Beschikking op het op 27 maart 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. F.E. Mackay-Beins.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Elsinga te Zoeterwoude.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 18 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaten mr. J. F.E. Mackay-Beins en mr. B.Z. Faber;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Door de advocaat van de vader zijn pleitnotities overgelegd.
Feiten
- De ouders hebben een affectieve relatie gehad.
- De ouders hebben op [datum 1] 2021 een notariële samenlevingsovereenkomst gesloten. Op [datum 2] 2026 hebben zij een convenant beëindiging samenleving tevens vaststellingsovereenkomst gesloten.
- Zij zijn de ouders van:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2022 te [geboorteplaats].
- [minderjarige 1] staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] uit.
-Uit een eerdere relatie van de moeder zijn geboren:
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2013 te [geboorteplaats].
- [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven om de week van donderdag (na school) tot donderdag (naar school) de week daarop bij de moeder.
- De ouders zijn in onderling overleg een voorlopige zorgregeling overeengekomen voor [minderjarige 1], in die zin dat [minderjarige 1] bij de vader verblijft: de ene week (in de week dat dochters van de moeder niet bij haar verblijven) van donderdag (na het kinderdagverblijf /school) tot zondag 18.00 uur ([minderjarige 1] eet bij vader) en de andere week (in de week dat dochters van de moeder wel bij haar verblijven) van donderdag (na het kinderdagverblijf/school) tot vrijdag 18:00 uur ([minderjarige 1] eet bij vader).
Verzoek en verweer
De vader verzoekt:
een zorgregeling vast te stellen als volgt, dan wel een regeling als de rechtbank goeddunkt;
Periode vanaf de beschikking tot 1 oktober 2026:
[minderjarige 1] verblijft in een twee wekelijkse cyclus:
- de eerste week (in de week dat de dochters van de moeder niet bij haar verblijven) van donderdag (na school/BSO) tot maandag 18.00 uur (in de tweede week) bij de vader;
- de tweede week (in de week dat dochters van de moeder wel bij haar verblijven) maandag 18:00 uur tot donderdag (na school/BSO) bij de moeder;
- de tweede week (in de week dat dochters van de moeder wel bij haar verblijven) van donderdag (na school/BSO) tot vrijdag 18:00 uur bij de vader;
- de tweede week (in de week dat dochters van de moeder wel bij haar verblijven) van vrijdag 18:00 uur tot weer donderdag (na school/BSO) uur in de eerste week bij de moeder, waarna de cyclus zich herhaalt.
Periode vanaf 1 oktober 2026 tot 1 januari 2027:
[minderjarige 1] verblijft in een twee wekelijkse cyclus:
- de eerste week (in de week dat dochters van de moeder niet bij haar verblijven) van donderdag (na school/BSO) tot dinsdag 18.00 uur (in de tweede week) bij de vader;
- de tweede week (in de week dat dochters van de moeder wel bij haar verblijven) dinsdag 18:00 uur tot donderdag (na school/BSO) bij de moeder;
- de tweede week (in de week dat dochters van de moeder wel bij haar verblijven) van donderdag (na school/BSO) tot vrijdag 18:00 uur bij de vader;
- de tweede week (in de week dat dochters van de moeder wel bij haar verblijven) van vrijdag 18:00 uur tot weer donderdag (na school/BSO) uur in de eerste week bij de moeder, waarna de cyclus zich herhaalt.
Periode vanaf 1 januari 2027 tot 1 april 2027:
[minderjarige 1] verblijft in een twee wekelijkse cyclus:
- de eerste week (in de week dat dochters van de moeder niet bij haar verblijven) van donderdag (na school/BSO) tot woensdag 18.00 uur (in de tweede week) bij de vader;
- de tweede week (in de week dat dochters van de moeder wel bij haar verblijven) vanaf woensdag 18:00 uur (in de tweede week) tot de donderdag (na school/BSO) (in de eerste week) bij de moeder, waarna de cyclus zich herhaalt.
Periode vanaf 1 april 2027:
[minderjarige 1] verblijft in een twee wekelijkse cyclus:
- de eerste week (in de week dat dochters van de moeder niet bij haar verblijven) van donderdag (na school/BSO) tot donderdag (na school/BSO) in de tweede week) bij de vader;
- de tweede week (in de week dat dochters van de moeder wel bij haar verblijven) vanaf donderdag (na school/BSO) tot de donderdag (na school/BSO) in weer de eerste week bij de moeder, waarna de cyclus zich herhaalt.
de volgende vakantieregeling vast te stellen:
- Zomervakantie 2026: [minderjarige 1] is bij de moeder in week 1, week 3 en week 4. Hij is bij de vader in week 2, week 5 en week 6.
- Zomervakantie 2027: [minderjarige 1] is bij de moeder in week 1, week 3 en week 4. Hij is bij de vader in week 2, week 5 en week 6.
- Zomervakantie 2028 en verder: [minderjarige 1] is bij de moeder de drie weken dat de dochters van de moeder bij haar verblijven. De moeder heeft dit uiterlijk op 1 januari voorafgaand aan de zomervakantie aan de vader door. De andere drie weken is [minderjarige 1] bij de vader.
- Herfstvakantie: [minderjarige 1] is in de oneven jaren bij de moeder en in de even jaren bij de vader.
- Kerstvakantie: [minderjarige 1] is bij de moeder de week dat de dochters van de moeder bij haar verblijven. De moeder geeft dit uiterlijk op 1 januari voorafgaand aan de zomervakantie aan de vader door. De andere week is [minderjarige 1] bij de vader.
- Voorjaarsvakantie: [minderjarige 1] is de even jaren bij de moeder en de oneven jaren bij de vader.
- Meivakantie: [minderjarige 1] is bij de moeder de week dat de dochters van moeder bij haar verblijven. De andere week is [minderjarige 1] bij de vader. De moeder heeft dit uiterlijk op 1 januari voorafgaand aan de meivakantie aan de vader door.
- Eventuele extra vakantie: [minderjarige 1] is in de oneven jaren bij de moeder en de even jaren bij de vader.
- De vader verzoekt tevens in de beschikking op te nemen dat, als er in de vakantie moet worden gewisseld, de wissel plaatsvindt op de vrijdag om 17.00 en dat de ouder waar [minderjarige 1] het laatste deel van de vakantie verblijft, hem op maandag naar school brengt, waarna de tweewekelijkse cyclus weer start met de eerste week. Mocht het onverhoopt zo zijn dat door de vakantieregeling en de aansluitende zorgregeling volgens de tweewekelijkse cyclus één van de ouders [minderjarige 1] weken achtereen niet zien, dan gaat de vader ervan uit dat partijen hiervoor in dat geval een passende oplossing bedenken;
- De vader verzoekt in de beschikking te bepalen dat de vakanties starten op de laatste schooldag na afloop van de school en eindigen op de maandag dat [minderjarige 1] weer naar school gaat;
- De vader ziet graag dat de gewone zorgregeling gedurende de feestdagen en bijzondere dagen (verjaardagen etc.) doorloopt;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens verzoekt de moeder zelfstandig te bepalen dat:
[minderjarige 1] hoofdverblijf heeft bij zijn moeder en op haar adres ingeschreven zal staan;
een zorgregeling tussen [minderjarige 1] en zijn vader vast te stellen zoals opgenomen in het schema onder punt 34 waarbij [minderjarige 1] bij de vader verblijft:
In week 1 van woensdagmiddag (na school) tot vrijdagochtend (naar school);
In week 2 van vrijdagmiddag (na school) tot maandagochtend (naar school).
Waarbij de verdeling van de vakantie- en feestdagen als volgt wordt vastgesteld:
- Zomervakantie 2026: [minderjarige 1] is bij de moeder in week 4 en week 5. [minderjarige 1] is bij de vader in week 2 en week 6. Week 1 en 3 is volgens de zorgverdeling.
- Zomervakantie 2027: [minderjarige 1] is bij d moeder in week 1, week2 en week 3 tot zondag 17 uur. In week 4 is [minderjarige 1] de eerste helft bij vader (zondag 17 uur - woensdag 17 uur) en de tweede helft bij de Moeder (woensdag 17 uur - zondag 17 uur). [minderjarige 1] is in week 5 en week 6 bij de vader.
- Zomervakantie 2028 en verder: [minderjarige 1] is bij de moeder de drie weken dat haar dochters er ook zijn. De andere 3 weken is [minderjarige 1] bij de vader. De moeder geeft dit uiterlijk 1 januari voorafgaande aan de zomervakantie door aan de vader.
- Herfstvakantie: [minderjarige 1] is bij de vader.
- Kerstvakantie: [minderjarige 1] is bij de moeder in de week dat haar dochters er ook zijn. De andere week is [minderjarige 1] bij de vader. De moeder moet dit uiterlijk 1 september dat jaar doorgeven aan de vader.
- Voorjaarsvakantie: [minderjarige 1] is bij de moeder.
- Meivakantie: [minderjarige 1] is bij de moeder de week dat haar dochters er ook zijn. De andere week is [minderjarige 1] bij de vader. De moeder moet dit uiterlijk 1 januari dat jaar doorgeven aan de vader.
- Eventuele extra vakantie is volgens zorgregeling.
de vader zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] met € 514,70 per maand met ingang van 1 mei 2026, bij vooruitbetaling per maand aan de moeder te voldoen, dan wel een dusdanige alimentatie met ingang van een dusdanige datum als de rechtbank in goede justitie juist acht.
De vader heeft tegen de zelfstandige verzoeken verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Het zelfstandige verzoek ten aanzien van de kinderalimentatie was in eerste instantie afgesplitst. De ouders hebben de rechtbank vóór de zitting laten weten dat er overeenstemming is bereikt over de kinderalimentatie en verzocht de overeenstemming in de beschikking op te nemen.
Beoordeling
Hoofdverblijfplaats
De moeder heeft verzocht om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij haar te bepalen. De vader heeft ingestemd met dit verzoek. Gelet hierop en nu niet is gebleken dat het belang van [minderjarige 1] zich hiertegen verzet, zal de rechtbank de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de moeder bepalen.
Vaststelling zorgregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen daaromtrent op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank zal een beslissing nemen die haar in het belang van [minderjarige 1] wenselijk voorkomt.
Reguliere zorgregeling
De vader verzoekt een (opbouwende) zorgregeling vast te stellen, waarbij stapsgewijs wordt toegewerkt naar een week-op-week-afregeling. Hij voert daartoe – kort samengevat - het volgende aan. Tijdens de relatie verdeelden partijen de zorg voor [minderjarige 1] gelijkelijk. Hij wenst dit voort te zetten en wenst geleidelijk toe te werken naar een week-op-week-afregeling, zodat [minderjarige 1] aan de uitbreiding kan wennen. De regeling dient afgestemd te worden op de regeling die de moeder heeft voor haar twee dochters uit een andere relatie, zodat de kinderen elkaar zoveel mogelijk zien. Vader is flexibel in het inrichten van zijn werk en heeft een goede relatie met zijn werkgever. De regeling is praktisch goed uit te voeren, omdat partijen dicht bij elkaar wonen en zullen blijven wonen. Het vertrek van de vader uit de gezamenlijke woning heeft rust gebracht, zodat de vader niet ziet waarom partijen er niet in zouden slagen om als gelijkwaardige ouders de zorg voor [minderjarige 1] te delen.
De moeder verzoekt de vader niet ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken, dan wel zijn verzoeken af te wijzen. Tevens verzoekt zij een zorgregeling vast te stellen, waarbij [minderjarige 1] bij de vader verblijft in week 1 van woensdagmiddag (na school) tot vrijdagochtend (naar school) en in week 2 van vrijdagmiddag (na school) tot maandagochtend (naar school). Dat sluit aan bij de voorlopige regeling die partijen thans uitvoeren. Zij voert daartoe – kort samengevat - het volgende aan. De vader had gedurende de relatie weinig tijd en aandacht voor de moeder en [minderjarige 1]. Hij was veel weg van huis vanwege zijn werk in [land] en daarnaast was en is hij ook veel voor zijn werk in het buitenland, ook in weekenden en vakanties. [minderjarige 1] heeft rust, regelmaat en stabiliteit nodig. De moeder vindt een uitbreiding van de huidige regeling niet in het belang van [minderjarige 1] omdat zij tijdens de relatie de hoofdverzorger was van [minderjarige 1] en de vader vier dagen per week in het buitenland werkt. Daarnaast heeft zij naar voren gebracht dat [minderjarige 1] niet goed reageert op de huidige zorgregeling. Zij vindt dat het aantal wisselmomenten beperkt dient te worden en niet bij partijen thuis plaats dienen te vinden. De door de vader voorgestelde vakantieregeling stemt niet overeen met de regeling met de zussen van [minderjarige 1]. Al met al is er volgens de moeder onvoldoende basis voor een co-ouderschapsregeling.
Op de zitting is er uitgebreid met partijen gesproken over de zorgregeling. De vader heeft naar voren gebracht dat zijn verzoek is ingegeven door de wens om zoveel mogelijk tijd met [minderjarige 1] door te brengen. De vader heeft geen familie in Nederland. De moeder heeft op de zitting naar voren gebracht dat het nu wat beter gaat met [minderjarige 1]. De communicatie verloopt rustiger en dat is voor [minderjarige 1] heel prettig. Ook heeft zij aangegeven dat de door de vader voorgestelde regeling niet te combineren is met zijn werk. De vader heeft daarover gezegd dat hij zijn werk kan aanpassen als dat nodig is. Zijn werkgever woont in [land] en de man kan vanuit huis werken voor zijn werkgever. Als toch blijkt dat zijn huidige baan niet te combineren zou zijn met de zorg voor [minderjarige 1] dan is hij bereid een andere baan te zoeken.
De Raad heeft op de zitting aangegeven dat de zorgregeling zoals de moeder die voorstelt het meest in het belang van [minderjarige 1] is, omdat hij daar nu gewend aan is.
De vader heeft op de zitting aangegeven dat hij zich wil aansluiten bij de regeling die het meest in het belang is van [minderjarige 1]. Omdat de Raad heeft aangegeven dat de huidige regeling het meest in het belang is van [minderjarige 1], legt hij zich erbij neer als dat inderdaad beslist wordt. De rechtbank volgt het advies van de Raad. Daarnaast zal de rechtbank bepalen dat de vader op de woensdagen en zondagen waarop [minderjarige 1] niet bij hem is, hij met [minderjarige 1] kan bellen om 19:00 uur.
Beide ouders hebben aangegeven dat de communicatie tussen hen beiden niet goed verloopt. Zij hebben op de zitting beiden de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio.
De rechtbank zal de ouders bij eindbeschikking verwijzen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.
Vakantie- en feestdagenregeling
Op de zitting is er uitgebreid met partijen gesproken over de vakantie- en feestdagenregeling. Hierover hebben partijen tijdens de zitting overeenstemming bereikt, zodat de rechtbank de overeengekomen regeling zal vastleggen in haar beschikking.
Kinderalimentatie
Vóór de zitting hebben partijen met elkaar overeenstemming bereikt over het door de vader te betalen bedrag aan kinderalimentatie aan de moeder van € 514,70 per maand vanaf 1 mei 2026. Partijen hebben verzocht deze afspraak in de beschikking op te nemen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2022 te [geboorteplaats];
de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder;
*
bepaalt dat [minderjarige 1] bij zijn vader zal zijn volgens de reguliere zorgregeling:
- In week 1 van woensdagmiddag (na school) tot vrijdagochtend (naar school);
- In week 2 van vrijdagmiddag (na school) tot maandagochtend (naar school);
Daarnaast zal er op de woensdagen en zondagen dat [minderjarige 1] niet bij de vader is, een belcontact zijn om 19:00 uur.
*
bepaalt dat voor [minderjarige 1] de volgende vakantie- en feestdagenregeling geldt:
*
bepaalt de vader aan de moeder, met ingang van 1 mei 2026, een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] van € 514,70 per maand, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen;
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de moeder],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar: Jeugdteams Leidse Regio, Haarlemmerstraatweg 31 – 8519 –, 2343 LA Oegstgeest;
stelt vast dat de ouders bij eindbeschikking zijn verwezen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject.
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt
*
wijst af het meer of anders verzochte.