ECLI:NL:RBDHA:2026:22857

ECLI:NL:RBDHA:2026:22857

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-07-2026
Datum publicatie 15-08-2026
Zaaknummer C/09/696149 / FA RK 25-9481
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vervangende toestemming internationale verhuizing toegewezen, nihil-stelling kinderalimentatie.

Uitspraak

Beschikking op het op 7 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. P. van de Kolk in Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. C. Elsinga in Zoeterwoude.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

het bericht van 14 januari 2026 van de vader;

Op 17 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

De minderjarige [minderjarige 1] heeft zich in een gesprek met de kinderrechter in raadkamer uitgelaten over het verzoek. De minderjarige [minderjarige 2] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Feiten

“1.1 De vrouw zal pas naar Duitsland verhuizen op het moment dat de rechtbank in eerste aanleg heeft beslist op de verzoeken van de man betreffende erkenning, gezag, zorgregeling en een verhuizing van [minderjarige 1] naar Duitsland (welke verzoeken de man. in de bodemprocedure uiterlijk op 5 december 2025 aanhangig maakt) of zodra pártijen over voorgaande onderwerpen overeenstemming hebben bereikt. Wanneer de woning van de vrouw verkocht en geleverd zou worden aan een koper voordat in eerste aanlég een beslissing ís genomen of voordat dé ouders. overeenstemming hebben bereikt, heeft zij de intentie een betaalbare huurwoning ie zoeken voor haarzelf en de kinderen in de omgeving van de School van de kinderen. Voorgaande afspraak uit artikel 1.1 komt te vervallen indien de man niet uiterlijk op 5 december2025 voorgaande verzoeken bij de rechtbank heeft ingediend.

De vrouw gaat er bij het maken van deze afspraken van uit dat de Raad voor de

Kinderbescherming niet in de bodemprocedure wordt betrokken. Mocht de Raad voor de

Kinderbescherming toch worden betrokken, dan zullen partijen trachten nadere afspraken te maken over wanneer de vrouw naar Duitsland zou kunnen verhuizen. Voor [minderjarige 1] zou in dat geval de uitkomst van de bodemzaak worden afgewacht alvorens [minderjarige 1] eventueel naar Duitsland zou gaan verhuizen.

Partijen zullen in de lopende bodemprocedure een verzoek doen om een bijzonder curator te benoemen om te onderzoeken en de rechtbank te adviseren of een verhuizing met haar moeder naar Duitsland in het belang van Za is of dat het in haar belang is om in Nederland te blijven en welke zorgregeling in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is in elke situatie.”

Verzoek en verweer

primair;

De vader verzoekt na wijziging, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens te bepalen dat:

- na onderzoek door een bijzonder curator te bepalen dat [minderjarige 1] niet met de moeder zal

meeverhuizen naar Duitsland en hoofdverblijf bij de vader zal hebben, waarbij de

moeder gedurende ten minste een weekend per maand naar Nederland zal komen om

contact met de kinderen te hebben, alsmede gedurende de helft van de vakanties, althans een andere passende zorgregeling te bepalen;

subsidiair:

- na onderzoek door een bijzonder curator te bepalen dat wanneer [minderjarige 1] met de moeder

naar Duitsland zou verhuizen, tussen de vader en [minderjarige 1] een zorgregeling zou gaan gelden waarbij [minderjarige 1] gedurende ten minste een weekend per maand bij de vader zou zijn alsmede gedurende de helft van de vakanties, waarbij de moeder [minderjarige 1] haalt en brengt, althans een andere passende zorgregeling te bepalen.

De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Daarnaast verzoekt de moeder na aanvulling zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

waarbij wordt opgemerkt dat de achterstallige alimentatie/indexering over de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025 totaal € 3.269,04 bedraagt;

- te bepalen dat de vader aan de moeder een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen dient te voldoen per 1 januari 2026 (inclusief indexering 4.6%) van in totaal € 641,96 per maand;

- te bepalen dat de kinderalimentatie vanaf de datum van de verhuizing van de moeder met [minderjarige 1] naar Duitsland op nihil wordt gesteld;

- te bepalen dat de eventuele kosten van tenuitvoerlegging van de alimentatiebeslissing voor rekening van de vader komen, voor zover deze door hem veroorzaakt worden.

