ECLI:NL:RBDHA:2026:22895

ECLI:NL:RBDHA:2026:22895

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-07-2026
Datum publicatie 15-08-2026
Zaaknummer C/09/685614 / FA RK 25-3818
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Eindbeschikking na DNA-onderzoek. Beslissing over DNA kosten. Verzoek moeder eenhoofdig gezag afgewezen

Uitspraak

Ontkenning vaderschap, kosten DNA-onderzoek en gezag

Beschikking op het op 16 mei 2025 ingekomen verzoek van:

[verzoeker],

verzoeker,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J. Celen te Den Haag.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder],

de vrouw /de moeder,

met een bij de rechtbank bekend briefadres,

advocaat: mr. G.D. Haytink, te Den Haag,

en

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats].

de minderjarige, hierna [minderjarige],

in rechte vertegenwoordigd door mr. M.E.M. Beijersbergen, advocaat te 's-Gravenhage,

in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

Bij beschikking van 18 september 2025 heeft deze rechtbank:

- een DNA-onderzoek gelast en daarvoor een deskundige verbonden aan Verilabs

Nederland B.V. benoemd;

- bepaald dat hangende de procedure het ten laste van ’s-Rijks kas betaalde deel van

de kosten van het onderzoek voorlopig aan verzoeker in debet zal worden gesteld;

- een beslissing ten aanzien van het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning

van het vaderschap over de minderjarige [minderjarige], tot bepaling dat de inschrijving

van verzoeker als vader ten aanzien van de minderjarige [minderjarige] uit de registers

van burgerlijke stand wordt geschrapt en dat er eventuele andere maatregelen

worden getroffen die in het belang worden geacht van de minderjarige en

het verzoek te bepalen dat verzoeker de kosten van het DNA-onderzoek zal dragen en dat de vrouw zal worden belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen Ali en [minderjarige], alsmede ten aanzien van de proceskosten aangehouden.

De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder thans ook:

- het bericht van 25 september 2025, met als bijlage de rapportage verwantschapsonderzoek van Verilabs van 23 september 2025, namens verzoeker;

- de brief van 6 oktober 2025 namens de vrouw;

- het bericht van 13 oktober 2025 namens verzoeker;

- het op 5 december 2025 ingekomen rapport DNA-verwantschapsonderzoek van

23 september 2025 van Verilabs.

Op 3 juni 2026 is de behandeling op zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Rapportage Verilabs

Uit het verwantschapsonderzoek van Verilabs blijkt dat praktisch bewezen is (afgerond 99,99% waarschijnlijkheid) dat verzoeker de biologische vader is van [minderjarige]. Gelet hierop heeft verzoeker op zitting het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap ingetrokken. De rechtbank beschouwt daarmee zijn verzoek tot (gelijktijdige) bepaling dat de inschrijving van verzoeker als vader uit de registers van burgerlijke stand zal worden geschrapt, ook als ingetrokken.

Hoewel niet formeel is verzocht, heeft verzoeker op de zitting zijn verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap over [minderjarige] ook ingetrokken. [minderjarige] is immers geboren tijdens zijn huwelijk met de vrouw. Hierdoor is verzoeker van rechtswege de juridische vader.

Kosten DNA-onderzoek

De kosten van het DNA-onderzoek door Verilabs bedragen € 825,- inclusief BTW (€ 574,38 voor de vaderschapstest en € 107,44 voor de aanvullende moederschaptest is subtotaal

€ 681,82 met 21 % BTW is totaal € 825,-). Deze kosten zijn door verzoeker betaald.

De vrouw stelt zich primair op het standpunt dat verzoeker de kosten van het DNA-onderzoek moet betalen, omdat hij volkomen ongefundeerd heeft gezegd dat hij de vader niet was terwijl hij wist dan wel kon weten dat hij wel de vader is. Subsidiair stelt de vrouw dat de rechtbank de kosten voor haar rekening dient te nemen, omdat de vrouw een bijstandsuitkering heeft en de zorg voor twee kinderen.

Verzoeker verzoekt de kosten van het DNA-onderzoek te compenseren althans niet volledig ten laste van hem te brengen, omdat hij een inkomen heeft net boven het minimumloon. Bovendien stelt verzoeker dat het DNA-onderzoek noodzakelijk was voor de waarheidsvinding.

Alles afwegende ziet de rechtbank aanleiding om verzoeker te veroordelen in de kosten van het DNA-onderzoek. Immers, in de tussenbeschikking van 18 september 2025 heeft de rechtbank overwogen dat een DNA-onderzoek het meest gerede middel is om het eventuele verwekkerschap van verzoeker over [minderjarige] te bewijzen. Deze overweging was mede gebaseerd op het feit dat verzoeker twijfelde of hij de verwekker is van [minderjarige]. Uit het DNA-verwantschapsonderzoek is vervolgens gebleken dat verzoeker, zoals door de moeder steeds is gesteld, de biologische vader is van [minderjarige]. Gelet hierop vindt de rechtbank het redelijk om verzoeker te veroordelen in de kosten van het DNA-onderzoek. Dit klemt temeer, omdat op de zitting ook is gebleken dat de bijzondere curator met verzoeker heeft gesproken over de kosten en hij toen heeft verklaard bereid te zijn deze te betalen. Naar het oordeel van de rechtbank kan in deze omstandigheden niet van de moeder worden verwacht dat zij aan deze kosten meebetaalt.

Dit betekent dat het verzoek van de vrouw zal worden toegewezen en het verzoek van verzoeker zal worden afgewezen.

Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator

Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.

Wijziging gezag

De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag over beide kinderen te beëindigen en haar voortaan alleen met het gezag over de kinderen te belasten. Ter onderbouwing van dit verzoek stelt de moeder dat er geen communicatie is tussen de ouders. Hierdoor is het volgens de moeder niet mogelijk gezamenlijk het gezag uit te oefenen. Daarnaast stelt de moeder dat de vader de moeder belastert en onware verhalen over haar vertelt in de Eritrese gemeenschap. De moeder vindt het in het belang van de kinderen om haar alleen met het gezag te belasten.

Op de zitting heeft de moeder nader toegelicht dat verzoeker regelmatig langere periodes in het buitenland verblijft en dat belangrijke beslissingen dan niet op korte termijn kunnen worden genomen.

Verzoeker verweert zich tegen het verzoek tot wijziging van het gezag. Verzoeker betwist dat er geen communicatie is tussen de ouders. Volgens verzoeker belt hij de moeder als hij de kinderen op komt halen en communiceren de ouders dan zakelijk. Verder betwist verzoeker dat hij regelmatig in het buitenland verblijft. Hij heeft een baan in Nederland en wil deze niet verliezen. Verzoeker stelt betrokken te willen blijven bij de kinderen en hij wil ook op hoogte worden gehouden.

De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan derhalve worden beëindigd indien a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De rechtbank begrijpt dat sinds het beëindigen van de relatie de verstandhouding tussen de ouders is verslechterd. Reeds hierom is sprake van een wijziging van omstandigheden, als hiervoor bedoeld. Dat betekent dat de moeder kan worden ontvangen in haar verzoek.

De rechtbank ziet op dit moment geen grond om verzoeker (de vader) het gezag te ontnemen en de moeder met het eenhoofdig gezag te belasten. Uit wat op de zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank gebleken dat er regelmatig omgang is tussen de vader en de kinderen en dat de ouders hierover met elkaar (telefonisch) communiceren. Niet is gebleken dat de ouders niet communiceren, zoals de moeder stelt, dan wel dat er sprake zou zijn van zodanige ernstige communicatieproblemen dat de ouders niet in staat zijn in gezamenlijk overleg tot gezagsbeslissingen te komen. De enkele vrees van de moeder dat de vader langere tijd naar het buitenland zal vertrekken en dat gezagsbeslissingen dan niet tijdig kunnen worden genomen, wat door de vader overigens wordt betwist, is op zichzelf geen reden voor beëindiging van het gezamenlijk gezag. Gezamenlijk gezag is het uitgangspunt van de wetgever. Slechts als sprake is van één van de twee hiervoor genoemde voorwaarden, kan het gezamenlijk gezag worden beëindigd. De moeder heeft echter niet onderbouwd dat aan één van deze strenge voorwaarden is voldaan. Integendeel, de communicatie tussen de ouders lijkt de afgelopen periode juist verbeterd. Op de zitting heeft de vader nadrukkelijk meegedeeld betrokken te willen zijn bij de kinderen. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader zich constructief zal blijven opstellen en zal blijven meewerken aan gezagsbeslissingen. Bovendien is ook niet gesteld of gebleken dat de vader gezagsbeslissingen heeft belemmerd. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag afwijzen.

Op de zitting heeft verzoeker te kennen gegeven graag door de moeder te worden geïnformeerd over de kinderen. De moeder heeft aangegeven hiertoe bereid te zijn. Zij heeft verklaard dit nog niet te hebben gedaan, omdat verzoeker haar dit nimmer heeft gevraagd. Omdat er geen formeel verzoek voorligt, kan de rechtbank hierop niet beslissen. De rechtbank gaat ervan uit –gelet op de bereidheid van de moeder– dat zij belangrijke informatie over de kinderen voortaan aan verzoeker zal verstrekken. Temeer, omdat zij ook wettelijk hiertoe verplicht is.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

wijst af het verzoek van de moeder om haar te belasten met het eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen;

*

veroordeelt de man in de kosten van het deskundigenonderzoek door Verilabs ten bedrage van totaal € 825,- (inclusief BTW), te weten € 574,38 voor de vaderschapstest en € 107,44 voor de aanvullende moederschaptest vermeerderd met BTW);

*

beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.G. Coopmans-Veraa

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand