ECLI:NL:RBDHA:2026:23002

ECLI:NL:RBDHA:2026:23002

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-07-2026
Datum publicatie 17-08-2026
Zaaknummer C/09/694158 / FA RK 25-8359
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Gezamenlijk gezag en zorgregeling

Uitspraak

Gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 4 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.J.A. Bosch te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:

Op 19 juni 2026 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd. De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

- De ouders hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats].

- In 2024 is de relatie beëindigd. Na beëindiging van de relatie is bepaald dat [minderjarige] bij de moeder verblijft. Een ouderschapsplan is niet vastgelegd.

- De vader heeft [minderjarige] erkend.

- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.

- De moeder is op dit moment opgenomen in een GGZ-instelling.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 10 maart 2026 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 17 maart 2026 tot 3 juni 2026 en is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend van bij de vader met ingang van 17 maart 2026 tot 3 juni 2026.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 2 juni 2026 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 3 juni 2026 tot 3 juni 2027 en is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend van bij de vader met ingang van 3 juni 2026 tot 3 december 2026.

Verzoek en verweer

De vader heeft verzocht:

- een co-ouderschapsregeling vast te leggen voor dochter [minderjarige] waarbij zij de even weken bij de moeder en de oneven weken bij de vader verblijft met als wisselmoment maandagochtend dan wel de zondagavond;

- te bepalen dat hij voortaan samen met de moeder wordt belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] ;

- de achternaam van de dochter te wijzigen zodat de dochter geheten zal zijn [minderjarige];

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Gezamenlijk gezag

De vader verzoekt de ouders gezamenlijk met het ouderlijk gezag over [minderjarige] te belasten, omdat beide ouders uitgebreid met de opvoeding en verzorging zijn belast. Volgens de vader is er geen gevaar dat [minderjarige] klem of verloren zou raken tussen de ouders.

Inhoudelijke beoordeling

Juridisch kader

Op grond van artikel 1:253c eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder van een kind, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders gezamenlijk met het ouderlijk gezag te belasten. Dit verzoek wordt op grond van het tweede lid van voornoemd artikel slechts afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Ten aanzien van het verzoek van de vader de ouders gezamenlijk met het ouderlijk gezag te belasten, overweegt de rechtbank als volgt. Gezamenlijk gezag is het uitgangspunt van de wetgever. De rechtbank ziet geen aanleiding om in dit geval van dit uitgangspunt af te wijken. Het is de rechtbank niet gebleken dat gezamenlijke gezagsuitoefening tot situaties zal leiden waarin [minderjarige] klem of verloren zal raken tussen de ouders of dat afwijzing van het verzoek anderszins in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is. Integendeel, nu de moeder is opgenomen en [minderjarige] onder toezicht is gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland en er een machtiging tot uithuisplaatsing is verleend van [minderjarige] bij de vader, is van belang dat de vader ook gezagsbeslissingen voor [minderjarige] kan nemen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader toewijzen.

Vaststelling verdeling zorg- en opvoedingstaken

De vader heeft toegelicht dat het de bedoeling van partijen bij de beëindiging van de relatie was dat er een co-ouderschapsregeling zou gelden. Deze regeling is niet op papier gezet, maar partijen hebben wel op die wijze invulling aan de zorg- en opvoedingstaken gegeven. Sinds mei 2025 verloopt de omgang echter moeizaam. De vader verzoekt daarom de thans lopende regeling in een beschikking vast te leggen. Zodra de moeder genezen is en de uithuisplaatsing en de OTS worden opgeheven, kan de moeder weer invulling geven aan haar zorgtaken. De vader wenst de omgangsregeling vast te leggen voor die situatie. Het is in het belang van [minderjarige] dat die zorgregeling vastligt en wordt nagekomen zodra dat weer kan, zodat zij weet waar zij aan toe is.

