ECLI:NL:RBDHA:2026:22990

ECLI:NL:RBDHA:2026:22990

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-07-2026
Datum publicatie 17-08-2026
Zaaknummer C/09/705338 / FA RK 26-4933
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Internationale verhuizing naar Spanje

Uitspraak

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 18 mei 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers te Eindhoven.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.H. Weermeijer-Patist te Oegstgeest.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

De minderjarige [minderjarige] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de verzoeken, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

Op 30 juni 2026 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

- Partijen hebben elkaar in [plaats 1] ontmoet en hebben een affectieve relatie met elkaar gekregen. Zij hebben vervolgens in Chili en in Spanje gewoond, voordat zij in 2019 samen naar Nederland ([plaats 2]) verhuisden in verband met de baan van de man bij [werkgever]. In [plaats 2] hebben zij een gemeubileerd appartement gehuurd.

- Op [datum 1] 2018 zijn partijen in Spanje een partnerschap naar Catalaans recht aangegaan.

- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

[minderjarige] (hierna: [minderjarige]), geboren op [geboortedag] 2018 te [geboorteplaats], [geboorteland]. Zij oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

- Op 22 juni 2022 is [minderjarige] in Spanje gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis (het syndroom van Asperger).

- In 2025 is de relatie beëindigd en op [datum 2] 2026 is het geregistreerd partnerschap ontbonden. Partijen wonen sindsdien nog altijd samen in het gehuurde appartement in [plaats 2].

- De vader heeft de Chileense nationaliteit en de moeder en [minderjarige] hebben de Spaanse nationaliteit.

Verzoek en verweer

De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:

haar vervangende toestemming te verlenen om de gewone verblijfsplaats van [minderjarige] te wijzigen naar [plaats 3] in Spanje en haar met hem daarnaartoe te laten verhuizen met ingang van 17 juli 2026, althans enige datum voorafgaand aan het nieuwe schooljaar 2026-2027, althans met ingang van enige datum die de rechtbank in goede justitie bepaalt;

haar, voor zover de vader deze op het moment van beschikken niet al gegeven heeft en de moeder vervangende toestemming tot verhuizing krijgt, vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] aan te melden op basisschool [schoolnaam], Spanje;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Tevens heeft de vader zelfstandig verzocht:

de verzoeken van de moeder af te wijzen;

te bepalen dat de minderjarige zijn hoofdverblijfplaats bij de vader zal hebben, onder het voorbehoud dat partijen gescheiden gaan leven;

voor zover het hoofdverblijf niet bij de vader wordt bepaald, te bepalen dat de minderjarige tenminste de helft van de tijd bij de vader zal doorbrengen, vanaf het moment dat partijen gescheiden gaan leven en te bepalen dat de moeder de helft van de reiskosten (in geval van een verblijf op meer dan 10 kilometer afstand van de vader) voor haar rekening zal dienen te nemen;

te bepalen dat de onder punt 35 – 38 van het verweerschrift omschreven vakantieregeling zal gelden tussen partijen en de vader voor zover noodzakelijk vervangende toestemming verkrijgt om om het jaar rond de kerstperiode voor vier aaneengesloten weken met [minderjarige] in Chili te verblijven;

te bepalen dat de identiteitsbewijzen (inclusief eventuele Chileense of Spaanse identiteits- dan wel reisdocumenten) van de minderjarige bij de vader in beheer zullen zijn;

althans zodanige beslissingen te nemen als de Rechtbank in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek.

Vervangende toestemming voor internationale verhuizing naar Spanje en vervangende toestemming voor inschrijving op school in Spanje

Standpunten moeder

De moeder wil graag met [minderjarige] terugverhuizen naar [plaats 3], Spanje. Omdat de vader niet kan instemmen met een verhuizing, verzoekt de moeder haar vervangende toestemming te verlenen voor de verhuizing. Ter onderbouwing van haar verzoek voert de moeder het volgende aan.

In 2023 is de moeder, op aandringen van de vader, samen met [minderjarige] naar Nederland verhuisd, zodat de vader meer tijd kon doorbrengen met het gezin. Dit was een tijdelijke situatie. Partijen zouden bekijken of zij zouden terugkeren naar Spanje, of naar een ander land zouden verhuizen, of in Nederland zouden blijven vanwege het werk van de vader.

Tijdens de relatie gaf de vader de moeder niet de ruimte om in Nederland iets voor zichzelf op te bouwen en een baan te zoeken. Dit heeft ertoe geleid dat zij in Nederland geen sociaal leven en geen werk heeft en ook geen zicht heeft hierop. Hierdoor voelt de moeder zich volledig financieel afhankelijk van de vader. Daarnaast voelt zij zich belemmerd en gecontroleerd, omdat de vader camera’s in de woning heeft geplaatst. De moeder vindt de huidige situatie ongezond en belastend, met negatieve gevolgen voor haar en voor [minderjarige]. Zij acht het in haar belang en in het belang van [minderjarige] om terug te kunnen keren naar haar thuisland, zodat zij daar een leven kan opbouwen en kan gaan werken. [plaats 3] is een vertrouwde omgeving voor de moeder en [minderjarige]. Zij kunnen in het huis wonen waar zij al eerder hebben gewoond. Dit huis is eigendom van haar moeder en zij hoeft daarvoor niets te betalen aan haar moeder. Aangezien familie en vrienden van de moeder in de buurt wonen, zullen zij haar kunnen steunen bij de zorg voor [minderjarige] en kan zij de zorg voor [minderjarige] combineren met een baan. De moeder heeft nog geen baan, maar zij heeft er vertrouwen in dat zij snel aan het werk kan in Spanje.

Volgens de moeder is er geen sprake van verankering in Nederland. De ouders en [minderjarige] spreken geen Nederlands. Er wordt thuis Spaans gesproken en [minderjarige] spreekt Engels op school.

[minderjarige] heeft bovengemiddelde zorg nodig vanwege zijn autisme. De moeder heeft destijds haar baan moeten opzeggen. Zij heeft zich gericht op de zorg en begeleiding van [minderjarige]. Het zwaartepunt van de zorg voor [minderjarige] ligt dan ook bij de moeder. De vader erkent de Spaanse diagnose niet en wil ook niet dat deze diagnose wordt gedeeld met de school van [minderjarige] en met de huisarts in Nederland. Daarom krijgt [minderjarige] nu ook niet de begeleiding die hij nodig heeft. De school van [minderjarige] ziet echter wel aanleiding voor hulpverlening voor [minderjarige], omdat hij onvoldoende meekomt en afwijkend gedrag vertoont. Als de moeder met [minderjarige] naar Spanje kan terugkeren, dan kan [minderjarige] in Spanje naar de school waar hij eerder naartoe ging en kan hij begeleid worden door zijn eerdere therapeuten.

De moeder zou graag na het einde van het huidige schooljaar verhuizen naar Spanje. [minderjarige] kan dan in de zomer acclimatiseren voordat het nieuwe schooljaar begint. Ook activiteiten zoals zwemles, sport, drumles en Engelse les kunnen worden gevolgd. In Spanje is [minderjarige] al in het gezondheidssysteem geregistreerd en de benodigde therapieën kunnen daar worden

voortgezet.

De moeder wil graag concrete afspraken maken met de vader over het contact tussen hem en [minderjarige]. Volgens de moeder loopt het contract van de vader bij [werkgever] eind dit jaar af en is het onzeker wat de vader op werkgebied gaat doen. De vader zou er voor kunnen kiezen om in Spanje te gaan werken. Hij spreekt de Spaanse taal en heeft eerder in Spanje gewoond. Op die manier kan hij in de buurt van [minderjarige] zijn. Als de vader in Nederland blijft, stelt de moeder voor dat de vader eens per twee weken een weekend doorbrengt met [minderjarige] in Spanje. De moeder is bereid om op die momenten haar huis te verlaten, zodat de vader daar met [minderjarige] kan verblijven. Daarnaast kan er een videobelschema worden opgesteld en kunnen de schoolvakanties worden gedeeld.

De kosten die samenhangen met een verhuizing naar Spanje, zoals het reizen van de vader naar Spanje en het reizen van [minderjarige] naar Nederland, zullen in eerste instantie door de vader gedragen moeten worden, omdat de moeder nu geen inkomen heeft. Zodra zij wel inkomen heeft, kunnen de kosten gedeeld worden.

Als het verzoek om vervangende toestemming voor de verhuizing naar Spanje wordt toegewezen, verzoekt de moeder haar vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] aan te melden op basisschool [schoolnaam], Spanje.

Standpunten vader

De vader is van mening dat partijen een prachtig en stabiel leven in Nederland hebben. De noodzaak om te verhuizen naar Spanje ontbreekt volgens hem. Beide ouders hebben een actieve rol in het leven van [minderjarige]. De vader heeft aangegeven dat hij een nauwe band heeft met [minderjarige]. De vader heeft een drukke baan, maar dat weerhoudt hem er niet van om een groot deel van de zorgtaken van [minderjarige] op zich te nemen. Zo is de vader betrokken bij school en andere activiteiten van [minderjarige] en helpt hij [minderjarige] met zijn huiswerk zodra hij thuis komt van zijn werk.

De vader stelt dat de ouders een bestendig verblijf in Nederland voor ogen hadden. [minderjarige] zit hier op een internationale school, heeft veel (Nederlandse) vriendjes, heeft een uitgebreid netwerk, zit op een Nederlandse voetbalclub en spreekt enigszins Nederlands. Tijdens de zitting heeft de vader aangegeven dat vanwege een reorganisatie zijn positie in Nederland komt te vervallen. De vader zou deze positie wel in [plaats 4], Polen, kunnen vervullen, maar dit heeft hij afgewezen om bij zijn gezin te kunnen blijven. De vader heeft aangegeven dat hij na afloop van zijn contract nog vier maanden binnen het bedrijf kan blijven en intern kan solliciteren. Ook al houdt zijn huidige baan in Nederland op, dat betekent volgens de vader niet dat het leven met [minderjarige] in Nederland als gevolg daarvan ook ophoudt.

De vader is van mening dat de moeder geen aandacht heeft voor de gevolgen van een verhuizing voor [minderjarige] en voor de vader. Hij vindt het zorgwekkend dat [minderjarige] bij een verhuizing naar Spanje, van een goede internationale school in Nederland, waar hij goede en passende begeleiding geniet, zal moeten overstappen naar een lokale Catalaanse school. De vader spreekt geen Catalaans en kan doordoor minder betrokken zijn. Daarnaast betekent een verhuizing dat de vader en [minderjarige] beduidend minder tijd met elkaar kunnen doorbrengen. De vader ziet zijn zoon nu elke dag. Als de moeder met [minderjarige] naar Spanje verhuist, dan zal het contact tussen hem en [minderjarige] beperkt worden tot slechts twee weekenden per maand. De vader heeft geen garantie dat dit ook daadwerkelijk zal gebeuren. Hij vindt het erg moeilijk om door de verhuizing naar Spanje gescheiden te worden van [minderjarige]. Bovendien is het voor de vader financieel niet haalbaar om telkens op en neer naar Spanje te reizen.

Volgens de vader heeft de moeder niet nagedacht over de gevolgen van de verhuizing en heeft zij geen plan om de vader te compenseren. Daarnaast heeft de moeder ook geen concrete plannen omtrent huisvesting, werk of scholing.

De vader heeft aangegeven dat de ouders samen hebben besloten de diagnose te accepteren, maar de diagnose niet overal te delen, omdat zij geen etiket op [minderjarige] willen plakken. Volgens de vader kan [minderjarige] de hulp krijgen die hij nodig heeft. Een speciale behandeling in Spanje is niet nodig en ook daarom bestaat er geen noodzaak om naar Spanje te verhuizen.

De vader is van mening dat de moeder geen alternatieven om in Nederland te wonen heeft onderzocht. De moeder spant zich niet in om een baan en een woning in Nederland te zoeken, maar de vader acht de moeder wel in staat om een eigen bestaan in Nederland op te bouwen. Daarnaast heeft de moeder een actief en sociaal netwerk in Nederland, zij heeft een actieve rol op de school van [minderjarige] en zij helpt in de bibliotheek. Ook heeft de moeder goed contact met andere ouders op school en heeft zij een netwerk met Spaanse moeders.

Ten aanzien van de camera’s in de woning heeft de vader aangegeven dat deze sinds de geboorte van [minderjarige] zijn geïnstalleerd voor de veiligheid. De moeder heeft zelf de codes van de camera’s, zodat zij deze desgewenst zelf kan uitschakelen. Op dit moment is er alleen nog een camera op de werkkamer van de vader. De privacy van de moeder wordt daarom niet aangetast.

Raad

Gelet op de verschillende landen waar de ouders vandaan komen, de verschillende plekken waar zij hebben gewoond en de onduidelijkheden over het werk van de vader, vraagt de Raad zich af of de kern van het bestaan van het gezin wel echt in [plaats 2] en dus in Nederland ligt en of dat de plek is waar de vader voornemens is te blijven.

Ten aanzien van het autisme van [minderjarige] is de Raad van mening dat het belangrijk is dat de school van [minderjarige] hiervan op de hoogte is. Dat is nu niet het geval en de Raad acht dat schadelijk voor [minderjarige]. Volgens de Raad is het bij een kind op het autismespectrum van groot belang dat mensen aan de educatieve kant betrokken zijn en weten wat er speelt. Een kind met autisme heeft een andere aanpak nodig. Voor [minderjarige] is het van groot belang dat hij kan opgroeien in een stabiele situatie waar de juiste hulp en behandeling voor hem beschikbaar is.

De Raad begrijpt dat er veel spanningen tussen de ouders zijn en vindt het daarom zorgelijk dat de ouders nog steeds in dezelfde woning wonen.

Inhoudelijke beoordeling

Juridisch kader

Op grond van artikel 1:253a BW kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank kan op verzoek van de ouders of één van hen onder meer een beslissing nemen ten aanzien van een verhuizing van één van de ouders met het kind en een inschrijving op een school.

De rechtbank dient, gelet op artikel 1:253a BW, een zodanige beslissing te nemen als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 25 april 2008, LJN:BC5901) volgt dat hieruit niet mag worden afgeleid dat het belang van het kind bij geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening altijd zwaarder weegt dan andere belangen. Bij de beoordeling dient de rechtbank alle omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen en tegen elkaar af te wegen. Hoewel het belang van het kind een overweging van de eerste orde dient te zijn, neemt dat niet weg dat, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen wegen. In het geschil dienen de volgende omstandigheden en belangen te worden meegewogen:

In beginsel heeft de moeder het recht om in vrijheid haar leven opnieuw in te richten en een leven op te bouwen in Spanje. Dit recht van de moeder wordt echter begrensd door de belangen van [minderjarige] en het belang van de vader om contact te hebben met [minderjarige]. De rechtbank moet dus de belangen van [minderjarige], de vader en de moeder wegen.

[minderjarige]

De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat het in het belang van [minderjarige] is om met beide ouders contact te hebben. De moeder heeft aangegeven niet zonder [minderjarige] te zullen verhuizen. Voor de vader is het eenvoudiger om goed contact te hebben met [minderjarige] als zij bij elkaar in de buurt wonen. Zoals hierna zal blijken, is de woonsituatie van de vader op termijn onduidelijk. Dat de vader in Nederland zal blijven wonen is namelijk allerminst zeker. Evenmin bestaat zicht op een andere permanente woonplaats van de vader. Daarom weegt het belang om in de buurt te wonen van de vader, minder zwaar.

De rechtbank acht het verder van groot belang dat voor [minderjarige] de juiste zorg kan worden ingezet. Naar het oordeel van de rechtbank zal die zorg in Spanje het beste aansluiten bij dat wat [minderjarige] nodig heeft. Ter toelichting dient het volgende.

Ter zitting heeft de vader toegelicht dat hij niet wil dat [minderjarige] in een hokje wordt geplaatst. Daarom wil hij niet dat de school weet van de in Spanje gestelde diagnose. Die diagnose is dan ook niet gedeeld met de school en met de huisarts. Bovendien is volgens hem allerminst zeker dat [minderjarige] autistisch is. Een multidisciplinair team heeft [minderjarige] volgens hem onderzocht en heeft niets gevonden wat op autisme lijkt.

De rechtbank neemt als vaststaand aan dat [minderjarige] lijdt aan het syndroom van Asperger. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de door de Spaanse medici afgegeven diagnose. De vader heeft ook niet toegelicht waarom die diagnose niet juist zou zijn. Voor zover hij zich op het standpunt stelt dat het mulidisciplinaire team heeft vastgesteld dat geen sprake is van autisme, heeft hij die stelling niet onderbouwd. Dat betekent dat [minderjarige] zorg en begeleiding nodig heeft die past bij zijn aandoening. Het achterhouden van de gestelde diagnose – zoals kennelijk tot dusverre is gebeurd – acht de rechtbank niet in het belang van [minderjarige]. Zoals de Raad ter zitting naar voren heeft gebracht, is het schadelijk voor [minderjarige] als hij niet goed wordt begeleid en is juist nodig dat de school weet van de diagnose, zodat adequate begeleiding kan worden ingezet. Tussen partijen is niet in geschil dat op de Spaanse school de diagnose wel bekend was en dat hij daar ook begeleiding kreeg die daarop was aangepast.

Als [minderjarige] in Nederland blijft, zal die begeleiding – gelet op het standpunt van de vader – mogelijk niet van de grond komen. De vader lijkt het nut van hulpverlening slechts beperkt in te zien. De moeder zal in Spanje de weg naar de hulpverlening beter weten te vinden dan in Nederland. Zij spreekt geen Nederlands en slechts beperkt Engels. Dit belemmert de communicatie tussen haar en hulpverleners in Nederland. Ook [minderjarige] zal gemakkelijker met zijn hulpverleners kunnen communiceren als dat in zijn eigen taal kan. Dat is het geval in Spanje.

Daarnaast is van belang dat [minderjarige] gelet op zijn autisme gebaat is bij een stabiele omgeving. De rechtbank is van oordeel dat de Spaanse schoolomgeving meer stabiliteit biedt. [minderjarige] gaat nu naar een internationale school. Een internationale school kenmerkt zich door een telkens wisselende samenstelling van leerlingen. Op zijn Spaanse school is hij meer ingebed in het Spaanse leven met klasgenootjes die niet steeds komen en gaan.

De moeder

De moeder heeft voldoende onderbouwd dat er voor haar een noodzaak bestaat om terug te keren naar Spanje. De moeder is in april 2019 met [minderjarige] naar Nederland gekomen. Of zij hier toen een langere aaneengesloten periode hebben verbleven is tussen partijen in debat. In ieder geval verbleven de moeder en [minderjarige] tussen 2021 en 2023 in Spanje en zijn zij vanaf september 2023 weer naar Nederland gekomen om bij de vader te zijn. De relatie met de vader is sinds medio 2025 voorbij. Het staat voor de rechtbank vast dat het haar tot dusverre niet is gelukt om een perspectiefvol bestaan in Nederland op te bouwen in de jaren dat zij hier heeft gewoond. In Spanje heeft zij gewerkt. Die baan heeft zij opgezegd omdat de zorg voor [minderjarige] gelet op zijn autisme, erg zwaar werd. Zij is toen naar Nederland gekomen. Zij ervaarde zich ondergeschikt aan de vader en was ook financieel afhankelijk van hem. De rechtbank ziet ook niet in dat zij – nu partijen uit elkaar zijn – hier alsnog een perspectiefvol bestaan kan gaan opbouwen. Ter toelichting dient het volgende.

Om te beginnen heeft de moeder hier geen eigen woning. De rechtbank constateert dat het de moeder niet lukt om zelfstandige woonruimte te vinden. Dat zij geen werk en eigen inkomen heeft zal hier ongetwijfeld mee samenhangen. Het had op de weg van de vader als kostwinner gelegen om de vrouw te helpen bij het vinden van een andere woning. Dat heeft hij niet gedaan. Ook heeft hij er niet voor gekozen voor zichzelf op zoek te gaan naar andere woonruimte, zodat de moeder in het appartement kon blijven wonen. Zij en de vader wonen noodgedwongen al sinds een jaar na het verbreken van hun relatie in hetzelfde appartement en er is geen uitzicht op aparte woonruimte. Dit is een onhoudbare situatie, terwijl mede door de houding van de vader geen zicht is op het einde van die situatie. In Spanje kan de moeder met [minderjarige] wonen in de woning waar zij eerder ook al met [minderjarige] woonde en die eigendom is van haar familie.

Bovendien is niet te verwachten dat de moeder in Nederland op redelijke termijn financieel onafhankelijk kan worden, laat staan dat zij een carrièreperspectief heeft dat past bij haar opleidingsniveau. Zij heeft onweersproken toegelicht dat zij hier beperkt is in de mogelijkheden, onder meer vanwege de taal. Zij kan alleen werken op de tijdstippen waarop [minderjarige] naar school gaat. Zij heeft gesolliciteerd bij een [bedrijf] restaurant maar een dergelijke baan is te mager om hier een financieel onafhankelijk bestaan van te kunnen opbouwen. Zij heeft een universitaire opleiding tot fashiondesigner, maar op haar vakgebied heeft zij geen baan kunnen vinden in Nederland, terwijl zij in Spanje wel werkzaam was in die branche. Zij is in Spanje ook niet gebonden aan de beperkte schooltijden, ook omdat het daar gebruikelijk is dat alle kinderen van ’s ochtends tot einde van de middag op een combinatie van school en opvang zitten, waardoor er dus meer ruimte is voor haar om te werken. Ook heeft zij familie in de buurt die in geval van nood kan inspringen. In Nederland moet zij [minderjarige] uit school halen omdat aparte opvang voor hem te belastend is. Bovendien is de vader het er niet mee eens om [minderjarige] naar de opvang te laten gaan en is hij evenmin bereid zijn eigen werktijden aan te passen.

Ten slotte is gebleken dat de moeder hier in Nederland geen sociaal leven van enige betekenis heeft kunnen opbouwen. Zij heeft hier geen familie of ander sociaal netwerk van kennissen of vriendinnen waar zij op kan terugvallen. Het lijkt erop alsof de moeder hier een geïsoleerd bestaan heeft. Dat de moeder actief is op de school van [minderjarige], zoals de vader naar voren heeft gebracht, is bepaald onvoldoende.

De vader

Niet ter discussie staat dat het belang van de vader is om onverminderd contact en omgang met [minderjarige] te hebben. Een verhuizing naar Spanje van de moeder en [minderjarige] zal onmiskenbaar invloed hebben op dit contact zolang de vader nog in Nederland woont. De gebondenheid van de man aan Nederland is echter beperkt tot de aanwezigheid hier van [minderjarige] en zijn werk. Wat dit werk betreft staat vast dat zijn functie bij [werkgever] begin 2027 ophoudt vanwege een reorganisatie en dat het allerminst zeker is dat hij in aanmerking komt voor een andere functie binnen [werkgever]. Als de vader een baan buiten [werkgever] moet zoeken, is hij ook niet aan Nederland gebonden. De vader heeft in Chili gestudeerd, in Spanje een internationale master gevolgd en spreekt vloeiend Spaans en Engels. Hij is ook om die reden niet gebonden aan Nederland. Bovendien heeft de vader niet gesteld dat hij om andere redenen aan Nederland is gebonden, bijvoorbeeld doordat hij hier – anders dan zijn werk – een belangrijke sociale kring of familie heeft.

Belangenafweging

De rechtbank heeft er oog voor dat het in het belang van zowel de man als [minderjarige] is dat [minderjarige] met beide ouders een band behoudt en dat hij zoveel mogelijk in een gezinsverband met hen kan opgroeien. Een verhuizing naar Spanje zal gevolgen hebben voor de zorg die [minderjarige] van zijn vader kan krijgen, maar hoeft niet negatief uit te pakken voor de band tussen hen. Het belang van de vader dat [minderjarige] in Nederland blijft weegt daarom niet op tegen de hiervoor genoemde belangen van de vrouw en [minderjarige] om naar Spanje te verhuizen. Daarbij betrekt de rechtbank het volgende.

De moeder heeft aangegeven dat als de vader [minderjarige] in Spanje komt opzoeken, hij om het weekend in haar woning mag verblijven met [minderjarige]. Deze woning is bekend voor de vader en de vader spreekt vloeiend Spaans, zodat hij ook actief deel kan gaan uitmaken van het nieuwe leven van [minderjarige]. Dat lokaal Catalaans gesproken wordt doet daar niet aan af; over het algemeen beheersen Catalanen ook het Spaans. Ook kan [minderjarige] in de schoolvakanties langere periodes met de vader doorbrengen. Daarmee kan de band tussen [minderjarige] en de vader behouden blijven.

Daarnaast zijn vliegtickets tussen Nederland en Spanje, indien deze tijdig geboekt worden, niet onredelijk duur. De vader heeft geen inzicht gegeven in zijn eigen inkomen, maar de rechtbank gaat er, gelet op zijn functie en zijn wens om voor [werkgever] in Nederland te blijven werken, van uit dat hij daar goed van rond kan komen. Bovendien heeft de moeder aangegeven dat zij de kosten wil delen zodra zij een baan heeft.

Ten slotte heeft de moeder de verhuizing voldoende doordacht en voorbereid. Zij beschikt al over een woning waar zij met [minderjarige] kan wonen, weet naar welke school [minderjarige] toe kan gaan en hoe de opvang geregeld kan worden als zij moet werken.

Alle belangen tegen elkaar afgewogen en alle omstandigheden in ogenschouw genomen, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor de verhuizing met [minderjarige] naar [plaats 3], Spanje, moet worden toegewezen. De toestemming zal ingaan met ingang van de start van de zomervakantie 2026, zodat de moeder met [minderjarige] na het einde van het huidige schooljaar naar Spanje kan verhuizen en [minderjarige] zijn nieuwe schooljaar in Spanje kan starten.

Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank ook het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen voor inschrijving van [minderjarige] op basisschool [schoolnaam], Spanje, zal toewijzen.

De beslissingen zullen als verzocht uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. De huidige woon- en leefsituatie van partijen in één en hetzelfde appartement is niet houdbaar. Uit een brief van Veilig Thuis die door de moeder in het geding is gebracht, volgt dat [minderjarige] lijdt onder deze situatie. Daar moet zo snel mogelijk een einde aan komen. Ook is van belang dat [minderjarige] mee kan draaien in het komende Spaanse schooljaar en de moeder tijd heeft om in de voorbereiding daarop de benodigde begeleiding en zorg die [minderjarige] daarbij nodig heeft te organiseren.

Verzoeken van de vader

Aangezien de rechtbank de verzoeken van de moeder zal toewijzen, zal de rechtbank de verzoeken van de vader met betrekking tot de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en de reiskostenregeling, en het beheer van de identiteitsbewijzen van [minderjarige] afwijzen.

De rechtbank wijst ook het verzoek om een vakantieregeling af. De feitelijke situatie van alle betrokkenen zal indringend wijzigen. [minderjarige] en de moeder zullen in Spanje een ander vakantieschema hebben dan zij in Nederland hadden. Waar de vader na afloop van zijn huidige contract zal wonen, is onduidelijk. Bij die situatie is maatwerk geboden en past geen door de rechtbank nu vast te stellen gedetailleerde vakantieregeling. Partijen zullen in onderling overleg moeten bezien welke regeling het meest in het belang is van [minderjarige].

De vader verzoekt voorts vervangende toestemming voor alle toekomstige reizen die hij met [minderjarige] rond de kerstperiode naar Chili wil maken. Mede gelet op het voorgaande en nu de vader deze reizen onvoldoende geconcretiseerd heeft, wijst de rechtbank dit verzoek af.

Uit het voorgaande blijkt dat de rechtbank afwijst het verzoek van de vader om de identiteitsbewijzen van [minderjarige] in zijn beheer te hebben. De rechtbank is echter gebleken dat de vader het Spaanse paspoort van [minderjarige] feitelijk al in zijn bezit heeft, omdat hij bang is dat de moeder [minderjarige] zonder zijn toestemming meeneemt naar Spanje. Nu de rechtbank in deze beschikking de moeder vervangende toestemming geeft voor de verhuizing, gaat de rechtbank ervan uit dat de vader de moeder de beschikking geeft over het paspoort, zodat zij ook daadwerkelijk naar Spanje kan afreizen en het niet nodig is dat hierover een afzonderlijke procedure zal worden gevoerd.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

verleent de moeder toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, om met het minderjarige kind [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2018 te [plaats 3], Spanje, met ingang van 18 juli 2026 te verhuizen naar [plaats 3], Spanje;

*

verleent de moeder toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige] in te schrijven op basisschool [schoolnaam], Spanje;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.M. van der Zwan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand