederland overgelegd en daarbij aangegeven dat al deze sollicitaties slechts één gesprek hebben opgeleverd, dat niet heeft geleid tot een nieuwe baan. Niet in geschil is dat de vader slechts in aanmerking zou komen voor een visum voor de duur van één jaar om werk te vinden in Nederland. Gelet op het werkverleden van de vader en het grote aantal sollicitaties, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat het behalen van een aanvullend diploma tot gevolg heeft dat de vader binnen die termijn in Nederland werk zal vinden op zijn niveau. De rechtbank neemt de noodzaak voor de vader om te verhuizen dus aan. Het gezin leunt in grote mate op het inkomen van de vader. Niet in geschil is dat partijen, vanwege het wegvallen van dat inkomen, hebben moeten interen op hun vermogen om hun welstandsniveau te kunnen behouden. Ook voor de kinderen is het dus noodzakelijk dat de vader in Canberra is om te kunnen werken.
De vader heeft de verhuizing ook voldoende doordacht en voorbereid. De kinderen staan ingeschreven op twee privéscholen en zijn ook toegelaten tot de [school 1] in Canberra. Ook heeft de vader een woning gevonden die groot genoeg is voor hem en de kinderen.
Omdat de vader niet in Nederland werkte, droeg hij in grote mate bij aan de verzorging en opvoeding van de kinderen. Als de kinderen in Nederland zouden blijven, zou dat ertoe leiden dat het contact met hun vader wordt beperkt tot één of twee keer per jaar een aantal weken. Gelet op de grote rol die de vader in hun leven vervult, acht de rechtbank dat niet in hun belang. Bovendien heeft de moeder aangegeven mee te zullen verhuizen naar Canberra als de rechtbank in het voordeel van de vader beslist. Toewijzing van het verzoek van de vader doet daarom het meeste recht aan het belang van de kinderen om op te groeien nabij hun beide ouders. De rechtbank begrijpt dat de kinderen het in Nederland naar hun zin hebben, maar acht het van groter belang dat zij ook met hun vader regelmatig contact kunnen hebben. Bovendien zijn zij, door de vele verhuizingen die zij hebben meegemaakt, gewend om zich aan te passen aan een nieuwe omgeving. Zij zijn bovendien niet onbekend met Canberra, waar ook een deel van hun familie woont.
Alle belangen tegen elkaar afgewogen en alle omstandigheden in ogenschouw genomen, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek tot vervangende toestemming voor de verhuizing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar Canberra, Australië, moet worden toegewezen. De toestemming zal ingaan per 20 juli 2026, omdat het schooljaar in [plaats 2] dan is afgerond en zij vervolgens in periode 3 (van de 4) kunnen instromen op de scholen in Canberra. Omdat de vader in Canberra al alles op orde heeft, zal de rechtbank de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem bepalen.
Vervangende toestemming inschrijven school
De moeder heeft over de door de vader verzochte privéscholen aangegeven dat de kosten daarvan te hoog zijn. Omdat de vader op de zitting heeft toegezegd dat hij de kosten daarvan zal dragen, ziet de rechtbank aanleiding om het verzochte toe te wijzen. De rechtbank begrijpt uit de stukken dat de inschrijving van de kinderen op de scholen afhankelijk is van de vraag of zij ook daadwerkelijk worden toegelaten. De rechtbank zal daarom de verzochte vervangende toestemming verlenen in de volgorde zoals door de vader genoemd. Dat betekent dat de rechtbank vervangende toestemming verleent voor primair [school 2] , subsidiair [school 1] en meer subsidiair [school 3] in Canberra, Australië.
Zorgregeling
Omdat het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling alleen is ingediend onder de voorwaarde dat zijn primaire verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming voor verhuizing naar Canberra wordt afgewezen, komt de rechtbank aan dit voorwaardelijke verzoek niet toe.
De moeder heeft eveneens een verzoek ingediend tot vaststelling van een zorgregeling. De door haar in sub 51 van het verweerschrift voorgestelde regeling gaat over de situatie dat zij en de kinderen in Nederland wonen en de vader in Australië. Nu de rechtbank vervangende toestemming verleent voor de verhuizing van de kinderen naar Canberra en de moeder heeft aangegeven in dat geval mee te zullen verhuizen, zal de rechtbank dit verzoek afwijzen. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen met deze beslissing gezamenlijk zullen komen tot een zorgregeling voor de situatie waarin alle betrokkenen in Australië wonen.
Uitvoerbaar bij voorraad
De moeder verzoekt de beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zodat de kinderen een eventueel hoger beroep tegen die beslissing in Nederland kunnen afwachten.
De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt is dat een beslissing uitvoerbaar voorraad wordt verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding om daar in dit geval van af te wijken. Daartoe overweegt de rechtbank dat het voor partijen, en met name voor de kinderen, van belang is dat er duidelijkheid komt over waar zij hun leven verder zullen vormgeven. Bovendien is het schooljaar van de kinderen in [plaats 2] bijna afgerond en kunnen zij door een verhuizing op 20 juli 2026 instromen in periode 3 van 4 op hun nieuwe scholen in Canberra. Voor de verhuizing moet ook het nodige worden geregeld. Die belangen wegen zwaarder dan het belang van de moeder om een eventuele beslissing in hoger beroep met de kinderen in Nederland af te wachten. De rechtbank zal daarom deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
Brief voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]
De rechtbank zendt met gelijke post als deze beschikking een aparte brief aan [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] waarin zij de beslissing uitlegt. De inhoud van de brief luidt als volgt.
“Beste [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] ,
Zoals jullie weten, kunnen jullie ouders het niet eens worden over waar jullie nu moeten gaan wonen. Jullie vader wil graag dat jullie naar Canberra, Australië verhuizen. Jullie moeder wil graag met jullie in Nederland blijven. Daarom hebben zij de rechtbank gevraagd hierover een beslissing te nemen. [de minderjarige 1] , jij hebt een tijdje geleden hierover een gesprek gehad met de rechter. [de minderjarige 2] heeft een brief geschreven. Jullie hebben laten weten dat jullie graag in Nederland willen blijven.
Na het gesprek met [de minderjarige 1] was de zitting met jullie ouders. Op die zitting waren drie rechters, die uitgebreid met jullie ouders hebben gesproken.
Na de zitting hebben wij de beslissing genomen dat jullie zullen verhuizen naar Canberra. Jullie moeder heeft gezegd dan ook mee te zullen verhuizen. Wij begrijpen dat jullie het naar je zin hebben in Nederland. Jullie gaan hier naar school, hebben vriendinnetjes en jullie kunnen alles op de fiets doen. Voor jullie vader is het alleen niet mogelijk om in Nederland te blijven, omdat hij hier geen werk kan vinden. Wij vinden het belangrijk dat jullie opgroeien met allebei jullie ouders dichtbij. Dat kan alleen als jullie verhuizen naar Canberra, dat is in Nederland niet mogelijk. We snappen dat het een grote verandering voor jullie is, maar we denken dat jullie snel weer zullen wennen aan het leven in Australië. Jullie zijn in Australië geboren, hebben al vaker in Canberra gewoond en er wonen daar ook familieleden van jullie. Ook zijn jullie al vaker in jullie leven verhuisd naar een ander land. Jullie zijn het dus gewend om je aan te passen aan een nieuwe omgeving. Daarom hebben wij er vertrouwen in dat jullie dat ook zal lukken in Canberra. In Australië moeten jullie ook naar een nieuwe school. Daarom hebben wij jullie vader toestemming gegeven om je daarvoor in te schrijven. We hebben beslist dat jullie in de zomervakantie mogen verhuizen. Dat betekent dat jullie na de vakantie beginnen op jullie nieuwe school in Canberra.
Wij wensen jullie heel veel succes met de verhuizing naar Canberra, jullie nieuwe school daar en alle andere dingen!
Met vriendelijke groet,
de kinderrechters”
Beslissing
De rechtbank:
*
verleent de vader toestemming, die de toestemming van de moeder vervangt, om met de minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] , Australië,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] , Australië;
met ingang van 20 juli 2026 te verhuizen naar Canberra, Australië;
*
bepaalt dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] met ingang van 20 juli 2026 de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vader;
*
verleent toestemming aan de vader, die de toestemming van de moeder vervangt, om met ingang van het schooljaar 2026-2027 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in te schrijven op primair [school 2] , subsidiair [school 1] en meer subsidiair [school 3] ;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.