ECLI:NL:RBDHA:2026:23101

ECLI:NL:RBDHA:2026:23101

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-08-2026
Datum publicatie 17-08-2026
Zaaknummer SGR 25/1330
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beroep tegen afwijzing aanvraag om een tegemoetkoming in geleden faunaschade; schade veroorzaakt door grauwe ganzen aan percelen met Ilex Verticillata (Winterbes); bebouwde kom; voorzienbaarheid van de schade; beroep gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 25/1330

(gemachtigde: mr. I. Laurijssen),

en

(gemachtigden: mr. E.M. Reijnders en mr. W.M Lambooij).

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van het college om haar aanvraag om een tegemoetkoming in geleden faunaschade af te wijzen. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid en niet berust op een draagkrachtige motivering. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 22 juni 2023 een aanvraag om een tegemoetkoming in geleden faunaschade ingediend.

Met het besluit van 1 maart 2024 (het primaire besluit) heeft het college besloten geen tegemoetkoming in geleden faunaschade te verlenen.

Met het bestreden besluit van 8 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij het primaire besluit gebleven.

Eiseres heeft bij de rechtbank Rotterdam beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank Rotterdam heeft het beroep doorgezonden naar de rechtbank Den Haag.

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft nadere stukken overgelegd.

De rechtbank heeft het beroep op 23 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, vergezeld door [naam 1] en [naam 2] , en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres exploiteert een bedrijf dat zich richt op de teelt van sierplanten. Op 18 juni 2023 heeft eiseres geconstateerd dat schade is veroorzaakt aan haar percelen met Ilex Verticillata (hierna: Winterbes). Naar aanleiding hiervan heeft eiseres op 22 juni 2023 een aanvraag om een tegemoetkoming in geleden faunaschade ingediend.

In opdracht van het college heeft [bedrijfsnaam] B.V., op 7 juli 2023 en 19 oktober 2023 de percelen van eiseres bezocht om de schade te taxeren. De taxateurs hebben hun bevindingen neergelegd in het taxatierapport van 15 januari 2024, waarin de schade is begroot op een bedrag van € 154.960,-. Uit het taxatierapport volgt dat de schade voor het grootste deel is veroorzaakt door grauwe ganzen en voor een kleiner deel is veroorzaakt door houtduiven.

Naar aanleiding van het taxatierapport heeft het college eiseres verzocht om te rapporteren over de uitgevoerde bejaagacties, in het kader van de inspanningsverplichting om de schade te voorkomen en beperken. Eiseres heeft hierop gereageerd.

Met het primaire besluit heeft het college besloten geen tegemoetkoming in geleden faunaschade te verlenen.

Met het bestreden besluit van 8 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij het primaire besluit gebleven.

Overgangsrecht Omgevingswet

4. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur Omgevingswet in werking getreden. Op een aanvraag om een besluit op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb), die is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft op grond van artikel 2.9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet het recht zoals dat gold op het moment van de aanvraag van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt.

Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 22 juni 2023. Dit betekent dat in dit geval de Wnb van toepassing blijft.

Toetsingskader

5. Op grond van artikel 6.1, eerste lid, van de Wnb heeft het college de bevoegdheid om in voorkomende gevallen tegemoetkomingen in geleden schade, aangericht door van nature in het wild levende dieren, te verlenen. Op grond van artikel 6.1, tweede lid, van de Wnb wordt de tegemoetkoming alleen verleend als de schade redelijkerwijs niet of niet geheel voor de rekening van de belanghebbende behoort te blijven. De tegemoetkoming wordt naar billijkheid vastgesteld. Voor de toepassing van artikel 6.1, van de Wnb heeft het college de “Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland” (de Beleidsregel) vastgesteld. In die Beleidsregel zijn regels geformuleerd over de tegemoetkoming in geleden faunaschade.

Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het voorkomen en beperken van faunaschade primair bij de aanvrager zelf ligt.

Op grond van artikel 4.3, eerste lid, van de Beleidsregel verleent het college slechts een tegemoetkoming indien en voor zover naar zijn oordeel de aanvrager de schade niet had kunnen voorkomen en beperken, door het treffen van maatregelen en inspanning waartoe hij naar eisen van redelijkheid en billijkheid was gehouden.

Op grond van artikel 4.5, aanhef en onder h, van de Beleidsregel wordt geen tegemoetkoming verleend voor schade op gronden welke zijn gelegen binnen de bebouwde kom.

Het bestreden besluit

6. Het college heeft de aanvraag van eiseres om een tegemoetkoming in geleden faunaschade afgewezen, omdat de schadepercelen van eiseres volgens het college binnen de bebouwde kom zijn gelegen en op grond van artikel 4.5, aanhef en onder h, van de Beleidsregel voor schade op gronden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom geen tegemoetkoming wordt verleend. Het college acht het hierbij redelijk dat schade op gronden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom ten laste van een grondgebruiker blijft, omdat te voorzien is dat bepaalde maatregelen om schade door in het wilde levende dieren te voorkomen en beperken, binnen de bebouwde kom, niet mogen worden aangewend. Verder stelt het college zich bij de afwijzing van de aanvraag op het standpunt dat eiseres onvoldoende maatregelen heeft getroffen en inspanningen heeft verricht om de schade te voorkomen en te beperken.

Beroepsgronden

7. Eiseres betoogt dat het college zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de schadepercelen binnen de bebouwde kom zijn gelegen. Volgens eiseres moet voor deze beoordeling naar de feitelijke situatie worden gekeken en niet – zoals het college heeft gedaan – naar de Wegenverkeerswet. Nu de schadepercelen in een gebied liggen met enkele kwekerijen en zonder aaneengesloten bebouwing, had het college moeten concluderen dat de schadepercelen buiten de bebouwde kom liggen, aldus eiseres. Eiseres betoogt verder dat zij alles wat in redelijkheid van haar kon worden verwacht heeft gedaan om schade aan de gewassen te voorkomen. Zij voert hiertoe aan dat na het constateren van de schade direct contact is gezocht met een jager, dat er stokken met linten zijn geplaatst, dat er roofvogelimitatie vliegers zijn geplaatst en is beregend. Verder betwist eiseres dat zij had kunnen voorzien dat er door ganzen schade zou ontstaan aan de geteelde gewassen. Eiseres voert hiertoe aan dat zij al 45 jaar Winterbes teelt en dat zij nog nooit is geconfronteerd met door ganzen veroorzaakte schade. In dit licht betoogt eiseres dat in dit geval sprake is van bijzondere omstandigheden die nopen tot afwijking van de Beleidsregel. Eiseres acht het hierbij ook van belang dat het gaat om zeer omvangrijke schade die bovendien in één klap is toegebracht.

Mocht het college de aanvraag afwijzen?

Bebouwde kom en voorzienbaarheid van de schade

8. De rechtbank overweegt dat het college de voorzienbaarheid van de geleden schade – en dus de vraag of een potentiële aanvrager van een tegemoetkoming in geleden faunaschade had kunnen weten dat bepaalde maatregelen ter voorkoming of beperking van schade niet mogen worden aangewend – koppelt aan de vraag of de schadepercelen binnen de bebouwde kom liggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet evident dat de schadepercelen binnen de bebouwde kom liggen en kan het standpunt van het college niet worden gevolgd dat dit voor eiseres duidelijk moest zijn geweest. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

In de Beleidsregel is niet bepaald wat onder de bebouwde kom moet worden verstaan. Het college baseert zijn standpunt dat de schadepercelen binnen de bebouwde kom liggen onder meer op de Wegenverkeerswet, maar heeft niet onderbouwd waarom aansluiting moet worden gezocht bij die wet. Het standpunt van het college dat ook van belang is dat de schadepercelen binnen de bebouwde kom liggen op grond van het categoriseringsplan Alphen aan den Rijn, module Boskoop volgt de rechtbank niet. Uit de Beleidsregel blijkt niet dat bij dit categoriseringsplan moet worden aangesloten en bovendien dateert dit plan van 2023 en daarmee van enkele jaren na de ingebruikname van de schadepercelen. Ditzelfde geldt voor de in het verweerschrift opgenomen definitie van bebouwde kom in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De Beleidsregel verwijst niet naar deze verordening en deze is ook ruimschoots na ingebruikname van de schadepercelen vastgesteld.

Het standpunt van het college dat de schadepercelen gelet op de feitelijke situatie onderdeel uitmaken van de bebouwde kom is naar het oordeel van de rechtbank evenmin voldoende onderbouwd. De rechtbank overweegt daartoe dat het college ervan uitgaat de schadepercelen liggen in een gebied met aaneengesloten bebouwing, waardoor geen sprake is van een bestaand jachtveld. De schadepercelen zijn blijkens het verhandelde ter zitting vanaf de bebouwing aan de weg ongeveer 300 meter diep en sluiten aan de achterzijde niet rechtstreeks aan op bebouwing, maar op water. De rechtbank volgt het college daarom niet in het standpunt dat voor eiseres voorzienbaar is geweest dat het voorkomen en beperken van schade op de schadepercelen niet mogelijk is. Daarbij acht de rechtbank ook van belang dat uit de door eiseres overgelegde verklaring van de faunacoördinator van de Wildbeheereenheid Rijnland-Zuid blijkt dat hij ook niet direct kon vaststellen of jagen wel of niet tot de mogelijkheden behoort.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het voor eiseres niet voorzienbaar is geweest dat zij vanwege de ligging van het perceel geen maatregelen kon treffen ter voorkoming of beperking van schade door ganzen. De rechtbank is verder van oordeel dat eiseres ook niet kan worden tegengeworpen dat zij het risico heeft aanvaard dat zij bepaalde maatregelen ter voorkoming of beperking van schade niet zou kunnen nemen. Dit zou gelet op de primaire verantwoordelijkheid van de aanvrager anders kunnen zijn wanneer de aanvrager door eerdere schadegevallen of schadegevallen in de directe nabijheid rekening moest houden met de noodzaak van jacht of verjaging om faunaschade te voorkomen. In dit geval zijn daarvoor geen aanknopingspunten. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt namelijk dat het college niet heeft weersproken dat de Winterbes op deze schadepercelen jarenlang is geteeld zonder dat er ooit door ganzen aangebrachte schade is vastgesteld. Bovendien heeft eiseres ter zitting toegelicht dat de ganzen een nieuwe diersoort in de omgeving zijn en dat de Winterbes niet tot het natuurlijke dieet van de gans behoort. Het college heeft dit niet concreet onderbouwd weersproken.

Door eiseres getroffen maatregelen

9. De rechtbank volgt het college ook niet in het standpunt dat eiseres niet alle preventieve of schadebeperkende maatregelen heeft genomen, of inspanningen heeft verricht, die naar de eisen van redelijkheid en billijkheid van haar mochten worden verwacht. Hoewel eiseres niet direct na de ontdekking van de schade een ontheffing heeft gevraagd om ganzen te mogen bejagen, blijkt uit de verklaring van de faunacoördinator wel dat zij direct advies heeft gezocht over de mogelijkheden van bestrijding en verjaging. Verder bevestigt die verklaring de stelling van eiseres dat zij op verschillende andere manieren dan jacht heeft geprobeerd om verdere schade te voorkomen. Bijzondere omstandigheden

10. De rechtbank is verder van oordeel dat, ook als zou moeten worden vastgesteld dat de schadepercelen onderdeel uitmaken van de bebouwde kom, daaruit nog niet volgt dat de (volledige) schade als bedrijfsrisico ten laste van eiseres dient te blijven. Dit volgt naar het oordeel van de rechtbank ook niet uit de omstandigheid dat niet uiterlijk op de dag van constatering van de schade een jachtontheffing is aangevraagd. Voor zover de Beleidsregel in zoverre in de weg staat aan een tegemoetkoming van schade, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die ertoe leiden dat handelen overeenkomstig de Beleidsregel onevenredige gevolgen heeft voor eiseres. Toepassing van de Beleidsregel leidt er dan immers toe dat het aanzienlijke schadebedrag volledig voor risico van eiseres zou komen, terwijl die schade niet voorzienbaar was en haar ook niet kan worden verweten dat zij zich onvoldoende heeft ingespannen om (verdere) schade te voorkomen.

Voor zover het college zich ter zitting op het standpunt heeft gesteld dat tegemoetkoming in de schade in dit specifieke geval zou betekenen dat in toekomstige gevallen alle aanvragen voor percelen binnen de bebouwde kom voor vergoeding in aanmerking komen, overweegt de rechtbank dat die conclusie niet kan worden getrokken. Of sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven tot afwijking van de Beleidsregel, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden in het concrete geval. De rechtbank neemt in dit concrete geval bijzondere omstandigheden aan op grond van het samenstel van de ligging van de schadepercelen, het ontbreken van voorzienbaarheid en de door eiseres getroffen maatregelen.

Slotsom

11. Uit het voorgaande volgt dat het college zich niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat het voor eiseres vanwege de ligging van de schadepercelen voorzienbaar was dat zij geen maatregelen tegen schade zou kunnen nemen. Eiseres kan ook niet worden tegengeworpen dat zij het risico heeft aanvaard dat maatregelen niet zouden kunnen worden getroffen. Verder heeft het college zich niet op het standpunt kunnen stellen dat eiseres na de constatering van de schade onvoldoende maatregelen heeft getroffen, dan wel inspanningen heeft verricht, ter voorkoming van (verdere) schade. Voor zover de aanvraag op grond van de Beleidsregel zou moeten worden afgewezen, is sprake van bijzondere omstandigheden die meebrengen dat moet worden afgeweken van de Beleidsregel. Het bestreden besluit is daarom niet zorgvuldig voorbereid en berust niet op een draagkrachtige motivering.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen wegens strijd met de artikelen 3:2 en artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, omdat het niet zorgvuldig is voorbereid en niet berust op een draagkrachtige motivering. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Ook draagt de rechtbank niet aan het college op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat het college binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar van eiseres, met inachtneming van deze uitspraak.

Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 8 oktober 2024;

- draagt het college op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 371,- aan eiseres moet vergoeden;

- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.H. van den Ende, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Klein, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.H. van den Ende

Griffier

  • mr. J.A. Klein

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand