ECLI:NL:RBDHA:2026:23044

ECLI:NL:RBDHA:2026:23044

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-07-2026
Datum publicatie 17-08-2026
Zaaknummer C/09/708290 / JE RK 26-1151
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/708290 / JE RK 26-1151

Datum uitspraak: 17 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter tot een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, 'sGravenhage,

hierna te noemen: de Raad,

over

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,

hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] .

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 juli 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- [naam 1] namens de Raad;

- [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben verteld.

2. De feiten

Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .

[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij hun moeder en verblijven in het weekend bij de vader.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 juli 2025 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 18 juli 2026.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De Raad motiveert het verzoek als volgt. De zorgen die aanvankelijk tot de ondertoezichtstelling leidden, waren gedurende het grootste deel van de afgelopen periode nauwelijks zichtbaar. De ouders hebben laten zien dat zij in staat om samen te werken (zo zijn er afspraken gemaakt over de zorg- en contactregeling en is het ouderschapsplan opgesteld), verantwoordelijkheid te nemen voor de opvoeding van de kinderen en hulpverlening te accepteren wanneer dat nodig is. De Raad merkt op dat sinds het indienen van het verzoek tot het niet verlengen van de ondertoezichtstelling er opnieuw zorgelijke signalen naar voren zijn gekomen. Deze zorgelijk signalen zijn geuit door de jeugdbeschermer. Zo is er recent weer een Veilig Thuis melding ( [de minderjarige 2] heeft zorgelijke uitspraken gedaan over de thuissituatie bij de moeder) geweest, lijkt het schoolverzuim van [de minderjarige 1] weer toe te nemen, is moeder voor betrokken instanties en school moeilijker bereikbaar en er bestaan zorgen over het vasthouden van de hulpverlening voor [de minderjarige 1] . Hoewel deze signalen op zichzelf nog onvoldoende zijn om te spreken van een acute ontwikkelingsbedreiging, raken zij wel aan de zorgen die eerder in het raadsonderzoek naar voren zijn gekomen. De Raad acht het daarom van belang dat de positieve ontwikkeling die het gezin het afgelopen jaar heeft laten zien duurzaam wordt geborgd. Een korte verlenging van de ondertoezichtstelling, te weten zes maanden, maakt het mogelijk de recente zorgen te monitoren, de ingezette hulpverlening te bestendigen en een zorgvuldig borgingsplan op te zetten. Ook biedt het ruimte voor een warme en passende overdracht naar het vrijwillig kader.

5. De standpunten

Door de moeder is naar voren gebracht dat het goed gaat. De vader en zij regelen samen alles voor de kinderen. De uitspraken die door [de minderjarige 2] zijn gedaan waren geuit in paniek en heeft hij later ook weer ontkent. [de minderjarige 2] heeft het zwaar met het overlijden van zijn opa en de oorlog in Iran. De moeder geeft aan dat [de minderjarige 1] is aangemeld bij GGZ-Rivierduinen, waar binnenkort een gesprek plaatsvindt. Tijdens dit gesprek wordt bekeken hoe hij het beste begeleid kan worden. De afspraak die nu staat is dat hij eenmaal per week begeleiding krijgt van een coach. Daarnaast krijgt de moeder om de paar weken ouderbegeleiding, waarbij wordt besproken wat zij kan verbeteren. Op school gaat het goed met [de minderjarige 1] ; hij haalt goede cijfers. Dit ging een tijd minder goed, door spanningen die hij ervaarde rondom de oorlog in Iran en de situatie van familieleden daar. De ouders zijn dus met veel dingen bezig, veel dingen gaan goed en de situatie is nu stabiel. Zij staan open voor begeleiding vanuit GGZ-Rivierduinen en de coach. Daarnaast krijgt de moeder ondersteuning van Stichting Inzet. Stichting Inzet ondersteunt de moeder op verschillende gebieden en biedt aanvullende hulp waar nodig. Indien verdere hulp nodig is, zoals traumabehandeling zoals geadviseerd door de gecertificeerde instelling, kan dit in overleg met GGZ-Rivierduinen worden bekeken.

De gecertificeerde instelling geeft aan dat zij de ondertoezichtstelling wilde afsluiten. Vervolgens kwamen er signalen van school over verzuim en werd er een melding gedaan bij Veilig Thuis. Recent is GGZ-Rivierduinen gestart, en zij hebben aangegeven dat een traumabehandeling voor [de minderjarige 1] passend zou zijn. In het begin stond [de minderjarige 1] hier echter niet voor open en de gecertificeerde instelling merkt op dat een coach alleen niet voldoende zal zijn en dat [de minderjarige 1] extra hulp nodig heeft. Daarnaast merkt de gecertificeerde instelling op dat zij tijdens hun betrokkenheid van zowel de kinderen als de ouders steeds hebben gehoord dat het goed gaat, maar dat zij zelf niet tot de kern van de problematiek zijn gekomen. Daarom wilde de instelling het gezin aanmelden bij een wijkteam in het vrijwillig kader, om zo goede ondersteuning en regie te waarborgen, en de situatie thuis en voortgang van de behandeling beter te kunnen volgen. De moeder staat hier echter niet voor open. De instelling kan zich voorstellen dat de ondertoezichtstelling daarom kort wordt verlengd, zodat het gezin alsnog in het vrijwillig kader kan worden aangemeld.

6. De beoordeling

De kinderrechter overweegt het volgende. De afgelopen periode hebben de ouders positieve stappen gezet, dit wordt ook bevestigd door de Raad en de gecertificeerde instelling. Tegelijkertijd zijn er ook enkele zorgen naar voren gekomen in de afgelopen periode. De kinderrechter erkent deze zorgen, en dan voornamelijk de zorgen rondom [de minderjarige 1] . De kinderrechter ziet echter ook dat de ouders hier actief mee bezig zijn. Zo is er aanmelding geweest bij GGZ-Rivierduinen, en staan de ouders achter de geboden hulpverlening. Ook heeft de moeder aangegeven open te staan voor aanvullende hulpverlening (zoals traumabehandeling), indien dit tijdens het gesprek met GGZ-Rivierduinen nodig blijkt. Bovendien krijgt de moeder ondersteuning van Stichting Inzet. Op dit moment is het, na de positieve stappen die zijn gezet, belangrijk dat er rust komt in het gezin. De kinderrechter is van oordeel dat verdere inzet van de gecertificeerde instelling niet noodzakelijk is en geen toegevoegde waarde meer heeft voor het gezin. De benodigde hulpverlening is ingezet, er wordt gekeken of er aanvullende hulpverlening nodig is, en de ouders hebben de afgelopen periode laten zien dat zij samen kunnen werken in het belang van de kinderen. Dit betekent dat het verzoek wordt afgewezen.

7. De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. Boogaarts als griffier, en op schrift gesteld op 3 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. B. Boogaarts als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand