ECLI:NL:RBDHA:2026:23171

ECLI:NL:RBDHA:2026:23171

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 18-08-2026
Zaaknummer NL26.45033
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Bewaring art. 59 tweede lid Vw. De kale vermelding dat de gemachtigde aanwezig was tijdens het gehoor voorafgaand aan de maatregel leidt niet tot een gebrek omdat uit de tekst van M110 duidelijk volgt hoe het gegaan is en dat de gemachtigde eiser voorafgaand aan het gehoor heeft bezocht en toen is weggegaan. De digitale ondertekening van de maatregel en de machtiging tot binnentreden is verifieerbaar en rechtsgeldig. Tot slot treft de beroepsgrond over het toedelen van zaken aan advocaten sinds de gebruikmaking van kennisgevingen geen doel. Ambtshalve beoordeling leidt niet tot een ander oordeel. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.45033

(gemachtigde: mr. H.J.M. Nijholt),

en

(gemachtigde: mr. J. Kaikai).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vw. Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van vreemdelingenbewaring voldoet aan de voorwaarden. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 7 augustus 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, F. Cisse als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. De minister kan de vreemdeling in vreemdelingenbewaring stellen als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel binnen korte termijn voorhanden zullen zijn, tenzij de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft gehad op grond van artikel 8, onder a tot en met e, en l, van de Vw. De minister stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring.

De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

4. De minister heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken.

Ten aanzien van het gehoor voorafgaand aan de maatregel

5. Eiser wijst erop dat uit het verslag van het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling volgt dat de gemachtigde van eiser hierbij aanwezig zou zijn geweest, terwijl dit niet het geval was. Eiser stelt dat nu deze onjuistheid in het verslag is opgenomen ook niet zonder meer van de overige inhoud van het verslag uitgegaan kan worden.

6. Deze beroepsgrond slaagt niet. Hoewel op pagina 2 van het verslag van het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling (M110) staat vermeld dat het gehoor plaatsvond in het bijzijn van de advocaat, volgt uit pagina 1 duidelijk wat de gang van zaken rond de aanwezigheid van de advocaat is geweest. Hier staat namelijk vermeld dat de ambtenaar die dag om 09:04 uur bericht ontving dat de heer mr. H.J.M. Nijholt de piketmelding had geaccepteerd. Om 09:06 uur is vervolgens contact opgenomen met gemachtigde, die aangaf bij het gehoor aanwezig te willen zijn. Vervolgens is 30 minuten gewacht en heeft gemachtigde om 09:36 uur met zijn cliënt gesproken. Na dit gesprek is gemachtigde vertrokken. De rechtbank is van oordeel dat met deze toelichting uitgebreid uiteen is gezet hoe een en ander is verlopen rond de aanwezigheid van de gemachtigde van eiser bij het gehoor. De kale vermelding in de M110 dat het gehoor in het bijzijn van de advocaat heeft plaatsgevonden leidt in dit geval dan ook niet tot een gebrek. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de overige inhoud van het gehoor te twijfelen. De beroepsgrond slaagt niet.

Ten aanzien van de rechtsgeldigheid van de maatregel van bewaring en de machtiging tot binnentreden van de woning

7. Eiser voert aan dat niet valt na te gaan of de maatregel en de machtiging tot binnentreden rechtsgeldig zijn ondertekend nu het digitale handtekeningen betreft. Eiser wijst erop dat een maatregel tot vreemdelingenbewaring zo spoedig mogelijk moet worden uitgereikt en persoonlijk getekend moet worden door de ambtenaar. Nu dit niet gebeurd is zijn zowel de maatregel als de machtiging tot binnentreden onrechtmatig.

8. Zoals de rechtbank bekend is, kan de elektronische handtekening worden geverifieerd door het digitale bestand van de maatregel in een pdf-viewer te openen en op de handtekening te klikken. De rechtbank heeft het digitale bestand van zowel de maatregel als de machtiging in pdf-viewer geopend en heeft op die manier kunnen vaststellen dat alle handtekeningen geldig zijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de maatregel van vreemdelingenbewaring en de machtiging tot binnentreden rechtsgeldig zijn. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de geldigheid van de ondertekening en ziet ook geen aanleiding voor het oordeel dat een elektronische handtekening niet rechtsgeldig zou zijn of dat de inhoud van de stukken nadien zou zijn gewijzigd. Eiser heeft zijn stelling ook niet nader onderbouwd. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

Ten aanzien van het toewijzen van zaken

9. Tot slot heeft de gemachtigde van eiser gewezen op het feit dat hij sinds de bewaringszaken worden ingeleid met kennisgevingen te maken heeft met logistieke problemen rond het aanwezig kunnen zijn bij zittingen en op het feit dat het veel tijd kost om bij verschillende rechtbanken te moeten verschijnen voor de behandelingen ter zitting.

10. De rechtbank overweegt dat het invoelbaar is dat de nieuwe werkwijze belastend kan zijn voor raadslieden, maar dat dit niet tot een gegrond beroep kan leiden. De rechtbank volgt de gemachtigde ook niet in zijn betoog dat gegrondverklaring van het beroep een juist middel zou zijn om de minister tot een andere werkwijze te bewegen. De beroepsgrond treft daarom geen doel.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

11. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. van Eerde, rechter, in aanwezigheid van F.E. Siblesz, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.P. van Eerde

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand