ECLI:NL:RBDHA:2026:23016

ECLI:NL:RBDHA:2026:23016

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-07-2026
Datum publicatie 17-08-2026
Zaaknummer C/09/706326 / FA RK 26-5500
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vervangende toestemming en vakantieverdeling. Gedeeltelijke overeenstemming. Afspraak over paspoort.

Uitspraak

Gezagsuitoefening en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 2 juni 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. P.C. Burger te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A. van Bendegem te Zoetermeer.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift met zelfstandig verzoek.

De minderjarige [minderjarige 1] heeft zich schriftelijk en in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op 9 juli 2027 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen de advocaat van de moeder en de vader, bijgestaan door zijn advocaat en tolk M. Suleman. De moeder is niet verschenen.

Feiten

- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2013.

- Zij zijn de ouders van de nog minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats].

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats].

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 4 september 2025 zijn voorlopige voorzieningen getroffen, waarbij – voor zover hier aan de orde – is bepaald:

 dat de kinderen aan de moeder worden toevertrouwd;

 dat de kinderen voorlopig volgens een week-op-week-af regeling de ene week bij de ene ouder en de andere week bij de andere ouder zullen verblijven.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt de rechtbank:

te bepalen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder zijn van 8 juli 2026 uit school tot en met 9 juli 2026 tot 22:00 uur (of zoveel eerder als de festiviteiten zijn geëindigd);

de volgende zorgregeling te bepalen voor de zomervakantie 2026: tijdens de zomervakantie zijn de kinderen in de weken 2, 5 en 6 bij de moeder en de weken 1, 3 en 4 bij de vader;

de moeder vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarige kinderen van 16 augustus 2026 tot en met 22 augustus 2026 te reizen naar en te verblijven in [land];

te bepalen dat de moeder gerechtigd is de Nederlandse paspoorten van de kinderen in beheer te hebben van 14 augustus 2026 tot en met [datum] 2026;

toestemming te verlenen aan de moeder, die de toestemming van de vader vervangt, om ten behoeve van [minderjarige 1] een paspoort en ID-kaart aan te vragen;

de vader in de proceskosten te veroordelen;

voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Voorts verzoekt de vader zelfstandig te bepalen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende de zomervakantie 2026 bij de moeder zullen verblijven in de weken 1, 5 en 6, en bij de vader in de weken 2, 3 en 4, waarbij het wisselmoment telkens plaatsvindt op maandag om 9.00 uur, en waarbij de ouder bij wie de minderjarigen voorafgaand aan het wisselmoment verblijven, zorgdraagt voor het brengen van de kinderen naar de andere ouder.

Beoordeling

Gedeeltelijke overeenstemming

De ouders hebben voorafgaand aan de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt over de aanwezigheid van de kinderen bij de bruiloft van hun tante (die plaatsvond op de dag van de mondelinge behandeling). Ook is gebleken dat de vader toestemming heeft verleend voor de reis van de moeder met de kinderen naar [land] en dat hij ermee instemt dat de moeder de paspoorten van de kinderen voor de duur van deze reis beheert.

Omdat de ouders overeenstemming hebben bereikt over de voornoemde onderwerpen, zal de rechtbank de daarop gerichte verzoeken bij gebrek aan belang afwijzen.

Vervangende toestemming aanvraag ID-kaart en paspoort

Omdat het paspoort van [minderjarige 1] geldig is tot 1 juli 2026 en de moeder daarna met de kinderen naar [land] wil reizen, verzoekt zij vervangende toestemming voor de aanvraag van reisdocumenten voor [minderjarige 1].

Uit de stukken leek te volgen dat de ouders ook overeenstemming hadden bereikt over de aanvraag van reisdocumenten voor [minderjarige 1] en de manier waarop dit praktisch zou worden geregeld, maar ter zitting bleek deze overeenstemming niet (meer) volledig te zijn. De ouders zijn het er wel over eens dat er een nieuw paspoort voor [minderjarige 1] moet worden aangevraagd, maar niet over de wijze van aanvragen. Uit de toelichting van de advocaat van de moeder blijkt dat in de situatie dat de vader het nieuwe paspoort aanvraagt en ophaalt, de moeder vreest dat de vader het nieuwe paspoort van [minderjarige 1] zal gebruiken om zonder haar toestemming met de kinderen naar het buitenland te reizen.

Om de moeder tegemoet te komen, heeft de vader ter zitting een nieuw voorstel gedaan voor de manier waarop het nieuwe paspoort voor [minderjarige 1] kan worden aangevraagd en opgehaald. Namens de moeder is met dit voorstel ingestemd. De ouders zijn de volgende werkwijze overeengekomen: de vader zal het verlopen paspoort van [minderjarige 1] bij zijn advocaat – waar het nu in bewaring is – ophalen op de dag voorafgaand aan de afspraak voor het aanvragen van het nieuwe paspoort bij de gemeente, die op 23 juli 2026 gepland staat. Voordat de vader het nieuwe paspoort van [minderjarige 1] gaat ophalen, zal hij al zijn (Nederlandse en niet-Nederlandse) identiteitsdocumenten inleveren bij zijn advocaat. Wanneer hij het nieuwe paspoort heeft opgehaald zal hij deze overhandigen aan zijn advocaat, zodat zij het paspoort van [minderjarige 1] kan beheren. Daarna zal de vader zijn identiteitsdocumenten terugkrijgen van zijn advocaat. De rechtbank vult deze afspraak tussen de ouders vanuit praktische overwegingen aan, in die zin dat de vader ervoor dient te zorgen dat hij het nieuwe paspoort van [minderjarige 1] uiterlijk op 7 augustus 2026 bij zijn advocaat heeft ingeleverd. Op die manier heeft de moeder voldoende tijd om het paspoort bij de advocaat van de vader op te halen voor het vertrek naar [land].

Omdat de vader al toestemming heeft verleend voor het aanvragen van het nieuwe paspoort voor [minderjarige 1], zal de rechtbank het verzoek van de moeder om haar daarvoor vervangende toestemming te verlenen afwijzen. Daarnaast overweegt de rechtbank dat de afspraken die de ouders hebben gemaakt over het aanvragen en ophalen van het paspoort zich niet lenen voor opname in het dictum, maar dat zij niettemin van de ouders verwacht dat zij zich hieraan zullen houden.

Zomervakantie

Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat de ouders het erover eens zijn dat de zomervakantie bij helfte verdeeld moet worden, maar dat zij de weken verschillend willen verdelen.

De moeder stelt dat de kinderen het te lang vinden om drie achtereenvolgende weken bij een ouder te verblijven en dat daarom een 1-1-2-2 verdeling van de zomervakantieweken moet worden gehanteerd. Daarnaast is de rechtbank tijdens de zitting gebleken dat er bij de moeder veel wantrouwen jegens de vader bestaat vanwege haar angst dat hij het land zal verlaten met de kinderen.

De vader meent dat het voor de kinderen geen probleem is om drie weken bij hem te verblijven en dat dit juist voor rust zorgt en hem de mogelijkheid geeft om zijn band met de kinderen te versterken. Ook heeft de vader aangegeven dat zijn broer naar Nederland komt in de drie weken waarin hij de kinderen bij zich wenst te hebben en dat hij voornemens is in die drie weken in Nederland op vakantie te gaan. Hij zal het land niet verlaten.

Hoewel de rechtbank de angst van de moeder invoelbaar acht, is zij het met de vader eens dat hem de kans moet worden geboden om te laten zien dat hij te vertrouwen is. Naar het oordeel van de rechtbank biedt een langer verblijf van de kinderen bij de vader in de zomervakantie daar een goede gelegenheid voor. Daarnaast acht de rechtbank het risico dat de vader in die periode met de kinderen naar het buitenland vertrekt zeer beperkt, omdat de vader niet beschikt over de paspoorten van de kinderen. Ook weegt de rechtbank mee dat [minderjarige 1] in het kader van de reguliere zorgregeling heeft aangegeven dat het weliswaar lang is om een week een ouder niet te zien, maar dat deze week ook weer zo voorbij is. Deze opmerking maakte [minderjarige 1] over zijn ouders in het algemeen en was niet toegespitst op een van zijn ouders.

De rechtbank ziet in de voornoemde omstandigheden aanleiding om het verzoek van de vader toe te wijzen. Dit verzoek wijst de rechtbank toe met inbegrip van het door de vader verzochte en onweersproken gebleven wisselmoment op maandag op 9.00 uur, met dien verstande dat de ouders hiervan zullen afwijken bij de wissel van week 4 naar week 5. Ten aanzien daarvan zijn de ouders overeengekomen dat de vader de kinderen op zondagochtend 16 augustus 2026 om 9.00 uur bij de moeder brengt, zodat zij op tijd kunnen vertrekken voor hun vakantie naar [land]. Gelet op deze overeenstemming zal de rechtbank ten aanzien van dat wisselmoment dienovereenkomstig beslissen.

Proceskosten

De moeder stelt dat zij is gedwongen een procedure te starten omdat de vader zijn toestemming ten aanzien van de bruiloft en de vakantie in [land] niet wilde verlenen en dat de vader daarom moet worden veroordeeld in de proceskosten.

Volgens de vader dient juist de moeder de proceskosten te dragen, omdat zij de procedure heeft voortgezet nadat hij zijn toestemming voor een groot deel van haar verzoeken al had verleend.

De rechtbank stelt vast dat de moeder verschillende verzoeken heeft neergelegd in deze procedure en dat de vader met een aantal daarvan heeft ingestemd. Over de overige verzoekpunten, met name de verdeling van de zomervakantie, bestond discussie tussen de ouders. Ook heeft de vader een zelfstandig verzoek ingediend ten aanzien van de zomervakantie. De vader heeft aangevoerd dat dit verzoek voornamelijk uit strategische overwegingen is ingediend, maar dit neemt niet weg dat de vader hiermee gebruik heeft gemaakt van de procedure.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het redelijk dat iedere ouder de eigen proceskosten draagt. De rechtbank zal aldus beslissen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 4 september 2025 – :

*

bepaalt dat de minderjarigen [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats], in de zomervakantie van 2026:

waarbij het wisselmoment van week 4 naar week 5 plaatsvindt op 16 augustus 2026 om 9.00 uur, op welk tijdstip de vader de kinderen naar de moeder brengt, terwijl de overige wisselmomenten steeds plaatsvinden op maandagochtend om 9.00 uur;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten zal dragen;

*

verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.J. Klootwijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand