RECHTBANK DEN HAAG
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/707753 / FA RK 26-6379
Datum beschikking: 15 juli 2026
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1952 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. J.J. van Kuijk te Den Haag.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 24 juni 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 22 juni 2026 ondertekende medische verklaring van M. van der Velden, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 4 juni 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 23 juni 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een brief van de officier van justitie van 28 mei 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de psycholoog, [naam 1] ;
- de verpleegkundige, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Door en namens betrokkene is verzocht om afwijzing van het verzoek. Er zijn mogelijkheden tot vrijwilligheid, omdat betrokkene bereid is mee te werken aan een opname. Indien de rechtbank tot toewijzing van het verzoek komt, wordt verzocht de vorm van verplichte zorg ‘andere medische handeling en therapeutische maatregelen’ af te wijzen, omdat deze niet voorzienbaar zijn.
De verpleegkundige heeft ter zitting naar voren gebracht dat het belangrijk is dat betrokkene juist wordt ingesteld op medicatie. Als betrokkene last heeft van psychiatrische klachten gaat hij zonder begeleiding meer medicatie innemen en dat leidt tot medicatie-intoxicatie. Dat is zeer gevaarlijk. Ten aanzien van de mogelijkheid tot vrijwilligheid heeft de verpleegkundige aangegeven dat al sinds december 2025 geprobeerd wordt een zorgkader van de grond te krijgen, maar dat is tot op heden niet gelukt. Het is moeilijk om met betrokkene in contact te komen, omdat hij zorgmijdend is en regelmatig niet reageert. Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg is naar voren gebracht dat alle verzochte vormen voorzienbaar zijn. Ook de vorm van verplichte zorg ‘andere medische handeling en therapeutische maatregelen’, omdat betrokkene bij een eventuele nieuwe medicatie-intoxicatie somatisch behandeld moet worden.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie en een depressieve stoornis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Als gevolg van de schizofrenie zijn er aanwijzingen van recidiverende psychotische ontregeling met auditieve hallucinaties, paranoïde belevingen en wisselend ontregeld gedrag. Betrokkene heeft beperkt ziektebesef en -inzicht en vindt het daarom moeilijk de noodzaak van medicatiegebruik te overzien. Dit maakt dat betrokkene een ontregeld medicatiegebruik heeft en op momenten te veel medicatie neemt, wat kan leiden tot medicatie-intoxicatie. Verder is er sprake van zelfverwaarlozing, een vervuilde woning en kan betrokkene verbaal agressief en vijandig gedrag vertonen.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is therapieontrouw en zorgmijdend, waardoor het moeilijk lukt om met hem in contact te komen en hem juist in te stellen op medicatie. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal daarom worden verleend.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1952 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 januari 2027.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Nijenhuis, rechter, bijgestaan door mr. E.M.C. Mulders als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 juli 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.