ECLI:NL:RBDHA:2026:22935

ECLI:NL:RBDHA:2026:22935

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-07-2026
Datum publicatie 16-08-2026
Zaaknummer C/09/707273 / FA RK 26-6064
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beslissing over klacht ex artikel 10:7 Wet (Wvggz) en schadevergoeding ex art. 10:11 (Wvggz)

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Beschikking op het op 11 juni 2026 ingediende verzoekschrift van:

[verzoekster],

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnummer: C/09/707273 / FA RK 26-6064

Datum beschikking: 16 juli 2026 (bij vervroeging)

Beslissing over klacht ex artikel 10:7 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en schadevergoeding ex art. 10:11 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)

hierna te noemen: verzoekster,

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. R.F. Nelisse te Rotterdam,

ter verkrijging van een beslissing over een klacht door verzoekster ingediend bij de klachtencommissie GGZ Zuid-Holland-Noord (hierna: de klachtencommissie).

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

- [zorginstelling] (hierna: de zorgaanbieder).

Feiten en procesverloop

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift met bijlagen;

- het besluit tot het verlenen van verplichte zorg van 14 maart 2026, waarin de aanzegging is gedaan dat verplichte zorg wordt verleend in de vorm van het toedienen van medicatie en opname in een accommodatie;

- het besluit tot het verlenen van verplichte zorg van 1 mei 2026, waarin de aanzegging is gedaan dat verplichte zorg wordt verleend in de vorm van het toedienen van medicatie en opname in een accommodatie;

- de aanhef bewijs versturen 8:9 beslissingen van de zorgaanbieder van 2 juli 2026.

Op 9 juli 2026 is het verzoekschrift ter zitting van deze rechtbank behandeld. Daarbij zijn gehoord:

- verzoekster, bijgestaan door haar advocaat;

- de psychiater, [naam 1].

Feiten

Verzoek en verweer

Verzoekster verzoekt – naar de rechtbank begrijpt na wijziging en verduidelijking op de zitting – de door haar ingediende klacht, over de beslissing tot het verlenen van verplichte zorg in de vorm van het toedienen van medicatie en de gedwongen opname in een accommodatie, alsnog gegrond te verklaren, alsmede verzoekster een billijke schadevergoeding toe te kennen waarbij de hoogte van het bedrag vastgesteld dient te worden op basis van de Landelijke Oriëntatiepunten.

Verzoekster heeft daartoe aangevoerd dat zij voorafgaand aan de crisismaatregel op 14 maart 2026 niet in de war of gevaarlijk was. Verzoekster was rustig en goed aanspreekbaar. Zij kon destijds ook goed verwoorden dat zij op reis was gegaan om tot rust te komen, omdat zij onder grote druk stond van buitenaf (onder meer van haar moeder en van de zorgaanbieder). Verzoekster werkt in [werkgever] en had zich daar in goed overleg ziek gemeld. Verzoekster had haar bankrekening niet geblokkeerd, maar had een nieuwe geopend en de machtiging van de moeder verwijderd. De automatische betalingen waren nog niet overgezet naar de nieuwe rekening en verzoekster was haar telefoon vergeten, waardoor ze het geld nog niet had overgemaakt. Op het moment dat verzoekster haar telefoon terug had heeft zij alles geregeld en betaald. Verzoekster heeft grotendeels in hotels geslapen en heeft één nacht bij iemand in een tent geslapen. Verzoekster was alweer op weg naar huis toen zij plots werd opgenomen met een crisismaatregel. Verzoekster herkent de zorgen zoals genoemd door de zorgaanbieder niet. De medicatie had verzoekster in de periode daarvoor al grotendeels afgebouwd waardoor zij bijna niks meer gebruikte. Dat is in overleg stap voor stap gegaan en heeft nooit voor problemen gezorgd. Verzoekster was al die tijd ook vrijwillig in behandeling. Verzoekster wil niet dat haar toestandsbeeld uit 2013 haar blijft achtervolgen, omdat dat nu niet meer aan de orde is. Verzoekster is op dit moment nog steeds opgenomen, maar mag binnenkort naar huis.

De advocaat van verzoekster heeft aangevuld dat de 8:9 beslissingen niet aan hem zijn uitgereikt. Het e-mailadres dat de zorgaanbieder heeft gebruikt uit Khonraad is een e-mailadres van de advocaat dat hij niet langer zakelijk gebruikt en waarvoor hij geen Zivver-account heeft. Hierdoor heeft de advocaat de beslissingen nooit ontvangen en heeft hij niet kunnen beoordelen of de beslissingen voldoen aan de wettelijke criteria en heeft hij verzoekster niet goed kunnen bijstaan. Verder heeft de advocaat aangevoerd dat de klacht van verzoekster gegrond verklaard moet worden omdat de 8:9 beslissingen niet zijn gebaseerd op de actuele gezondheidstoestand van verzoekster. Er is oude informatie uit 2013 gebruikt en er is onvoldoende toegelicht wat de noodzaak was voor het toedienen van de medicatie en de opname op dat moment. Verzoekster doet een opleiding tot medisch specialist waardoor de opname een grote impact heeft op haar carrière. Tot slot stelt de advocaat dat de psychiater op de zitting andere gronden aanvoert dan worden genoemd in de medische verklaring die destijds is afgegeven. De advocaat en verzoekster hebben zich hierdoor niet goed kunnen voorbereiden op het verweer van de psychiater op de zitting. De advocaat maakt daarom bezwaar tegen deze gang van zaken.

De psychiater heeft op de zitting aangevoerd dat zij zich aansluit bij het verweer zoals weergegeven in het eerder ingediende verweerschrift en het mondeling gevoerde verweer van de zorgaanbieder bij de klachtencommissie. De psychiater heeft verder toegelicht dat Khonraad het portaal is waar onder meer de advocaat, de zorgaanbieder en de burgemeester toegang toe hebben om stukken aangaande de Wvggz uit te wisselen. Uit de stukken die de zorgaanbieder op 2 juli 2026 heeft ingediend bij de rechtbank blijkt dat de zorgaanbieder beide 8:9 beslissingen kort na het nemen van de beslissing naar de advocaat van verzoekster heeft gemaild. Daarvoor is het e-mailadres van de advocaat gebruikt zoals dat in Khonraad onder zijn gegevens staat vermeld. Verder heeft de psychiater verklaard dat voorafgaand aan de beslissing tot het verlenen van verplichte zorg meerdere mensen hun toenemende zorgen hadden geuit over het toestandsbeeld van verzoekster, zoals de moeder, een vriendin, een pastoor uit [land 1] en de verhuurder van een vakantiehuisje. Verzoekster had haar telefoon uitgezet, doeken voor de ramen gehangen, haar gordijnen dicht gedaan en de bel van de muur gehaald. Verder uitte zij zich vermoeid, waren er zorgen of verzoekster voldoende eten en drinken innam en waren er zorgen omdat verzoekster haar rekeningen (voor onder meer haar huur) niet had betaald. De verhuurder van het vakantiehuisje waar verzoekster verbleef had contact gezocht met de politie omdat verzoekster het huisje in een zorgelijke toestand had achtergelaten waarbij zij niet had uitgecheckt en haar telefoon had achtergelaten. Verder heeft verzoekster in [provincie] met een dakloze in zijn tent geslapen. Een onafhankelijk psychiater van de crisisdienst heeft verzoekster vervolgens beoordeeld en geconcludeerd dat sprake was van een psychotisch toestandsbeeld. Die diagnose is gesteld op het actuele beeld op dat moment. Verzoekster sprak met personen die anderen niet zagen en heeft verteld te worden aangestuurd door God waardoor zij op straat zwierf. Zij was achterdochtig, lachte soms plotseling hardop en staarde de beoordelaars indringend aan. Deze constateringen staan ook vermeld in de 8:9 beslissingen. Ook werd een risico op uitdroging gezien en weigerde verzoekster medicatie en controles. Verzoekster is vervolgens overgeplaatst naar een accommodatie van de zorgaanbieder waar hetzelfde psychotische toestandsbeeld werd waargenomen. Verzoekster is vervolgens gedwongen opgenomen en heeft verplicht medicatie toegediend gekregen. Het ernstig nadeel zag op dat moment onder meer op maatschappelijke teloorgang van verzoekster en het risico op uitdroging en ondervoeding. Verzoekster heeft in het verleden bij een ernstige ontregeling heftig destructief gedrag laten zien zoals zichzelf elektrocuteren waarbij zij vingers is verloren en zichzelf proberen in het oog te steken. Dit ernstig nadeel uit het verleden wordt op de achtergrond ook meegewogen bij de beoordeling. De verplichte zorg was doelmatig om het risico op destructief gedrag weg te nemen en zicht te houden op de somatische status van verzoekster. Omdat verzoekster in het ambulante kader niet mee wilde werken aan de zorg en uit het contact was gegaan was een opname nodig om het toestandsbeeld van verzoekster adequaat te kunnen behandelen door haar de nodig geachte medicatie te kunnen toedienen en voedsel- en drankinname goed te kunnen monitoren. Er was geen minder bezwarend alternatief mogelijk. Omdat verzoekster in het ambulante kader zorgmijdend was lukte het niet de medicatie weer op te starten en daar voldoende zicht op te houden.

Beoordeling

Formele beoordeling

De rechtbank stelt allereerst vast dat verzoekster ontvankelijk is in haar verzoek, aangezien het verzoekschrift binnen de in artikel 10:7, tweede lid, Wvggz gestelde termijn bij de rechtbank is ingediend.

Afschrift beslissing tot verlenen van verplichte zorg ex artikel 8:9 Wvggz

Op grond van artikel 8:9 lid 2 Wvggz stelt de zorgverantwoordelijke een beslissing tot het verlenen van verplichte zorg op grond van de zorgmachtiging schriftelijk en gemotiveerd op. Voorts bepaalt artikel 8:9 lid 3 Wvggz dat de geneesheer-directeur, verzoekster en de advocaat een afschrift van de beslissing (tot het verlenen van verplichte zorg) dient te geven.

De rechtbank overweegt dat uit de overgelegde stukken blijkt dat de zorgaanbieder de 8:9 beslissingen van 14 maart 2026 en 1 mei 2026 heeft verstuurd naar het e-mailadres van de advocaat zoals dat in Khonraad staat vermeld op 16 maart 2026 respectievelijk 1 mei 2026. Khonraad is een informatie uitwisselingssysteem tussen onder andere de zorgaanbieder, de advocatuur en de gemeente. De psychiater heeft niet danwel onvoldoende gemotiveerd betwist gesteld dat personen die gebruik maken van dit uitwisselingssysteem daarin zelf hun gegevens moeten registeren. Dat een persoon zelf verantwoordelijk is voor een juiste registratie van zijn gegevens komt de rechtbank ook overigens aannemelijk voor. Dit maakt naar het oordeel van de rechtbank dat het niet aan de zorgaanbieder te wijten is dat de 8:9 beslissingen naar een e-mailadres van de advocaat is gestuurd dat niet (meer) zakelijk wordt gebruikt. Voor zover de advocaat heeft beoogd te stellen dat de ontvangst niet is gelukt omdat voor dat e-mailadres geen Zivver account was geïnstalleerd, volgt de rechtbank hem niet, nu installatie van een Zivver account niet is vereist voor de ontvangst van e-mails verzonden via Zivver. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de zorgaanbieder de 8:9 beslissingen op de correcte wijze heeft uitgereikt aan de advocaat van verzoekster door de beslissing naar het in Khonraad geregistreerde e-mailadres van de advocaat te versturen. Hierdoor heeft de zorgaanbieder voldaan aan de wettelijke verplichting uit artikel 8:9 Wvggz.

Inhoudelijke beoordeling

Voor het toepassen van verplichte zorg moet sprake zijn van ernstig nadeel dat wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. De rechtbank stelt vast, mede gelet op voornoemde beschikkingen van 19 maart 2026 en van 29 april 2026 waarbij een machtiging tot voorzetting van de crisismaatregel respectievelijk een zorgmachtiging is verleend, dat bij verzoekster sprake is van een psychische stoornis, te weten een ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis.

De rechtbank stelt ook vast dat vanuit de psychische stoornis van verzoekster ten tijde van de 8:9 beslissingen sprake was van ernstig nadeel. Daarbij heeft de zorgaanbieder, naar het oordeel van de rechtbank, de beslissingen gebaseerd op het actuele toestandsbeeld van verzoekster. Een onafhankelijk psychiater van de crisisdienst heeft verzoekster vlak voor de aanzegging van de verplichte zorg beoordeeld en geconcludeerd dat op dat moment sprake was van een psychotisch toestandsbeeld. Verzoekster sprak met personen die anderen niet zagen, heeft verteld te worden aangestuurd door God waardoor zij op straat zwierf. Zij was achterdochtig, lachte soms plotseling hardop en staarde de beoordelaars indringend aan. Deze constateringen staan ook vermeld in de 8:9 beslissingen. Verder hebben verschillende personen in de omgeving van verzoekster ten tijde van de eerste 8:9 beslissing toenemende, actuele zorgen geuit over het toestandsbeeld van verzoekster. Deze zorgen zijn niet alleen geuit door de moeder van verzoekster met wie zij op momenten een moeizame band had, maar ook door andere (neutrale) personen. Verzoekster was gestopt met de medicatie, was volledig uit het contact gegaan (zowel met familie, vrienden en werk als met de zorgaanbieder), zwierf rond (waarbij zij op verschillende plaatsen in Nederland en [land 2] is aangetroffen), ging (tijdelijk) niet meer naar haar werk, sliep in hotels en huisjes (waarbij het is voorgekomen dat zij zonder uit te checken een huisje in een zorgelijke toestand onder achterlating van haar telefoon heeft verlaten), maar ook bij een dakloze in een tent en betaalde haar rekeningen (waaronder de huur) niet. Verder waren er zorgen dat verzoekster onvoldoende at en dronk (waardoor een risico op elektrolytstoornissen ontstond) en dat zij zichzelf verwaarloosde. Dat bij de beoordeling van het actuele toestandsbeeld ook is gekeken naar de gevolgen voor verzoekster bij een ernstige ontregeling in het verleden, maakt niet dat geen sprake is van een beoordeling van de actuele gezondheidstoestand van verzoekster. Een en ander geldt te meer nu verzoekster jarenlang medicamenteuze behandeling heeft gehad, waardoor naar alle waarschijnlijkheid ernstige ontregelingen zich in die periode niet hebben voorgedaan.

Toedienen van medicatie

Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, volgt dat de toepassing van verplichte zorg in de vorm van toedienen van medicatie noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. Niet is gebleken dat er minder bezwarende alternatieven zijn. Ook is de verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief.

De rechtbank overweegt daartoe dat voldoende is onderbouwd dat bij het ziektebeeld waarmee verzoekster bekend is anti-psychotische medicatie is geïndiceerd om het psychotische toestandsbeeld te stabiliseren en het daarmee gepaard gaande ernstig nadeel af te wenden. Een dergelijke behandeling is over het algemeen doelmatig en effectief en voldoet aan de professionele standaard. Dat een dergelijke behandeling ook voor verzoekster doelmatig is volgt naar het oordeel van de rechtbank ook uit het gegeven dat verzoekster jarenlang stabiel is geweest dankzij haar medicatie. Verzoekster heeft deze medicatie afgebouwd en is uiteindelijk gestopt met de medicatie, waarna de zorgen over verzoekster zijn toegenomen en zij opnieuw is ontregeld. Verzoekster verzet zich tegen de medicatie, waardoor een vrijwillige behandeling niet haalbaar is en er geen minder bezwarende alternatieven zijn.

Opname in een accommodatie

Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, volgt dat de toepassing van verplichte zorg in de vorm van opname in een accommodatie noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. Niet is gebleken dat er minder bezwarende alternatieven zijn. Ook is de verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief.

De rechtbank overweegt daartoe dat de opname noodzakelijk is om verzoekster goed in te kunnen stellen op de medicatie en om toezicht te houden dat verzoekster voldoende eet en drinkt. Als verzoekster niet is opgenomen raakt zij uit contact van de zorgaanbieder en kan de medicamenteuze behandeling niet worden voortgezet. Dat hiervan sprake is volgt ook uit het gedrag van verzoekster kort voor de aanzegging van de verplichte zorg. De opname is hierdoor doelmatig en proportioneel om het ernstig nadeel af te wenden.

Tot slot overweegt de rechtbank dat het verweer van de psychiater op de zitting in lijn is met het schriftelijke verweerschrift en het mondelinge gevoerde verweer van de zorgaanbieder bij de klachtencommissie, waar de advocaat en verzoekster ook over beschikt. Verzoekster heeft daar zelf op de zitting ook op kunnen reageren. De rechtbank gaat daarom voorbij aan het geuite bezwaar van de advocaat op de zitting op dit punt.

Conclusie

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de hiervoor genoemde voorwaarden voor het verlenen van verplichte zorg in de vorm van toedienen van medicatie en opname in een accommodatie op een gesloten afdeling. De rechtbank is daarmee van oordeel dat de klacht van verzoekster in zijn geheel ongegrond moet worden verklaard.

Schadevergoeding

Nu de klacht ongegrond wordt verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding voor toekenning van de verzochte schadevergoeding ten aanzien van verzoekster. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding dan ook af.

Beslissing:

De rechtbank:

verklaart de klacht ongegrond;

wijst af het verzoek om schadevergoeding;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. V.A.H. Schoorl

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand