ECLI:NL:RBDHA:2026:23046

ECLI:NL:RBDHA:2026:23046

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-07-2026
Datum publicatie 17-08-2026
Zaaknummer C/09/708673 / JE RK 26-1188
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/708673 / JE RK 26-1188

Datum uitspraak: 17 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, 'sGravenhage,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

en

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,

beiden wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. B.J. de Bruijn uit Den Haag,

Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 juli 2026;

- het rapport van de Raad van 15 juli 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de ouders met hun advocaat;

[naam 1] namens de Raad;

[naam 2] namens de gecertificeerde instelling.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2. De feiten

Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

[minderjarige] verblijft bij [zorginstelling] in [plaats].

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 mei 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 21 juli 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 juni 2026 een spoedmachtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 21 juli 2026.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad motiveert het verzoek als volgt. Er zijn zorgen over de persoonlijke ontwikkeling van [minderjarige]. Met name over het externaliserende gedrag (zelfbepalend, dwars, extreem rigide, weg lopen) wat hij laat zien. Door zijn gedrag veroorzaakt hij gevaarlijke situatie, zoals dat hij dreigt van het balkon te springen, met spullen gooit thuis of zijn moeder aanvalt. Op school laat [minderjarige] al langere tijd zeer onhandelbaar en zorgelijk gedrag zien. School benoemd dat hij moeite heeft met gezag, taakgerichtheid en sociale conflicten heeft met leeftijdsgenoten en volwassen. Ook wordt gezien dat [minderjarige] in spanningsvolle situaties moeite heeft om zijn emoties, impulsen te reguleren en de gevolgen van zijn handelen te overzien. Sinds 2 juni is [minderjarige] ziekgemeld en gaat hij niet meer naar school. In een relatief korte periode is het gedrag van [minderjarige] (ook) binnen de thuissituatie verergerd, zo erg zelfs dat de politie een periode dagelijks thuis moest komen om de situatie rustig te krijgen, of bemoeienis van het CIT. [minderjarige] moet leren gezag te accepteren, hiervoor heeft hij zowel thuis als op school structuur, begrenzing, duidelijkheid en regels nodig waar hij zich aan moet houden. Ondanks de inzet van vrijwillige hulpverlening de afgelopen maanden, is het gedrag van [minderjarige] niet verandert. De hulpverlening wordt door ouders geaccepteerd, maar door de oplopende zorgen en escalerende situaties zowel thuis, op school, netwerk, komt dit onvoldoende van de grond. Ouders zijn beide op ieder op hun eigen manier overbelast. Het lukt moeder niet om [minderjarige] aan te sturen en in beweging te krijgen. Vader is door zijn ziektebeeld wat meer op afstand wat betreft de opvoeding en moeder lijkt het grootste gedeelte op zich te nemen. De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden. Deze termijn wordt passend geacht vanwege de complexiteit van de zorgen, die zich op meerdere leefgebieden voordoen. De periode is nodig om aan de gestelde doelen te werken, de benodigde hulpverlening in te zetten en te waarborgen dat deze wordt afgerond. Daarnaast is voortzetting van verblijf op een groep van belang voor diagnostiek en behandeling. Hij kan momenteel nog niet thuis wonen.

4. De standpunten

De gecertificeerde instelling ondersteunt het verzoek en geeft aan dat het met [minderjarige] op de groep redelijk goed gaat. Er wordt bij [minderjarige] een grote ondersteuningsbehoefte gezien vooral op het gebied van sociale situaties, omdat [minderjarige] de intenties van anderen niet goed begrijpt. Dit heeft geleid tot meerdere escalaties. Op de groep krijgt hij 1op1 begeleiding om hem hierbij te ondersteunen. De gecertificeerde instelling benadrukt het belang van diagnostiek en behandeling. Omdat er momenteel geen plek is op de groep in [plaats] die diagnostiek en behandeling kunnen bieden, zijn er meerdere aanmeldingen gedaan en wordt gekeken naar een mogelijke plaatsing bij [zorginstantie]. Gezien zijn ondersteuningsbehoefte en problematiek wordt geadviseerd hem in een kleine groep van ongeveer drie personen te plaatsen. In de komende periode is het belangrijk dat [minderjarige] en zijn ouders een goede relatie behouden. Een ondertoezichtstelling kan hieraan bijdragen, omdat er dan een onafhankelijke partij betrokken is die beslissingen neemt. [minderjarige] kan zijn ouders namelijk de schuld geven van dingen.

Door en namens de ouders is naar voren gebracht dat zij achter het verzoek staan. [minderjarige] laat op de groep dezelfde problematiek zien als bij de ouders en de oom en tante thuis en de ouders achten het van belang dat onderzocht wordt wat er speelt. Het is van belang dat diagnostiek en behandeling wordt ingezet. Voor de ouders is het belangrijk om te leren hoe zij op de juiste manier met [minderjarige] kunnen omgaan. Zij willen hem zo snel mogelijk thuis hebben, maar dat is op dit moment nog niet mogelijk. Tot slot maken de ouders zich zorgen over de veiligheid van [minderjarige] op de groep bij [zorginstelling], naar aanleiding van het onlangs plaatsgevonden incident.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

Voor [minderjarige] is het noodzakelijk dat er een veilige en passende verblijfplek wordt gevonden waar diagnostiek kan plaatsvinden, zodat naar aanleiding daarvan gekeken kan worden naar passende hulpverlening die is afgestemd op [minderjarige] zijn (specifieke) zorgbehoeften. Het doel hiervan is dat duidelijk wordt voor [minderjarige] en de ouders welke behandeling en begeleiding nodig is. Ook is het doel dat de ouders leren aan te sluiten bij hetgeen [minderjarige] nodig heeft. De ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar. Dit gelet op de complexe problematiek is er speelt en de tijd die nodig is om deze zorgen weg te doen wegnemen. Daarnaast zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing verlenen voor de duur van zes maanden. Hopelijk kan binnen deze periode de diagnostiek en behandeling plaatsvinden en gekeken worden welke stappen en welke begeleiding de ouders nodig hebben zodat [minderjarige] weer thuis kan komen wonen.

De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 17 juli 2026 tot 17 juli 2027;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 17 juli 2026 tot 17 januari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. Boogaarts als griffier, en op schrift gesteld op 3 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. B. Boogaarts als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand