RECHTBANK Den Haag
Team Handel
Zaaknummer: C/09/695376 / HA ZA 25-1067
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
MAINPRESS B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Mainpress,
advocaat: mr. D.J. Elshof,
tegen
de STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Inspectie Leefomgeving en Transport),
te Den Haag,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de Staat,
advocaat: mr. M.L. van der Feltz.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding Mainpress van 21 november 2025, met 31 producties;
- de conclusie van antwoord van de Staat;
- het tussenvonnis van 18 februari 2026 waarbij een mondelinge behandeling is bevolen;
- de akte overlegging van Mainpress, waarbij productie 32 is overgelegd;
- de akte overlegging producties van de Staat, met producties 1 en 2.
Op 2 juni 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij
waren partijen vertegenwoordigd, bijgestaan door de advocaten. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. De advocaten hebben het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is besproken. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Mainpress is een onderneming die onder meer actief is op het gebied van het uitgeven en het verkopen van boeken. Meer specifiek verzorgt Mainpress de levering van
vakliteratuur en abonnementen op fysieke en digitale knowhow voor het bedrijfsleven en overheden.
Tussen Mainpress en de Staat bestaat sinds jaren een, tussen hen als opdrachtnemer en opdrachtgever gesloten, raamovereenkomst. Laatstelijk, in 2022, hebben partijen de Raamovereenkomst ARVODI-2018 inzake Folio (Vakliteratuur & Abonnementen) met elkaar gesloten (hierna: de raamovereenkomst). Deze raamovereenkomst is sindsdien steeds verlengd.
De Staat kan gedurende de looptijd van de raamovereenkomst aan Mainpress opdrachten verstrekken - in de vorm van nadere overeenkomsten - tot het leveren van boeken, vakliteratuur en abonnementen. Mainpress levert dan (digitale) abonnementen aan de Staat.
De raamovereenkomst houdt onder meer de navolgende bepalingen in:
“1. Voorwerp van de Raamovereenkomst
Opdrachtnemer en Opdrachtgever leggen in deze Raamovereenkomst de voorwaarden vast, waarbij Opdrachtnemer zich tegenover Opdrachtgever verbindt tot het verrichten van Diensten zoals omschreven in de Aanbestedingsdocumenten ten behoeve van de Deelnemende diensten.
De navolgende documenten vormen gezamenlijk de Raamovereenkomst. Voor zover deze documenten met elkaar in tegenspraak zijn, prevaleert het eerder genoemde document boven het later genoemde:
1. dit document;
2. de nota van inlichtingen waarbij de meest recente nota van inlichtingen prevaleert over de eerdere nota van inlichtingen
3. het Beschrijvend document inclusief bijlagen
4. de ARVODI-2018
5. de Inschrijving (…)
De voorwaarden van deze Raamovereenkomst zijn integraal van toepassing op alle Nadere Overeenkomsten die gedurende de looptijd van deze Raamovereenkomst tussen Opdrachtgever enerzijds en Opdrachtnemer anderzijds worden gesloten met betrekking tot opdrachten tot het verrichten van in een Offerteaanvraag gespecificeerde Diensten, tenzij in een Nadere Overeenkomst uitdrukkelijk schriftelijk van deze Raamovereenkomst wordt afgeweken.
In een Nadere Overeenkomst wordt vastgelegd met betrekking tot welke specifieke Diensten en gedurende welke periode de desbetreffende Nadere Overeenkomst wordt aangegaan.” (…)
6. Overige Voorwaarden
In afwijking van het bepaalde in artikel 10.2 van de ARVODI-2018 binden de
contactpersonen hun Partij niet.
Opdrachten kunnen onder de Raamovereenkomst slechts worden geplaatst door hiertoe - door Opdrachtgever of een Deelnemende dienst - aangewezen Bestelgemachtigde. (…)
Op deze Raamovereenkomst, alsmede op een opdracht tot het verrichten van Diensten
overeenkomstig een Nadere Overeenkomst zijn uitsluitend van toepassing de ARVODI-2018 (reeds in bezit van Partijen), voor zover daarvan in deze Raamovereenkomst niet wordt afgeweken. De toepasselijkheid van (eventuele) algemene en bijzondere voorwaarden van Opdrachtnemer of van derden is nadrukkelijk uitgesloten. (…)
8. Slotbepaling
Afwijkingen van deze Raamovereenkomst of een Nadere Overeenkomst zijn slechts bindend voor zover zij uitdrukkelijk tussen Partijen schriftelijk zijn overeengekomen. (…)”
De Algemene Rijksvoorwaarden voor het verstrekken van opdrachten tot het verrichten van diensten 2018 (hierna: ARVODI-2018) zijn van toepassing op de raamovereenkomst en op alle opdrachten die daaronder worden verstrekt.
De ARVODI-2018 houden onder meer in:
“22.6 Opdrachtgever kan voorts de Overeenkomst door middel van een aangetekend schrijven te allen tijde opzeggen. Tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer vindt alsdan afrekening plaats op basis van de door de Opdrachtnemer ter zake van de uitvoering van de onderhavige opdracht verrichte Diensten en in redelijkheid gemaakte kosten en van de voor de uitvoering van de opdracht in redelijkheid voor de toekomst reeds aangegane verplichtingen. Opdrachtgever hoeft Opdrachtnemer op generlei wijze anderszins schadeloos te stellen voor de gevolgen van de opzegging van de Overeenkomst.”
De ‘Toelichting op het gebruik van de ARVODI-2018’ houdt onder meer in:
“Artikel 22 Ontbinding en opzegging
Artikel 22 geeft twee mogelijkheden om de Overeenkomst (tussentijds) te beëindigen,
te weten door ontbinding (zie de artikelen 22.1 tot en met 22.4) of opzegging (artikel 22.6) van de Overeenkomst. (…)
Opzegging
Het recht van de Opdrachtgever de Overeenkomst van opdracht te allen tijde op te zeggen is (ook) geregeld in artikel 7:408 van het Burgerlijk Wetboek. Opdrachtgever hoeft daarvoor geen reden aan te voeren. Er hoeft ook geen sprake te zijn van wanprestatie van Opdrachtnemer.
Opdrachtgever is wel steeds een redelijke vergoeding verschuldigd voor de reeds door Opdrachtnemer verrichte werkzaamheden en voor de toekomst reeds aangegane verplichtingen.
Opdrachtnemer heeft daarnaast geen recht op schadevergoeding.
(…)
In beginsel kan op grond van artikel 22 de overeenkomst met onmiddellijke ingang worden opgezegd. Verschillende brancheorganisaties hebben gewezen op de impact van een dergelijke opzegging zonder opzegtermijn voor Opdrachtnemer. Opdrachtgever wordt dan ook uitdrukkelijk geadviseerd in voorkomend geval waar mogelijk het in acht nemen van een opzegtermijn in overweging te nemen.”
De Staat contracteert ook met andere uitgeverijen dan Mainpress. Begin 2023 liep de tussen de Staat en [bedrijfsnaam] B.V. (een van oorsprong Amerikaanse partij, die op abonnementsbasis onder meer toegang verleent tot een omvangrijke researchbibliotheek, hierna: [bedrijfsnaam]) gesloten raamovereenkomst af; even later liep ook de op basis daarvan tussen [bedrijfsnaam] de Staat gesloten nadere overeenkomst af. Op dat moment was er in de nabije toekomst geen zicht op een nieuwe raamovereenkomst tussen de Staat en [bedrijfsnaam]. Hierom kon de Staat niet rechtstreeks contracteren met [bedrijfsnaam].
Op 22 mei 2024 ontving Mainpress van de Staat (het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, hierna het ministerie) een uitnodiging om onder de raamovereenkomst een offerte uit te brengen voor producten van [bedrijfsnaam], onder de naam “Abonnement Leiderschapsondersteuning [bedrijfsnaam] Executive Programma”. De opdracht betrof het beschikbaar stellen van een portal met onlinetrainingen en een naslagwerk. De Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna ILT) zou de opdrachtgever zou worden en de opdracht zou een vaste looptijd hebben van 1 juni 2024 tot uiterlijk 30 april 2025 met twee verlengingsopties van ieder 8 maanden en derhalve een maximale looptijd van 27 maanden voor een maximale totaalprijs van EUR 567.000 exclusief btw.
Op 24 mei 2024 heeft Mainpress aan de heer [naam], verbonden aan het Ministerie van infrastructuur en Waterstaat (hierna: [naam]), gemaild:
“Ik heb uw aanvraag voor een offerte in goede orde ontvangen en contact gehad met [bedrijfsnaam] en ik ga ervan uit dat wij u een offerte zullen gaan uitbrengen.
Er is eerder al contact geweest tussen [bedrijfsnaam] en ILT over dit beoogde abonnement en uw aanvraag komt in grote lijnen overeen met hetgeen besproken is.
Echter, er zijn enkele praktische zaken die het uitbrengen van een offerte op dit moment in de weg staan.
1. De minimale contracttermijn van [bedrijfsnaam] is 12 maanden, om die reden is een offerte voor een initiële termijn van 11 maanden geen optie.
2. Evenmin kan [bedrijfsnaam] een prijsgarantie geven voor een contract met optionele verlengingstermijnen. Wat wel kan is optionele verlenging - van steeds een periode van 12 maanden - overeen te komen voor de dan geldende prijzen.
Ik kan u dus geen offerte uitbrengen voor een contract van 11 vaste en 8 en 8 optionele maanden.
Ik stel daarom voor dat de aanvraag wordt veranderd in een van de volgende:
Variant 1: aanvraag voor een duur van 24 maanden, zonder opties. U ontvangt een vaste prijsgarantie voor de gehele contractperiode
Variant 2: aanvraag voor een duur van 27 maanden, zonder opties. U ontvangt een vaste prijsgarantie voor de gehele contractperiode
Variant 3: aanvraag voor een duur van 12 maanden, met daarna verlengingsopties per 12 maanden. U ontvangt voor de eerste 12 maanden een prijsgarantie, voor de vervolgperiode geldt dat we dan geen prijs kunnen afgeven vooraf.
Indien na 12 maanden het contract verlengd wenst te worden dan gelden de prijzen die in 2025 door [bedrijfsnaam] worden aangeboden
Ik denk dat variant 2 de beste optie is, want volgens mij is dat uiteindelijk ook wat de aanvrager van ILT beoogt.
Voor elk van de varianten geldt dat facturatie vooraf op jaarbasis plaatsvindt.
Kunt u mij laten weten welke variant uw voorkeur heeft, danwel een gewijzigde aanvraag aan mij mailen?”
Op 13 juni 2025 heeft [naam] aan Mainpress per e-mail bericht:
“(…) De opdrachtgever geeft de voorkeur voor variant 2 met als ingangsdatum 1 augustus 2024.
Ik hoor graag jouw reactie hierop. (…)
Hierop heeft Mainpress diezelfde dag per e-mail geantwoord:
“Voor de zekerheid:
Variant 2: aanvraag voor een duur van 27 maanden, zonder opties. U ontvangt een vaste prijsgarantie voor de gehele contractperiode
Dus 27 maanden met ingangsdatum 1 augustus, correct?
Als je me dat wil laten weten kom ik gauw terug met een offerte”
Dit heeft [naam] nog diezelfde dag per e-mail bevestigd:
“Inderdaad, 27 maanden met ingangsdatum 1 augustus 2024, vaste prijs.
Ik zie graag je offerte tegemoet.”
Op 16 juni 2025 heeft Mainpress aan [naam] gemaild:
‘Ik heb overlegd met [bedrijfsnaam] en kan het gevraagde abonnement als volgt aanbieden.
Periode 1: augustus 2024 t/m juli 2025, prijs € 259858,- ex BTW
Periode 2: augustus 2025 t/m oktober 2026, prijs € 325085 ex BTW
De opdracht wordt in 2 termijnen gefactureerd voorafgaand aan het abonnementsjaar, dus 1 termijn van 12 maanden en 1 termijn van 15 maanden.
Ik heb van [bedrijfsnaam] begrepen dat het traject van de verwerving van deze opdracht al enige tijd loopt en dat ze tijdens die periode de prijs hebben kunnen ‘vasthouden’. Dat kan [bedrijfsnaam] echter niet meer lang doen, vanwege beleid van de Amerikaanse moedermaatschappij. Om die reden kan ik de bovenstaande prijzen tot uiterlijk 30 juni 12.00 uur aanbieden. Daarna vervalt deze offerte en zal ik opnieuw met [bedrijfsnaam] in gesprek moeten gaan over de prijs die wij kunnen aanbieden.
Indien je akkoord kunt gaan met deze offerte zou je me dat dan willen laten weten en hiertoe een officiële inkoopopdracht willen verstrekken?”
Op 27 juni 2024 heeft Mainpress aan [naam] gemaild:
“Je vraagt mij een overzicht te maken conform jullie vraag. Echter, ik heb daarvan aangegeven dat we die niet letterlijk kunnen volgen, bijvoorbeeld vanwege de bedragen en de contracttermijnen, alsmede de voorwaardelijkheid daarvan bij de initiële aanvraag. (...)
Volgens mij is de zaak tamelijk eenvoudig: ILT wil een abonnement aanschaffen van [bedrijfsnaam]. Wij kunnen dat als leverancier aan wie de opdracht voor de levering van abonnementen is gegund, leveren.
Door middel van deze mail breng ik offerte uit voor het volgende: Offerteaanvraag - [bedrijfsnaam]
Leiderschapsondersteuning – 31198573
1. Executive Programs Leadership Team Toegangsniveau Leader (kwantiteit 1), Toegangsniveau Advisor Member (kwantiteit 3). Startdatum contract 1-8-2024, Einddatum Contract 31-10-2026. Conform Omschrijving Service Overeenkomst [bedrijfsnaam]-ILT.pdf
2. Facturering geschiedt in 2 termijnen:
Periode1: augustus 2024 t/m juli 2025, prijs € 259858,- ex BTW, de BTW is 21%, derhalve 54570,18
Periode2: augustus 2025 t/m oktober 2026, prijs € 325085 ex BTW, de BTW is 21%, derhalve 68267,85
3. De totale opdracht waarde is 584943 ex btw, dat is 707.781,03 inc btw.
4. Bijgevoegd heb ik een PDF document Omschrijving Service Overeenkomst [bedrijfsnaam]-ILT.pdf
5. Ook heb ik de oorspronkelijke Excel tabel die je hebt aangeleverd ingevuld en bijgevoegd.
6.Ten slotte heb ik de geprint en van handtekening voorzien. De scan daarvan vind je als bijlage bij deze mail.
7. Deze offerte is geldig t/m 30-6-2024
Kan je hiermee verder? (…)”
Op 20 juli 2024 heeft Mainpress met [bedrijfsnaam] de ‘[bedrijfsnaam] BV Service Overeenkomst voor INSPECTIE LEEFOMGEVING EN TRANSPORT’ (gevoegd bij de offerte genoemd in 2.14) gesloten, om de producten van [bedrijfsnaam] aan de Staat te kunnen ‘doorleveren’. De overeenkomst bepaalt onder meer dat [bedrijfsnaam] aan de Cliënt (Mainpress, rb.) jaarlijks vooraf zal factureren voor alle diensten. Over de periode 1 augustus 2024 tot en met 31 oktober 2026 is Mainpress aan [bedrijfsnaam] in totaal een bedrag van € 555.696,25 verschuldigd. De tussen Mainpress en [bedrijfsnaam] gesloten overeenkomst is (ingevolge artikel 1 van de hierop toepasselijke algemene voorwaarden van [bedrijfsnaam]) niet tussentijds opzegbaar.
Op 12 augustus 2024 heeft de Staat, op de in 2.14 genoemde offerte, een opdracht aan Mainpress verleend (de nadere overeenkomst, hierna NOK). De NOK houdt onder meer in:
“(…) Naar aanleiding van uw offerte (…), verleen ik u opdracht voor het leveren van “Leiderschapsondersteuning”.
(…)
1. Nadere overeenkomst
De navolgende documenten maken deel uit van de nadere overeenkomst. Voor zover deze documenten met elkaar in tegenspraak zijn, prevaleert het eerdergenoemde document boven het later genoemde:
1. Deze opdrachtbrief;
2. De nota’s van inlichtingen;
3. De nadere offerteaanvraag, inclusief bijlagen;
4. De raamovereenkomst RROK Vakliteratuur en abonnementen, perceel 1, met kenmerk 31181855;
5. Uw offerte.
Duur nadere overeenkomst
De opdracht is gestart op 1 augustus 2024 en de (deel)producten worden door u uiterlijk opgeleverd op 31 oktober 2026.
2. Vergoeding
De vergoeding wordt vastgesteld op basis van nacalculatie. De maximale vergoeding is als volgt opgebouwd:
Omschrijving deelproduct prijs, excl btw prijs, incl btw
Executive Programs Leadership Team € 259.858,00 € 314.428
Toegangsniveau Leader (kwantiteit 1),
Toegangsniveau Advisor Member (kwantiteit 3)
Termijn 1
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Executive Programs Leadership Team € 325.085,00 € 393.352,85
Toegangsniveau Leader (kwantiteit 1),
Toegangsniveau Advisor Member (kwantiteit 3)
Termijn 2
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Totaal € 584.943,00 € 707.781,03”
Op 10 december 2024 hebben de Staat en [bedrijfsnaam] een nieuwe raamovereenkomst gesloten. De Staat kon daarna weer rechtstreeks contracteren met [bedrijfsnaam]. Dit heeft de Staat op 17 juni 2025 ook gedaan.
Op 19 juni 2025 heeft [naam] aan Mainpress gemaild:
“Helaas moet ik mededelen dat onze opdrachtgever heeft aangegeven het contract te willen beëindigen, vanaf het 2e termijn.
In de brief lees je meer informatie hierover.”
De brief van 19 juni 2025 houdt onder meer het volgende in:
“Onze opdrachtgever heeft aangegeven de opdracht te willen beëindigen t.a.v. het leveren van “Leiderschapsondersteuning”. Er wordt dan geen gebruik gemaakt van de verdere dienstverlenging vanaf het 2e termijn.
Het resterende 1ste termijn loopt dan door t/m juli 2025. Wij zorgen ervoor dat voor het 1ste termijn, aan alle betalingsverplichtingen is of zal worden voldaan.
Hiermee vervalt dan het 2e termijn.
Graag ontvang ik schriftelijk een bevestiging van de ontvangen opzegging en wanneer aan alle betalingsverplichtingen door ILT (1e termijn) zijn voldaan. (…)”
Op 23 juni 2025 heeft Mainpress per e-mail als volgt gereageerd:
“Bijgaand bevestig ik de ontvangst van deze beëindiging vanaf de tweede termijn. Wij wisten dat deze mogelijkheid bestond en hebben hier begrip voor.”
Op 26 juni 2025 heeft [naam] aan Mainpress gemaild:
“Nadat ik jouw bevestiging had doorgegeven aan ILT, kreeg ik een reactie terug van de directeur. Namelijk dat vanuit [bedrijfsnaam] is aangegeven dat beëindiging van het contract niet mogelijk is. (…)
Mainpress is akkoord gegaan over de ontbinding. Hierbij heeft IenW volgens de ARVODI het recht om over te gaan tot ontbinding van de overeenkomst en dat hiermee de dienstverlening wordt stopgezet.
Zou jij dit nogmaals kunnen verifiëren i.o. met [bedrijfsnaam] m.b.t. de beëindiging? Nu is er dus nog steeds onduidelijkheid vanuit ILT wat ik heel goed begrijp.
Ik hoor het graag.”
Mainpress heeft op 26 juni 2025 aan [naam] gemaild:
“Wat [bedrijfsnaam] aangeeft klopt, blijk na verificatie. De opdrachtbrief Leiderschapsondersteuning” (referentie: 4500409059) die wij hebben ontvangen op 12 augustus 2024 biedt geen ruimte het contract tussentijds te ontbinden, die mogelijkheid bestond dus niet. Want er is sprake van een 2-jarige overeenkomst zonder mogelijkheid tot tussentijdse opzegging. De genoemde termijnen hebben betrekking op het voldoen van de vergoeding voor de dienst. Voor de volledigheid voeg ik die opdrachtbrief (die prevaleert boven overige documenten) hierbij toe.
Overigens is ten tijde van de besluitvorming door ILT wel overwogen een contract af te sluiten met een
optiemogelijkheid, maar daar heeft ILT willens en wetens van afgezien door een contract voor 2 jaar af te sluiten, gezien de scherpe prijsstelling van die 2-jarige overeenkomst.
In de brief die je in jouw mail van 19/6 heb bijgevoegd vraag je het volgende: Graag ontvang ik schriftelijk een bevestiging van de ontvangen opzegging en wanneer aan alle betalingsverplichtingen door ILT (1e termijn) zijn voldaan.
Ik kan bevestigen dat die opzegging is ontvangen. Tevens kan ik bevestigen dat alle betalingsverplichtingen door ILT (1e termijn) zijn voldaan.
Dat laat onverlet dat we niet akkoord kunnen gaan met het vroegtijdig beëindigen van de 2-jarige overeenkomst. Vanzelfsprekend is ILT niet verplicht de dienst te gebruiken, maar dat laat onverlet dat de financiële verplichtingen daarmee niet veranderen. En [bedrijfsnaam] zal ervoor zorgen dat de diensten beschikbaar blijven.
Wij zullen dan ook op korte termijn de tweede termijn factureren.”
Op 10 juli 2025 heeft een daartoe bevoegde persoon namens de Staat schriftelijk
de opzegging per 31 juli 2025 zoals vermeld onder 2.18 bekrachtigd.
De Staat heeft de factuur van Mainpress van 17 juli 2025 inzake termijn 2 van de NOK à € 393.352,85 inclusief btw onbetaald gelaten.
Partijen hebben, in overleg met [bedrijfsnaam], meerdere pogingen gedaan om er in onderling overleg uit te komen; dit is niet gelukt.
3. Het geschil
Mainpress vordert - samengevat -
primair
1. een verklaring voor recht dat de NOK tussen Mainpress en ILT, althans de Staat, niet tussentijds opzegbaar is;
2. een verklaring voor recht dat ILT, althans de Staat, is tekortgeschoten in de nakoming van haar/zijn verplichting onder de NOK tot betaling van de tweede termijn;
3. ILT, althans de Staat, te veroordelen tot betaling aan Mainpress van een bedrag van € 393.352,85, te vermeerderen met de wettelijke rente ex 6:119 BW vanaf 16 augustus 2025 tot en met de dag van algehele voldoening;
4. ILT, althans de Staat, te veroordelen tot betaling aan Mainpress van een bedrag van € 3.741,76 aan buitengerechtelijke incassokosten;
subsidiair
1. voor recht te verklaren dat ILT, althans de Staat, is gehouden aan Mainpress een redelijke (schade)vergoeding te betalen voor de door Mainpress voor de uitvoering van de NOK aangegane verplichtingen;
2. ILT, althans de Staat, te veroordelen tot betaling aan Mainpress van een bedrag van € 372.838,81, althans, een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente ex 6:119 BW vanaf 1 augustus 2025, althans vanaf de dag van dagvaarding, tot en met de dag van algehele voldoening;
3. ILT, althans de Staat, te veroordelen tot betaling aan Mainpress van een bedrag van € 3.639,19 aan buitengerechtelijke incassokosten;
in alle gevallen met veroordeling van ILT, althans de Staat in de kosten van dit geding, de kosten van rechtsbijstand van Mainpress daaronder begrepen, alsmede de nakosten volgens het liquidatietarief, een en ander te voldoen binnen veertien (14) dagen na dagtekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na-)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente (artikel 6:119 BW) over de (na-)kosten vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
De Staat voert verweer. De Staat concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Mainpress, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Mainpress, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Mainpress in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Mocht de Staat de NOK tussentijds opzeggen?
In deze zaak staat centraal de vraag of de tussen partijen gesloten NOK (zie 2.16) tussentijds opzegbaar is, zoals de Staat betoogt, of dat dit niet het geval is, zoals Mainpress meent. De rechtbank volgt het standpunt van de Staat. Zij licht dat als volgt toe.
Partijen doen al jarenlang zaken op basis van raamovereenkomsten. De op dit moment geldende raamovereenkomst (zie 2.4) is in 2022 gesloten en steeds verlengd. Gedurende de raamovereenkomst kan een overheidsdienst aan Mainpress opdracht verstrekken tot het leveren van bepaalde (digitale) abonnementen. Uit de raamovereenkomst volgt dat partijen in een nadere overeenkomst van opdracht (zoals de NOK) van de in de raamovereenkomst en in de (op de raamovereenkomst toepasselijke) ARVODI-2018 opgenomen voorwaarden kunnen afwijken. De afwijking moet wel uitdrukkelijk en schriftelijk gebeuren (art. 1.4 en 8.1 raamovereenkomst).
In art. 22.6 ARVODI-2018 is bepaald dat de opdrachtgever een onder de raamovereenkomst gesloten overeenkomst door middel van een aangetekend schrijven te allen tijde kan opzeggen. Verder is in dit artikel bepaald dat in geval van opzegging tussen opdrachtgever en opdrachtnemer afrekening plaatsvindt op basis van de door de opdrachtnemer ter zake van de uitvoering van de onderhavige opdracht verrichte diensten en in redelijkheid gemaakte kosten en van de voor de uitvoering van de opdracht in redelijkheid voor de toekomst reeds aangegane verplichtingen. Opdrachtgever hoeft opdrachtnemer op generlei wijze anderszins schadeloos te stellen voor de gevolgen van de opzegging van de overeenkomst.
De NOK houdt geen bepaling in die meebrengt dat de overeenkomst niet tussentijds kan worden opgezegd. De enkele omstandigheid dat sprake is van een overeenkomst voor bepaalde tijd (met betaling in twee termijnen) leidt daartoe niet.
Ook in de voorafgaand aan het sluiten van de NOK tussen Mainpress en (medewerkers van) de Staat gevoerde correspondentie, vermeld onder 2.8 tot en met 2.14, hebben partijen de mogelijkheid van tussentijdse opzegging niet uitdrukkelijk uitgesloten. Dit kan ook niet worden afgeleid uit het ontbreken van een verlengingsoptie en de omstandigheid dat Mainpress, in navolging van [bedrijfsnaam], een vaste (lagere) prijs aanbood voor een bepaalde periode, welk aanbod de Staat heeft geaccepteerd. Met name volgt dit ook niet uit de in de offerte aan de Staat opgenomen zin ‘Conform Omschrijving Service Overeenkomst [bedrijfsnaam]-ILT.pdf’ in combinatie met de bijgevoegde Serviceovereenkomst met [bedrijfsnaam] en artikel 1 van de op die overeenkomst met [bedrijfsnaam] toepasselijke algemene voorwaarden, waarin opzegging is uitgesloten. Hieruit kan immers niet worden afgeleid dat beide partijen de mogelijkheid van tussentijdse opzegging van de NOK hebben willen uitsluiten. Daar is door Mainpress en (medewerkers van) de Staat in het geheel niet over gesproken, evenmin als overigens over de (consequenties van de) bepalingen in de ARVODI-2018 is gecommuniceerd. Er is dan ook niet voldaan aan de in dit geval geldende vereisten dat een dergelijke, van de raamovereenkomst afwijkende, afspraak uitdrukkelijk is gemaakt en schriftelijk is vastgelegd. Dit betekent dat de Staat de NOK tussentijds mocht opzeggen. De op 10 juli 2025 - door een daartoe namens de Staat bevoegde persoon - bekrachtigde opzegging van de NOK tegen 31 juli 2025 (zie 2.22) is daarmee rechtsgeldig. Het primair gevorderde wordt dus afgewezen.
Is de Staat een redelijke vergoeding verschuldigd aan Mainpress?
Het voorgaande laat onverlet dat de Staat onder omstandigheden gehouden kan zijn op de voet van art. 22.6 ARVODI-2018 een redelijke vergoeding aan Mainpress te voldoen. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Vaststaat dat Mainpress de Staat (en [bedrijfsnaam]) in een periode dat laatstgenoemden niet rechtstreeks met elkaar konden contracteren, ter wille heeft willen zijn. Mainpress heeft als ‘doorgeefluik’ voor de levering van de producten van [bedrijfsnaam] aan de Staat gefungeerd.
Uit de voorafgaand aan het sluiten van de NOK tussen partijen gewisselde stukken volgt verder genoegzaam dat [bedrijfsnaam] een vaste prijs aanbood voor een contractsperiode van 27 maanden en dat een afwijkende contractsperiode tot een andere prijsstelling zou leiden. De Staat heeft voor de contractsperiode van 27 maanden met vaste prijs gekozen. Voor de Staat was het bij het sluiten van de NOK duidelijk dat Mainpress de door [bedrijfsnaam] gehanteerde voorwaarden ‘doorlegde’. Mainpress heeft hiervoor in haar verhouding tot de Staat slechts een relatief gering bedrag aan opslag berekend (van 5%, conform art. 2.2 van de overeenkomst tussen [bedrijfsnaam] en Mainpress).
Mainpress en de Staat hebben in hun aan de NOK voorafgaande correspondentie vooral gefocust op de voor [bedrijfsnaam] en de Staat belangrijke contractsvoorwaarden. Zij hebben toen niet (kenbaar) stilgestaan bij de gevolgen van de raamovereenkomst, laat staan bij de gevolgen van de ARVODI-2018 op de tussen Mainpress en de Staat te sluiten NOK. De ARVODI-2018 zijn in de NOK ook niet genoemd.
Vaststaat dat Mainpress jegens [bedrijfsnaam] verplicht was op voorhand de nota van [bedrijfsnaam] over de gehele periode te voldoen, dat Mainpress dat ook heeft gedaan, dat de Staat de NOK tussentijds heeft opgezegd (vanwege de inmiddels opgekomen wens om te bezuinigen) en dat [bedrijfsnaam] (toen Mainpress, de Staat en [bedrijfsnaam] niet in onderling overleg tot afspraken konden komen) in haar verhouding met Mainpress niet van de eerder gemaakte afspraken heeft willen afwijken. Verder staat vast dat de Staat desgewenst nog steeds van de producten van [bedrijfsnaam] gebruik kan maken. Mainpress heeft de toegang daartoe niet beperkt. Tot slot heeft de Staat niet weersproken dat het Mainpress contractueel niet is toegestaan de producten van [bedrijfsnaam] aan een andere partij aan te bieden, om zo te trachten haar schade te beperken.
Bij deze stand van zaken komt de rechtbank tot de conclusie dat de door Mainpress aan [bedrijfsnaam] voldane kosten kunnen worden aangemerkt als ter uitvoering van NOK in redelijkheid gemaakt kosten. Mainpress is, uitgaande van de door de Staat gewenste contractsperiode van 27 maanden, ter uitvoering van de NOK ook in redelijkheid voor de toekomst jegens [bedrijfsnaam] deze verplichting aangegaan.
De Staat heeft van de tussenkomst van Mainpress geprofiteerd; hij behoort nu de door Mainpress ten behoeve daarvan gemaakte kosten te vergoeden. Het betoog van de Staat dat het tot het ondernemersrisico van Mainpress als professionele partij behoort dat zij met [bedrijfsnaam] een niet opzegbare overeenkomst is aangegaan, terwijl de overeenkomst met de Staat ingevolge de ARVODI-2018 wel tussentijds opzegbaar is, gaat in deze omstandigheden niet op.
Het subsidiair onder 2 gevorderde (zijnde 95% van het tweede termijnbedrag) wordt hierom, inclusief daarover verschuldigde wettelijk rente, als voor het overige niet betwist toegewezen. Bij de subsidiair onder 1 gevorderde verklaring voor recht heeft Mainpress geen afzonderlijk belang. Deze wordt dus afgewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
De rechtbank stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De rechtbank stelt vast dat Mainpress voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is overeenkomstig het in het Besluit bepaalde tarief. De rechtbank zal het subsidiair onder 3 gevorderde dan ook toewijzen.
Proceskosten
De Staat wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
De proceskosten van Mainpress worden begroot op:
- griffierecht
€
6.861,00
- salaris advocaat
€
7.446,00
(2 punten × € 3.723,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
14.496,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De rechtbank
veroordeelt de Staat tot betaling aan Mainpress van een bedrag van € 372.838,81, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2025, tot en met de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de Staat tot betaling aan Mainpress van een bedrag van € 3.639,19 aan buitengerechtelijke incassokosten;
veroordeelt de Staat in de proceskosten van € 14.496,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de Staat niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt de Staat tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten genoemd in 5.3 als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Alt-van Endt en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
1308