Scheiding
Beschikking op het op 20 augustus 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. de Bluts te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
als niet ingezetene ingeschreven in de Registratie Niet Ingezetenen (RNI),
nu verblijvende in [land].
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift;
- het bericht van 23 december 2025, met als bijlagen het exploot van betekening van
dit verzoekschrift en de publicatie in de Staatscourant, namens de vrouw;
- het bericht van 27 januari 2026, met als bijlage een nieuwe publicatie in de
Staatscourant namens de vrouw;
- het bericht van 11 mei 2026 namens de vrouw.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2002 te [plaats], [land].
- De vrouw en de man hebben de Spaanse nationaliteit.
- De voorlopige voorzieningenrechter heeft op 23 juli 2025 bepaald dat de man aan
de vrouw met ingang van 1 mei 2025 voorlopig een partneralimentatie van
€ 1.227,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
Verzoek
Het verzoek strekt tot echtscheiding met het treffen van nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van
€ 1.227,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van de dag dat de
echtscheidingsbeschikking door inschrijving in de registers van de burgerlijke
stand van de gemeente Den Haag definitief is geworden, althans een zodanig
bedrag als de rechtbank juist acht;
- toedeling van de inboedelzaken van de echtelijke woning welke zich in Nederland
bevinden en de persoonlijke zaken en lijfsgoederen van de vrouw in Nederland aan
de vrouw zonder verrekening;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Aan de man is op de bij de wet voorgeschreven wijze de inhoud van het verzoekschrift medegedeeld. De rechtbank heeft geen verweerschrift ontvangen binnen de daarvoor gestelde termijn.
De zaak is met toestemming van de vrouw zonder zitting afgedaan.
Beoordeling
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Beide echtgenoten hebben de Spaanse nationaliteit en de gewone verblijfplaats van de vrouw is sinds ten minste een jaar onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek in Nederland. Gelet hierop komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.
Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.
Inhoudelijke beoordeling
Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Partneralimentatie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het alimentatieverzoek.
Op het verzoek tot alimentatie voor de vrouw zal de rechtbank op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.
De vrouw verzoekt van de man een partneralimentatie van € 1.227,- per maand, met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. De man heeft geen verweer gevoerd, zodat het verzoek als niet weersproken en op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Verdeling
Rechtsmacht
Omdat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensregime van partijen.
Toepasselijk recht
Op het huwelijksvermogensregime is het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 1978 van toepassing. Omdat niet gebleken is dat de echtgenoten vóór het huwelijk het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht hebben aangewezen, is de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten op het moment van de huwelijkssluiting bepalend voor het tussen de echtgenoten geldende huwelijksgoederenregime. Dit betekent dat het huwelijksgoederenregime van de echtgenoten wordt beheerst door het Spaanse recht.
De vrouw verzoekt toedeling van de inboedelzaken van de echtelijke woning welke zich in Nederland bevinden en haar persoonlijke zaken en lijfsgoederen in Nederland, zonder nadere verrekening. De man heeft geen verweer gevoerd, zodat het verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2002 te [plaats], [land];
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van de dag dat de beschikking van echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, een partneralimentatie van € 1.227,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
stelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
- aan de vrouw worden toegedeeld:
de inboedelzaken van de echtelijke woning welke zich in Nederland bevinden;
de persoonlijke zaken en lijfsgoederen van de vrouw in Nederland;
en verklaart deze verdeling uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst het meer of anders verzochte af.