Inhoudelijke beoordeling

Juridisch kader

Op grond van artikel 1:253a tweede lid onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van één van hen een zorgregeling vaststellen. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Naar het oordeel van de rechtbank is het in het belang van [minderjarige] dat zij contact heeft met beide ouders. Nu de moeder opgenomen is, kan zij op dit moment geen invulling geven aan haar zorgtaken. De rechtbank is echter met de vader van oordeel dat een dergelijke regeling moet gelden zodra de moeder genezen is. De rechtbank zal dus overeenkomstig het verzoek beslissen.

Wijziging achternaam

De vader verzoekt de achternaam van [minderjarige] te wijzigen, zodat zij [minderjarige] zal heten. Een achternaamwijziging is volgens de vader gewenst omdat daarmee zowel het biologisch ouderschap als het co-ouderschap als het gezamenlijk gezag wordt bevestigd. Daarnaast vindt de vader het belangrijk dat [minderjarige] zijn achternaam draagt, omdat hij nu alles voor haar doet en voor haar zorgt.

De rechtbank overweegt als volgt. De procedure voor het wijzigen van een achternaam loopt via Dienst Justis, niet via de rechtbank. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader afwijzen.

Tijdens de zitting is namens de vader in dit verband nog een beroep gedaan op artikel 1:253t lid 5 BW. Op grond van artikel 1:253t lid 1 BW kan, indien het gezag over een kind bij één ouder berust, de rechtbank op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten. Die situatie doet zich echter hier niet voor. Er is immers geen sprake van een gezamenlijk verzoek en ook niet van een ouder en een derde, niet zijnde een ouder. De vader is immers wel de ouder van de minderjarige.

Ter zitting heeft de advocaat van de vader nog toegelicht dat hij heeft bedoeld om vervangende toestemming te vragen om het verzoek tot naamswijziging in te dienen bij Dienst Justis. De rechtbank begrijpt dat de vader het verzoek wenst te wijzigen. Op grond van artikel 283 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de verzoeker bevoegd, zolang de rechter nog geen eindbeschikking heeft gegeven, het verzoek of de gronden daarvan te verminderen, dan wel schriftelijk te veranderen of te vermeerderen. In het geval van verandering of vermeerdering is artikel 130 Rv van overeenkomstige toepassing. Op grond van lid 3 van dit artikel is, indien de andere partij niet in het geding is verschenen, een verandering of vermeerdering van het verzoek uitgesloten, tenzij de verzoeker de verandering of vermeerdering van het verzoek tijdig bij exploot aan haar kenbaar gemaakt heeft. De rechtbank stelt vast dat de vader zijn verzoek niet schriftelijk heeft ingediend. De moeder is tijdens de zitting niet verschenen en heeft daardoor geen kennis kunnen nemen van dit mondeling gedane verzoek van de vader. Alleen al daarom moet het verzoek om vervangende toestemming worden afgewezen.

De advocaat van de vader heeft ter zitting nog verwezen naar een uitspraak van het hof Den Bosch van 18 augustus 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2863, op grond waarvan de rechtbank dit verzoek wel zou kunnen toewijzen. De rechtbank is van oordeel dat het hier een wezenlijk andere situatie betreft en dat een vergelijking met die zaak niet op gaat, al was het maar omdat in die zaak geen sprake van een niet-verschenen verweerder. Partijen in die zaak hebben dus een debat kunnen voeren over het verzoek tot naamswijziging (en zij hebben dat debat ook gevoerd). Daarnaast heeft ook de minderjarige in die zaak zich uitgelaten over het verzoek tot naamswijziging. Dat alles is in deze zaak niet geval. De moeder heeft zich niet kunnen uitlaten gelet op haar mentale toestand en haar, vermoedelijk gedwongen, opname in een psychiatrische inrichting. [minderjarige] is zelf nog te jong om zich uit te laten over het verzoek tot naamswijziging. Die uitspraak kan de vader dus niet baten.

Al met al wordt het verzoek om vervangende toestemming om het verzoek tot naamswijziging in te dienen bij Dienst Justis dus afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats];

*

bepaalt dat ten aanzien van [minderjarige] de zorgregeling geldt, waarbij zij de even weken bij de moeder en de oneven weken bij de vader verblijft met als wisselmoment maandagochtend dan wel de zondagavond;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.M. van der Zwan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand