RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , v-nummer [x] , eiseres
de ambtenaar belast met de grensbewaking
Samenvatting
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.43624
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en
(gemachtigde: mr. A.N. Sap).
1. Deze uitspraak gaat over de vrijheidsontnemende maatregel van grensdetentie die op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) aan eiseres is opgelegd. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daar een aantal beroepsgronden tegen aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van de maatregel en de vraag of aan eiseres een schadevergoeding moet worden toegekend.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het opleggen van de maatregel van grensdetentie rechtmatig is. In het geval van eiseres is voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van de maatregel en had de ambtenaar niet hoeven kiezen voor een lichter middel. Verder mag de rechtbank in het kader van dit beroep geen oordeel geven over de beroepsgronden dat de asielaanvraag van eiseres niet in de asielgrensprocedure mag worden behandeld en dat eiseres zich in het detentiecentrum niet veilig voelt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 2 augustus 2026 heeft de ambtenaar aan eiseres een maatregel van grensdetentie opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep. Dit beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep in eerste instantie op 11 augustus 2026 door middel van telehoren op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres (via een beeldverbinding) en de gemachtigde van de ambtenaar. Door een onoplosbare technische storing aan de zijde van het detentiecentrum op Schiphol was er echter geen beeldverbinding mogelijk. Daarom heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting geschorst.
De rechtbank heeft het beroep vervolgens op 12 augustus 2026 opnieuw op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres (via een beeldverbinding) en de gemachtigde van de ambtenaar.
Beoordeling door de rechtbank
Is voldaan aan de voorwaarden om de vrijheidsontnemende maatregel op te leggen?
3. Eiseres betoogt dat niet is voldaan aan de voorwaarden om een maatregel van grensdetentie op te leggen. In het geval van eiseres heeft de Koninklijke Marechaussee (KMar) een screening uitgevoerd. Dat is niet in lijn met het beleid van de minister van Asiel en Migratie (minister), waaruit volgt dat vreemdelingen die aan de buitengrens een asielaanvraag indienen (zoals eiseres) op het aanmeldcentrum Schiphol worden gescreend, zodat een vrijheidsontnemende maatregel achterwege kan blijven.
Dit betoog slaagt niet. De maatregel van eiseres is gebaseerd op artikel 6, derde lid, van de Vw 2000. Uit deze bepaling volgt dat in het kader van het nemen van een beslissing over de toegang tot Nederland en/of het uitvoeren van de screening als bedoeld in de Screeningverordening een vrijheidsontnemende maatregel kan worden opgelegd aan de vreemdeling die aan de buitengrens van Nederland een asielwens uit. Uit de maatregel volgt dat deze zowel in het kader van het nemen van een beslissing op de asielaanvraag als het screenen van eiseres is opgelegd. Aangezien eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor toegang tot Nederland, zij aan de buitengrens een asielwens heeft geuit en de minister op de daarna geformaliseerde asielaanvraag nog niet heeft beslist, wordt al voldaan aan de voorwaarden voor oplegging van de maatregel. Dat de screening van eiseres niet op de juiste locatie zou zijn uitgevoerd en de maatregel om die reden achterwege had kunnen blijven, kan daar – wat daar overigens ook van zij – niet aan afdoen.
4. Voor zover eiseres met haar stelling dat de KMar tijdens de screening geen voorlopige beoordeling van de kwetsbaarheid heeft uitgevoerd en geen voorlopige medische controle door gekwalificeerd medisch personeel heeft laten uitvoeren en de maatregel om die reden niet had mogen worden opgelegd, slaagt dat betoog ook niet. Het volledig hebben uitgevoerd van een screening is immers – zoals ook hierboven overwogen – geen voorwaarde voor het opleggen van de maatregel van grensdetentie en bovendien kan eiseres het resultaat van de screening aan de orde stellen in een eventueel beroep tegen de beslissing op haar asielaanvraag.
Kan de asielaanvraag van eiseres in de asielgrensprocedure worden beoordeeld?
5. Eiseres betoogt dat haar asielaanvraag niet in de asielgrensprocedure kan worden behandeld. Nederland is op grond van de Procedureverordening slechts in drie situaties verplicht om de asielgrensprocedure toe te passen, maar van geen van die situaties is in haar geval sprake. Eiseres is immers zeer goed gedocumenteerd en er is geen gevaar voor de openbare orde. Eiseres is wel afkomstig uit een land van herkomst waarvoor volgens Eurostat een gemiddeld inwilligingspercentage van minder dan 20% geldt, maar bij die statistiek zijn vraagtekens te plaatsen. In deze statistiek worden immers niet de inwilligingen van reguliere en humanitaire verblijfsvergunningen meegerekend, zodat een vertekend beeld ontstaat. Omdat de asielaanvraag van eiseres niet in de asielgrensprocedure kan worden behandeld, is ook de maatregel onrechtmatig.
Dit betoog slaagt niet. Volgens vaste rechtspraak moet de rechtbank in het kader van een beroep tegen een maatregel van grensdetentie beoordelen of de procedure om een beslissing te nemen over het recht om het grondgebied te betreden met de nodige zorgvuldigheid en voortvarendheid wordt uitgevoerd, en mag zij zich in beginsel niet inhoudelijk uitlaten over de vraag of een asielaanvraag in de grensprocedure kan worden behandeld of niet. Mede gelet op het feit dat artikel 45 van de Procedureverordening slechts bepaalt in welke gevallen de minister de asielgrensprocedure moet toepassen (en de toepassing van de asielgrensprocedure dus niet tot die gevallen beperkt is), ziet de rechtbank in wat eiseres heeft aangevoerd geen reden om dat in haar geval wel te doen.
Had de ambtenaar moeten kiezen voor een lichter middel?
6. Eiseres betoogt verder dat de ambtenaar had moeten kiezen voor een lichter middel dan de maatregel van grensdetentie. Als een vreemdeling aan de buitengrens van Nederland een asielwens uit, mag slechts een maatregel van grensdetentie worden opgelegd als andere (dwingende) maatregelen niet kunnen worden toegepast. Eiseres heeft (ernstige) psychische problemen en is, mede vanwege haar seksuele gerichtheid, kwetsbaar. De ambtenaar heeft zowel over de psychische problematiek als over de seksuele gerichtheid van eiseres geen vragen gesteld tijdens het gehoor – in het proces-verbaal van het gehoor ontbreken ook delen van zinnen – en heeft daarom onvoldoende onderzocht of er redenen zijn om geen vrijheidsontnemende maatregel op te leggen. Verder is een lichter middel van belang, zodat eiseres haar asielprocedure kan voorbereiden en haar asielrelaas kan onderbouwen. Zij heeft nog verschillende documenten op gegevensdragers (zoals een laptop en usb-sticks) staan. Zij wil die documenten graag met haar gemachtigde doornemen en overleggen, maar die gelegenheid bestaat in detentie niet. Bovendien was toepassing van een lichter middel ook in praktische zin mogelijk. De ambtenaar had met eiseres namelijk afspraken kunnen maken over bijvoorbeeld een meldplicht, zodat het risico op onderduiken werd voorkomen. Eiseres heeft er immers ook geen belang bij om zich aan het toezicht op vreemdelingen te onttrekken, omdat zij in Nederland een verblijfsvergunning wil en psychische problemen heeft waarvoor zij moet worden behandeld.
Dit betoog slaagt niet. De ambtenaar had niet hoeven kiezen voor een lichter middel dan de maatregel van grensdetentie. Tijdens het gehoor voorafgaand aan het opleggen van de maatregel is aan eiseres uitdrukkelijk gevraagd of zij medische problemen of andere (spoedeisende) omstandigheden heeft die aan het opleggen van de maatregel in de weg staan, waarop eiseres ontkennend antwoordde. De rechtbank ziet, anders dan eiseres heeft betoogd, geen reden om aan te nemen dat de verslaglegging van de verklaringen van eiseres in het proces-verbaal incompleet is. Verder heeft eiseres – anders dan met onvertaalde Spaanstalige documenten – niet onderbouwd dat zij zodanige psychische problemen heeft of vanwege haar seksuele gerichtheid zodanig kwetsbaar is dat de maatregel van grensdetentie niet had mogen worden opgelegd of niet kan voortduren. De rechtbank ziet in de gestelde medische en psychische gesteldheid en de gestelde kwetsbaarheid van eiseres daarom geen reden voor het oordeel dat de ambtenaar voor een lichter middel had moeten kiezen. Bovendien heeft de ambtenaar er op de zitting terecht op gewezen dat eiseres zich bij medische of psychische problemen, zo nodig, kan wenden tot de medische en psychische hulpverlening op het detentiecentrum. De ambtenaar had ook in de lopende asielprocedure geen reden hoeven zien om een lichter middel toe te passen. Eiseres heeft, zoals partijen op zitting hebben laten weten, immers uitstel gekregen voor het indienen van correcties en aanvullingen en de ambtenaar heeft zich onbetwist op het standpunt gesteld dat het voor de gemachtigde van eiseres ook langs andere weg, bijvoorbeeld via de Immigratie- en Naturalisatiedienst of via VluchtelingenWerk Nederland, mogelijk is om toegang te krijgen tot de genoemde gegevensdragers. De rechtbank ziet geen reden om aan dat standpunt te twijfelen. Tot slot had de gestelde mogelijkheid tot een meldplicht voor de ambtenaar geen reden hoeven zijn om voor een lichter middel te kiezen. Het valt immers niet in te zien hoe een dergelijke maatregel zou kunnen worden toegepast zonder het grensbewakingsbelang prijs te geven.
Leidt het gevoel van onveiligheid in het detentiecentrum tot onrechtmatigheid van de maatregel?
7. Eiseres betoogt tot slot dat zij in het detentiecentrum verblijft op een afdeling waar ook vrouwen verblijven die de seksuele gerichtheid van eiseres om redenen van hun geloofsovertuiging niet accepteren. Dat geeft eiseres het gevoel van onveiligheid waarvoor zij juist uit Colombia is gevlucht. Om die reden kan de maatregel niet voortduren.
Dit betoog slaagt niet. Hoewel de rechtbank betreurt dat eiseres zich in het detentiecentrum niet veilig voelt, komt haar betoog erop neer dat zij klaagt over de wijze waarop de maatregel in het detentiecentrum ten uitvoer wordt gelegd – meer specifiek over de precieze plaatsing van eiseres binnen het detentiecentrum. De rechtbank mag daar in het kader van een beroep tegen een maatregel van grensdetentie echter geen oordeel over geven, zodat dit betoog van eiseres niet kan leiden tot het oordeel dat de maatregel van grensdetentie onrechtmatig is.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
8. Los van de door eiseres aangevoerde beroepsgronden, ziet de rechtbank in de door de ambtenaar en eiseres verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet (langer) is voldaan.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de maatregel van grensdetentie in stand blijft. Daarom wijst de rechtbank ook het verzoek om schadevergoeding af. De ambtenaar hoeft de proceskosten van eiseres niet te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.B. ter Beke, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.