RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/709091 / JE RK 26-1231
Datum uitspraak: 15 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige],
advocaat mr. H. Polat uit Rijswijk.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de gecertificeerde instelling met bijlagen, ontvangen op 15 juli 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 15 juli 2026.
2. De feiten
Bij beschikking van 30 september 2014 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden Haaglanden.
[minderjarige] verblijft bij [zorginstelling 1] in [plaats].
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 januari 2026 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 16 juli 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De gecertificeerde instelling verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
De gecertificeerde instelling verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes weken.
4. De beoordeling
Op basis van het verzoekschrift van de gecertificeerde instelling en de verklaring van de gedragswetenschapper is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige]. De reden daarvoor is dat de gesloten machtiging van [minderjarige] op 16 juli 2026 verloopt. De afgelopen periode heeft de gecertificeerde instelling met het expertiseteam uitgebreid gezocht naar een passende vervolgplek voor [minderjarige]. [zorginstelling 2] is mogelijk een geschikte plek en op 17 juli 2026 heeft [minderjarige] daar een intakegesprek. Het is niet in het belang van [minderjarige] om hem als tussenstap op een crisisgroep te plaatsen. Dit zal voor onrust zorgen waarbij [minderjarige] moet wennen aan de nieuwe begeleiding en in aanraking komt met andere (crisis)jongeren. Het risico is groot dat [minderjarige] hierdoor zal terugvallen in risicovol gedrag waarbij hij de positieve lijn die hij afgelopen periode heeft laten zien niet kan vasthouden. Het is van belang dat [minderjarige] nog voor korte duur bij zijn huidige accommodatie in de gesloten setting kan blijven om zich daar verder voor te bereiden op zijn overstap en hij een goede start kan maken in de open setting. De kinderrechter machtigt de gecertificeerde instelling daarom om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken, te weten tot 29 juli 2026.
Omdat de voogdij over [minderjarige] bij de gecertificeerde instelling berust, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet vereist.
De gecertificeerde instelling, [minderjarige] en zijn advocaat, worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 15 juli 2026 tot 29 juli 2026;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van mr. M. Meijers op 28 juli 2026 om 9:45 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Den Haag, aan Prins Clauslaan 60 in Den Haag;
vraagt de griffier voor die zitting op te roepen:
- Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
- [minderjarige];
- de advocaat van [minderjarige].
Deze beschikking is gegeven door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.