De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Vooraf

Uit de stukken en hetgeen dat met de ouders op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende gebleken. De ouders hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. De moeder is in 2015 samen met [minderjarige 2] en [minderjarige 1] naar [plaats 2] verhuisd zonder de vader en sindsdien wonen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] bij de moeder. In 2017 hebben de ouders hun relatie definitief verbroken. De ouders verschillen van mening over de rol van de vader in het leven van de kinderen tijdens en na de relatie. Wel is duidelijk dat er regelmatig contact is tussen de vader en [minderjarige 2] en [minderjarige 1], namelijk om de week van vrijdag uit school tot maandag naar school, en dat de vader betrokken is bij de opvoeding van [minderjarige 2] en [minderjarige 1]. Tot kort geleden was de vader niet de juridisch vader van [minderjarige 2] en [minderjarige 1]. De ouders hebben de erkenning op 4 december 2025 in onderling overleg kunnen regelen in het licht van onderhavige procedure en een eerder kort geding waaruit de vaststellingsovereenkomst van partijen is voortgevloeid. Deze procedure(s) komen voort uit het feit dat de moeder heeft besloten om naar Duitsland te verhuizen. De moeder is Duitse en heeft altijd een sterke verbondenheid gehad met Duitsland. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zijn bijna iedere vakantie met de moeder mee geweest naar de familie van de moeder in Duitsland. Vanwege de gezondheid van de vader van de moeder in Duitsland en vanwege haar eigen (psychische) gezondheid heeft de moeder besloten dat het voor haar tijd is om terug te gaan naar Duitsland. De moeder heeft haar woning verkocht en woont nu, conform de vaststellingsovereenkomst, in een huurwoning met [minderjarige 2] en [minderjarige 1]. Deze huur loopt eind juli 2026 af en de moeder zal dan ook per 22 juli 2026 verhuizen naar Duitsland.

Tussen partijen is niet in geschil dat [minderjarige 2] in Nederland blijft en dus bij de vader zal gaan wonen. Om die reden stemt de moeder dan ook in met het feit dat zij samen met de vader het gezag over [minderjarige 2] zal gaan uitoefenen. Het grootste verschil van inzicht tussen partijen ziet op de vraag of [minderjarige 1] met de moeder mee zal verhuizen naar Duitsland of niet en op de vraag of partijen ook gezamenlijk het gezag over haar zullen uitoefenen. De rechtbank ziet aanleiding om eerst te beslissen ten aanzien van het gezag en vervolgens ten aanzien van de verhuizing.

Gezag

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek van de vader om hem te belasten met het gezamenlijk gezag over de kinderen.

Standpunt vader

De vader stelt dat partijen het erover eens zijn dat zij gezamenlijk met het gezag over [minderjarige 2] zullen worden belast. De ouders verschillen echter van mening over het gezag over [minderjarige 1]. De vader acht deze disbalans in de gezagspositie ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] niet wenselijk. Hij voert daartoe aan dat hij sinds de geboorte van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] een actieve en betrokken ouder is voor beide kinderen en dat er verder geen contra-indicaties zijn die maken dat de vader niet het gezamenlijk gezag over zowel [minderjarige 2] als [minderjarige 1] samen met de moeder zou kunnen uitoefenen. De vader vreest dat hij, indien [minderjarige 1] met de moeder naar Duitsland verhuist, op nog grotere afstand van [minderjarige 1] zal komen te staan wanneer hij niet mede met het gezag over haar wordt belast. Juist in dat geval acht hij het van belang dat hij betrokken blijft bij belangrijke beslissingen in haar leven. Indien [minderjarige 1] niet met de moeder verhuist, geldt volgens de vader eveneens dat het in het belang van [minderjarige 1] is dat hij met het gezag wordt belast, mede gelet op de praktische beslissingen die in haar dagelijks leven moeten worden genomen.

Standpunt moeder

De moeder stemt ermee in dat de vader mede met het gezag over [minderjarige 2] wordt belast. Ten aanzien van [minderjarige 1] wenst zij echter het eenhoofdig gezag te behouden. Volgens de moeder is gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] niet in haar belang, omdat zij verwacht dat het overleg met de vader moeizaam zal verlopen als zij met [minderjarige 1] naar Duitsland verhuist. De moeder stelt dat de communicatie tussen partijen onvoldoende is om gezamenlijk belangrijke beslissingen over [minderjarige 1] te nemen. Zij meent daarom dat zij het beste in staat is om deze beslissingen zelfstandig in het belang van [minderjarige 1] te nemen.

Oordeel rechtbank

Uit artikel 1:253c lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die niet eerder het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank kan verzoeken de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten. Dit verzoek wordt, als de andere ouder hiermee niet instemt, alleen afgewezen als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat ouders gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kind uitoefenen en dat slechts in uitzonderingsgevallen kan worden aangenomen dat het belang van het kind vereist dat één van de ouders met het gezag is belast

De rechtbank ziet onvoldoende aanleiding om niet conform het uitgangspunt dat de ouders gezamenlijk zijn belast met het gezag te beslissen, ook ten aanzien van [minderjarige 1]. Het is de rechtbank onvoldoende gebleken dat de kinderen klem en verloren zullen raken door gezamenlijke gezagsuitoefening of dat de gezamenlijke gezagsuitoefening anderszins niet in het belang van de kinderen zal zijn. Het is de rechtbank gebleken dat er – ondanks het feit dat de vader niet de juridische ouder van de kinderen was en geen gezag over hen had – een goede communicatie over de kinderen was tussen de ouders. Niet in geschil is dat de moeder de vader betrok bij het nemen van beslissingen en dat de vader een actieve rol speelde in het leven van de kinderen. Deze situatie lijkt te zijn veranderd sinds de moeder kenbaar heeft gemaakt te zullen verhuizen naar Duitsland. Weliswaar zal het de communicatie van partijen bemoeilijken dat de ouders straks in andere landen wonen maar ten aanzien van [minderjarige 1] is dat niet anders dan voor [minderjarige 2], waarbij de moeder kennelijk de onderlinge communicatie geen beletsel vindt voor gezamenlijk gezag. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vader om gezamenlijk met de moeder met het gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te worden belast toewijzen.

Hoofdverblijf en toestemming verhuizing

Ten aanzien van het hoofdverblijf van de kinderen en de eventuele verhuizing van [minderjarige 1] met de moeder naar Duitsland overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt voorop dat zij begrip heeft voor de wens van de moeder om naar Duitsland te verhuizen en haar leven daar opnieuw in te richten. Het is duidelijk dat de moeder het liefste met zowel [minderjarige 2] als [minderjarige 1] zou verhuizen, maar dat de moeder de wens van [minderjarige 2] om in Nederland te blijven respecteert. Dit ligt anders ten aanzien van [minderjarige 1], nu de moeder stelt dat zij graag met de moeder wil naar Duitsland wil verhuizen. [minderjarige 1] heeft deze wens ook geuit tijdens het kindgesprek.

Het is duidelijk dat de ouders heel verschillend aankijken tegen de gevolgen van de beslissing van de moeder en de vraag of deze beslissing in het belang van de kinderen is. De rechtbank overweegt dat zij de vader kan volgen in zijn standpunt dat de beslissing van de moeder niet zonder meer in het belang van de kinderen lijkt te zijn. De moeder heeft de vader niet betrokken bij haar wens en de vraag hoe zij daar – met inachtneming van de belangen van [minderjarige 2] en [minderjarige 1]– goed vorm aan kon geven. Er is niet gesproken over alternatieven en de moeder heeft door haar beslissing een situatie gecreëerd waarin sprake lijkt te zijn van, zoals door de Raad tijdens de zitting is benoemd, kiezen tussen twee kwaden. Door de keuze van de moeder om per 22 juli 2026 naar Duitsland te verhuizen zal de gezinssituatie voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] drastisch veranderen, ongeacht of [minderjarige 1] meeverhuist of niet.

Op de zitting is met de ouders gesproken over de mogelijkheid om eerst een tussenbeschikking te geven. In dat geval zou een bijzondere curator kunnen worden benoemd om te onderzoeken wat de eigen, intrinsieke wens van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] is.

De rechtbank ziet daarvoor echter onvoldoende aanleiding om de volgende redenen. De rechtbank verwacht dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hun wens niet anders zullen verwoorden dan zij tot nu toe tegenover de ouders hebben gedaan en, in het geval van [minderjarige 1], ook tegenover de rechtbank. Dat geldt ongeacht de vraag waar die wens precies uit voortkomt en in hoeverre loyaliteit jegens één of beide ouders daarbij een rol speelt. De rechtbank verwacht niet dat een bijzondere curator nieuwe inzichten zal geven die de te nemen afweging wezenlijk anders zal maken. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de benoeming van een bijzondere curator (opnieuw) druk op de [minderjarige 2] en [minderjarige 1] kan leggen. Dat acht de rechtbank niet in hun belang.

De rechtbank acht het wel in het belang van [minderjarige 2], [minderjarige 1] en de ouders dat er nu duidelijkheid komt. De rechtbank zal daarom een eindbeslissing nemen.

Ten aanzien van [minderjarige 2]

Ten aanzien van [minderjarige 2] geldt weliswaar dat de ouders het erover eens zijn dat zij in haar wens om in Nederland te blijven moet worden gevolgd, maar dit levert wel een situatie op waarin [minderjarige 2] feitelijk het grootste deel van de tijd van haar moeder zal worden gescheiden. De rechtbank heeft [minderjarige 2] niet gesproken, dus kan mede daarom niet goed overzien of deze situatie in haar belang is. Omdat de ouders het er echter over eens zijn dat [minderjarige 2] haar hoofdverblijfplaats bij de vader moet hebben, zal de rechtbank overeenkomstig deze overeenstemming beslissen.

Ten aanzien van [minderjarige 1]

Uit de stukken en wat met de ouders op de zitting en met [minderjarige 1] zelf in het kindgesprek is besproken, is gebleken dat [minderjarige 1] al langer de wens uit om naar Duitsland te verhuizen. Nu de moeder ook daadwerkelijk heeft besloten om naar Duitsland te gaan verhuizen kan haar wens werkelijkheid worden. De moeder wil dan ook graag dat de droom van [minderjarige 1] wordt verwezenlijkt, maar nog meer dat [minderjarige 1] haar hoofdverzorger, te weten de moeder, niet verliest. De vader begrijpt de wens van [minderjarige 1], maar meent dat de verhuizing naar Duitsland met de moeder op dit moment niet in haar belang is. De rechtbank zal hierover daarom een beslissing nemen.

Omdat de rechtbank beide ouders heeft belast met het gezag en een eventuele verhuizing een grote impact zal hebben op het contact tussen de vader en [minderjarige 1], zal de rechtbank beslissen aan de hand van de door de Hoge Raad geformuleerde criteria (Hoge Raad 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC:5901). Uit deze uitspraak volgt dat de rechter bij de beslissing over vervangende toestemming voor verhuizing alle omstandigheden van het geval in acht dient te nemen en alle belangen moet afwegen. Hoewel het belang van het kind daarbij een overweging van de eerste orde moet zijn, neemt dat niet weg dat afhankelijk van de omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen wegen. Bij de beoordeling van het verzoek moeten volgens de vaste rechtspraak onder meer de volgende omstandigheden en belangen worden meegewogen:

Standpunt vader

De vader kan niet instemmen met het verzoek van de moeder. Volgens de vader onderkent de moeder onvoldoende dat [minderjarige 1] onderdeel is van een gezinssysteem dat door de verhuizing wezenlijk zal veranderen. De beslissing raakt niet alleen de woonplaats van [minderjarige 1], maar ook haar dagelijkse verhouding tot beide ouders en tot [minderjarige 2]. De regeling die de moeder heeft voorgesteld doet volgens de vader geen recht aan hoe de vader en [minderjarige 2] momenteel deel uitmaken van het leven van [minderjarige 1]. Daarnaast is de vader van mening dat [minderjarige 1] de gevolgen van de verhuizing niet kan en niet behoort te overzien, gelet op haar leeftijd. De vader begrijpt de wens van [minderjarige 1], maar verwacht dat [minderjarige 1] hem en [minderjarige 2] erg zal gaan missen als zij naar Duitsland verhuist. De vader bevindt zich daardoor in een moeilijke positie. Als hij instemt met de verhuizing, is hij bang dat [minderjarige 1] hem later zal vragen waarom hij haar heeft laten gaan. Als [minderjarige 1] in Nederland blijft, vreest hij tegelijkertijd voor de gevolgen die dat voor haar en voor haar verhouding tot de moeder kan hebben. De vader wil deze verantwoordelijkheid daarom niet alleen dragen. Ook wil hij voorkomen dat deze verantwoordelijkheid feitelijk bij [minderjarige 1] komt te liggen. Om die reden heeft hij deze procedure gestart, zodat de rechtbank een beslissing kan nemen over wat in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] is.

Daarbij weegt voor de vader zwaar mee dat er volgens hem een minder ingrijpend alternatief mogelijk was. Hij had open gestaan voor een gefaseerde verhuizing, waarbij rekening zou worden gehouden met het afronden van de middelbare school van [minderjarige 2] en [minderjarige 1]. Op die manier hadden [minderjarige 2] en [minderjarige 1] gedurende hun minderjarigheid in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven en in de huidige gezinsstructuur kunnen opgroeien. Volgens de vader stond de moeder echter alleen open voor een gesprek over de wijze waarop de verhuizing vorm moest krijgen en niet over alternatieven voor de verhuizing zelf, waardoor hij genoodzaakt is zijn verzoek te handhaven.

Standpunt moeder

De moeder heeft op de zitting toegelicht dat zij zich ervan bewust is dat haar keuze om naar Duitsland te verhuizen gevolgen heeft voor [minderjarige 2], [minderjarige 1] en de vader. Zij stelt echter dat zij genoodzaakt is deze keuze te maken omdat zij ervan overtuigd is dat zij een betere moeder kan zijn wanneer zij in Duitsland woont, waar zij anders dan in Nederland beschikt over een steunend netwerk. Daarbij spelen volgens de moeder haar mentale gezondheid, de mantelzorg voor haar vader in Duitsland en het opzetten van haar eigen praktijk met haar zus een belangrijke rol. De moeder stelt dat zij de verhuizing goed heeft doordacht en voorbereid. Zo heeft zij woonruimte dicht bij haar familie en werk en heeft zij een geschikte school voor [minderjarige 1] gevonden in de nabije omgeving waar zij na de zomervakantie kan starten. Voor de moeder is het meest van belang dat er naar de kinderen wordt geluisterd. [minderjarige 2] wil graag in Nederland blijven en de moeder respecteert dat. [minderjarige 1] wil juist mee verhuizen naar Duitsland, mede vanwege haar band met de Duitse familie, in het bijzonder die met haar nichtje. Ook speelt een rol dat zij in Duitsland een nieuwe start kan maken op een nieuwe school, met nieuwe vrienden. [minderjarige 1] spreekt vloeiend Duits waardoor de taal geen beletsel zal vormen voor haar schoolgang of sociale netwerk. De moeder acht de wens van [minderjarige 1] daarom duidelijk en invoelbaar en hoopt dat de vader deze, net zoals de moeder de wens van [minderjarige 2] doet, respecteert. De moeder meent dat de verhuizing niet in de weg hoeft te staan aan de band tussen [minderjarige 1] en de vader en de band tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Zij erkent dat de hoeveelheid contact zal afnemen, maar stelt dat dit niet betekent dat ook de kwaliteit van het contact hoeft te verminderen. Volgens de moeder kan het contact worden gecompenseerd door een ruime regeling tijdens lange weekenden en de Duitse schoolvakanties. Daarbij zullen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] tijdens de Nederlandse vakanties samen in Duitsland kunnen zijn. De moeder stelt daarnaast dat zij de vader altijd goed heeft geïnformeerd en dat zij ook na de verhuizing met hem zal blijven communiceren over [minderjarige 1], waardoor dit niet in de weg hoeft te staan aan de verhuizing van [minderjarige 1]. Wat betreft de reiskosten stelt de moeder voor dat zij de kosten voor [minderjarige 1] voor haar rekening neemt en dat de vader de reiskosten voor [minderjarige 2] betaalt.

Alles afwegend is de moeder van mening dat haar belang bij de verhuizing, haar vrijheid om haar leven opnieuw in te richten en de wens van [minderjarige 1] om met haar mee te verhuizen zwaarder wegen dan het belang van de vader bij voortzetting van de huidige zorgregeling.

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt nogmaals voorop dat de moeder in beginsel het recht heeft om in vrijheid haar leven opnieuw in te richten in Duitsland, ook als dit betekent dat zij met [minderjarige 1] zal verhuizen. Dit recht van de moeder wordt echter begrensd door het belang van [minderjarige 1] en het belang van de vader om contact te hebben met [minderjarige 1] op vergelijkbare wijze als op dit moment het geval is. Dit brengt met zich dat de rechtbank dient te beoordelen of het belang van [minderjarige 1] zich tegen een verhuizing naar Duitsland verzet en dat de rechtbank vervolgens een afweging dient te maken tussen de belangen van de ouders en [minderjarige 1].

Zoals hiervoor al is overwogen, brengt de verhuizing van de moeder hoe dan ook een ingrijpende verandering in het leven van [minderjarige 1] mee. Als [minderjarige 1] niet met de moeder mee naar Duitsland verhuist, betekent dit dat zij samen met [minderjarige 2] bij de vader in Nederland zal moeten gaan wonen. Zij zou dan haar moeder moeten missen, wie nu haar hoofdverzorgster is. Als [minderjarige 1] wel met de moeder mee verhuist, zal zij de vader en [minderjarige 2] moeten missen en zal zij in Duitsland een nieuw leven moeten opbouwen.

De rechtbank heeft geconstateerd dat [minderjarige 1], ongeacht de vraag hoe haar wens precies is gevormd, duidelijk en consistent naar voren brengt dat zij met de moeder naar Duitsland wil verhuizen en daar een nieuw leven wil opbouwen. Daarbij acht de rechtbank het van belang dat als [minderjarige 1] in Nederland zou achterblijven zonder de moeder, dit naar het oordeel van de rechtbank voor haar een meer drastische en ingrijpende wijziging zal zijn dan dat zij naar Duitsland zal verhuizen, gelet op haar wens. Bovendien bestaat naar het oordeel van de rechtbank het risico dat als [minderjarige 1] in Nederland blijft, hierdoor niet alleen de verhouding tussen [minderjarige 1] en de moeder onder druk komt te staan, maar mogelijk ook de band van [minderjarige 1] met de vader en [minderjarige 2]. Dit maakt dat de rechtbank tot het oordeel komt dat het belang van [minderjarige 1] meer vraagt om toewijzing van het verzoek tot verhuizing naar Duitsland dan om de afwijzing daarvan.

Verder komt de rechtbank bij de belangenafweging tot de conclusie dat de belangen van de moeder en [minderjarige 1] zwaarder wegen dan de belangen van de vader en overweegt daartoe als volgt.

Het belang van de vader is erin gelegen dat de huidige zorgregeling zoveel mogelijk wordt voortgezet en dat hij op regelmatige en laagdrempelige wijze contact met [minderjarige 1] kan blijven hebben. De rechtbank onderkent dat dit contact door de afstand tussen Nederland en Duitsland zal veranderen en dat de verhuizing ertoe zal leiden dat de vader [minderjarige 1] minder vaak in haar dagelijks leven zal zien. Daartegenover staat echter dat voldoende aannemelijk is geworden dat de moeder een zwaarwegend belang heeft bij de verhuizing. Zij heeft toegelicht dat zij, ongeacht de uitkomst van deze procedure, naar Duitsland zal verhuizen. Die keuze hangt niet alleen samen met haar wens om terug te keren naar Duitsland, maar ook met haar mentale gesteldheid, de mantelzorg voor haar vader en de mogelijkheid om terug te vallen op het daar aanwezig sociale en familiale netwerk. De moeder heeft bovendien laten zien dat zij het leven van [minderjarige 1] in Duitsland concreet heeft voorbereid. Zij beschikt daar over een woning in de nabijheid van haar familie, zal samen met haar zus een praktijk openen en heeft een passende school voor [minderjarige 1] gevonden waar [minderjarige 1] na de zomervakantie kan starten.

De rechtbank weegt mee dat de moeder de vader onvoldoende heeft betrokken bij de besluitvorming over de verhuizing. Van haar had, gelet op de gevolgen voor de positie van de vader en het contact tussen de vader en [minderjarige 1], meer mogen worden verwacht. Dat neemt echter niet weg dat de verhuizing inmiddels voor de moeder een feit is en dat de moeder een regeling heeft voorgesteld om het contact tussen de vader en [minderjarige 1] zoveel mogelijk te behouden indien [minderjarige 1] meeverhuist. Door lange weekenden aansluitend aan vakanties en een verdeling van de vakanties kan [minderjarige 1] ongeveer iedere zes tot acht weken gedurende een langere periode samen met de vader zijn. Daarmee wordt het contact weliswaar anders vormgegeven dan nu het geval is, maar blijft er structureel en betekenisvol fysiek contact mogelijk. Gelet op de leeftijd van [minderjarige 1] kan zij daarnaast zelfstandig via (video)bellen contact hebben met de vader.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat het belang van de moeder om met [minderjarige 1] naar Duitsland te verhuizen, mede gelet op de wens van [minderjarige 1] en de noodzaak van de moeder om naar Duitsland te verhuizen, zwaarder weegt dan het belang van de vader bij voortzetting van de huidige zorgregeling. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de moeder een voldoende concreet voorstel heeft gedaan om de gevolgen van de verhuizing voor het contact tussen de vader en [minderjarige 1] te compenseren.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek tot vervangende toestemming voor de verhuizing met [minderjarige 1] naar [plaats 1] in Duitsland, moet worden toegewezen. Om ervoor te zorgen dat er voor de ouders duidelijkheid komt voordat de zomervakantie van 2026 van start gaat, zal de rechtbank deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

Met de beslissing over het gezamenlijk gezag en de verhuizing hangt ook samen dat de rechtbank de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de moeder zal bepalen.

Zorgregeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken ten aanzien van de zorgregeling.

Standpunt vader

Wanneer [minderjarige 1] met de moeder naar Duitsland zou verhuizen, wenst de vader dat de rechtbank een zorgregeling bepaalt waarbij [minderjarige 1] bij hem kan zijn gedurende ten minste een weekend per maand, alsmede gedurende de helft van de vakanties. Omdat de moeder degene is die naar Duitsland verhuist, acht de vader het redelijk dat de moeder zorgdraagt voor het halen en brengen.

Standpunt moeder

Gelet op de reisafstand (+/- 8 uur), de leeftijd en de mening van de kinderen, acht de moeder het realistischer om uit te gaan van een zorgregeling gedurende de lange weekenden en vakanties, waardoor de frequentie van het contact ongeveer eens per zes tot acht weken is, waarbij er daarnaast zoveel mogelijk via (video)bellen contact kan zijn. Daarbij is het voor de moeder bespreekbaar dat de ouders in de lange weekenden heen en weer reizen om [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te zien, en dat de kinderen in die weekenden blijven waar ze zijn, zodat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] de lange reis niet hoeven te maken. De moeder heeft in de door haar overgelegde productie zes een overzicht van een voorstel gemaakt over de verdeling.

Oordeel rechtbank

Ten aanzien van de zorgregeling overweegt de rechtbank dat zij het niet zonder meer haalbaar en te belastend acht als [minderjarige 2] en [minderjarige 1] iedere maand een weekend gezamenlijk bij de andere ouder verblijven. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat zij gelet op hun leeftijd ook een eigen sociaal leven hebben met school, hobby’s, vrienden en sportactiviteiten. De rechtbank acht het voorstel van de moeder daarom realistischer. Tegelijkertijd is op dit moment nog onvoldoende duidelijk hoe de schoolroosters, vrije dagen en vakanties van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] er precies uit zullen zien. Daarom acht de rechtbank het aangewezen dat de ouders hierover in onderling overleg nadere afspraken maken. Daarbij dienen zij het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voorop te stellen, goed acht te slaan op de mening van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] over een af te spreken regeling en minimaal om de zes tot acht weken een contactmoment met de andere ouder vast te stellen. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders met die uitgangspunten in staat zullen zijn in onderling overleg tot een regeling te komen. Ten aanzien van de (reis)kosten overweegt de rechtbank dat zij het redelijk acht dat de moeder, als de verhuizende ouder, die voor haar rekening neemt.

Kinderalimentatie

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat beide partijen en de kinderen in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om te beslissen op de verzoeken ten aanzien van de kinderalimentatie.

Inhoudelijke beoordeling

Nihil stelling

De ouders zijn het eens dat indien [minderjarige 1] met de moeder naar Duitsland verhuist, de kinderalimentatie voor zowel [minderjarige 1] als voor [minderjarige 2] vanaf die datum op nihil wordt gesteld, omdat de vader alle kosten voor [minderjarige 2] zal voldoen en de moeder de kosten van [minderjarige 1]. Omdat de rechtbank de moeder vervangende toestemming zal verlenen om met [minderjarige 1] naar Duitsland te verhuizen, zal de rechtbank, conform de overeenstemming tussen de ouders, de kinderalimentatie ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] op nihil stellen per 1 augustus 2026.

Achterstallige indexering en alimentatie periode 1 januari 2021 tot 1 januari 2026

De moeder verzoekt de rechtbank met terugwerkende kracht alimentatie vast te stellen over de afgelopen vijf jaren, te weten vanaf 1 januari 2021. In haar verzoek heeft de moeder bedragen opgenomen met als basis het tussen partijen overeengekomen bedrag van € 500,-, welk bedrag zij jaarlijks heeft geïndexeerd. Niet in geschil is dat de vader gedurende deze hele periode € 500,- per maand aan kinderalimentatie aan de moeder heeft voldaan. In wezen komt het verzoek van de moeder daarom neer op het vaststellen van indexatie van de door de vader betaalde kinderalimentatie met terugwerkende kracht.

Volgens de moeder hebben de ouders sinds 2020 de (mondelinge) afspraak dat de vader € 500,- kinderalimentatie betaalt aan de moeder ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 1]. De vader heeft echter nooit de wettelijke indexering voldaan over de periode januari 2021 tot en met januari 2025. In februari 2026 heeft de vader in het geheel geen kinderalimentatie betaald. De moeder verzoekt nu dat de vader alsnog de achterstallige indexeringen en de alimentatie dient te voldoen.

De vader betwist niet dat de ouders sinds 2020 de (mondelinge) afspraak hebben dat hij € 500,- per maand kinderalimentatie ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] aan de moeder betaalt. De vader stelt echter dat hij de indexering van de kinderalimentatie niet hoeft te voldaan omdat

de ouders bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven mede omdat er geen berekening is gemaakt en verder is er volgens de vader nooit gesproken over een indexering. De moeder betwist dat de ouders bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven en bewust hebben afgezien van indexatie.

De rechtbank stelt voorop dat voor de vraag of de vader de achterstallige indexatie en kinderalimentatie dient te voldoen, alleen relevant is of de ouders de indexatie hebben uitgesloten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de vader niet aangetoond dat de ouders de indexering van de kinderalimentatie hebben uitgesloten. De indexering volgt immers uit de wet. Om daarvan af te wijken, is een duidelijke overeenstemming vereist. Uit wat de vader heeft aangevoerd blijkt deze overeenstemming niet. Dit betekent dat de vader in beginsel achterstallige indexatie van de kinderalimentatie verschuldigd is aan de moeder.

De rechtbank ziet evenwel op grond van de specifieke omstandigheden in dit geval aanleiding om het verzoek van de moeder ten aanzien van de indexatie af te wijzen. Daarbij spelen de volgende omstandigheden een rol. In de eerste plaats speelt een rol dat het aanvullende verzoek met betrekking tot de kinderalimentatie op een laat moment in de procedure is gedaan, zodat de vader weinig tijd had zich daartegen te verweren. In de tweede plaats heeft de moeder haar verzoek niet met stukken onderbouwd, zodat de rechtbank geen zicht heeft gekregen op de behoefte van de kinderen en de draagkracht van de ouders en de onderlinge verdeling daarvan. Dit klemt temeer omdat de vader onbetwist heeft gesteld De moeder verzoekt de rechtbank geen nakoming van de tussen partijen overeengekomen, geïndexeerde alimentatie, maar vaststelling met terugwerkende kracht van alimentatie. Daarvoor ziet de rechtbank bij het ontbreken van financiële gegevens geen ruimte. Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat toewijzing van dit verzoek van de moeder afdoet aan het belang van de kinderen, nu de onderlinge verhouding tussen partijen door het onderwerp van deze procedure al onder druk staat en toewijzing van dit verzoek die verhouding mogelijk verder onder druk zal zetten. Daarbij is van belang dat de vader na de verhuizing van de moeder met [minderjarige 1] de zorg voor [minderjarige 2] zal dragen, terwijl een terugbetalingsverplichting financiële gevolgen zal hebben voor de vader. Een zodanige verplichting zal mogelijk gevolgen hebben voor de zorg voor [minderjarige 2]. De rechtbank acht toewijzing van dit verzoek van de moeder daarom niet in het belang van [minderjarige 2] en, in mindere mate, ook niet in het belang van [minderjarige 1]. De rechtbank zal dit verzoek dus afwijzen.

Achterstallige indexering en alimentatie periode vanaf 1 januari 2026

De moeder verzoekt verder vaststelling van kinderalimentatie inclusief indexering vanaf 1 januari 2026. De rechtbank zal ook dit verzoek afwijzen, onder verwijzing naar hetgeen hiervoor is overwogen.

De vader heeft volgens de moeder de overeengekomen alimentatie in februari 2026 niet voldaan. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader alle achterstallige betalingen tot aan de nihilstelling zal voldoen.

Tenuitvoerlegging van deze alimentatiebeslissing

De moeder verzoekt te bepalen dat te bepalen dat de eventuele kosten van tenuitvoerlegging van deze alimentatiebeslissing voor rekening van de vader komen, voor zover deze door hem veroorzaakt worden. Dit verzoek is niet op de wet gegrond en zal dus worden afgewezen.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Brief aan [minderjarige 2] en [minderjarige 1]

De rechtbank heeft [minderjarige 2] en [minderjarige 1] een brief geschreven. Volledigheidshalve staat de inhoud van die brief hieronder, zodat beide ouders daarvan op de hoogte zijn.

Beste [minderjarige 2] en [minderjarige 1],

Jullie hebben het waarschijnlijk al van jullie ouders gehoord, maar ik heb een beslissing genomen in de rechtszaak tussen hen. Ik heb aan jullie moeder toestemming verleend om met [minderjarige 1] te verhuizen. Dat was geen makkelijke beslissing en ik wil jullie daar iets over laten weten. Daarom schrijf ik deze brief.

Ik heb in de beslissing voor jullie ouders geschreven dat ik begrip heb voor de wens van jullie moeder om naar Duitsland te verhuizen. En ik heb natuurlijk met [minderjarige 1] gesproken en heb van haar heel goed begrepen dat zij ook graag wil verhuizen. [minderjarige 1], je hebt heel goed uitgelegd waarom je dat graag wil. [minderjarige 2], ik heb jou helaas niet gesproken, maar ik heb van jullie ouders begrepen dat jij graag in Nederland wil blijven.

Door dit alles is een ingewikkelde situatie ontstaan waarin jullie in jullie dagelijkse leven van elkaar en van jullie ouders worden gescheiden. Ik zou voor jullie liever willen dat deze situatie niet was ontstaan. Ik begrijp daarom heel goed dat jullie vader zich afvraagt of de verhuizing in jullie belang is. Hij heeft tijdens de zitting heel goed uitgelegd dat hij daarom eigenlijk niet de verantwoordelijkheid voor de beslissing over de verhuizing wil dragen en dat hij de beslissing daarom aan de rechtbank heeft voorgelegd. Ik snap dat goed, want het niet geven van toestemming voor de verhuizing betekent dat jullie moeder en [minderjarige 1] waarschijnlijk teleurgesteld zullen zijn. En het wel geven van toestemming voor de verhuizing betekent dat jullie vader en misschien ook wel [minderjarige 2] teleurgesteld zullen zijn. In die situatie heb ik een afweging gemaakt tussen de belangen van iedereen. Bij het maken van die beslissing heb ik goed alle stukken gelezen en goed naar jullie ouders geluisterd tijdens de zitting. Ik heb dus uiteindelijk besloten om wel de toestemming voor de verhuizing van [minderjarige 1] te geven.

Ik heb deze beslissing genomen zonder dat ik in de toekomst kan kijken. Ik hoop dat de verhuizing goed zal uitpakken en dat jij, [minderjarige 1], goed zal terechtkomen in Duitsland en dat je je daar prettig gaat voelen. En dat je gaat wennen aan het feit dat je je vader minder vaak ziet. Ik hoop dat jij, [minderjarige 2], ook zal wennen aan de nieuwe situatie en het wonen bij je vader. En dat je zal wennen aan het feit dat je je moeder minder vaak ziet.

Ik wil aan jullie meegeven dat ik goed met jullie ouders heb kunnen praten tijdens de zitting en dat ik de indruk heb gekregen dat ze allebei het beste voor jullie willen. Ze hebben weliswaar andere ideeën over wat het beste voor jullie is, maar ik heb ook de indruk gekregen dat ze ervoor open staan om erover te praten als de verhuizing anders uitpakt dan jullie hadden gedacht. Als jullie, of een van jullie, ongelukkig wordt van de nieuwe situatie, praat daar dan dus over. Geef ook over het onderlinge contact aan wat wel en niet werkt voor jullie

Hoe dan ook wens ik jullie alle goeds toe in de toekomst. Hopelijk vinden jullie rust in de nieuwe situatie.

Met vriendelijke groet,

de rechter

BeslissingDe rechtbank:

*

bepaalt dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarigen:

*

bepaalt de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de vader en de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de moeder;

*

verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – om met [minderjarige 1], te verhuizen naar [plaats 1] in Duitsland;

*

stelt vast dat de ouders in nader onderling overleg een zorgregeling zullen vaststellen waarin [minderjarige 2] en [minderjarige 1] de andere ouder en elkaar om de zes tot acht weken fysiek zien en bepaalt dat de moeder de reiskosten van de kinderen ten behoeve van de vast te stellen zorgregeling dient te voldoen;

*

stelt de door de vader te betalen kinderalimentatie ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] met ingang van 1 augustus 2026 op nihil;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst het meer of anders verzochte af;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T.D. Somer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/468
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand