Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en afwijzing ondertoezichtstelling
Beschikking op het op 25 juli 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. van de Bunt te Putten.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.E.C. Verhoeff te ’s-Gravenhage.
Procedure
Bij beschikking van 31 juli 2025 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aangehouden en de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en te adviseren.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
Op 12 juni 2026 is deze zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld.
Hierbij zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een collega van de advocaat van de moeder;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De minderjarige [minderjarige] heeft in een gesprek met de kinderrechter haar mening gegeven over de verzoeken.
Verzoek en verweer
Wat nog voorligt zijn de verzoeken van de ouders ten aanzien van de zorgregeling tussen de moeder en [minderjarige] en het verzoek van de moeder om [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
Beoordeling
Zorgregeling en ondertoezichtstelling
De rechtbank handhaaft alles dat bij laatstgenoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen en beslist.
Uitkomsten raadsonderzoek
De rechtbank heeft de Raad verzocht een advies uit te brengen. De Raad heeft een raadsonderzoek gedaan en adviseert daarin als volgt. De Raad ziet risico’s in de ontwikkeling van [minderjarige] door alles wat zij heeft meegemaakt en maakt zich zorgen over het loyaliteitsconflict dat [minderjarige] onbewust heeft. Op dit moment wil [minderjarige] helemaal geen contact met de moeder. Beide ouders uiten wederzijds verwijten over vermoed middelengebruik, huiselijk geweld en diverse andere beschuldigingen. Het is noodzakelijk dat de ouders daarmee stoppen, en dat zij eenzelfde verhaal naar [minderjarige] uitdragen als het gaat om hoe de ouders over elkaar spreken. Ook is het noodzakelijk dat er hulpverlening komt bij contactherstel tussen [minderjarige] en haar moeder, zodat zij in haar eigen tempo en met haar eigen oordeel kan kijken naar hun relatie. Daarvoor is van belang dat de ouders verplicht meewerken aan dit contactherstel. De ouders zijn in staat om, met passende begeleiding, gezamenlijk de verantwoordelijkheid te nemen voor het welzijn van [minderjarige]. De Raad heeft een voorstel gedaan voor een opbouwende zorgregeling, wat is uitgewerkt als stappenplan. De Raad acht deze opbouwregeling in het belang van [minderjarige], omdat de Raad de keuze om de moeder wel of niet te zien niet langer bij [minderjarige] wil laten. Die verantwoordelijkheid is te zwaar voor een meisje van 15 jaar oud en kan zorgen voor stress, schuldgevoel of het gevoel dat ze moet kiezen. Voor wat betreft de door de moeder verzochte ondertoezichtstelling geeft de Raad mee dat het, gezien de stagnatie in hulpverlening en de voortdurende strijd tussen de ouders nodig kan zijn om een ondertoezichtstelling te overwegen. Dit kan helpen om de hulpverlening weer op gang te brengen en ervoor te zorgen dat afspraken worden nagekomen.
Inhoudelijke beoordeling
In haar advies heeft de Raad een voorstel gedaan voor een opbouwende zorgregeling, waarbij in verschillende stappen tot contactherstel tussen [minderjarige] en de moeder wordt geprobeerd te komen. Uit de stukken is gebleken dat de vader daar niet mee instemt. Op de zitting heeft hij zich in vergelijkbare woorden tegen het raadsadvies uitgesproken. De moeder onderschrijft het raadsrapport en advies en wijst de rechtbank op hetgeen is geschreven door de Raad over de ondertoezichtstelling.
De rechtbank overweegt als volgt. Het door de Raad voorgestelde stappenplan kan alleen slagen als beide ouders en [minderjarige] bereid zijn daaraan mee te werken. Alleen op die manier kan [minderjarige] zich vrij voelen om contact te hebben met haar moeder. De rechtbank benadrukt dat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders is dat een kind onbelast contact kan hebben met beide ouders. Tussen de ouders bestaat echter geen goede verstandhouding. Tijdens de zitting is de rechtbank duidelijk geworden dat er bij de vader geen draagvlak (meer) is om met de moeder een vorm van samenwerking aan te gaan. De vader wil dat er wordt geluisterd naar de wensen van [minderjarige] en dat zij met rust gelaten wordt. De rechtbank acht het daarom onwaarschijnlijk dat de ouders uitvoering gaan geven aan de door de Raad voorgestelde opbouwende zorgregeling. Daarnaast verzet [minderjarige] zich nadrukkelijk en consequent tegen een zorgregeling met haar moeder. Gezien haar leeftijd van 15 jaar weegt de rechtbank haar mening serieus mee.
De vraag is of er in de gegeven omstandigheden reden is om, zoals de moeder verzoekt, [minderjarige] onder toezicht te stellen, zodat het contact tussen [minderjarige] en de moeder onder regie van een jeugdbeschermer mogelijk kan worden hersteld. De moeder is op grond van artikel 1:255 lid 2 BW bevoegd dit verzoek te doen, omdat de Raad geen ondertoezichtstelling heeft verzocht.
De rechtbank wijst het verzoek om een ondertoezichtstelling echter af. Hoewel de rechtbank het langdurige gebrek aan contact tussen de moeder en [minderjarige] op zichzelf zorgelijk vindt, overweegt zij – onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 21 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:766) – dat de enkele constatering dat contact tussen de moeder en [minderjarige] ontbreekt ontoereikend is om een ondertoezichtstelling te rechtvaardigen. Om een ondertoezichtstelling te rechtvaardigen, moet het ontbreken van contact zodanige belastende conflicten of problemen opleveren voor een kind dat deze, op zichzelf of in combinatie met andere omstandigheden, een ernstige bedreiging opleveren voor de zedelijke of geestelijke belangen van het kind en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen. De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken en uit dat wat op de zitting met de ouders en de Raad is besproken niet blijkt dat daarvan sprake van is. Op dit moment zijn er geen concrete zorgsignalen dat de ontwikkeling van [minderjarige] ernstig wordt bedreigd als gevolg van het ontbreken van contact tussen haar en haar moeder. Op school gaat het goed, [minderjarige] is geslaagd voor haar eindexamen en heeft concrete plannen voor haar vervolgopleiding. [minderjarige] heeft veel vrienden en er zijn geen zorgen over de thuissituatie bij de vader. Gelet op de leeftijd van [minderjarige] zou de betrokkenheid van een jeugdbeschermer bovendien niet doelmatig zijn. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het opleggen van een ondertoezichtstelling niet de geëigende maatregel.
Kindbrief
De kinderrechter heeft [minderjarige] vandaag een brief gestuurd om haar ook zelf weer te informeren over de genomen beslissing. De inhoud van deze brief is als volgt.
Beste [minderjarige],
We hebben elkaar 11 juni jl. voor het eerst gesproken over de rechtszaak tussen je ouders. De dag erna heb ik met je ouders (en hun advocaten) gepraat en met iemand van de Raad voor de Kinderbescherming.
Je vertelde me dat het al de zesde (!) keer was dat je met een rechter praat en dat je het gevoel hebt dat er niet naar je wordt geluisterd, omdat de rechtszaak maar blijft doorgaan. Ik kan heel goed begrijpen dat dit frustrerend voor je is en dat je je ook zorgen maakt over hoe het nu verder gaat.
Je hebt me duidelijk gemaakt dat je echt niet naar je moeder wilt en dat je ook genoeg hebt van praten met hulpverleners, alleen maar omdat anderen dat willen.
Ik wil je laten weten dat ik vandaag heb besloten dat er geen zorgregeling tussen jou en je moeder zal gelden. Ik zal ook geen stappenplan vastleggen om onder begeleiding van hulpverlening voor jou, je vader en je moeder tot contactherstel tussen jou en je moeder te komen, zoals dat door de Raad voor de Kinderbescherming is geadviseerd, omdat zo’n stappenplan alleen maar kan werken als jij én je beide ouders daarvoor open staan. Dat is op dit moment niet zo. Als dit in de toekomst verandert, dan zou dat stappenplan alsnog kunnen worden gevolgd.
Dat betekent dat je volledig bij je vader blijft wonen en dat de rechtszaak bij de rechtbank nu is afgelopen. Als je moeder het niet eens is met mijn beslissing, kan zij in hoger beroep bij het gerechtshof. Ik hoop voor jou dat de rechtszaak nu helemaal klaar is. Verder hoop ik dat er bij jou dan ook weer ruimte komt voor verdere gesprekken over je gevoelens en nare ervaringen met bijvoorbeeld een psycholoog. Ik denk dat dit jou kan helpen, vooral ook omdat de gesprekken met [naam 2] van [instantie] nu ook zijn gestopt.
Ik hoop dat mijn brief zo duidelijk voor je is. Je ouders krijgen van de rechtbank weer een officieel stuk (een beschikking) met mijn beslissing en een toelichting daarop. Ik zal daarin ook de tekst van deze brief opnemen, zodat je ouders weten wat ik jou heb geschreven.
Ik wens je een mooie zomer en na de vakantie heel veel succes op je nieuwe school!
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre de beschikking van deze rechtbank van 4 april 2024 –:
*
bepaalt dat er geen zorgregeling geldt tussen de moeder en de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats];
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.